6. Ruk naar Rügen (14 juli)

Maandagochtend is het opnieuw grijs en grauw, maar droog. Het is 13 graden en veel warmer wordt het niet, maar misschien een mager opklarinkje, later op de dag. We varen met enig gehannes het haventje uit om tien uur. Het wappert aardig en als we de zandplaat oversteken hebben we in de geul golven van een meter op kop. Aan de overkant gaan we met wind en golven mee, dus nog wel een beetje rollen, maar toch veel rustiger. Om half één zijn we in Stubbekøbing. Het ziet eruit als een heel, heel rustig dorpje. (Er zijn bijna geen bewoners meer.) We eten op de boot een kop soep en het valt me opnieuw op dat ouder worden niet zo leuk is als het misschien lijkt. Ik, bijvoorbeeld, krijg blijkbaar hangwangen. Niet zozeer van buiten, maar van binnen! Ik bijt nu voor de vierde keer in een paar dagen, ongenadig hard op de binnenkant van mijn wang. Dat doet pijn! Bovendien hangt er nu weer zo’n slappe, murw gekauwde lap vel tussen mijn kiezen, met alle risico’s op herhaling. Niet kauwen is geen optie, maar anders …. We hebben om allerlei redenen besloten om niet naar Kopenhagen te gaan, maar in kleine stapjes, richting Rügen, eerst via Stubbekøbing en Klintholm en dan, als het rustig weer is, de oversteek. Stubbekøbing valt een beetje tegen. Het is een piepklein en stil dorp met vrij veel leegstaande huizen en winkels. Een beetje dood. Toch weet Hanneke daar nog een paar uur zoet te brengen. We krijgen een aardig mailtje van Ingrid en Cor. Zij zijn al geruime tijd op Rügen maar zijn daar nu toch wel een beetje uitgekeken. Volgen onze vaargenote Tony is het daar in Duitsland ‘wunderschön’ en lollig, veel leuker dan hier in Denemarken. Ik vraag het me af. De ‘Jonathan Seagull’ ligt daar ook al meer dan een week verwaaid, dus niet zo heel erg anders dan wij. En dan krijgen we van het thuisfront een onverwacht en verdrietig bericht. Dan wil je eigenlijk dat je thuis bent…. Vandaag kun je al met al wel spreken van een behoorlijke depressie!

Dinsdagochtend ziet het er weliswaar vriendelijker uit, met af en toe een zonnetje, maar het wappert stevig. We discussiëren  of we vandaag naar Klintholm zullen gaan 17 mijl), of morgen, of morgen direct naar Rügen (45 mijl). Chih Ling wil eigenlijk nu naar Klintholm en morgen naar Rügen, maar bedenkt zich toch als het even stevig gaat waaien. Wij denken vooral over donderdag naar Rügen. Uiteindelijk blijven we vandaag toch maar liggen. Dat komt goed uit want en half uurtje later zwelt de wind aan tot een dikke 6 Bft. Gelukkig komt de zon zo nu en dan tussen de wolken door gepiept en ’s middags wordt het uit de wind zelfs lekker. Deze haven is behoorlijk druk bezocht. Wat me opnieuw opvalt is dat booteigenaren vrijwel zonder uitzondering onmiddellijk een stroomkabel uitrollen en inpluggen. Zou dat voor de elektrische kacheltje zijn of voor de tv? Wij doen dat vrijwel nooit! Alleen als we langere tijd moeten blijven liggen, vanwege slecht weer misschien.  (Wij hebben dan ook wel een flinke accu capaciteit en heel weinig verbruik.) Als Hanneke bijna klaar is met koken is onverwacht het gas op. Dat komt nooit goed uit, dus vandaag ook niet. We hebben nog 3 Camping Gaz tankjes bij ons, maar wel ver weggestopt. De eerste blijkt leeg, de tweede ook…. Gelukkig is de derde vol. Daarna kunnen we verder. Wel een beetje suf om lege flessen mee te slepen. In Duitsland kunnen we de grote fles waarschijnlijk wel ergens laten vullen.

Woensdag worden we om half zeven wakker. Chih Ling is klaar om te vertrekken. We helpen ze de box uit. Dan maar even koffie zetten voordat wij naar Klintholm varen. Om klokslag 9 uur varen we de haven uit. Het waait 4, later een tijdje 5 en nog later 3 Bft, schuin van achter. Het gevolg is dat we stevig liggen te rollen. Om 13.00 uur varen we de haven van Klintholm binnen. Er is nog maar heel weinig plaats. Op het één na laatste plekje kunnen we langszij aan een steiger aanleggen op het verste punt van de haven. De havenmeester hier heeft een apart gevoel voor humor: hij verstaat de naam ‘Marlijn’ verkeerd en maakt er ‘Marleen’ van en schrijft er ‘Lilly’ voor. Intussen is het toch weer gaan waaien: 5 tot 6 Bft. Het zonnetje schijnt en we lunchen met en stuk Ciabatta met gerookte forel. Dit is blijkbaar een populair haventje. De hele middag blijven er bootjes binnenkomen en iedereen ligt drie- of vierdubbel geparkeerd. Aanleggen kost moeite omdat het stevig blaast. Onze directe buren zijn een Duits stel dat zowaar Nederlands spreekt. Ze hebben 20 jaar in Nederland gezeild. Aardige mensen. We spreken af dat we rond 8 uur willen vertrekken. Hanneke gaat het dorp in en passeert langs de kant van de weg een doos vol keurige, zelfs kunstige, gebreide en gehaakte lapjes (pannelappen?) met een vlaggetje aan de doos, een briefje erop geplakt met de tekst “1 voor 22 kronen, 3 voor 60 kronen” en een blikje om het geld in te doen…. Dat kan hier in Denemarken dus nog  gewoon!

Donderdag gooien onze buren om 7.45 los. Wij even later. Het is zonnig en vrijwel windstil. We varen eerst rond de kaap om de beroemde krijtrotsen te bekijken. Die zijn met de opkomende zo’n prachtig om te zien: spierwit en met veel contrast. Na een half uurtje zetten we koers naar Rügen. De genua staat bij, vooral voor de zichtbaarheid, want het zeil doet niets. Halverwege loopt een scheepvaartroutes. Drie keer wijken we uit voor grote vrachtschepen. Als Klintholm nog maar één heel smal streepje is zien we van Rügen net zo’n streepje. Dan duurt het toch nog uren voordat je de kust goed ziet, nog langer voordat je de wijde monding invaart. Volgens de kaarten is het hier bijna overal erg ondiep en zaak om de smalle vaargeulen aan te houden. Inderdaad zijn er stukken waar een meter naast de boot de zandbodem duidelijk zichtbaar is. Volgens de kaart minder dan een meter! Dat is wel raar, want het water is vaak kilometers breed, maar toch moet je dat smalle geultje van hoogstens 10 meter breed aanhouden. Als we hier twee veerboten tegenkomen is dat toch wel even een zweterig momentje voor ons. Het is wel goed betond, gelukkig. Tegen drie uur varen we het haventje van Schaprode binnen. Een piepklein dorp: op de camping verblijven veel meer mensen dan er bewoners zijn. Tony en Chih Ling staan op de uitkijk en hebben een plekje voor ons geregeld. We gaan het dorpje bekijken. Erg leuke, bloemrijke huisjes met rieten daken, een piepklein kerkje uit begin 1100 met een kleurrijke kansel uit 1500. Daarna drinken we een biertje en eten een gigantisch visgerecht / schnitzel. Daarna terug naar de boot. Daar nog een uurtje genoten van het vogelleven. Er zijn hier namelijk tientallen zwaluwen. Sommige zijn helemaal niet schuw: ééntje komt op een halve meter van me vandaan zitten en houdt een heel verhaal tegen me. Ik luister niet goed, maar achteraf ging het, denk ik, over school: het was een hele leuke dag, hij/zij (dat kon ik niet goed zien) had veel nieuwe dingen geleerd en leuk met vriendjes en vriendinnetjes gespeeld, maar moest nu toch echt terug naar huis…. Dat bleek in de spleet tussen de drijvers van de steiger en het plankier in te zijn. Morgen zal ik naar hem / haar zwaaien.

Vrijdag vertrekken we naar Strahlsund, zo’n 15 mijl verder. Het is even zonnig, maar wordt snel grijs. Het weerbericht rept over lokale onweersbuien. Bij ons komt het zover niet. Het wordt zelfs zonnig en warm, maar aan de einder dreigt het. Strahlsund is een vroegere Hanze-stad en dat is te zien ook. Terwijl hier overal breed water is, vaak met beboste oevers en hier en daar een piepklein dorp, komen we plotseling bij een stad met voorname, grote gebouwen rond de haven en drie grote kerken. De jachthaven blijkt ook groot en er zijn er meer. De opvarenden gaan de stad verkennen en de kapitein besluit de boot maar eens te poetsen. Daarbij is de dek-waspomp een reuze aanwinst. Na het eten zitten we wat te kletsen met de Nederlandse schipper van de Kairos die ons een plek had gewezen in Vordingborg, en dan zien we plotseling een zeppelin aan komen vliegen. Het blijkt een reclame-ding, maar toch grappig. Het komend weekend is hier één of ander festival, dus besluiten we om morgen verder te varen naar Stahlbrode.

Zaterdag begint zonnig. De vooruitzichten zijn dezelfde als gisteren: in de loop van de dag lokale onweersbuien. We hopen er het beste van. Hanneke gaat nog even een lege gasfles ruilen voor een gevulde.Om kwart voor twaalf varen we naar de brug die vijf maal per etmaal draait, nu om 12.20. Een hele kudde verzamelt zich daar aan beide zijden. Als hij open gaat geeft iedereen vol gas om er maar zo snel mogelijk te zijn. Wat een krankzinnigen! Voorbij de brug rollen we de genua uit. Dat loopt prima totdat we bij een doorgang tussen twee eilanden komen. Voor ons zien we zware wolken en een regenbui, maar dat lost op wond er baarlijke wijze voor onze ogen op. Wij houden een heerlijk zonnetje. De wind valt weg en een klein eindje verderop hebben we plots pal tegenwind! Helaas wat weinig om echt lekker te kruisen, dus motoren we naar Stahlbrode. Om half drie komen we aan na 13,9 mijl. Het is onduidelijk waar hier de gastenplaatsen zijn: in de noordelijke haven hangen overal rode boordjes. In de zuidelijke is nog een klein hoekje vrij. De Pescador gaat in het gaatje en wij er tegenaan. De rest van de middag wordt besteed aan het bekijken van het gehucht, lezen, kletsen met de buren..

Hoera! Hoera! Hoera! Er is er één jarig! Jammer, maar aan het weer afgemeten zou je dat niet zeggen…. Vanochtend is her grauw en grijs. Droog nog wel, maar dat schijnt tijdelijk te zijn. Het gehucht hier voorziet niet in een bakker, dus brood is van het oppiep-type. Taart ontbreekt volledig. Alle feestvreugde moeten wij dus zelf produceren….. Plots zie ik dat Chih Ling al bezig is allerlei lijnen los te maken. Dat is eerder dan verwacht, maar ik maak ook los en vaar en rondje om de Pescador zonodig van de kant te trekken (We lagen aan de lage kant.). Dat blijkt niet nodig. Direct buiten de haven rollen we de genua uit. Dat loopt lekker, eerst 4 knopen en nadat we de koers verlegd hebben tot ruim aan de wind lopen we heel prettig, 5.5 knopen. Het zonnetje breekt door. We halen een andere oude Rasmus in, hoe wel die met vol tuigt zeilt en wij alleen de genua. De Pescador haalt ons heel, heel langzaam in. Om half twaalf zijn we in Lauterbach en liggen we weer in twee boxen naast elkaar. Er komt een dreigende lucht voorbij, dus zetten we de tent er snel op: we blijven hier toch een paar dagen liggen. Maar dit was voorlopig loos alarm. ’s Middags komen Tony en Chih Ling een biertje / wijntje drinken en spelen we wat gitaar. Ook worden er plannen besproken voor de komende dagen. Naar Polen of naar Sassniz? We gaan eerst met de lokale boemel het binnenland verkennen: een stoomtrein met een restauratie-wagen langs de Duitse bad-plaatsen.