Hollandse gezapigheid

Inleiding bij logboek 2018

Na onze ‘wereldreis zijn we in september 2017 in Nederland aangekomen. Na enig lijflijk onderhoud aan de schipper was het schip, de Marlijn, echt wel aan de beurt. Ooit eerder had ik me nogal verbaasd dat onze vriend Gerrit zo weinig deed aan onderhoud van hun boot toen zij op de Middellandse zee rond voeren. Inmiddels weet ik beter: het leven dáár vergt zoveel van een mens, dat het eigenlijk wel een wonder mag heten dat die lui daar überhaupt nog iets uitvoeren! Zo ook verging het ons / mij…. Maar eenmaal terug in Leiden moest ik er toch echt tegenaan. Uiteindelijk kon ik – naar mijn gevoel tenminste – pas ‘echt aan de slag toen de masten er weer op gezet waren door Hans Jansen, de tuiger. Helaas begon het toen ook weer zo ontzettend te jeuken om te varen, dat we luttele dagen later vertrokken naar de Grevelingen, alwaar onze vrienden Tony en Chih Ling met de Pescador al twee weken eerder waren gearriveerd. Dit – en het kan niet genoeg benadrukt worden – geheel tegen de wens, het dringend advies, het bevel haast, van de schippersvrouw in… (De afgelopen jaren had zij – volgens haar zeggen – zó gesmacht naar een zomer in eigen tuin, dat ik al was begonnen met het ronselen van een alternatieve bemanning….) Toch, achteraf bezien had zij wel een puntje…. Het gevolg is dat de schipper nu – terwijl iedereen lustig van het leven geniet – de schipper, die heeft allerlei klussen, achterstallig onderhoud, nieuwe probleempjes, enzovoorts. Dat weerhoudt de schipper er niet van om zeer geregeld een rookpauze te houden, een biertje in te nemen of zelfs, samen met vrienden een autotochtje te maken naar feesten in de omgeving, of, prozaïscher, mee te moeten winkelen. Op die manier gaan de klussen wel wat minder snel, maar blijft de schippersvrouw enigszins tevreden.

Hierna dus een eerste verslag van de eerste paar weken op de Grevelingen. De late verschijning van dit logboek werd veroorzaakt doordat de internetverbinding met een nieuw apparaat meer vragen opriep dan de schipper aanvankelijk wist te beantwoorden. Opgemerkt kan worden dat ook de inhoud wat anders van karakter is: geen avontuurlijke gebeurtenissen meer, maar het leven van alledag van een alledaags stel, enigszins op leeftijd en aldus een beetje versleten.

Eind mei 2018
Vrijdagochtend vertrekken we op de vouwfietsjes van huis. Om 10.05 uur gooien we los en varen langzaam langs de jachthavens naar het Joppe. Dan gaat het gas erop: naar de Ringvaart, de Heymanswetering en de Oude Rijn. Vlak voor Alphen moeten we even wachten. Dan, stapvoets, door Alphen naar de Gouwe. De spoorbruggen lijken voorlopig dicht, maar dan komt een vrachtschip van de andere kant. Ook wij mogen door mits we binnen een minuut gepasseerd zijn. Volgas! En het lukt. De hefbruggen duren allemaal eventjes en dan zijn we toch tegen drie uur in Gouda. We maken ons klaar om daar een paar uur te wachten, maar dan wordt ook hier de brug geopend voor een vrachtschip van de andere kant. Maar wij mogen ook door! Hanneke wil eigenlijk stoppen, maar na de sluis wil ik eigenlijk nog wel even door. Dus jakkeren we met stroom mee de Hollandse IJssel af en om zes uur kunnen we door de sluis bij Krimpen aan de IJssel. Dan gaan we nog even door naar Krimpen aan de Lek. Dat blijkt om 19.30 uur een piepklein haventje met erg gezellige mensen. We kunnen alleen met grote moeite de box in, maar het lukt.

Zaterdagochtend ben ik om 06.30 uur op. Een half uur later zijn we onderweg naar Dordrecht. Daar schijnen “havendagen” te zijn, dus verwacht ik veel drukte. Maar eerst moeten we bij Alblasserdam 2 uur wachten voordat de brug draait. Dan door naar Dordrecht. De drukte daar valt mee en de bruggen draaien bijna meteen. We kunnen achter een zeeschip meteen door. Op de Dordse Kil hebben we flink wat stroom tegen en er is behoorlijk wat beroepsvaart. Toch zijn we tegen twee uur bij het Hollands diep. In het zonnetje varen we naar de Volkeraksluizen. Die gaan open bij aankomst, dus we kunnen meteen door. Hanneke sputtert wel tegen, maar toch. Net bij het invoeren van de sluis zien we een bekende boot liggen: de Adamas, van Piet Sap. Piet hebben we voor het laatst gezien in Cartagena in zuid Spanje. Hij bleef destijds een tijdje op het Mar Menor, terwijl wij doorgingen, uiteindelijk naar Italië en Griekenland. (Hoewel we roepen en hem via de marifoon proberen te bereiken reageert hij niet.) Ook het Volkerak gaat gezwind en de Krammersluizen en die van Bruinisse zijn snel gepasseerd. In Bruinisse kunnen we bij de gemeentelijk jachthaven een jaarkaart voor de Grevelingen kopen. Ik stuur een berichtje aan Tony en Chih Ling dat we eraan komen. Ze antwoorden direkt: Ja gezellig! Ze liggen op de Kabbelaarsbank. Het bier staat klaar! Als Hanneke weer op de boot is gooi ik dus meteen los. Dan blijkt dat Hanneke zich erop verheugd had dat we nu eindelijk wat korter zouden varen, terwijl ik dacht dat we nu het laatste stukje ook ‘even’zouden doen. Hanneke is echt boos! Ik roep dat het “maar een uurtje” duurt. In feite blijkt dat dan toch iets langer. Intussen is Hanneke wel iets afgekoeld en de ontmoeting is warm en gezellig! Het wordt dus ook tamelijk laat…. 

Zondag is een beetje saaie dag. Hanneke loopt naar Port Zeelande, een wandeling van een uurtje heen en dito terug. Het is best een lekkere dag, maar ’s avonds komt er koude mist opzetten. We zien een eindje verderop de Santé liggen, maar weten niet of het schip verkocht is of niet. Chih Ling wil de volgende ochtend naar de Middelplaat omdat hun zoon vanuit Venray hen komt ophalen. De daarop volgende dag komen zij dan met hun eigen auto terug naar Zeeland. Het blijft opnieuw de hele dag lekker zonnig met oostenwind. Ook komt de Santé nu naar de steigers aan de Middelplaat. Ik help hem aanleggen en het blijkt inderdaad Ton, de ex van Sjaan, te zijn. Hij weet nog wel vagelijk wie wij zijn. In het weekend gaat hij naar huis, want hij heeft twee kippen. “Dan heb ik een beetje aanspraak, hè” zegt hij. Ton is aanmerkelijk spraakzame dan ik me hem herinner. Hij vertelt dat Sjaan ziek is geweest, maar dat het nu wel weer goed met haar gaat. Ook vertelt hij dat hij de Grevelingen het mooiste zoekgebied van de wereld vindt. Hij gaat nooit ergens anders heen met de Santé. Hij was een keer op Sicilië geweest, maar daar had het z’n hele vakantie nauwelijks gewaaid! Voor hem alleen maar de Grevelingen. (Zijn schip is een stalen Carena ketch in uitmunde conditie en op en top zeewaardig!)

We zien verschillende keren een zeehond, vlak bij de boot. Op het strandje bij de waterdoorlaat in de Brouwersdam zitten er verschillende. Een visser heeft het zelfs over een plaag…. Tsja, een hengelaar dus…. Later, als we zeilen, zien we er ook een, midden op het water. Intussen is op de Middelplaat iedereen nogal bezig met de twee verdwenen duikers. Van een afstand zien we de helikopter en verschillende bergingsvaartuigen. Één daarvan ligt ’s nachts vlak bij ons aan een kade. Vlak voor donker wordt de eerste man terug gevonden, de volgende dag ook de ander. Triest!

We ontdekken dat we nergens een WiFi signaal hebben. Ook lukt het me niet – ook niet na uren geprobeer – om mijn laptopje te verbinden via mijn telefoon (tetering): ze zien elkaar eenvoudigweg niet. Vreemd! Dan kan ik het logboek alleen bijwerken als we in een haven met WiFi liggen.

Hanneke vindt dat ik het kajuitdak maar eens moet gaan poetsen. Met frisse tegenzin begin ik. Na een tijdje begint eerst de achter-buurman, daarna de buurman voor, ook aan een poetsklus. Daarna is dat het geval op alle boten in de haven!  Waarschijnlijk zijn ze aangestoken door mijn werklustige houding en allemaal ook,  vervloeken ze zachtjes mijn vlijtige echtgenote, die intussen gezellig een puzzeltje zit te doen in de kuip.

Donderdag is het heel ander weer: het begint nog aardig, maar ’s middags wordt het somber en grijs, met later onweer en regen. We hebben ‘preventief’ de wintertent opgezet, zodat wij overwegend droog blijven. Het meest barre weer trekt aan ons voorbij, maar we horen en lezen dat het elders bar en boos is.
Ook vrijdag is het tamelijk slecht en dan onweert en hoost het zelfs bij ons een poosje. Vanwege de 3-dagenregeling verkassen we weer naar de Kabbelaarsbank. Het blijft miezerig en het wordt heel mistig: minder dan 50 meter zicht! We trekken ons terug in de boot en doen een spelletje Rummycup. Ik ga nipt de ballenbak in doordat Hanneke alle azen heeft. Wat een waardeloos spelletje….

Week 2  – Zaterdag gaan we met de auto met z’n vieren naar Middelharnis. Er zijn daar ‘havendagen’ en iedereen – behalve ik – wil daar naartoe. Ik vind Middelharnis onherkenbaar, maar het is ook zo’n 30 jaar geleden dat wij daar gelegen hebben. Bij de fanfare en het zeemanskoor hebben we het even over Piet Sap, die immers drummer en dirigent is. Dan zie ik opeens Piet met een dame staan! Dat blijkt zijn vriendin te zijn, met wie hij woont in Stad aan het Haringvliet. Het wordt opnieuw een ontzettend gezellig weerzien! (Ons laatste contact was 5 jaar geleden!) Piet nodigt ons uit voor een bakkie koffie op een terrasje. Hij blijkt vorig jaar een onverwachte en ingrijpende open hart operatie te hebben ondergaan. Daarna gaan we langzaamaan terug naar de boot. Achteraf wordt de anekdote verteld dat Piet ooit Tony en Chih Ling uitnodigde voor een kopje koffie. Ze zeiden graag en even later stopt Piet bij een Ikea, waar de koffie gratis is. (Sindsdien heeft Piet de naam nogal zuinig te zijn….)

Zondag ziet het er ’s ochtends onverwacht best aardig uit. We besluiten om te gaan zeilen en vanmiddag aan te leggen aan de Ossenhoek. Het is wel zonnig, maar er staat niet meer dan windkracht 2 of 3. Bij het wegvaren haakt ons anker achter een meerpaal. Afgezien van een gebroken lijntje is er gelukkig geen schade. Wel heel weinig wind en dan is een rondje om de Veermansplaat blijkbaar een heel eind, helemaal met een snelheid van 1 tot 3 knopen…. Pas tegen het eind van de middag komen we boven de 4 knopen voortgang, maar dan zijn we ook weer bij de Ossenhoek. We leggen aan, maar ’s avonds wordt het killer en killer en begint het stevig te misten. We zien de flarden wolken langs de haven trekken, maar het blijft in het haventje lang redelijk helder. Hanneke wil graag een spelletje doen: Rummycup. Ik ga twee keer het schip in, net voordat ik zelf uit kan. Wat een waardeloos spelletje….

Maandag begint heel mistig en koud. Ik doe wat klusjes en tegen één uur klaart het langzaam op en wordt het zelfs aangenaam.

Vrienden van Tony en Chih Ling uit Scharrendijke komen langs op de Ossenhoek, Roel en Gerda. Roel is een Kagenaar van geboorte maar spreekt als een heuse Hagenaar. Een heel gezellig stel, en ze vertrekken dan ook uuuuren later. Als Hanneke om half tien in bed wil gaan lezen slaapt ze binnen vijf minuten als een roos. Ik volg een uurtje later, wat uitermate vroeg is voor mijn doen, maar zonder nadelige gevolgen (wakker liggen, tandenknarsen, scheten laten, of zoiets: ik heb er niets van gemerkt.

Dinsdag begint opnieuw grijs, kil en winderig. Het is nog steeds NO-wind. Tegen half twee breekt een zonnetje door, eerst aarzelend, maar al vrij snel echt. Het is zelfs warm in de zon, als je maar uit de wind blijft! Ook die gaat een beetje liggen. Ik doe wat klusjes, zoals een nieuw lijntje aan het anker, schoonmaken, schuren van een kuipbankje en later in de teakolie zetten. De boot ziet er van binnen weer redelijk acceptabel uit en van buiten een beetje. Er is nog een heleboel werk aan de winkel, vooral schoon maken en poetsen! Tegen vieren komen Roel en Gerda borrelen op de Pescador, naast ons. Wij worden ook uitgenodigd en het wordt weer een gezellige boel, met gitaren en zelfs wat samenzang…. Pas tegen acht uur wordt de sessie afgesloten want iedereen moet nog koken en eten. Roel staat met z’n 82 jaar niet meer zo stevig dus we moeten opletten dat hij heelhuids van de boot en de steiger komt. Daarna maak ik macaroni met tomatensaus met hamblokjes, uien, paprika’s en courgette, terwijl Han een Griekse salade fabriekt. Intussen is het wel weer stervenskoud terwijl ook de wind weer aantrekt. We besluiten dus binnen verder te gaan. De vooruitzichten voor morgen zijn wel heel goed, dus daar hopen we dan maar op.

De donderdagochtend begint stralend zonnig, maar niet voor lang. We varen om 10 uur naar Port Zelande om brood te halen. Hanneke blijft een kwartiertje weg en in die periode betrekt het vanuit het zuiden. Als ze terug komt blijkt dat er in deze ‘supermarkt’ ook niet veel meer te koop was dan vers brood: ze gaan over op een andere winkelketen, de Spar, en er was nog maar weinig verkoopbare waar. We varen naar de Stampersplaat waar deze keer vrijwel alleen grotere zeilboten liggen. We meren aan, precies de verkeerde kant op (met wind mee), bedenken we iets later. Meteen begint het te druppelen. Dus maar snel de wintertent erop, want de komende dagen ziet het er hier weer treurig uit. Vanmiddag zware buien, onweer en hagel, morgen zware buien en koude, overmorgen ook zoiets… Een echte vakantie in eigen land. Gelukkig zitten wij droog. Toch wordt het een uurtje later weer aardig: met een zonnetje erbij wordt het zelfs warm! We besluiten de boot maar eens écht grondig schoon te maken. Ruim twee uur later zijn we een eind op weg en het dus ook helemaal zat. Het betrekt weer een beetje en we besluiten dat het tijd is voor een wijntje / biertje. (Morgen is er immers weer een dag.) Het is opmerkelijk stil hier: afgezien van onbeperkt vogelgetierelier horen we nauwelijks iets. De andere buren zijn overwegend oud en der dagen zat, wars van enig vertier. Gelukkig is er een grijze man van een jaar of vijftig die een beetje leven in de brouwerij komt brengen. Hij loopt met een verrekijker rond, in zichzelf mompelend (Bij de Marlijn horen we hem zeggen “Dit is wel een stevige….). Hij blijkt de masttoppen met z’n kijker te bestuderen. Bij onze achterburen krijgt hij de kans een praatje aan te knopen. Wat wij zo opvangen is een volslagen wartaal-verhaal. Hij weet wel de juiste termen, maar haspelt allerlei dingen door elkaar en heeft vreemde theorieën over zeilen en zeilvoering. De buren komen niet eenvoudig van deze man af, daar krijgen ze geen kans voor, want hij blijft maar doorreutelen. En zij gaan er dan toch af en toe op in… Nou ja, uren later…. Intussen nemen wij een nachtegaal (vermoedelijk) waar, vermaken we ons met een heel brutaal hondje dat zo bij onze buren voor aan boord springt om vriendje te worden met de veel grotere hond op die boot, en dat soort dingen. Uiteindelijk taait de man toch zelfstandig af…… En dan wordt het weer stil in dit havenkommetje. We komen dus helemaal tot rust…… Morgen, vrijdag, begint de happening van de Hallberg-rasse club met een borrel en eten, gevolgd op zaterdag door een rondje Grevelingen. Helaas blijkt dat ik ons niet meer kan opgeven: de intekening is al een week geleden gesloten. Overigens zie ik ook dat wij de leden zijn met het alleroudste bootje, uit 1975. Nou ja, dan hoeven wij daar ook niet persé naar toe, zegt Hanneke.
We maken een avondwandelingetje en ontdekken dat het eiland veel begroeider is geworden dan voorheen. De strandjes waar Jelle en Lieke ooit zochten naar de allerkleinste hoorntjes en schelpjes (“Die grote kan iedereen vinden, maar die kleintjes, dát is pas echt moeilijk!” sprak pa ooit huichelachtig) zijn verdwenen. Het zand is weggespoeld, er liggen alleen keien. Duinen zijn overwoekerd door heftige braambossen, er zijn nog nauwelijks paardensporen en struikgewas is uitgegroeid tot volwassen bomen. Het eiland is veel meer ‘natuur’ geworden, maar ook beduidend minder toegankelijk, zeker voor kleinere kinderen.

Vrijdag begint om 7 uur – geheel volgens voorspelling – nat en zeikerig. Toch wordt het langzaamaan droog. Om 9 uur komt het leven hier op gang. Er verschijnen wat pony’s. Om 11 breekt het zonnetje een beetje door. Onze havendwaas vaart rondje in z’n rubberbootje, luid zingend, en roept dat zijn motortje uit 1972 stamt en dat z’n bootje halfvol water staat doordat het lek is. Geen wonder dus, dat dat kleine k..-hondje de hele tijd blaft: die heeft nog geen zin om samen ten onder te gaan. Aan de overkant heeft een onsympathieke Duitse boot al twee uur z’n motor staan draaien om de accu’s weer fit te krijgen voor een avondje tv…. Ik ben begonnen aan één of ander klusje. Om een uur of half drie vind ik het wel welletjes. Pijn in mijn rug en mijn werkspier belemmeren mij ernstig in mijn beweging, dus ik stop ermee. Hanneke heeft in navolging ook weer een bezem ter hand genomen en maakt het dek verder schoon. Zij volgt al ras mijn lichtend voorbeeld en gaat opnieuw een puzzeltje doen. Intussen stroomt het haventje vol met allerlei weekend-gangers, de meeste van rond het Hollands Diep. Er volgen allerlei interessante gesprekken tussen de nieuwkomers, vaak over die lui die naar de Middellandse Zee gaan, waar het allemaal niks kost. Leerzaam hoor, want waar wij geweest zijn was het leven wel iets goedkoper, maar ook weer niet gratis… En dan komt er een bootje dat er niet meer bij past langs de kant. En omdat onze stoorwillen zo uitnodigend klaar hangen… Tja, wel aardige mensen, maar veel contact hebben we niet want zij gaan andersom liggen.

week 3 – Zaterdagochtend ben ik heel vroeg wakker na een sprookjes-achtige droom. Tegen tien uur vertrekken wij, en onze buren dus ook. We varen naar Bruinisse. Het weer is wat aardiger dan voorspeld. Vlak voor Bruinisse komt de hele Hallberg Rassy club naar buiten. Een honderd, vooral grote en dure boten. De Marlijn is dus de alleroudste boot van dit gezelschap….. We gaan de haven in om wat boodschappen te doen. De supermarkt is piepklein en heeft bijna niets. De watersportwinkel is peperduur en heeft wel heel veel tegen heel veel geld. We vertrekken weer. Intussen is het best zonnig en het waait stevig vanuit het NNO , dus schuin tegen. De Stampersplaat is vol, de Ossenhoek ook, dus door naar de Middelplaat (hoewel Hanneke Bommenede nog wel ziet zitten). Het wordt ook kouder, de wind harder, maar we zetten door en vinden een gaatje op de Middelplaat. Chih Ling helpt ons aanleggen. Zij gaan boodschappen doen en Hanneke kan mee. Ik ga een klusje doen aan de boegspriet. En dan komt er een grote zeilboot vragen of ze bij ons langszij mogen. Tsja, dat krijg je met de stoorwillen zo uitnodigend klaar hangen…. Als Tony en Chih Ling terug komen gaan we gezellig borrelen op de Marlijn. En aldus schiet het eten er bij in, na al die hapjes en drankjes.

Zondagochtend begint grauw, maar al vrij snel ontstaan gaten in het grijs. Ik zet een bankje in de teakolie. Onze hoogbejaarde en eenkennige achterbuurman, wonend op een afgetakeld barrel van een vrachtscheepje, krijgt een aanval van nostalgie over betere tijden. Hij zet een langspeelplaat met café-muziek op: “Ouwe juffrouw Jansen, die houdt van dansen….” en veel nederlandstalige dukbox-treurnis. Dat gaat een uurtje door, maar de buurman heeft een fijn zintuig: het binnendsmond gemopper bij de buren brengt hem tot zwijgen. Tony en Chih Ling verkassen plotseling van hun plek in de wind, een heel eind verderop, naar een plekje naast ons aan de binnenkant van de steiger. Zus Henny en dochter Joice, alsmede een broer van Chih Ling, Lowry en een zwager Willem komen bij hun buurten. Na wat zoeken vind ik intussen de goede maat splitpennen en zet daarmee beide spanners van de boegspriet weer vast. Ook maak ik een kikkertje aan de mast voor een vlaggenlijntje. In de wind is het onaangenaam koud, in het zonnetje daarentegen, iets te warm. Tegen één uur maken onze buren voorzichtige voorbereidingen om naar Herkingen terug te zeilen. Dan hebben wij ook weer wat uitzicht. Op het moment dat zij wegvaren komt Piet Sap met z’n vriendin op de Adamante aanvaren. Hun auto stond hier al geparkeerd, dus het is niet echt onverwacht. De familie Tseng vermaakt zich, vooral als broer Lowry zegt dat hij de mast wel in durft om het windmetertje op gang te helpen, maar niet verder komt dan de zalingen (6 meter, dus nog niet halverwege). Intussen krijgt Hanneke een aanval van poetslust. Dus zitten we de kuip schoon te maken en te poetsen, en met resultaat! Over vijven vertrekt de familie Tseng weer en wordt het rustig. De bemanning van de Pescador hangt uitgeput in de railing. Ik maak ‘penne’ met pastasaus met ballen, en wel zoveel dat we er drie dagen van kunnen eten. Morgen weer eens een dagje Ossenhoek? ’s Avonds spelen we nog wat liedjes. Ook blijkt Chih Ling nog een nieuwe gasfles te willen halen, water te willen tanken en te verkassen naar de Ossenhoek. Nou, dat komt ons wel heel goed uit: onze brandbare waar (gas en shag) loopt op z’n eindje. Dus we willen graag mee!

Maandagochtend ziet het weer er on 7 uur al best goed uit. Helaas blijkt ons gas op, dus de koffie moet nog even wachten. Tegen half negen duikt Chih Ling op. We kunnen een gastankje van hem lenen. Het komt dus goed uit dat we gas gaan halen: een grote en drie kleine tankje voor ons, één grote voor hem, en …. shag (er zat een angstwekkend gat in de voorraad…). Dat blijkt nog een prijzig geintje! We zijn voor de hele zooi gas bijna € 180 kwijt! Als we terug zijn gooien we los om water te tanken. Daarna naar de Ossenhoek. Daar is het uit de wind warm, echt warm! Wij gaan verder met poetsen; Chih Ling gaat rommelen met z’n bijboot. Op een gegeven moment zie ik – een eind verderop – een Aalscholver in gevecht met een grote paling. Het duurt misschien wel een kwartier, want de paling werkt niet mee! Hij wil persé niet met z’n kop naar binnen. Tsja, en als je hem dan in het midden beet hebt als Aalscholver…. Hanneke maakt de hele kuip brandschoon en weer glimmend. Daarbij steekt mijn strookje gecleande teak maar povertjes af. Maar ja, de cleaner was op…. Als beloning zorg ik voor een douchebeurt voor madame. We eten weer penne met saus. Het blijft prachtig weer, hoewel winderig. Wij liggen in de luwte, dus hebben daar weinig last van. Ton komt met de Santé vlak bij liggen. Tegen de avondschemering wordt het sociale leven hier heel stil, zeg maar nul. Nou ja, dat is ook wel weer rustig, behalve de deining die op een vreemde manier hier de ligplaats binnen komt, haaks op de wind.

Dinsdag 12 juni is het grauw bewolkt. De binnenkomende golven maken onze ligplaats een beetje onrustig, terwijl er toch weinig wind staat. Als er plek komt aan het andere eind van het haventje verkassen we daarheen. Daar liggen we heel rustig en vrijwel helemaal uit de wind. Een prima plekje bij alle windrichtingen en -sterktes! Nu nog wat zon…. Die komt magertjes, tegen het eind van de middag. ’s Avonds spelen we wat en Tony en Chih Ling halen wat oude koeien uit de sloot.

Woensdag begint schitterend, voor even. Dan, na twaalven is het weer lekker zonnig en dat blijft de rest van de middag. Ik voltooid het stromend water, maar de elektrische aansluiting is niet naar m’n zin. Morgen opnieuw kijken. Hanneke schrobt de algen van het dek. Het wordt steeds mooier hier! Woensdagavond laat (het is al donker) horen we opeens allemaal boten vertrekken, na elkaar. Blijkbaar hebben ze alsnog besloten dat de voorspelde windrichting en -kracht 7 teveel voor hun gemoed is. Een Duits bootje komt na een uurtje toch weer terug, met veel misbaar.

Donderdag is een winderige en – af en toe – druilerige dag. Ik zet ons tafeltje in de teakolie. Dat is een hele verbetering. Hoewel gewaarschuwd was voor windkracht 7 tegen het eind van de dag, is het dan juist droog en ook de wind wordt behoorlijk rustig.
Vrijdag begint heel zonnig. Dan trekt er een wolkenveld over en lijkt de pret over. Chih Ling komt om half tien zeggen dat ze naar de Middelplaat gaan. Nou, wij ook dus. Al halverwege zien we dat de Brouwersdam helemaal in het zonnetje ligt. Wij passen precies op een plek aan de steiger. De Pescador gaat een klein eindje verderop aan dezelfde steiger liggen, maar aan de binnenkant. Zij blijken bijna alle bootjes en opvarenden hier te kennen. Onze buren, Willem (loopt rond alsof hij slaapwandelt) en Artje (zoveel lol in sex dat zij er voortdurend vunzige grappen maakt), Mart (klein mannetje met witte baard en snor met opgekrulde punten) en Ien. Een behoorlijk luidruchtig stel bejaarden met bootjes, maar wel gemoedelijk. Langs de waterkant scharrelt hier af en toe een Lepelaar. En vanochtend vloog hij over: een soort zwaan met een lang bek met een lepel aan de voorkant. Vroeger kwamen die bijna niet meer voor in Nederland, maar tegenwoordig schijnen ze weer redelijk vaak voor te komen. We gaan om 11 uur met de auto boodschappen doen: eerst naar Renesse, dan naar Burgh-Haamstede en dan via Scharrendijke weer terug. ’s Avonds barbecuen we op de Pescador. Lekker maar teveel. Tegen negenen begint het behoorlijk te misten, maar een uur later trekt die weer weg.

Week 4 – Zaterdag 16 juni begint vrij zonnig, maar dat duurt niet lang. Tony en Hanneke willen naar een marktje in Goedereede. We parkeren bij een oude molen, die we dan ook meteen bekijken. Opmerkelijk hoe geruisloos dat ding staat te draaien! Daarna gaan we naar het marktje, vlak voorbij de kerk. Het is er één met mensen in klederdracht en oude ambachten, aan de ene kant heel primitief, maar ook wel leuk: een barbier, een mandenvlechter, een wasvrouwtje, visrokerijen en allerlei kramen. Zo te zien doet heel het dorp mee. Twee mannen maken muziek, oud-Hollandse liedjes. Ze komen uit Leiden en herkennen Hanneke meteen en zij ‘mag mee’ in hun speciale act: in het midden tussen hen in in een opblaaskano zonder bodem, terwijl zij spelen ‘Ik heb je ooit een keer gezien, …. daar bij de waterkant….’ Ook heel grappig is een kraam met een Goereesche Fruitautomaat: drie mannetjes zitten met een juten zak voor zich. Je ‘koopt voor twee kwartjes drie plastic fruit-dingetjes. Dan mag je twee keer zwengelen aan de arm van een vierde man, de drie maken een sirene-achtig geluid en graaien in de juten zak een eigen fruitje. Als de gezamenlijk fruitjes van de mannen overeen komen met de drie in je hand heb je gewonnen…. Hanneke probeert het twee keer: mis! Dus wil ze nog twee kwartjes….. Weer mis! (Zo komt een gokverslaving dus in de wereld!) Dan komen we een Koos en Nelleke tegen (vrienden van Chih Ling) en genieten we gezamenlijk een koffie met zelfgebakken appeltaart. Als we willen afrekenen beweert de eigenaar dat het al betaald is door een dame. Pas na een hele tijd blijkt dat hij zich vergist heeft en dan moeten we alsnog betalen. Al met al is het wel een gezellig gebeuren. Terug op de boot vraagt een Indische meneer (Harry) een beetje bescheten of zijn vrouw, Lize, misschien ook mag meespelen met de gitaristen. Natuurlijk! Een paar uur later is het zover: we gaan op de kant bij een picknick-tafel spelen. Ze speelt goed en zingt prima (wel erg hoog) maar zo bescheiden dat het voor ons heel moeilijk te volgen is. Dat gaat dan wel moeizaam. Intussen gaat het steeds harder waaien en al haar muziekbladen waaien over de kade. Het toegestroomde publiek – veel oude besjes en hun mannetjes – vinden het een tegenvaller, net als wij….. En zo loopt het dus af, uit als nachtkaars… Wanneer we de gitaren naar de boten brengen, kiest de dikke map met alle liedjes van Chih Ling onverwacht en geheel zelfstandig het ruime sop… Gelukkig slagen we erin de drenkeling tijdig weer aan de wal te krijgen. (Hopelijk blijven z’n teksten leesbaar!) Op de boot, met alle tegenwindse flappen dicht, is het nog zo goed uit te houden dat we hoofdzakelijk vloeibaar eten…. En dan dus maar vroeg naar bed.

De zondag begint eventjes leuk, maar al snel trekt de Hollandse grauwsluier over de dijk en wordt het fris. Ik bestrijk met ontweringswater een groot deel van het potdeksel, maar dan begint het te miezeren. Ook begint het steeds harder te waaien. In het boottentje besluit ik om eindelijk de stuurboord-bakskist eens op orde te brengen. Binnen de kortste keren staan de hele kuip en alle bankjes vol met allerhande zaken: nuttige waren voor een lange trip, maar nu niet meer zo nodig…. Hanneke maakt een foto van de zooi en roept Chih Ling. Ik orden de zaken en ruim de boel weer in, en, vóór het eind van de middag is alles weer pico bello. Eigenlijk heb ik alleen maar een klein kratje weggooi-zooi over! Als ik dat weggebracht heb, vraagt Tony of ik niet ‘hoognodig met Chih Ling voetballen moet kijken. Dan gaat zij even gezellig buurten bij Hanneke. Na het voetballen buurten we allemaal bij Hanneke totdat het om half negen toch echt etenstijd wordt. De rest van de avond duurt zo kort dat daarover niets meer te schrijven valt.
Maandagochtend, 18 juni, hadden we gepland om met volle zeilen naar Bruinisse te varen, maar het druipt en miezert zó vreselijk dat varen echt onaantrekkelijk is. Tony en Hanneke wilden eerst nog boodschappen doen, maar nu duikelen de plannen over elkaar: naar Zierikzee, naar Goes, naar Goes en Zierikzee…. Het laatste plan wordt het: de nieuwe raampjes voor de Pescador bij Goes ophalen, Goes bekijken (winkelen dus), Zierikzee bekijken (winkelen dus) en dan terug via Scharrendijke (winkelen dus, want het bier is in de aanbieding). Aldus geschiedt. In Goes drinken we koffie en eten een grote punt appeltaart, resp. mokkapunt. In Zierikzee eten we een patat met kibbeling. (Hoogst hilarisch is het moment waarop een meneer met kibbeling een stukje in z’n mond steekt en de onbeheerde bak in z’n geheel door een flitsend snelle meeuw wordt weggesnaaid! De meneer doet nog een enorme graai, waardoor de kibbeling op z’n bank belandt. De meeuw kijkt om en ziet alleen nog een leeg bakje. Met een krijs van teleurstelling laat hij dat prompt op de kade vallen. De meneer graait de kibbeling met twee handen bij elkaar en gaat ergens mopperend in een veiliger hoekje zijn restanten opeten.) Om vier uur zijn we terug op de boten. Er is nu wel zon, maar er waait een koude wind onaangenaam recht de kuip in. Alle spullen worden weggepakt en we drinken een glaasje op deze welbestede dag. Honger hebben we niet meer, dus opnieuw een vloeibaar diner rest ons!

2017 – Met de Marlijn terug naar Nederland

De verslagen over onze terugreis met de Marlijn van Port St Louis du Rhône aan de Middellandse zee naar Leiden (met veel foto’s) zijn in een reeks pdf-documenten samengevoegd. Door op een link hieronder te klikken kan het pdf-bestand worden geopend.

2017 – I. De voorbereidingen voor de terugtocht

2017 – II. De Rhône op naar Avignon en Viviers

2017 – III. Over de Rhône van Valence naar Lyon

2017 – IV. Bij Lyon de Saone op

2017 – V. Het ‘Canal entre Champagne et Bourgogne’

2017 – VI . Over het ‘Canal des Ardennes’ en de Maas naar Luik

2017 – VII. Over de Maas naar Leiden