7. Omslag (22 juli)

Maandag 15 juli, hoogzomer en wij hebben de kachel aan! Vanochtend begon het met een soort stuifmiezer. Hanneke en de Pescadores vertrekken tegen negenen naar het stationnetje. Hun programma behelst een rit per stoomtrein naar Sellin – door akkers, velden en bossen – om de badmode anno 1900 te bezichtigen: badhuizen op pieren aan zee en alles wat er in die tijd bij hoorde. Enorme, pompeuze, witte villa’s met grote parken er omheen, bijvoorbeeld. (Hitler wist wel waar z’n voetvolk behoefte aan had toen hij zijn kilometer hotel in Prora liet bouwen…) Van daar nemen ze dus de bus naar een reeks andere badoorden, inclusief Prora. Een op-één-na laatste bus is vertraagd en de chauffeur licht de reizigers verkeerd voor, zodat ze de aansluiting met de laatste bus terug missen. Gelukkig gaat er nog een ander treintje terug naar Lauterbach. Ondergetekende gaat intussen de boot verder poetsen. (Een dagtocht zoals verzonnen lijkt me niet zo geschikt met mijn wankele rug en benen.) Op de boot wordt de dek-was-pomp opnieuw in gebruik genomen totdat de aanvoer van vers slootwater stokt. Verstopping! Dan een volgend project: ik heb al een tijdje een stekker / plug nodig. Dus naar het ‘nautische winkeltje’. Dat is eigenlijk meer van de nautische kleding, maar ze hebben het wel! Omdat ik nu toch al halverwege de oude haven ben, loop ik daarheen en ontdek dat de havenkade van een kilometer drie houten ‘aanmeergelegenheden’ biedt (Belgen zouden spreken van ‘kotjes’), waar men iets kan innemen. Dat doe ik dus maar, want het was een flink stuk lopen… In één van die tentjes worden bekers ijs verkocht, ‘zoals in de DDR tijd’. (Proef ik hier nostalgie?) Het zijn enorme coupe’s softijs. Na al deze genietingen ga ik douchen voor 5 cent, zie ik op het afschrift. Tegen het begin van de avond komt het reisgezelschap terug gestrompeld. Het was een zware dag. Ze willen allemaal niks meer en de weersvooruitzichten zijn voorlopig ook knudde. Morgen blijven we liggen / slaan we over. Hanneke komt tot de sombere conclusie dat deze vakantie niet is wat ze ervan verwacht had: omdat het weer tegen valt en omdat ik nergens mee naartoe kan. Nu loopt ze óf alleen, óf wordt ze op sleeptouw genomen door Tony en Chih Ling. Als ze dat had voorzien was ze liever thuis gebleven….. Met deze opgewekte conclusie besluiten we de avond. ’s Nachts moet ik eruit omdat de waterstand zover gezakt is dat we met de boegspriet op de kant liggen te bonken. Een koud klusje waarvan je dan weer helemaal wakker wordt.

Dinsdag ziet het er weer somber uit, maar het is droog en de wind valt mee. Ook de voorspellingen zijn wat verbeterd. De komende dagen weinig wind, iets meer zon en oplopende temperaturen. Toppie! Het is nu 15 graden, dus veel lager kon ook niet…. Hanneke kijkt wel iets blijer dan gisteravond en gaat douchen en broodjes halen. Ook Tony en Chih Ling zijn het er mee eens dat we blijven liggen en vanaf nu weer westwaarts gaan. (Peenemünde is niet echt interessant (minder dan 250 inwoners en wat oude WO-II en DDR-barakken). De Poolse grens is dan nog 30 mijl, maar niemand hoeft persé naar Polen dit jaar.) Om half tien begint het te motregenen. Dat weerhoudt onze overburen er niet van om voorbereidingen te treffen voor een vaartochtje. Een proefvaart met hun nieuwe schip van 15 meter met boegschroef, hekschroef en ruim bemeten voortstuwingsvermogen, naar later blijkt. Het begint met de moeder die de drie jongetjes maant om hun hengels en zooi op te ruimen. Na een half uur is dat nog niet gebeurd en doet ze het zelf maar. De jongetjes worden de kant op gebonjourd. Pa en ma staan nu langdurig te overleggen bij de meerlijnen voor. Ze aarzelen blijkbaar, maar onduidelijk is waarom. Dan loopt pa naar achteren en probeert de boegschroef: die doet het. Weer terug. Dan, tegen twaalven gaan ze achteruit de box uit, de verkeerde kant op, maar ze draaien en varen de haven uit. Een kwartiertje later komen ze terug en varen de box weer in. Dat gaat moeizaam. Ze raken allebei de boten in de boxen er naast, maar berokkenen geen schade. Twee jongetjes komen aan boord. Dan varen ze op dezelfde omslachtige wijze de box weer uit. Als ze de haven uitvaren komt het derde jongetje tevoorschijn. Oeps! Vergeten zeker! Dus draaien ze buiten de haven een rondje, overigens met opmerkelijke snelheid. Dan varen ze de haven en de box weer in. Deze keer met minder succes. Eerst rammen ze een meerpaal. Daardoor teruggekaatst varen ze vrijwel rechtuit tegen de buurman aan. Met de boegschroef corrigeren ze de koers, maar ook met het roer, en op behoorlijke snelheid dus raken ze ook de andere buurman stevig met hun anker, waarna ze op tempo tegen de kade opvaren. De splinters steigerhout springen in het rond, er is een driehoek weg van bijna 20 cm diepte en er zit een stevige buts in de boeg. Het jongetje op de kant heeft het allemaal in totaal afgrijzen zien gebeuren: met een hand voor z’n mond, grote schrikogen. De boot wordt door de klap minstens een meter teruggekaatst. Nu kan de kapiteinse niet meer met een meerlijn op de kant. Uiteindelijk lukt met motorvermogen ook dat, waarna ze blijft staan trekken aan de boot: het blijkt dat ze nog niet weet hoe een lijn op een bolder of op de boot wordt belegd. Op onverklaarbare wijze verschijnt dan binnen een paar tellen de havenmeester…. “Tsja! Dat was wel pech! Hij heeft het zien gebeuren….” Ter compensatie van de te verwachten rekening laat hij aan meneer en mevrouw alvast zien hoe je een lijn belegt op de boot….. (Weer wat geleerd!) Pa staat er echt beteuterd bij, ma lacht voortdurend van de zenuwen en het oudste zoontje kijkt vol bewondering naar de schade. Ik vermoed dat een weekje zeilschool minder kost dan de veroorzaakte schade…. (Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik wel last had van leedvermaak.) Na deze aanschouwelijke les en vol bewondering voor hun eigen schippers gaan Hanneke en Tony naar de Edeka, de Duitse supermarkt in het dorp. 
We hebben overigens vaak gehoord over muggen als plaag op de Oostzee, maar wij hebben daar tot dusverre nauwelijks iets van gemerkt. (Waarschijnlijk was het te koud.) Alleen in Schaprode zagen we veel heel kleine mugjes aan de lijzijde van de huik, schuilen voor de wind. Ook hebben we twee keer last gehad van een soort trage ‘plakvliegen’: die gingen op je zitten en reageerden niet als je ze weg probeerde te jagen, maar bleven doodgemoedereerd zitten.

Woensdag zijn we om zeven uur op. Om 8.15 gooien we los. Buiten de haven rollen we de Genua uit. Eerst lopen we 3 knopen of minder, maar een uurtje later l op pen we 4.5. Dan komen we bij een breed stuk, pal tegen wind in. We gaan verder op de motor, terwijl de Pescador nog een paar slagen kruist. Het blijft vrij zonnig met af en toe een wolkenveld. Om half één draaien we het haventje van Neuhof in. Er zijn piepkleine plekken, maar we passen net. Uit de wind is het opeens onwaarschijnlijk warm, maar in de wind blijft het kil. Ingrid had onderweg al ge-app dat het hier stil, landelijk, netjes en leeg was. Met 95 inwoners in het hele dorp valt ook niet veel te verwachten, maar er blijkt desondanks een vis- en een schnitselrestaurant te zijn. Bij de eerste gaan een biertje drinken en bij de tweede eten. Een Duits stel komt een praatje maken. Zij hebben ook een Rasmus, uit 1977, en zijn daar erg blij mee. Ze zijn hier een keer in een vaargeul vastgelopen, vlak bij Schaprode. Dat gaf gelukkig geen schade. Zij hopen ook ooit met de boot een lange trip te maken, maar moeten voorlopig nog werken. ’s Avonds gaan we met z’n vieren, zoals afgesproken, een pils drinken en schnitzels eten met een ijs-coup toe. De wind is gaan liggen en het wordt – voor het eerst in weken – een behaaglijke zomeravond.

Donderdag staan we vrij laat op. We hoeven niet vroeg op weg omdat de brug bij Stralsund, vijf mijl verderop, pas om 12.20 uur draait. Daar is het erg druk en niemand trekt zich iets aan van een zeeschip dat de brug door wil: iedereen gaat er voorlangs. Boven Stralsund waait het een beetje, maar eerst pal tegen. Twee mijl voor de beoogde ankerplek kan de Pescador een stukje zeilen en doet dat dan ook. De ankerplek bij Barhöft ziet er nogal onbeschut uit, maar de bank aan de noordwest kant heeft niet meer dan een decimeter water.  De ondiepe zandbank ziet er raar, bleek uit. Wij liggen redelijk, maar door de onderstroming in de geul draait de boot met de kuip in de kille wind en uit de zon. Hanneke klaagt dus: ze wil ergens anders naar toe…. De weerberichten zijn ook weer anders: vannacht wat meer wind uit zuidoost, morgen afnemend en draaiend naar zuidwest en mogelijk onweersbuien… Mmm…. We spreken per marifoon af met de Pescador om morgen om 06 uur te vertrekken naar de smalle doorgang, zuid, onderaan het eiland Hiddensee. Latere weerberichten worden somberder: zwaar bewolkt, later regen, buien… Maar op tijd naar bed dus.
Vrijdag om 5.15 uur gaat de wekker. Ik ben net op en zet hem uit. Koffie en theewater is zo klaar en om zes uur gaan we anker op. Hanneke zegt dat we om een groen tonnetje heen moeten, maar volgens de kaart ben ik, tien meter voor dat tonnetje, al ruim voorbij het bankje volgens de ge-update kaart. Ik stuur iets voor het tonnetje bakboord uit en merk dan dat we stil liggen. Potver! Ik zet de motor achteruit. Niets. Vooruit, ook niets. Probeer te draaien, niets…. De Pescador waarschuwen? Eerst nog maar even proberen. (We zien ze net achter de punt van het eiland verdwijnen.) Nog maar eens proberen, maar Niets! Motor vol gas…. Niets… Er vaart een Duits bootje voorbij: “Sind sie fest gelaufen?” Maar mooi geen hulp! Ze zwaaien vrolijk en varen door. De Pescador blijkt onbereikbaar. We rollen de genua uit en zetten die strak om wat schuiner te liggen. Affijn, het duurt 3 kwartier voordat er weer beweging in zit. Eerst heel weinig, maar dan toch echt. En daarna stuur ik heeeeel voorzichtig tussen die tonnetjes door. Na twee uur zien we in de verte de Pescador weer. Ze hadden het berichtje wel gekregen, maar dachten dat het een geintje was…. Ja, ja! Om 11 uur passeren we Darsser Ort, een voormalige militaire aanlegplaats op een landtong. Van daaraf verleggen we onze koers, bijna tegen wind in, naar Warnemünde en Rostock. Het laatste stuk is grijs: er strekt een soort zeemist op, koud en onaangenaam. Lange tijd is het grauw. Maar er zijn ook een paar momenten dat de laag blijkbaar heel dun is en de wereld om ons heen oogverblindend wit. Helaas overheerst het grauw! We zien een flauwe streep, de kust, en schaduwen van heel grote schepen. Gelukkig is de route de haven in redelijk zichtbaar. De haven, daarna is verbijsterend! Opeens wordt het helder, zonnig, varen we een totaal andere, zomerse wereld binnen met wandelde mensen, kleurrijke boulevards, feestelijke terrassen, luxe hotels en restaurants, stalletjes, kleurige bloemrijke grasperken met bankjes…. Het is erg druk. Grote vissersschepen en jachtjes liggen langs de kade door elkaar. Totale chaos, maar best gezellig…. Tony en Chih Ling vinden een plekje aan de kade, wij langszij bij een Zweeds jacht. Ze vertellen meteen dat ze morgen om half tien willen vertrekken. Nou, wij niet! En het zonnetje schijnt zoals we dat al die weken gehoopt hebben, maar nog nauwelijks hebben  gehad! Overigens voorspelt het weerbureau dat het ook meteen is afgelopen: morgen halfbewolkt en later regen…. Nou ja, daar achter zit zonneschijn! Vanavond kan het niet stuk. De bemanning / bemensing / het personeel gaat de wal op. Na een uur komen ze terug en willen naar een terrasje. Daar een dikke bier. ’s Avonds eten we Chinese noedels, met veel Ve-tsin, naar later blijkt.

Zaterdag begint fantastisch zonnig. Het overige leven in Warnemünde komt maar heel langzaam op gang. Elders viel het ons vaak op dat het zo vroeg al zo levendig was, maar hier gaat het allemaal echt traag. De havenmeester komt tegen negenen, ook al een trage man. Onze buren hebben besloten om te blijven liggen vanwege de zware onweersbuien die voorspeld worden voor vanavond. Hanneke wil gaan winkelen, maar voor 10 uur is alles nog gesloten. Maar om half twaalf is het toeristenbedrijf dan toch goed op gang. Drommen mensen komen voorbij, grote rondvaartboten stomen toeterend langs, een toeristentreintje blaast zijn duit in het zakje en jachtjes zoeken een ligplaats. Er zijn nauwelijks boten weg gegaan, dus die aankomers, dat wordt stapelen. Aan de overkant zet een Italiaans (???) restaurant z’n speakers wijd open met arabische muziek en af en toe een trance-dreun (10 minuten één noot herhalen met een computer-drum en geluidseffecten….) Gezellig hoor… Zelfs de meeste meeuwen hebben hier geen zin in en zijn vertrokken. Hanneke en ik gaan naar de Edeka en de sigarenboer. Hoera! Ze verkopen hier Drum! Op de terugweg naar de boot eten we een broodje Rostocker braadworst. Ik vind er eigenlijk niks aan: een soort flauwe frikandel. Hanneke gaat noch wat winkelen en Chih Ling en ik een beetje gitaar spelen. Tony verzorgt de hapjes. Om kwart over zeven zien we plotseling in snel tempo een heel donkere lucht de stad overtrekken. We gaan naar de Marlijn (30 meter verderop) en besluiten onderweg om toch het tentje erop te zetten. Nog nooit is dat zo snel gebeurd! In 5 minuten zijn we waterdicht van boven! De laatste ritsen worden dichtgeschoven op het moment van de eerste rukwinden en grote druppels. Een paar tellen later begint het verschrikkelijk te hozen! De boot voor ons is nog net te zien, maar de rest van de haven is verdwenen in het grijs. Nog vijf minuten later volgt heet eerste gerommel. De wind verdwijnt, de regen neemt af tot een gestage bui en het wordt lichter. En wij zitten droog en lezen.

Zondagochtend vroeg schijnt de zon, maar om half acht is dat voorbij. Tijdens de koffie melden onze Zweedse buren nogal plotseling dat ze over 5 minuten willen vertrekken. We zetten achter een lange lijn op de kant. Ondanks dat gaat het allemaal erg stuntelig. Tot overmaat van ramp komt de Pescador op dat moment om bij ons aan te leggen. Gelukkig heeft die schipper geduld, want onze kapiteinse vindt dat de boot nog een stuk moet worden verlegd, heeft ruzie met de touwtjes en met de wintertent, uiteindelijk dus ook nog met de schipper en de pest in…. Hanneke gaat met de S-bahn naar Rostock. Dan is het een hele tijd rustig. Om vijf uur komt Hanneke terug. Rostock is een mooie stad, helaas de winkels waren dicht, maar gelukkig hier niet, dus ze heeft toch wat leuke dingetjes kunnen kopen… We eten weer lekker Chinese bami. Het weerbericht is minder gunstig dan verwacht. Waarschijnlijk blijven we toch nog een dagje liggen.