8. Door de bocht (28 juli)

Maandag 22 juli is lichtgrijs met schaarse verlichte momenten. Het weerbericht spreekt niet meer over windkracht 5, maar nog wel over zeegang van een meter. Dat is vervelend hoog om tegenin te varen, dus we gaan nog niet. Ook vandaag komt het leven hier in Warnemünde vrij traag op gang. Het woord traag is hier zeer op z’n plaats. De voorbij sloffende mensenstroom wijkt niet af van die van gisteren en eergisteren: verhoudingsgewijs veel onaantrekkelijke mensen, hongerige zielen – die gezien hun omvang, altijd hongerig zijn en bij elke worst-kar een enorm stokbrood met frikandel of braadworst moeten innemen – ploffen neer op een bankje naast onze aanlegsteiger om daar de homp naar binnen te schuiven, voordat zij naar de volgende kar sjokken. In tegenstelling tot vrijwel alle toeristenhaventjes, hier, is heel weinig sprake van een fleurig opgepoetste en uitnodigende, zomerse modellenparade. Na een tijdje valt me ook op dat ik sommige figuren twee, drie, soms vier keer in dezelfde richting langs zie strompelen. Het is dus een soort carrousel: aan het eind van de boulevard ronden ze het perkje en sloffen ze langs de winkeltjes en andere eettentjes daar, terug naar het begin…. Soms zit er een opmerkelijke tussen. Bijvoorbeeld een enorme, met tattoo’s beschilderde man met een gigantische walrussnor en neukteugels, die een klein, goed getrimd poedeltje  bij zich heeft. Z’n beste vriendin, zeg maar… Ook raar is een wandelende graat van zo’n tweeënhalve meter, zonder achterhoofd en kin met bovendien een hoodie-puntmuts op, waardoor hij lijkt op een wandelend potlood. Veel vrouwen hier worden voorafgegaan door hun enorme voorgevel en zeulen een sliert jengelend kroost in aflopende grootte achter zich aan. (Wat ben ik blij dat ik de wal niet op hoef….) Desondanks ziet het er hier toch wel gezellig uit. Om half één begint het te miezeren, om drie uur te regenen en om zeven uur weer te miezeren. Het is 16 graden en het windje, recht de kuip in, is onaangenaam koud. 

Dinsdag is eindelijk weer een zonnige dag. De wind zal afnemen – wel wat later – en de zeegang is een meter, pal tegen. De Pescador wil weg en gaat, terwijl wij nog in discussie zijn. Een kwartier later roept Chih Ling ons via de marifoon op dat er buiten nog een stevige bries staat en een vrij forse zeegang. Ik voel niet veel voor 8 uur stampen, recht tegen wind en golven in. Dus besluiten wij om hier nog een dagje te blijven en morgen hun kant op te komen. (Fehmarn, Wismar of Travemünde/Lübeck.) We houden elkaar op de hoogte via de mobieltjes. Het wordt een echt warme dag met 26 graden (10 meer dan gisteren!) en een aangename avond. Een drietal aardige Duitse jongeren komt naast ons liggen, 2 meiden en een knul. Één van de dames is blijkbaar de schipper. Ze doet alles heel routinematig en adequaat. Zij vertellen ons dat deze week de “Travemünder Woche” is, een zeilevenement van een ruime week, waardoor waarschijnlijk alles daar tot en met het weekend bezet is. Nou dan gaan wij naar Fehmarn.

Woensdag staan we om 6 uur op en gooien een uurtje later los. Het wordt vandaag Wismar. De Duitse boot kan probleemloos op onze plek gaan liggen. Het is al flink warm als we buiten de pieren komen. We blijven in het zicht van de kust op 3 á 4 mijl. Onderweg zien we vier of vijf kleine groepjes dolfijnen (of bruinvissen) vlak bij de boot. Ook zijn er ontelbaar veel kleine mugjes (die niet steken). Wismar blijkt bij de aanvaart een lompe haven: plompe vierkante gebouwen, kraak noch smaak en rond de oude haven een paar rijen eenvormige, smakeloze nieuwbouwwoningen met winkeltjes eronder. Om 13.05 uur liggen we aan, vlak achter de Pescador. Het is vreselijk warm: 29 graden in de schaduw. En morgen wordt het nog erger…. Van Peter en Yolande (van de Funny girl op Kreta) krijgen we een bemoedigend mailtje: zij hebben jarenlang op de Oostzee gezeild: “Leuk zeilgebied, maar altijd koud, winderig en veel regen”. Nu liggen ze op Kreta om aan het dek van hun schip te werken, maar dat dan met 40 graden in de schaduw. In antwoord zou ik zeggen: “Jongens, overdrijf het nou niet! Het is PLEZIER VAART! Bovendien regent het daar toch haast nooit!”

Hanneke heeft al dagen trek in stampot. Met dat kille, natte weer kon ik dat begrijpen, maar vandaag??? Aan het eind van de middag sta ik op het punt om een terrasje op te zoeken als ik hoor roepen. De bemanning staat aan de overkant van de haven. Ze hebben hetzelfde voorstel: terrasje. Het oude binnenstadje is wel aardig, ondanks de oersaaie uitstraling van de haven. Het bier op het terrasje komt uit flesjes, maar á là. Het wordt in overleg gelukkig toch geen stampot, maar pizza. Daarna een ijsje en dan uitpuffen op de boot. Morgen wordt het nog warmer, dus zetten we dan koers naar Travemünde. Als er geen aanlegplek is gaan we desnoods voor anker.

We tanken donderdagochtend op de kop van de haven bij een kraanmachinist die het tanken ‘erbij’ doet ‘voor de gemeente’. Daarna tuffen we in een recordtijd naar Travemünde. Met die haven in zicht, krijgen we ook vier of vijf wedstrijden in zicht. Oeps, indachtig de Kieler Woche, waar we dwars door drie of vier races moesten laveren, zijn we voorzichtig en met succes. Dan varen we de monding in die tamelijk onbeduidend in een hoekje ligt, en passeren gans het feestgedruis: een complete kermis met reuzenrad. Achterin, vlak voor de plek waar de grote veerboten hun vracht laden en lossen, liggen een paar enorme jachthavens en een vissershaven in restauratie. We vinden daar een plekje naast elkaar. Naar later blijkt is dat vlak achter een grote brandweerboot met merkbaar enorm motorvermogen…. Bij aankomst en vertrek laat hij zijn motoren op vol vermogen draaien. Horen en zien, maar ook ruiken en smaken vergaan je bij al dat dieselgeweld.  ’s Avonds komen vijf veerboten binnen, keren vlak voor ons en gaan dan achteruit naar de los-installatie.

Vrijdag ziet er op het eerste gezicht goed uit. We gooien om zeven uur de trossen los en varen de haven uit. Buiten staat er vrij weinig wind, pal tegen, maar wel een nare golfslag van een meter, ook pal tegen. We stampen en ploegen er maar moeizaam tegenin, tot half elf. De gemiddelde snelheid ligt onder 4 knopen… Dan passeren we een landtong en kunnen we schuin tegen de zeegang in. Een enorme verbetering! Nog twee uur later kunnen we de koers nog verder verbeteren. We zien de brug voor ons en het begint lekker te waaien, te lekker. Een uurtje verder gevaren, kost het de grootst moeite om een rif in het zeil te draaien. Tegen half drie varen we het lange aanloopkanaal van Heiligenhafen binnen. De verenigingshaven ligt na een dammetje aan bakboord, helemaal in het hoekje. Het is klein, onogelijk en de wind staat er bovendien hard in. Het kost de grootste moeite om netjes aan te leggen ondanks de hulp van een Duitse zeiler die helpt de lijntjes aan te nemen. De Pescador komt drie kwartier later. Samen keren we de Marlijn op de hand, zodat we uit de wind liggen. We drinken daar een schuimend glaasje op. Om zes uur gaat Hanneke naar het havenkantoortje. Als ze terugkomt heeft ze twee verrassende  ‘gasten’ bij zich: Trees en Paul. Verrassend, want het zijn onze buren van drie huizen verderop in Leiden! Zij zijn hier net met hun kinderen drie weken op vakantie met de Swan van Paul. Wij hebben nog wel wat tips en folders voor hun komende trip naar Rügen en Denemarken.

Zaterdagochtend brengt Hanneke de was naar het havenkantoor. Op dat moment belt Trees of Hanneke zin heeft om met een gehuurde auto mee te gaan naar Lübeck. Dat heeft ze zeker! Intussen ga ik het zout van de boot afspuiten, van mezelf afspoelen, de was in de droger doen en later ophalen en zo verder wat aanklooien. Chih Ling heeft ergens bier ontdekt van €0.29 per halve liter. We proeven samen: het is absoluut acceptabel bier. En dus moet hij om 17.15 als een haas terug naar de supermarkt om nog snel zoveel mogelijk in te slaan…. (Straks blijkt vast dat hij de blikjes nergens kan inruilen, á €0.20 ‘Pfand’ = statiegeld per blikje… Weg, relatieve winst!) Het fluit hier in Heiligenhafen sinds gisteren aan één stuk door. Ik word daar een beetje kriegelig van, maar dat helpt niet. Aan het eind van de middag krijg ik een app-je dat Hanneke onderweg wel iets eet. Tegen zevenen loop ik naar de buurt-chinees. Heerlijk rustig is het daar. Het is nog geen 500 meter van de boot vandaan, maar je merkt daar de wind nauwelijks meer. Ik ga aan een tafeltje buiten zitten en bestel. Hoewel ik bedoeld had daar te eten, krijg ik een tasje… Nou ja, ook goed en loop terug naar de boot. Ik ben bijna klaar met eten als Hanneke eraan komt lopen. Dat ik nog wat over heb komt goed uit, want in Travemünde, waar ze hadden willen eten, was het onbeschrijflijk druk. Hanneke heeft wel een erg leuke dag gehad, samen met Trees. (Tot dusverre kennen we elkaar als buren eigenlijk alleen oppervlakkig. Het is wederzijds dus maar afwachten of dat zo’n hele dag dan ook klikt.) Trees en Hanneke blijken veel onderwerpen van belangstelling te delen. Ze hebben een mooi museum bekeken, een astronomisch uurwerk bekeken, prachtig houtsnijwerk gezien, in een prachtige beeldentuin geweest, een rondvaart gemaakt en een sieraad aangeschaft. En zoiets schept een band. (Paul is eigenlijk de hele dag met de jongens Mathijs en Koen op stap geweest; die hebben nieuwe voetbalschoenen aangeschaft waar ze helemaal verrückt van zijn).

Zondag begint grijs. De oostelijke wind is iets afgenomen, tot 5 Bft, maar voor ons gevoel toch iets te hard om leuk naar Kiel te varen. Bovendien is er een (kleine) kans op onweer. Chih Ling wil eigenlijk varen, maar ziet daar vanaf na de waarschuwing voor onweersbuien met zware windstoten en hagelstenen van mogelijk 2 cm. De Jonathan Seagul is ook in de buurt. Ze liggen – volgens de berichten – in Burg-Staaken, vlak voor de Fehmarn brug. Ze hebben in een paar dagen een flink eind gevaren, vanaf Polen, en zijn dus blijkbaar ook op weg naar huis. Misschien dat we elkaar toch nog zien in Kiel.