10. Anti-fan

Maandag 4 augustus worden we om 7 uur wakker onder een grijze hemel. Allebei geslapen als een blok. Vandaag wordt een rustdag na al dat gestress vaan de afgelopen tijd. Misschien dat we morgen dan een snipperdag opnemen. Chih Ling heeft het plaatje van zijn startrelais gedemonteerd en de vier afstandshoudertjes / isolatoren los gehaald. Een vriend van hem, de onvolprezen scheepsschilder Theo, viert vakantie in de buurt. Hij komt met de auto langs om op zoek te gaan naar nieuwe isolatoren. Zij zijn ook zo aardig om onze lege gasfles mee te nemen om die in te ruilen. Hanneke gaat intussen bij de Hema een erg lekker appeltaartje halen. Twee, want ook een voor Theo, z’n vrouw en kinderen. Het worden in plaats daarvan twee bakken aardbeien en een bus slagroom, maar dat blijkt een schot in de roos: binnen de kortste keren hebben de kinderen de meeste aardbeien en slagroom naar binnen gewerkt. Wij eten ’s avonds pizza omdat we dat al een tijd niet meer gegeten hebben en die bovendien vandaag in de aanbieding is. Daarna spelen Chih Ling en ik nog wat gitaar. Vlak voor het slapen gaan lees ik een mailtje van een vriend. 

Ik word dinsdag vroeg wakker en denk een tijdje na over het mailtje. De inhoud is kort en duidelijk  maar tegelijk een beetje vreemd. “…. zeemans-verhalen hebben me nooit zo kunnen boeien.” Jammer, want ze zijn wel leuk bedoeld. En eigenaardig, deze mededeling…. (De moeite nemen om dit per mail te versturen… Een ingezonden brief…?  De tegenpartij?) En dan: ‘zeemansverhalen’. Teveel eer! Het zijn een soort vakantiekiekjes. Er is geen groot verschil met een bergvakantie of kroegentocht. Alleen hebben we noch een berg, noch café gezien, maar wel veel water.
Intussen komt hier het dagelijkse bootjesleven weer op gang. Na het ontbijt gaan Hanneke en Tony leuk boodschappen doen bij zowel de Lidl, als de Aldi, de Action en de AH. Chih Ling heeft geconstateerd dat zijn dynamo toch defect is en dus vervangen moet worden. Hij kan er één bestellen en morgen ophalen, maar voor een vrij forse prijs. Als het na montage allemaal weer werkt kunnen we verder. Intussen komen er twee grote boten achter ons liggen. De schippers wisselen hun ervaringen uit en praten over de zeegang bij Lauwersoog en de weersverwachting voor komend weekend. (“…. Zaterdag 40 knopen, dus dan wil je wel goed vastliggen!….”) Van onze achterbuurman horen we ook dat we voor een week maar drie dagen hadden hoeven te betalen, mits we dat in één keer vooraf hadden voldaan. Jammer! We hebben nu al twee keer betaald, dus het rendement van alsnog ‘vooraf betalen’ neemt erg af. Tegen de avond komt de Sea Wing met Willem en Inge naast ons liggen. Ze verwachten een dochter en vriendinnetje om een paar dagen mee te varen. Het wordt opnieuw heel gezellig. We komen erachter dat we gemeenschappelijke kennissen hebben: Louis en Mirjam, die we in Port St Louis hebben ontmoet, toen zij richting Griekenland gingen. Later zijn we nog een keer bij Mirjam uitgenodigd, samen met Sara en Thijs van Engeland, eveneens uit Port St Louis.

Woensdag worden we om acht uur wakker en het miezert. We zeggen dat tegen elkaar en – als om ons te logenstraffen – het begint onmiddellijk te hozen. Hanneke blijft lekker lezen in bed en ik zet koffie en thee. Het gaat zelfs eventjes onweren, maar veel stelt het niet voor. Na het ontbijt gaan Hanneke en Tony naar de markt en ik ga Chih Ling (moreel) helpen met wat reseremateriaal. De dynamo werkt weer tegen de middag. Daarna heb ook ik nog wel een uurtje nodig om onze reservespullen weer een beetje op orde te brengen. De Sea Wing vertrekt via Leeuwarden naar Amsterdam. Chih Ling komt overleggen over het vervolg. Zij willen eigenlijk vrij snel naar de Grevelingen, Hanneke wil nog een tijdje in Friesland rondtoeren. Maar vertrekken doen we nu nog beide.


Donderdag nemen we om 9 uur afscheid van Cor en Ingrid van de Jonathan Seagull en vertrekken dan uit Dokkum in een flinke file. Een paar bruggen openen traag, wat leidt tot een heuse opstopping. Om half één leggen we opnieuw in Leeuwarden aan bij de Prinsentuin, vlak onder “Het Rode Koper”, waarover Vestdijk ooit schreef. Het is een nogal abrupt afscheid, per marifoon, van Tony en Chih Ling. Misschien zien we elkaar nog in Grou, Sneek of Lemmer, maar gezien het verschil in plannen lijkt dat niet zo waarschijnlijk. Jammer, het was gezellig, een beetje vreemd om zo uit elkaar te gaan na zo’n vakantie, maar we zien elkaar vast wel weer. Aan het eind van de middag zitten we lekker in de zon. En wij niet alleen: een heleboel Leeuwarders spreiden hier een dekentje uit op een plek in de ‘Tuinen’, waar de zon ruim tussen de bomen door kan schijnen. Sommigen hebben een picnic-mand bij zich, inclusief wijnglaasjes, of brengen een pizza mee. Tegen de avond verandert de leeftijdssamenstelling en zijn het studenten die, hoewel Fries, Engels met elkaar lullen. Engels: het nieuwe Latijn van de 21e eeuw, zeg maar.

Vrijdag is het opnieuw grijs en het moment van aanvangende regen is veranderd van “…in de loop van…” naar “nu ogenblikkelijk”. We aarzelen: nu naar Grou of over drie dagen, in verband met het verwachte slechte weer, dit weekend. Het wordt nu (om 10.10 uur). En dan volgt een urenlange tocht van brug naar brug naar brug. Overal moeten we in de file wachten, totdat we Leeuwarden helemaal uit zijn. Afwisselend regent het en plenst het, met luttele momentjes miezer tussendoor. Om half twee meren we aan in Grou, op een plekje perfect tegen de verwachte storm in, tijdens zo’n momentje miezer. Al snel wordt dat weer regen, maar wij liggen hier hoog en droog! Als het donker is zien we het weerlichten. De donder blijft vrij ver weg en regen is ook niet noemenswaard.

Zaterdag begint zonnig, zoals bijna elke dag, maar om 9 uur is het weer grijs en dreigend, eveneens als bijna elke dag. Vandaag is heel veel wind voorspeld en dat klopt. Tegen koffietijd zien we de Grou’ster skûtsje voorbij komen, langszij van een vrachtscheepje. Grou heeft nu drie jaar achtereen gewonnen en vanavond is er dus feest bij Oostergo. Geinig. Hanneke ontdekt dat er in Grou ook nog 3 musea zijn. Eén daarvan is wel heel bijzonder: het Bb-museum, gewijd aan de bescherming van de burger-bevolking ten tijde van de koude oorlog. (Huis aan huis folders uitdelen “Wat te doen als de bom valt.” “Kruip onder een tafel…..”) Broer Allard werd ooit als vervangend dienstplichtige ingelijfd. Hij kreeg in Groningen een dienstfiets te leen met de opdracht een pakketje af te leveren in Drachten of omgeving, maar dat zonder gebruik te maken van de openbare weg…. Echt polderen dus. 
Hanneke gaat de stad in en komt terug met drie wensjes voor aan te schaffen niemendalletjes. En dan kunnen we ook meteen kibbeling met patat eten, daarna gelijk door naar de Bierhalle en tenslotte naar Oostergo om de winnende skûtsje binnen te halen en toe te juichen. En aldus geschiedt. De festiviteiten rond het toejuichen van schipper en bemanning heeft een hoog dorpsgehalte, dit met inbegrip van een lokale koningin en hofdame, klaroengeschal, spreekstalmeester en dorpszanger/-trompetist. We zijn dus een uurtje later weer op de boot.

Zondag 11 augustus is het zonnig, maar het wappert nog wel aardig, maar veel minder dan gisteren en vannacht. Tegen twaalf uur zijn bijna alle bootjes uit de Hellinghaven vertrokken. Ook komt er een enkele motorboot binnen. Een joekel, met boeg- en hekschroef, zodat parkeren toch niet zo’n probleem zou hoeven zijn, vindt mevrouw. Zij blijft zitten, terwijl pa aanmoddert. Wat ook niet helpt is dat alle lanvasten in één gordiaanse knoop verenigd zitten. Als je dan een wat langer eindje hebt, blijkt dat nou net nergens aan vast te zitten, terwijl jij op de wal staat… Voor omstanders wel grappig hoor. Wij doen nog een dagje Bierhalle, want vandaag is het nog aardig, de rest van de week wordt het regenachtig, winderig en kil. Tegen één uur liggen we bijna helemaal ingebouwd tussen grote motorboten met halfbakken schippers. Gelukkig ligt er nog een andere zeilboot naast ons, een Bavaria, met een gezellig stel erop, wier vakantie nu net begonnen is.