11. Famous last words (18 aug.)

Maandag 12 augustus gaan we om half elf van Grou naar Sneek. Het is een saai tochtje: grijs, af en toe nat en winderig over het prinses Margriet kanaal. Na het Sneekermeer stuurboord uit, langs industriegebied en dan Sneek in. Zodra we liggen valt er een stevige bui. Daarna gaat Hanneke de stad in. Het eind van de Sneekweek is net geweest, dus er hangt nog wat versiering, maar in de stad zijn toch wel aardig wat mensen op de been. ’s Avonds is het stil, tot om een uur of tien een meisje blijkbaar vreselijke ruzie krijgt. Anderhalf uur krijst ze, tiert ze, gilt ze. Het houdt niet op, lijkt wel. Desondanks val ik snel in slaap.

Dinsdag regent het. Toch gaan we om 9 uur naar Stavoren. We zijn Sneek zo uit. Dan, vlakbij IJlst door. Geen schaatsenfabriek te zien (Nooitgedacht, leerden we op de lagere school). Daarna een flink stuk door de Friese weilanden, tot bij Heeg, het dorp ontsierd door een stuk met circa 80 identieke vakantiehuisjes, die heel creatief in een geometrisch patroon zijn neergezet. Dan uren rechtuit over het Heegermeer, de Fluessen en de Morra, pal tegen wind in tot Stavoren, waar we rond 13.00 aanleggen. Tussen de wolken schijnt soms de zon, soms niet. Om drie uur begint het te hozen en te onweren. Een half uur later is het voorbij. Een uur later weer. Dit zal maar je zomervakantie zijn, denk je dan.

Woensdag begint zonnig, maar aan het ruisen van de bomen horen we dat het wel waait. Volgens het KNMI waait het 5 Bft uit Z tot ZW en wij starten zo’n beetje het ongunstigste punt (de hoek bij Makkum is nog erger). Als we net over negenen uit de sluis komen staat er aardig wat wind, maar vooral een nare, steile, korte golfslag van een meter. We hakken en stampen er schuin tegenin maar komen nauwelijks boven 3 knopen. Onze koers is bijna West, opdat we straks in de relatieve luwte van West Friesland komen. Tenminste, dat is het idee. Na 2 uur hebben we volgens het log 5,5 mijl van de 11,5 afgelegd…. Toch wordt de golfslag wat minder steil en onaangenaam. Onze snelheid neemt ook toe. Om 12.05 uur varen we toch de haven van Enkhuizen in. We vinden een matig plekje in het uiterste hoekje van de haven. Net als we vastliggen besluiten de achterburen te vertrekken. Dus een eindje naar achteren. Net als we vastliggen komt de havenmeester vragen of wij nóg een eindje naar achteren kunnen. En zo liggen we dan om één uur eindelijk vast. Aan het eind van de middag komen Bert en Marjolein wat drinken. Heel gezellig. Tegen zevenen gaan we eten bij de herberg, een tentje vlak tegenover de boot. Ook dat is gezellig en als we opstappen is het al donker en regent het opnieuw.

Donderdag regent het nog steeds, maar tegen tienen klaart het een beetje op. We hebben besloten om vandaag nog te blijven liggen en vrijdag te vertrekken. Helaas is de verwachting opnieuw wind, kracht 4 Bft pal tegen. Nou ja, dan maar buffel en, maar in het weekeinde wordt het nog erger. Hanneke gaat ’s middag naar het flessenscheepjes museum. Iets dat mij niet zo bijzonder trekt. Zij krijgt daar een heel leuke, persoonlijke rondleiding. Het huisje blijkt gebouwd op een overkluizing (een soort tunnel) en heeft in het midden een zware deur, zoals een sluis. Daarmee kan de waterdoorgang worden afgesloten.
’s Avonds gaan we wat eten in “de Dikke Mik”, een soort Amsterdams knijpje, waar je ook wat kunt eten. Het is er best gezellig. Er is nog een tafeltje beneden in een soort kelder. Naast ons zit een gezin met twee hondjes die erg lijken op Pelle en Kalle van Harry en Tonneke. We raken wat aan de praat, over hun pech dat een schoot of val in de schroef kwam. We praten ook over de hondjes Pelle en Kalle. Dan zegt de man opeens “Jullie hebben het zeker over Harry en Tonneke! Ik ben een zoon van Harry,” Het blijken Vincent en Marloes te zijn met hun kinderen en hondjes. Dat is – opnieuw – verbijsterend toevallig! We sturen Harry en Tonneke in Zweden een appje met een foto van het hele gezelschap. Daarna breken we op, lopen naar de boot en gaan vroeg naar bed. Helaas heb ik blijkbaar ergens iets verkeerds ingenomen. Om twee uur krijg ik hevige buikkrampen die gelukkig na bezoek aan ons hûske ook weer snel verdwenen zijn.

Vrijdag word ik om 6.30 uur wakker. Ik zet thee en koffie en onze Engelse buren zijn tijdig klaar om ook te vertrekken. Om kwart voor acht gooien we los en om acht uur zijn we door de sluis. Tot het Paard van Marken om 11.30 u. gaat het voorspoedig, maar daarna langzamer. Het blijkt dat we aardig wat fonteinkruid onder de boot hebben hangen. De snelheid loopt dramatisch terug tot minder dan 5 knopen bij 2200 toeren (normalesnelheid 6.7 knopen). Even achteruit slaan brengt bossen van die zooi aan de oppervlakte maar is maar heel tijdelijk een oplossing. On 12.30 zijn we bij de brug en de Oranjesluizen. Schutten gebeurt snel en voor enen liggen we in de Sixhaven. We gaan morgen pas door naar Haarlem omdat we de brug daar niet halen en die daarna vandaag pas laat draait. Hanneke krijgt steeds minder zin om door te varen naar huis. Morgen waait het te hard (vindt ze) en moeten we dus hier blijven liggen, overmorgen misschien ook. En dan kunnen we ook nog een nachtje in Haarlem blijven liggen, leuk de stad in…. Het kan dus nog even duren, maar we komen eraan! Tegen zevenen begint het een beetje te regenen. Gelukkig heeft Hanneke dan haar boek uit, dus er is een kansje dat het nu gezelliger wordt.

Zaterdag staan we op ons dooie gemak op. Als de miezeren stopt, gaat Hanneke op weg naar het Stedelijk museum. We spreken af om half vijf blij café Loosje op de Nieuwmarkt. Mij lukt dat met een paar tussenstops, maar Hanneke belt om te zeggen dat ze verkeerd is gelopen (bij de Dam de verkeerde kant op) en er nu aan gaat komen. Wat er voorbij komt is verbijsterend. Zo veel variëteiten in gezichtsuitdrukkingen van mensen! Vooral de toeristen natuurlijk.
Er zijn ‘stoere’ jongens / mannen bij die rondlopen met een uitdrukking “Mij maak je niks!”, sommige jongens / mannen die kijken van ” Jee, spannend hier!”, een enkeling die een soort van ontkent dat hij in Amsterdam is, ook een enkeling die totaal ontredderd en verdwaasd rond strompelt. Bij vrouwen is het een beetje vergelijkbaar, maar soms ook wat ondernemender: “Jee, spannend hier!” of “Wat raar hier!”. We drinken een biertje en lopen dan terug over de Zeedijk. We passeren een Thais eethuis ‘Bird’ en besluiten daar wat te eten. Er staat een rij, maar we kunnen n 5 minuten doorlopen naar een zaaltje boven. Het eten is lekker (Hanneke vindt het super), maar ik vind het niet uitzonderlijk. Dan terug naar de boot. We moeten om het station heen lopen want Hanneke is haar OV-pasje vergeten. Dan nog een ijsje eten bij de kantine van de haven.

Zondag miezert het. Al snel blijkt dat ’s nachts de haven helemaal volgepropt is, tot en met het miezerige haveningangetje aan toe! Het is echt centimeterwerk om voorbij die bootjes te komen. En blijkbaar hebben die om 11 uur nog geen behoefte gekregen om op één van de vrijgekomen plekken te gaan liggen. Wat een zeldzame eikels! Het lukt en twee uur later liggen we voor de verkeersbrug bij Spaarndam. Het gaat redelijk snel en om drie uur liggen we in het Spaarne, recht voor het Teylersmuseum. Hanneke weet niet hoe snel ze daar binnen kan komen! Als ze terug is gaan we een Grieks restaurantje zoeken: Delphi, prijzig, maar uitzonderlijk lekker. En dan terug naar de boot. Het plan is om maandag nog in Haarlem te blijven en dinsdag dan terug te varen. Dan wil Hanneke pas woensdag naar huis…

Als ik dit verslagje schrijf denk ik “hier valt eigenlijk inderdaad niets leuks meer over te vertellen! Gerard had dus toch gelijk…. Dit is dus het laatste verslagje van waarschijnlijk onze laatste grotere zeiltrip.” Hanneke geniet, maar voor mij gaat deze vakantie als een nachtkaars.