2011 (Honfleur)

Opnieuw een reisje met de boot

Vakantie Hanneke en Maarten 2011,

Vandaag is het 2 weken geleden dat wij uit Leiden vertrokken. Zoals ook bij jullie, zat ook bij ons het weer niet echt mee. De eerste dag ging vlot naar Gouda – wachten op de spoorbrug tot de volgende ochtend 6.00 uur, daarna via R’dam, Dordrecht naar de Volkeraksluizen (Hollands Diep), waar het flink hoosde. Vervolgens door de sluis bij de Philipsdam naar Zierikzee met onderweg een heel hevige hoosbui.

In Zierikzee hebben we een dagje boodschappen gedaan en vervolgens in verband met het nare weer nog een dagje blijven liggen. Vervolgens met windkracht 6 naar de Roompotsluis bij de Neeltje Jans. Onderweg nam de wind nog flink toe. Toen we de Genua wilden inrollen bleek de rolreefinstallatie vastgelopen te zijn. Na flink ploeteren uiteindelijk maar met uitgerolde Genua, klapperend en wel, aangelegd om de boel te demonteren. Gelukkig krijgen we wat hulp bij het aanleggen. Het blijft hard waaien uit het zuidwesten met af en toe een bui en het getij loopt erg vroeg, zodat we besluiten om maar een dagje te blijven liggen. Het is immers vakantie…

Zondag vroeg op en naar de Roompot sluis. Die ligt helemaal vol, maar we kunnen er nog net bij. Na een heel vlotte schut naar buiten met circa 40 andere bootjes. Langs Domburg op weg naar België, Blankenberge, op de Genua (groot voorzeil) en de bezaan (achterzeil) met flink wat wind. Bij Blankenberge blijkt dat we opnieuw de Genua niet kunnen inrollen. Dat is knap vervelend met windkracht 5 pal achterop en een smalle geul de haven in. Gelukkig lukt het wel om het zeil een beetje bij elkaar te trekken, maar het blijft vervelend. Na de smalle geul maken we een haakse bocht en komen we in de binnenhaven, achter een rij flats, zodat de wind daar ook een stuk minder is. Aldus slagen we erin om toch redelijk netjes aan te leggen. Hier opnieuw de Genua eraf om het mechaniek nu maar helemaal te demonteren. We gaan in ieder geval eerst even de stad in voor een pint – nu even met een zonnetje – en patat met stoofvlees….

De volgende ochtend blijkt dat het profiel waarin het voorlijk van de Genua zit, niet goed vast zit in de trommel van het oprolmechaniek. Vermoedelijk is dat de oorzaak geweest. Hanneke haalt bij een zeilmakerij aan de andere kant van de haven een nieuwe reeflijn en een borgbout voor de Genua. Het waait knap hard en begint te regenen. We besluiten ’s middags om het stadje in te gaan. De volgende dag is Hanneke jarig. Opnieuw waait het erg hard en we besluiten nog maar een dagje te blijven. De hele dag regent het pijpenstelen. ’s Avonds gaan we eten in het clubrestaurant waar vorig jaar een echte chefkok zat met pretenties. Helaas, nu niet meer… We hebben de keuze tussen een mosselpannetje met patat, stoofvlees met patat of een biefstukje met … ja hoor, patat. Nou ja, het smaakt. Tijdens de maaltijd raken we aan de praat met een ander Nederlands stel uit Scheveningen. Bij hen drinken we nog een Irish coffee en gaan pas over eenen naar onze eigen boot.

Vrijdagochtend blijkt het weer redelijk. Het waait – net als de meeste ochtenden – nog niet zo hard. We besluiten dat we Blankenberge nu lang genoeg hebben gezien. Op naar Oostende of – liever nog– naar Duinkerken. De wind blijkt opnieuw pal tegen, maar we hebben het eerste stuk stroom mee. Pas bij de grens tussen België en Frankrijk (de Pas van Zuiid Cote) begint het getij tegen te lopen. Bovendien komt er een heel donkere lucht opzetten met flink wat tegenwind. Uiteindelijk leggen we aan naast een andere Nederlandse boot in de haven, vlak voordat het begint te hozen. De weersvoorspellingen zijn erg ongunstig: de komende dagen blijft het constant hard waaien vanuit het zuidwesten (windkracht 5 á 6 oplopend tot 7 á 8 in buien). Met stroom mee tegen wind in betekent dat een heel vervelend en heftig stuk varen, dus voorlopig zien we daar maar vanaf.

Inderdaad, zaterdag hoost het en waait het stevig, zondag hoost het en stormt het, maandag begint met regen en veel wind. De vooruitzichten zijn werkelijk treurig: alsmaar veel wind uit west tot zuidwest (en daar wilden we heen) en de komende weken alsmaar regen Dinsdag lijkt het met de windsterkte tijdelijk iets beter te worden, maar dat moeten we nog zien. Het is gewoon “echt Hollands vakantieweer”. Het begint langzamerhand twijfelachtig te worden of we deze vakantie nog veel verder komen als we – zoals gewoonlijk – halverwege de vakantieperiode omkeren (dat is eind deze week al weer!). Eigenlijk had ik tenminste Honfleur willen bereiken en ook nog een bezoekje aan Boulogne sur mer willen brengen….

Nou ja, het is 18 juli en vakantie en dat is toch leuk en vaak lekker.

 

Hoera! Honfleur!

Zaterdag 23 juli 2011-07-23

We zijn in Honfleur! Gistermiddag om 14.15 meerden we af voor de brug naar de oude binnenhaven van Honfleur. Begin deze week hadden we nog grote twijfels of we dit jaar zover zouden komen. Het weer liet weinig hoop over, maar toch!

Dinsdag 19 juli is het om 6.30 uur weliswaar grauw, maar er is nog weinig wind uit het noordoosten en het getij loopt 2,5 knopen mee. Met wind en getij mee durven we het wel aan om naar Calais of – liever nog Boulogne – te varen. En inderdaad, het gaat van een leien dakje! Om een uur of 11 passeerden we Calais, een weinig aantrekkelijke haven. Ook konden we de witte kliffen bij Dover goed zien liggen. Ogenschijnlijk dichtbij zagen we Cap le Blanc Nez, een hoge witte klif van zo’n 130 meter. Als we een beetje haast maakten konden we daar voorbij opnieuw een paar uur stroom mee pikken. Bovendien klaarde de lucht op en zagen we eindelijk weer een zonnetje. Allengs werd het warmer. Een Frans marineschip voer vlak langs en vanaf de brug zwaaide een mannetje, dus wij vriendelijk terugzwaaien. Al vrij snel passeerden we ook Cap le Griz Nez en zagen we Boulogne liggen. Het weer knapte steeds verder op en het werd echt zonnig! Toch duurde het nog tot 15.00 uur voordat we de Haven van Boulogne binnen voeren. De passantenhaven leek me volkomen veranderd.

Nadat we aangelegd hebben naast een paar Hollanders besluiten we de stad in te gaan. Het zieg er volkomen anders uit dan in mijn herinnering (die was uit 1980, dus het zal best dat er iets veranderd is!). Rondom de haven staan nu allemaal flats met 8 tot 10 etages. We lopen naar de oude binnenstad. Hanneke ziet allerlei leuke winkels. Geleidelijk lopen we een heuvel op die steiler wordt naarmate we hoger komen. Het blijkt inderdaad een oude fortificatie met een ommuurd centrumpje te zijn. Inmiddels hebben we het knap warm: dat zijn we niet meer gewend! Na deze kuitenbijter op een terrasje in de zon beiden een biertje gedronken van € 9.80… Daarna over de oude stadsmuren een rondje en daarna terug naar beneden, de binnenstad en naar de boot. Overlegd met onze buren: zij willen in verband met de noordenwind in één keer naar Cherbourg, een oversteek van 1,5 dag (en nacht). Wij gaan naar Dieppe, zo’n 55 mijl naar het zuidwesten.

Om 7.00 uur is het grijs weer, maar het regent niet. In de haven waait het nauwelijks, maar buiten staat er al snel windkracht 4. We kruisen met de motor bij en een ¾ uitgerolde Genua een flink stuk naar buiten. Het gaat allengs harder waaien en er staat een flinke zeegang, zo’n 3 meter hoge rollers schuin van achteren. Ons bootje rolt en maakt dan ook flinke schuivers. Af en toe regent het een beetje en we zien het grootste deel van de tocht de kust helmaal niet. Tegen het eind van de middag loopt de stroom flink tegen, maar de wind is afgenomen. Als we om circa 16.00 uur willen aanleggen in de haven om diesel te tanken begint het vreselijk te regenen. Binnen de kortste tijd zijn we beiden drijfnat, waarna het ophoudt. We krijgen een plek aan een steiger gewezen. Ook deze haven ziet er anders uit, kleiner, dan ik me herinner. We gaan de stad in. Het stadje blijkt kleiner, maar wel leuker dan ik gedacht had. Op de terugweg begint het opnieuw te regenen. We besluiten om in een restaurant op de kade wat te gaan eten. Overal staan mosselen op de menukaart, maar dat trekt me niet zo. In een piepklein tentje eet ik een vrijwel smakeloze “Cocquille st. Jacques” halfgare “Magret de canard” en Hanneke eet een lekkere salade gevolgd door “Escalope de volaille” dat wil zeggen kip met champignons in een roomsausje. Geen culinaire hoogstandjes hier… Terug op de boot zien we de weersvoorspelling. Donderdag 4 Bf, vrijdag mogelijk 5 Bf. We twijfelen of we wel of niet zullen gaan. Hanneke neemt nog een Irish Coffee (of twee) toe.

Donderdag valt het weer ons mee. Nog steeds grijs, maar de wind lijkt mee te vallen. Ik besluit dat we toch nog een haventje verder varen, naar Fécamp, zo’n 30 mijl naar het West-Zuidwesten. (Het was destijds onze verste haven in 1980.) Hanneke moppert: ze had er eigenlijk niet op gerekend, is net wakker, heeft een beetje een kater, had het liever vantevoren geweten, eigenlijk is het te laat voor het getij, enzovoorts… maar we gaan toch. Eigenlijk is de dag een kopie van woensdag, hoewel de wind iets minder ver toeneemt. Ook nu zeilend motoren we met ¾ Genua en de bezaan. Als we onze koers verleggen, meer naar de kust passeren we een kerncentrale. Rond 15.00 uur leggen we aan in Fécamp. Ook dit plaatsje is kleiner en erg anders dan in mijn herinnering. We lopen naar het oude centrum, waar een zeer oude grote kerk / kathedraal staat (rond 1200 AD). Hij kan wel een beurtje gebruiken. Op de terugweg lopen we door kleine straatjes en komen bij de fabriek van de Benedictine likeur. Het is een neoclassicistisch gebouw met heel veel ornamentjes, torentje en gedoe. Hanneke koopt een fles B&B, een combinatie van Benedictine en Cognac. Terug op de boot blijkt dat het weer ook op vrijdag best meevalt: niet meer dan 4 Bf uit het noorden tot noordwesten.

Om 7.00 uur staan we op en om 8.15 uur varen we tussen de pieren door. Er staat een flinke deining, schuin van achteren. Na een half uurtje rollen we de Genua uit en zetten de bezaan bij. De boot rolt en giert, maar we lopen 8 knopen. In dit tempo zijn we zo in Honfleur! We hebben onderweg eigenlijk heel weinig vrachtschepen gezien, maar bij de Seinemonding, vlak voor le Havre, zien we het ene na het andere zeeschip voorlangs varen. Hoewel het smalle vaargeulen zijn naar le Havre en naar Rouen, moeten we twee keer uitwijken om de geul naar Honfleur te kunnen volgen. Opnieuw hebben we hier forse stroom mee en het zonnetje komt tevoorschijn. Vlak voor de ingang van het Canal au Caen, waaraan Honfleur ligt, is een sluisje. We moeten hier circa 20 minuten wachten, terwijl er een harde stroom vlak voorlangs loopt. Dan passeren we het sluisje en liggen eigenlijk direct in Honfleur voor de brug naar “le vieux bassin“”, het beroemde binnenhaventje van Honfleur. Het is 15.00 uur en het wordt behoorlijk warm.

Om 16.30 uur draait de brug en 10 minuten later liggen we er dan. Het is inderdaad een oud haventje, maar ook hier heb ik andere herinneringen aan.
Ooit, ergens begin 70-er jaren zijn we hier één of twee keer geweest met de auto. Het was toen een oud haventje met oeroude, traditionele zeiljachten. Nu, zo’n 40 jaar later liggen er allemaal speedboten en Bavaria’s. Feitelijk zijn wij de op één na oudste boot schat ik. Toch is het wel erg leuk!
Rond de haven zijn allemaal terrasjes en een menigte vakantiegangers en anderen flaneren over de kade: wie bekijkt wie? Vraag je jezelf af. We liggen naast een Fisher motorzeiler kits uit Cowes op Wight met Steve en Barbara White, die van plan zijn om naar de Middellandse zee te varen. We hebben hier weer een redelijke internetverbinding en kunnen nu een goed weerbericht krijgen en onze mail bekijken. Helaas blijkt het mooie weer wel van korte duur: Voor zaterdag tot woensdag volgende week voorspelt het weerbericht regen met onweer. De wind blijft in het noorden, af en toe noordoosten. Voor zaterdag blijkt het weerbericht te kloppen, hoewel er ook heftig zonnige opklaringen tussendoor zijn…. De windvoorspelling voor onze terugtocht is matig gunstig. Voorlopig vooral windkracht 4. Het eerste stuk moeten we noord varen, daarna noordoost. We zullen dus kortere of langere stukken aan de wind zeilen of moeten kruisen. Voorlopig echter, blijven we hier nog één of twee nachtjes liggen.

Duinkerken again

Dieppe, 26 juli 2011
We zijn weer op de terugweg, zeg maar op ons retour. Zondag hebben we besloten om op tijd (10.30 uur) door de brug van het Vieux bassin in Honfleur te gaan en aansluitend door de sluis de Seine op. Het weer is wisselvallig met Noordwesten wind (die kant moeten we immers op. In de loop van de dag neemt de zon toe en de wind draait naar noord en neemt af. We zeilen twee á drie uur aan de wind, maar dan liggen we alleen nog maar heen en weer te klotsen, zonder voortgang te maken. We doen nog een halfslachtige poging bij Cap d’Antifer, maar we hebben nog minstens 15 mijl te gaan en eigenlijk liggen we stil. Met enifge tegenzin starten we toch de motor maar en varen naar Fecamp. De haven blijkt helemaal bomvol. Geen plaats meer te vinden, maar een vriendelijke Belgisch meneer biedt aan dat we bij hem vastmaken. Na een uur zijn dat al 6 boten geworden en dan wordt hij een beetje mopperig. We liggen dan wel naast een aardige Belg maar aan de andere kant naast een bralbal uit Brabant..’s Avonds maken we een praatje met de dochter van de Belgische meneer. Ze blijkt verrassend veel van de Belgische, zowel als de Nederlandse politiek te weten. Ze werkt bij de media zegt ze geheimzinnig.

De Belgisch buurman wil om 7.30 uur vetrekken naar Honfleur. Wij besluiten om dan ook te vertrekken, hoewel het getij vanaf 10 uur tegen gaat lopen. Er blijkt wel wat wind te staan uit het noorden, bij een koers naar Noordoost. We kunnen inderdaad zo’n twee uurtjes lekker zeilen, maar dan valt de wind helemaal weg. Dat wordt dus opnieuw motoren. Eén á twee uur later steekt de wind wel weer op, maar nu pal tegen. Bovendien hebben we nu 2 knopen stroom tegen. Het blijft dus bij motoren. Tegen tweeën zien we Dieppe liggen, maar het duurt nog ruim een uur voordat we er echt zijn. Zodra we in een box liggen begint het zonnetje voluit te schijnen en het is zo warm dat het in de kuip – uit de wind – niet goed uit te houden is. Straks een ijskoud biertje erbij en dan gaat het vast wel weer. We gaan eerst de haven betalen en boodschappen doen.

Uit Nederland horen we berichten over akelig, herfstig weer. Vrienden met een boot zijn vanaf Terschelling in arren moede maar weer terug gegaan naar huis… Boeken nu wellicht een “Last minute” naar warmere streken. Zielig hoor voor alle familie, vrienden en collega’s. In dit gebied lijken de vooruitzichten voor de komende dagen erg op die voor vandaag. (Een depressie boven Nederland, maar hier wordt het weer nog niet erg verstoord…).

Dinsdag is het opnieuw grijs. Ook weer tegenwind, al snel stroom tegen en toch door naar Dieppe. Als we aankomen wordt het al snel heel lekker warm. Eerst de haven betalen en de stad in. Op een pleintje ergens achteraf drinken we een pilsje en op de terugweg duiken we een klein restaurantje in waar we lekker eten. Terug op de boot besluiten we vroeg in bed te duiken want de tocht naar Boulogne is meer dan 50 mijl tegen de wind en dat duurt nogal even Om ca 10.00 uur naar bed, want Hanneke denkt dat het woensdag wel 26 C in Boulogne zal worden. Dat is een tocht van 54 mijl met alleen maar tegen wind (en ook wat stroom tegen). Nou ja, een hele dag moteren (5 uur op en 16.00 uur aankomen in de miezerige regen….

Woensdag worden we onderweg ter hoogte van de Sommebaai geënterd door de Franse Douane! Leuk hoor! We zagen de marineboot al van verre aankomen. Ze draaien achter ons om en beginnen naast ons te varen. Een oproep over de marifoon om onze vaart terug te brengen tot 5 knopen en of we bezwaren hebben tegen een bezoek. Een beetje stotterig antwoord ik dat ze welkom zijn. Vervolgens strijken ze een RIB en komen met 4 man langszij, waarvan er 3 vragen of ze aan boord mogen komen (wij zijn Nederlands grondgebied!). Vervolgens controleren ze drie kwartier lang alle papieren twee keer en schrijven ongeveer de helft over. Ook stllen ze allerlei vragen terwijl de leukste van het stel aan Hannekle vraagt of hij binnen mag kijken. Hij bekijkt inderdaad alles, in alle kastjes en leest ook Hanneke’s logboek. Ze krijgt complimentjes voor het logboek en de reinheid van de boot (????). Eigenlijk is onze indruk dat hij gewoon nieuwsgierig was naar de inrichting van zo’n bootje. Uiteindelijk vertrekken ze na een klein uurtje. Hanneke blijkt gecharmeerd van de dounemannen ze zwaait ze uit en als we ze later nog een keertje zien zwaait ze opnieuw….

Ook Boulogne wordt dus bereikt om een uurtje of drie. Opnieuw wordt het lekker warm in de haven. Het wordt heel erg druk in de haven met zowel veel Hollanders op thuisreis als startende vakantiegangers. We besluiten om hier een dagje te blijven liggen. Haast hebben we deze keer niet.

Vrijdag gaan we met licht bewolkt weer richting Duinkerken. Er staat een redelijke wind, maar wel pal tegen. Als we de kapen `Griz Nez` en `Blanc Nez` gepasseerd zijn lijkt Duikerken bezeild. We rollen de Genua uit en zetten de bezaan en aanvankelijk loopt het redelijk, zo´n 6 knopen, maar eigenlijk net iets teveel tegen. Vevrolgens komen er twee grote zeeschepen die ons dwingen om ver buiten de tonnen te varen en moeten we een paar slagen kruisen. Dat gaat moeizaam en langzaam. Als we bij Graveline een heel grijze lucht zien aankomen besluiten we omn dat laatste uutje dan maar weer te motoren. Ook in Duinkerken blijkt het erg druk. Aan de bezoekerssteiger ligt het al drie boten dik (dat hebben we nog niet eerder gezien!). Ook nu veel Hollanders op heen of terugreis, alsmede een boel Belgen. ’s Avonds komen er nog drie Belgische boten naast ons liggen. De eerste is van onze Belgisch buurman Theo van vorig jaar op het eiland Whight. In 4 of 5 havens kwamen we hem en zijn vrouw elke keer weer tegen. Helaas wil onze buurman aan de andere kant erg vroeg op: om half zes wil hij vertrekken. Opnieuw dus een vroege nachtrust, die overigens wordt verstoord door enkele perioden met flink wat wind. Om 5 uur gaat de wekker. Ik ben meteen op, maar de buurman nog niet. Zal ik eens even stevig op zijn dakje timmeren? Lijkt me grappig… Toch vertrekt hij inderdaad om 5.30 uur. Samen met buurman Theo leggen we de boten vast aan de binnenste. We besluiten om het hier nog een dagje aan te kijken gaan nog een paar uurtjes plat. Hanneke wil graag naar de markt in Duinkerken. Die blijkt overigens veel groter dan wij hadden gedacht. Ik ga een beetje klussen aan de boot.

De zaterdag wordt steeds zonniger. De weersverwachting voor zondag is windkracht 1, maar wel tegen. Morgen schijnt het nog beter weer te worden dan vanmiddag en maandag wordt misschien wel prachtig. Dan gaan we zondag naar Blankenberge en maandag naar Nederland. De discussie gaat nog of we dan naar Terneuzen, naar de Roompot of naar de Wadden zullen gaan, want we hebben nog bijna 2 weken…

Daarover later meer!

 

Zierikzee en zo

Zondag naar Blankenberge
Gisteren, zaterdag was het wel aardig weer en voor zondag voorspellen ze beter weer. Nou, daar ziet het nog niet zo naar uit als we opstaan. Grijze lucht, maar inderdaad geen wind. We vertrekken vroeg, zo’n twee / drie uur voordat het getij mee gaat lopen, want we hebben een flink stuk te varen en het schijnt erg druk te zijn in de havens van België.

In de geul naar de Pas van Zuid Cote (vlak voor de Belgische grens) stroomt het knap hard tegen. Er liggen tientallen speedbootjes met vissende mensen. Sommigen zijn om 8 uur al aan het bier ook. Langzaamaan begint het een beetje op te klaren. De zee is heel rustig, maar er loopt een heel lange, hoge deining. Nabij Oostende begint het zowaar echt warm te worden. Er is nog steeds geen wind, maar ons motortje loopt lekker. We zitten een kwartiertje samen op het voordek. Een beetje maf, alsof je op schoolreisje bent met je eerste vriendinnetje.

Na een tijdje komt eerst Zeebrugge, maar dan ook Blankenberge in zicht. Toch duurt het nog 2 uur, terwijl we nu dik stroom mee hebben. Het is nu knap warm. We tuffen om 15.30 uur de haven binnen die tjokvol blijkt te liggen. Een vriendelijk stel in de ruime bocht aan het eind van de steiger biedt aan dat bij hen kunnen aanleggen. Op het terras van de jachtclub speelt een strijkje en er is een zanger met een hoogst verouderd repertoire. Oudere dames en heren vermaken zich blijkbaar best…

Ziezo! Eindelijk, althans qua zon, een echte vakantiedag. Weinig zeilen, maar verder OK. Daar drinken we een paar ijskoude pilsjes op! We eten een kliekje macaroni en gaan op tijd naar bed, want morgen beloven ze een echt zomerse dag.

Maandag: de Roompot en Neeltje Jans
Inderdaad bij het ochtendgloren: stralend blauwe hemel en weinig wind. We gooien rap los en gaan zowat als eerste het zeegat uit. De zee is kalm maar wel weer een heel lange deining. Flink stroom tegen nog en dat blijft voorlopig zo. We gaan heel langzaam richting Zeebrugge. Er komen een paar hele groooote boten aan, voor ons langs. Vlak voorbij de haven steken we de vaargeul over, nu rechtstreeks naar de kop van Walcheren, buiten de Domburgse Rassen om. Het is prachtig weer en er steekt een beetje wind op. Dan maar wat langzamer, maar nu gaan we lekker zeilen! Onze eerste echte zomerse vakantiedag vindt hier en nu plaats! Pas met de Roompotsluis in het zicht krijgen we zoveel stroom mee en wind tegen dat we besluiten om het laatste stukje te motoren. We gaan – ook dit jaar weer – eerst een beetje chillen bij de Neeltje Jans. Het schutten gaat vlot. Tot onze verbazing ligt de hele kom vol met ankerende bootjes. (Ze weten vast niet hoe vies de bodem hier is!) Aan het begin van de steiger vinden we zowaar nog een plekje! Er zijn heel veel gillende kindertjes op de steiger…. ‘s Avonds komen er twee bootjes aan die eerst tijdens ons eten achter ons komen liggen (of we even kunnen opschuiven) en dan ’s nachts in paniek raken omdat ze de bodem blijken te raken. Dan liggen ze met de nodige hulp natuurlijk bij ons langszij. Een waanzinnige sterrenhemel bekeken, de zee en het toilet lichten ook op, zelfs in de slangen. Alsof er speciaal voor onze thuiskomst feestverlichting is aangestoken.

Dinsdag nemen we een dagje vrij: we gaan naar de Schelphoek.
Helaas vandaag niet zo mooi en geen wind., We varen een stukje om de plaat heen naar de Schelpenhoek. Halverwege zien we twee bruinvissen vlak voor ons langs opduiken, volkomen synchroon/ Prachtig! Ook de Schelpenhoek is vrij druk, maar we vinden een plekje om te ankeren. Af en toe is er wat zon, maar bijzonder is het niet. Tegen het eind van de dag vertrekken de meeste bootjes.

’s Avonds blijken de weersvoorspellingen ongunstig. Eerst nog een beetje slecht, daarna allengs slechter. Om een uur of 4 worden we wakker. De wind is aan het toenemen. We liggen niet zo ver van een heleboel netten en willen daarin niet terecht komen. Ik controleer de boel, maar het valt mee. Vervolgens is mijn slaap wel helemaal over, dus ik ga lezen, nou ja, tot het licht is.

Woensdag is het kermis in Zierikzee
We vertrekken tegen 11 uur. Er is weinig wind, het is grijs en een ietsie sjagrijnig weer. We varen met een hele file bootjes richting Zierikzee. De meesten gaan door naar de Zeelandbrug, maar wij slaan af, de geul naar zierikzee in. Daar blijkt dat de haven al bomvol is! We hebben een beetje geluk dat we als 3e boot aan kunnen meren, maar dat duurt niet lang, want een paar uur later liggen er nog 6 naast ons… Tja, vakantietijd! De buurman naast ons is bijzonder gezellig, maar spreekt in een buitengewoon onverstaanbaar dialect. Hij komt uit Drimmelen, begrijp ik, en hij, zijn vrouw en hun dwergpoedeltje varen met een binnenvaartschip. Dat was ze bij het aanleggen niet helemaal aan te zien, behalve het feit dat hij op 9.50 meter een boegschroef heeft. (Ik weet niet zeker of ik het allemaal goed heb verstaan, want voor hetzelfde geld rijdt hij feitelijk met een vrachtauto op Duitsland.)
Gelukkig kunnen we nu wel boodschappen doen, want de laatste keer was feitelijk in Duinkerken. Eer blijkt echt kermis te zijn in Zierikzee, maar veel stelt dat niet voor. Maar wel nu weer heerlijk verse broodjes! We eten tegen vieren ’s middags feitelijk ons ontbijt. En wel zo feestelijk, dat we ’s avonds geen honger meer hebben….

Donderdag: het weer slaat nu echt weer om
Zoals voorspeld was, is het vanochtend grijzig weer. Af en toe een tijdje beter, maar toch. De vooruitzichten zijn verder verslechterd. Eigenlijk wordt het de komende week helemaal niks leuks meer: wisselvallig, buien, af en toe wat zon, flink toenemende wind: wat blijven we hier eigenlijk doen? Aldus besluiten we om richting huis te varen. Onderweg kunnen we nog altijd ergens blijven hangen, nietwaar?

De vakantiegangers naast ons hebben niet veel zin, of tenminste merkbare haast. Pas tegen tienen kunnen wij er tussenuit. We missen net de brugopening en moeten een half uur rondjes draaien voor de brug. Dan, voorbij de brug, rollen we de Genua uit en hijsen de bezaan. We hebben 2 knopen stroom tegen, maar lopen toch tussen de 3 en 5 knopen over de grond. Lollig is dat we – zelfs zonder grootzeil – een heleboel bootjes voorbij zeilen…. We zeilen een ouder stel voorbij, zij met een ruitjeshoedje en hij een baseball cap, hoewel ze een flitsend ogende boot hebben en hun hele tuig opstaat. Opeens komen zij ons weer voorbij varen: ze hebben de motor bijgezet. Een eindje verder zetten ze hem weer uit. Kunst!, denken wij, maar we halen ze wel weer in! Een uurtje later is het zover! Zij blijven pontificaal met hun rug naar ons toe zitten als we ze voorbij dreigen te zeilen. Dan start de man de motor, z’n vrouw neemt het roer, hij rolt de Genua in en laat het grootzeil zakken en weg varen ze. En geen blik in onze richting. Ha ha!

Bij Bruinisse, de sluis naar de Grevelingen aarzel ik nog een moment, misschien toch nog een paar dagen? Hanneke vindt van niet, dus door naar de volgende sluis naar het Volkerak. Die is redelijk snel genomen, maar inmiddels beginnen zich erg grauwe luchten achter ons samen te pakken. We gaan naar een oud, vertrouwd plekje, de Beneden Sas (naar Steenbergen). Daar aangekomen blijkt dat we net bij de kant kunnen komen, maar er is letterlijk niets dan riet om ons aan vast te leggen. Terwijl Hanneke op de kant staat met twee meerlijnen (gesprongen met de dood in de schoenen, maar 2 meter (of 3?) blijkt toch nog te lukken als je 61 bent..) begint het te regenen. We zoeken in de bakskisten en vinden uiteindelijk twee kleine dregankertjes en wat restanten gereedschap. Dat alles mep ik de grond in en zo liggen we hier nu….

Het is nu heel druilerig weer. Het regent niet hard, maar miezerig en heel constant. Het prachtige kreekje waar we midden in de natuur liggen heeft een grauwsluier. Een enkel bootje komt de bocht om met een visser die helemaal ingepakt zit, terwijl het water overal afdruipt…. Hoewel we wel eens beter hebben gelegen, besluiten we dat dit het toch maar moet worden. Het weer huit niet, het dreint en buiten jengelt de wind door de verstaging. Binnen is het gezellig en als het niet zo klam warm was geweest, dan hadden we de kachel aangestoken. Nu houden we het op een warme hap en een borrel/biertje. (Hanneke’s B&B fles uit Fecamp is al over de helft.)

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.