9. Fans (en andere sterke verhalen)

Zondag 28 juli ontvang ik – nadat het hoofdstukje van het logboek is geopenbaard – fanmail! Anders kan ik het niet noemen. Lezeresjes schrijven mij “ik zou elke dag wel een stukje willen lezen!”, “zulke leuke stukjes .. uit een andere wereld, jullie bootjeswereld”, “… erg grappig!…” Het ego van de kapitein is weer fijn opgepoetst dames! Waarvoor dank! Zo kan ik des levens alle tegenslagen, wel weer een weekje verdragen. Het is opvallend dat de reakties bijna uitsluitend van de dames komen: de heren laten het eigenlijk behoorlijk afweten. Voor het overige gebeurt er weinig bijzonders. ’s Avonds komen Paul en Trees nog even gedag zeggen: zij gaan morgen naar Warnemünde, wij naar Kiel. Het was leuk om elkaar hier tegen te komen!

Maandagochtend rammelt de wekker ons om 05 uur het bed uit. Om kwart voor zes klop ik de buren wakker. Om zes uur zijn we van de wal af en om half zeven ronden we de aanloop-ton. We varen op de stuurautomaat, een eindje voor de Pescador. Worden we opgeroepen “waarom varen jullie zo’n rare zig-zag koers? Drank in de kapitein?” “Nee, we varen op de automaat. En om vragen voor te zijn: ook in de automaat zit geen alcohol!” (Er is wel wat loos, trouwens. Hij blijkt zich van de vergrendeling af te werken…) Om 9 uur worden we opgeroepen door de Pescador of we meteen de sluis door zullen gaan? Nou, als die open staat…. Het is heiïg en blak. Onderweg zie ik vier keer een dolfijn of soortgelijk beest, op vrij korte afstand van de boot, maar ze trekken zich van ons weinig aan. Om 12 uur bij de sluis aangekomen. Er liggen een paar bootjes te wachten. Vrachtschepen hebben voorrang en het duurt een uur voordat wij erin kunnen. Achter ons een bootje met een volledig gestresste vrouw. Raar hoor! Een kwartier later kunnen we de sluis uit. De steiger met de betaalautomaat kan zo’n 6 bootjes aan. Jammer genoeg is die al volledig in gebruik door bootjes die de andere kant op willen. Daar komen dan nog eens 20 bootjes bij…. We besluiten dus om door te varen en aan de andere kant van het kanaal te betalen. En zo tuffen we het kanaal door. Net na vieren draaien we de afslag bij Rendsburg in. Als we bij de verbreding van het water de zeilclub zien, ligt daar als eerste boot de Jonathan Seagull. We varen de box er tegenover in en Cor komt meteen een touwtje aanpakken. Een kwartiertje later komt ook de Pescador aanvragen. Zij vinden een plekje dichter bij het kantoortje. Met z’n allen wordt het weer heel gezellig met hapjes en drankjes op de boot van Cor en Ingrid. Pas tegen middernacht wordt de boel opgebroken. Voor onze kapiteinse was dat wel erg laat en wat veel te vloeibaar / te weinig vast voedsel….. 

De dinsdag sukkelt tamelijk ongemerkt voorbij. (Geen wonder na zo’n maandag!)

Woensdag worden we wakker van de zoveelste plensbui van vannacht. Wat ’s nachts valt kan daarna niet meer vallen. Dus blijft het na halfacht droog. Opvallend is dat we vandaag ook twee reacties van heren hebben ontvangen op het logboek! Hulde mannen! Er zijn ook echte kerels onder U! Kwart over tien hebben we de afvaart lang genoeg uitgesteld en vertrekken we. Een hele stoet bootjes hebben blijkbaar op hetzelfde tijdstip dezelfde gedachte opgevat, zodat er op het kanaal een kilometerslange sliert bootjes vaart. We passeren opnieuw de beroemde geklonken spoorbrug bij Rendsburg waaronder een hangende ‘veerpont’, 30 meter boven het kanaal, oversteekt. Tenminste, op goeie dagen, want hij hangt er nu niet omdat hij gereviseerd wordt. Daaronder is de “Schiffsbegrüssungsanlage”. Dat is een beroemd koffiehuis aan het water, waar vroeger een ober bij elk passerend schip het volkslied van dat schip ten gehore bracht. Hij kende ze allemaal! We varen verder en zien ongeveer halverwege het kanaal een hele grote zwerm grote roofvogels boven het water cirkelen. Dichterbij zien we tot onze verbijstering dat het allemaal ooievaars zijn! Een stuk of 40! Nooit geweten dat dat kuddedieren zijn…. Om kwart over één draaien we het Giesellau Kanal op en leggen aan bij dezelfde steiger als eind juni. Een kwartiertje later komt ook de Jonathan Seagull aan. 
Tegen halfzes betrekt het: er komt herkenbaar onweer aan. Tegen zes uur is het zover: er valt een bui, loodrecht naar beneden en boven ons rommelt het ongedurig. Het is rommelen, maar nauwelijks donderen. Kortom, een buitje van niks, afgezien van die grote regendruppels dan. Intussen heb ik de motor geïnspecteerd en de koelvloeistof aangevuld. Zo te zien is alles keurig in orde. Hanneke heeft uitgerekend dat we zaterdag wel op tijd weg moeten uit Helgoland, Chih Ling heeft het weer bekeken en concludeert dat het dan16 uur motoren wordt. En zo is iedereen druk, druk, druk. Morgen en overmorgen worden wel vrij lange dagen.

Donderdag gaan we echt op ons dooie akkertje weg: we vertrekken om half elf, varen 4,2 knopen en zijn dan om halfvier nog een uur te vroeg in Brunsbütel. De sluis in gaat moeizaam. Daarna gaat het heel vlot. We hebben bijna 4 knopen stroom mee. Onderweg maken we nog een soort ‘monstergolf’ mee. Een passerend vrachtschip produceert hoge en heel steile golven. Wel zodanig dat de derde een behoorlijk eind over onze kajuit rolt! Op de Pescador zijn de gevolgen erger: Tony had net een pan pastasaus ‘even opzij gezet’ toen de klap van de golf de pan lanceerde. Alle saus over de vloer…. Klokslag zes uur zijn we in Cuxhaven. Daar krijgen we de hartelijkste ontvangst van een havenmeester ooit! We liggen langs een vingersteiger. Nadeeltje is dat er een havenbedrijf deze hele avond en nacht bezig is met het lossen van een zeeschip in een binnenvaarder (en dat geeft flink wat herrie!) ’s Avonds komt Cor vragen of we meegaan naar het museumpje over de emigratie per schip vanuit Cuxhaven. Hanneke gaat mee. Het wordt daarna vroeg bedtijd, want een heel korte nacht.

Vrijdag staat de wekker op 03.55 uur. En hij doet het ook! Om half vijf komen we per marifoon tot de conclusie dat het nog erg donker is…. Het wordt 5 uur. Als we langs de volgende haven-ingangvaren (er zijn er hier 3 of 4), komen daar steeds meer bootjes uit, tot er een file van zo’n 15 jachies achter elkaar de Elbe uit- en de zee opvaart. We hebben ruim 3,5 knopen stroom mee, gedurende een paar uur. Om een uur of 8, zeg maar bij ton E(lbemonding) 3, gaan wij de stuurboord kant op naar Helgoland. De rest vaart door naar de Wadden of de Eems. Het is dus opeens veel rustiger! We zien twee keer een klein, grijs zeehondje, precies zoals op de foto hoort. Om tien uur doemt Helgoland uit de ‘mist’ op en om half elf leggen we aan naast de Sea Wing van Willem en Inge uit ’s Hertogenbosch. De Pescador en de Jonathan Seagull leggen aan bij twee andere rijen bootjes: er wordt hier goed gestapeld: we liggen 6 tot 8 dik. Terwijl Hanneke hier op koopjesjacht gaat, dacht ik, check ik de motor. Er was namelijk opnieuw een raar geluidje na urenlange belasting op 2200 toeren. Even later was het weg. Alles lijkt in orde. Wel vul ik de keerkoppeling iets bij. Lastig is dat hier het max-streepje ontbreekt. Het olieniveau vul ik daarom tot net boven het minimum. Hanneke komt terug met maar liefst 20 pakjes Drum! Koopjes, want ze kosten hier maar €7 of zo….. ’s Avonds raken we aan praat met Willem en Inge, van s/y Sea Wing. Zij zijn afgelopen etmaal vanuit Lauwersoog naar Helgoland komen varen als voorbereidende oefening voor een grote zeiltrip. Beide werken met muziek: Inge is dwarsfluitiste en gebruikt muziek als opvoedkundig en therapeutisch middel en Willem is trombonist en speelt ook oude instrumenten en geeft muziekles. We blijven kletsen tot een uur of tien, want morgen gaat de wekker voor vier uur. Vlak voor die tijd legt er een groot Duits zeilschip aan deze rij aan. Een opvarende knul vindt het maar niks dat deze bootjes van 10 – 12 meter liggen op een plek voor boten van 16 meter. (Tsja, dat was verordonneerd door de havenmeester….) Hij gedraagt zich rondom onbeschoft, springt ongevraagd of zonder zelfs maar iets te zeggen op andermans boot, stampt tussen mensen door in de kuip. Nog chagrijniger wordt hij als we melden dat wij er om 05 uur tussenuit gaan…..

Zaterdag om 4 uur gaat de wekker. Exact een uur later gooien we los en tuffen we de haven uit. Vlak buiten de haven-ingang staat al een vrij hoge deining. Die neemt toe als we uit de beschutting van het eiland zijn. Eigenlijk is dat raar want er staat heel weinig wind. We slingeren en rollen links en rechts meer dan 30 graden uit het lood en we moeten ons vasthouden om niet naar de overkant van de kuip te worden gelanceerd. Omdat de wind gering is veronderstellen we – ten onrechte, blijkt later – dat de deining van 1,5 á 2 meter zal afnemen. (In feite zitten er af en toe golven van beduidend grotere hoogte tussen.) Tegen negen uur zijn we de grootste scheepvaartroutes gepasseerd. We kunnen de koers verleggen naar WZW, richting Norderney / Lauwersoog. We worden opgeroepen door de Sea Wing. Ze voeren in de scheepvaartroutes toen hun motor uitviel. Ze gaan verder op het zeil, waarschuwen de verkeersdienst Eemsmond en proberen de oorzaak op te sporen en de motor weer te starten. Het is erg vervelend, maar wij zien niet hoe we hen zouden kunnen helpen en voelen er ook niet erg voor om terug te varen….  (Er ontstaat nogal wat verwarring, want Chih Ling meent steeds dat hij wordt opgeroepen als het gaat over Sea Wing….) Later worden we nog een keer opgeroepen dat het probleem zit in vervuilde diesel, leidingen en filter. Daarna is de afstand te groot voor onze marifoon. Wel horen we op de marifoon dat de Duitse reddingsdienst vindt dat ze maar gewoon door moeten zeilen. Na onze koerswijziging krijgen we de golven en de wind schuin van opzij. We overleggen met de Pescador en de Jonathan Seagull om eventueel bij Noorderney binnen te lopen vanwege de zeegang. Uiteindelijk besluiten we dat niet te doen, vanwege de te verwachten zeegang daar, vlak onder de lage wal. De zeegang neemt niet noemenswaard af, de wind draait zover naar West, dat het naar Lauwersoog maar net aan bezeild is. De kapitein gaat naar binnen om z’n pilletje in te nemen (tegen de totale waanzin). Toevallig blijft dat pilletje uitgerekend vandaag steken. De kapitein gaat – oh schande – compleet over zijn huigje! Na55 jaar….! Nooit zeeziek, maar vandaag…

Tegen lunchtijd passeren we Norderney. De zeegang blijft hoog en onaangenaam. Lopen op of in de boot is nagenoeg onmogelijk. Maar na verloop van tijd went alles….. Tegen etenstijd, ’s avonds zeilen we langs Schiermonnikoog. Tegen acht uur passeren we de verkenningston voor de geul naar Lauwersoog, precies op het tijdstip dat de stroom naar binnen gaat lopen. Om half tien leggen we met 3 boten aan bij het ponton, vlak voor de sluis. De aankomst na 18 uur en 92 mijl varen wordt gevierd met een borreltje en gehaktballetjes op de steiger, geheel belangeloos ter beschikking gesteld door de Pescador.

Terug op de boot blijkt dat we gebeld en ge-smst zijn door de Sea Wing. We sms-en en bellen terug. Wat blijkt? Op dat moment vaart de Sea Wing ten noorden van Schiermonnikoog. Hun motor loopt weer, maar hoe lang hij het blijft doen is erg onzeker. We melden ze, dat als ze op tijd zijn, ze nog net met meegaand tij naar binnen kunnen lopen. Er is aanlegplek voor hen langszij het ponton. Wanneer ze de haven niet halen kunnen ze desnoods ergens voor anker gaan, zodat wij ze morgen kunnen ophalen en naar de haven slepen. Na deze inspannende dag en correspondentie dondert de kapitein, ongekuist, zijn kooi in.

Zondag begint stralend. Er is bericht van Willem en Inge van de Sea Wing, dat ze hebben besloten de jachthaven in te gaan om uit te kunnen slapen. Waarschijnlijk zijn ze er dus in geslaagd binnen te lopen. Wij gaan met de drie bootjes de sluis door. We zwaaien Cor en Ingrid gedag omdat zij nog een dagje blijven, terwijl wij en de Pescador naar Dokkum doorvaren. Vlak voorbij het Lauwersmeer krijgen we een VHF oproep van de Pescador dat ze hier per onmiddellijk stoppen omdat er brand is in de motorruimte. Gelukkig valt het enigszins mee. Gisteren was er al iets mis, maar dat leek onder controle. Nu kwam er opeens rook uit de motorruimte! Na grondig onderzoek blijkt een elektronisch blok met een relais los gekomen te zijn van het motorblok, en op een koperen leiding te liggen vonken. Met een tijdelijke oplossing is de kortsluiting voorlopig verholpen en gaan we door naar Dokkum. Aldaar kan er een grondiger onderzoek en reparatie plaatsvinden. Het is maar goed dat we doe-het-zelvers zijn, die door schade en schande wijs geworden, nu (bijna) alles zelf kunnen….,

Affijn de kapiteinse en haar bootsjongen zijn terug in kikker- / luilekkerland en gaan nu eens lekker genieten van onze culturele verworvenheden, zonder bevenissen over zeegang of ongewitter.