4. Op de Oostzee

Maandag 24 juni ben ik voor zes uur op. De zon schijnt, maar we liggen in de schaduw van de bomen langs de kade. Het bljft dus nog even fris. Er is nog helemaal nergens een teken van leven te bespeuren. Ik zet koffie. Rond halfzeven komt de havenmeester. (Het verhaal gaat dat hij zo vroeg komt omdat de Hollanders anders al vertrokken zijn, zonder te betalen.) Hij vraagt of ik de Poolse buren ook kan wekken. Die zijn snel op. Het liggeld is een tientje dat in z’n kontzak verdwijnt. De buren gooien vrijwel direct daarna los en gaan liggen wachten bij de sluis. Anderhalf uur later pas worden ze geschut. De Pescador komt naast ons liggen zodat de Jonathan Seagull er tussenuit kan. Zij willen naar het eilandje Æro. Wij hebben besloten naar Maasholm en Kappeln te gaan. Hanneke haalt brood en om half tien vertrekken we. Het eerste stukje is net niet bezeild, maar daarna kunnen we aan de wind, en later met halve wind, het ruime sop op. Het wappert stevig en er staat een stevige zeegang ook. We worden door de kustwacht gemaand om aan de goede kant van het vaarwater te blijven, of buiten de boeienlijn. Daardoor komen we een paar mijl van Kiel terecht in twee of drie grote groepen wedstrijdbootjes. Ze zijn allemaal bloedfanatiek en varen zowat onder onze boegspriet door. Ik rol de Genua iets in om beter zicht te hebben en dat is maar goed ook, want vlak voor ons gaat een bootje om. Nadat we de wedstrijden zijn gepasseerd verleggen we de koers om een vierde groep te omzeilen. De wind en golven komen nu schuin van achteren. Samen met de hoge en onrustige zeegang leidt dat tot een rottige te sturen koers. Uiteindelijk zijn we rond twee uur bij de ingang van de fjord naar Maasholm. Eenmaal in de fjord is het heerlijk rustig, zonnig en warm. We draaien een plas op, recht tegenover de jachthaven bij Maasholm, en gaan daar voor anker. Vannacht en morgen blijven we hier en overmorgen gaan we naar Kappeln, iets verderop. De komende dagen wordt veel wind verwacht en dan liggen we daar wel leuk. ’s Avonds trekt de wind aan tot 5 á 6 Bf, maar ons ankergerei heeft zwaarder weer goed doorstaan. Met 20 meter ketting op een diepte van ca. 2 meter kan niet heel veel mis gaan.

Dinsdag houden we een dagje rust. Ik ruim de kaartentafel uit: dat is een verzamelplek geworden van allemaal kleine, kwetsbare onderdeeltjes, zoals lampjes, zekeringetjes, stekkerjes, folders, enz. Uiteindelijk belandt een deel gewoon in de vuilnisbak. ’s Avonds worden wij gehaald en gebracht voor het voetballen. Een halve minuut voor het einde van de verlenging zitten de Hollandse dames ernstig in de penarie! En dan valt het beeld uit: de Mb-tjes van Chih Lings internetverbinding zijn opgebruikt…. Het loopt maar net goed af voor de oranje dames, blijkt uit het nieuwsoverzicht op de Marlijn.  Als we terug zijn op de Marlijn is het volkomen windstil.

Woensdag zijn we erg vroeg op. Het weerbericht spreekt van “tot stevige, toenemende wind”. Dus gaan we naar Kappeln. Het tochtje erheen is door een smalle vaargeul in vrij breed water. De oevers zien er schilderachtig uit. Er staat een knoop stroom tegen.  In Kappeln meren we tussen ver uit elkaar staande palen. Bij het invaren van de plek zie ik eerst een paal over het hoofd (verscholen achter ons anker) en vaar er stevig tegenaan. De 2e keer raak ik met mijn anker een reddingsboei van de Pescador. Dat is de redding voor de verzekering, want anders was het raak geweest.  Dit wordt gevolgd door wat gekluns met de meerlijnen…. Al die schippers aan de wal ook…. Hanneke heeft het er erg warm van gekregen en ook Chih Ling is blij als we vast liggen en niet meer kunnen bewegen…. Kappeln blijkt een piepklein, maar gezellig stadje. Tijdens een wandeling komen we zelfs een gebreide fiets tegen….

Hanneke blijft ondanks de warmte bijna de hele middag weg. We eten met z’n tweeën een portie Bahmi van een afhaal Chinees (€ 5). Zo kunnen we elke dag wel “uit eten”. Het wordt ’s avonds eindelijk frisser en de harde wind – als die er al is – passeert ongemerkt. De weersvooruitzichten geven rustiger weer aan voor de komende dagen. Misschien dus verder, of gaan we morgen naar de markt?

Donderdag 27 juni begint verrotte fris en overwegend grijs. Af en toe piept de zon er even tussendoor. We zijn blij dat we hier liggen en nog niet onderweg naar… Hanneke gaat onbeperkt douchen. Na het ontbijt gaan we naar de markt. Het is een gezellig dorp met een vriendelijk binnenstadje met veel winkeltjes. Bij een winkeltje met toeristenprullaria zie ik een met jonge vogeltjes uitpuilend zwaluwnestje. Pa en ma trekken zich weinig aan van toeschouwers bij het voeren en vliegen rakelings langs onze hoofden. De markt is piepklein: 6 stalletjes met diverse soorten levensmiddelen en een grote bloemen- en plantenkraam. Geleidelijk wordt het aangenamer en van de wind merken we hier niets. We besluiten om weer voor anker te gaan om morgen vroeg naar Svendborg over te steken. De Pescador gaat voor ons uit en wij volgen een uurtje later. De wind blijkt steviger dan we hadden gedacht: 22 knopen op de teller. Als we bij Maasholm aankomen zien we de Pescador net terug komen in onze richting. Hun anker hield daar niet. We gaan naar de plek waar we eerder gelegen hebben. We steken flink wat ketting om zeker te liggen. Als we net klaar zijn krijgen we een app-je van Monika, een dame die we met haar vriend Dorin hebben leren kennen in Spanje. Ze zeilden met hun eigen boot gelijk op naar Sicilië en later Griekenland. (Daar heeft haar vriend haar kwaadwillig verlaten in Vlikho baai. Zij is daar nog een tijdje blijven liggen en is daarna teruggegaan.) Monika schrijft dat zij zojuist de Marlijn in Kappeln heeft zien liggen. Toen ze even later langs kwam voor een praatje waren we (net) vertrokken. Jammer! Weer iemand van de periode aan de Middellandse zee! Ze heeft blijkbaar geen boot meer, maar nu een camper. We gaan vroeg te kooi en slapen allebei als rozen.

Vrijdag om zes uur is de wind matig, de zon verdwijnt tijdelijk achter een grijze sluier en het is fris. Na het Duitse weerbericht gaan we rond 8 uur anker op. Aanvankelijk zeilen we aan de wind met zo’n 4,5 knopen maar de gang is er al snel uit als de wind inzakt tot 3 á 3 knopen. Dan maar motoren! De trip naar Svendborg is bijna 40 mijl. Ik zie een bruinvis of een tuimelaar, vlak bij de boot, maar hij is snel weer verdwenen. Tegen de middag komt de zon goed door. Om 13.00 passeren we de punt van het eiland Aero. Ik maak een gestoomde makreel schoon en die eten we samen op met een broodje. Een lekkere vette hap voor tussendoor! Een stukje verderop is een tricky passage tussen twee eilanden waar een grote ondiepte ligt. Dat gaat allemaal goed. De bocht bij Svendborg heeft heel veel ondiepten en er varen wat ponten door de smalle geul. Als we onder de hoge brug doorvaren zien we dat er opmerkelijk veel stroom staat, zeker 2 knopen mee! Voorbij Svendborg gaan we ankeren in een diepe inham, achter een klein eilandje. Het is een absoluut Scandinavisch aandoende plek, met hier en daar een huisje verscholen in wat groen tegen de flauwe helling. Er liggen een paar andere bootjes. Al snel blijkt dat de meeste telefoons hier geen enkel bereik hebben. Alleen die van de kapitein blijft het doen. De vooruitzichten voor het weekend en daarna zijn voorlopig vrij ongunstig. We blijven hier dus maar een paar dagen kamperen, maar morgen gaan we wel eerst Svendborg bekijken.

Zaterdagochtend 29 juni vertrekken we om 10 uur naar Svendborg. We hebben 2 knopen stroom mee en het is 2,5 mijl, dus we zijn er zo. We kunnen aan een steiger liggen, vlak bij het havenkantoor. Het is zonnig en belooft warm te worden. Om 12 uur is het al 25 graden, maar er blaast een koel briesje over de haven. We zetten gewoon wat extra bier koud. Hanneke opteert voor een weekje hier, iets waar Chih Ling waarschijnlijk niets van wil weten. Af en toe rijden hier luid toeterende vrachtwagens voorbij, volgeladen met jongeren. Gisteravond had ik al zoiets gehoord, maar nu zien we ze ook. Het blijken afgestudeerde jongeren te zijn…. (Ik dacht aan een Turkse bruiloft.) Blijkbaar is dit een Deense traditie. Hanneke gaat de stad in en wordt geholpen, zeg maar rondgeleid, door een aardige Deense politie-agente. Daarna gaan we damesvoetbal kijken. En de temperatuur loopt op, zodat niemand meer zin heeft iets te doen. Het eten zou vandaag dus wel eens uit het visstalletje op de haven kunnen komen, dachten we zo. Helaas, dat blijkt een vergissing. Als we om half 8 wat willen bestellen is de wachttijd opgelopen tot 1,5 uur. Dus dat wordt niets. We worden gebeld door Harry en Tonneke. Zij zijn bij vrienden in Kolding, niet heel ver weg. Ze zouden morgenmiddag met die vrienden langs kunnen komen….. Dat lijkt ons wel erg gezellig! Het valt me op dat veel Denen hier, in eigen land, veel luidruchtiger zijn dan ik ze ooit heb meegemaakt. Hier gezang, daar een erg vrolijk gesprek, een radio met disco aan de overkant, terwijl een buurman blijkbaar meer van jazz houdt. En er wordt veel gelachen! Tegen donker raken we ook nog aan de praat met diverse landgenoten: een man met een grote Hallberg, de ‘Kairos’ op weg naar Rügen en twee oude vrienden met een boot van 30 voet, waarvan de opstapper vertrekt en de eigenaar naar de Lymfjord onderweg is, de ‘North Star’.

Zondag is het opnieuw mooi weer en zonnig. Toch komen er af en toe echt stevige windvlagen uit het niets. Hanneke gaat naar de  supermarkt. De Pescador gaat ankeren in de plek tegenover Troensø. Om één uur of twee komen Harry en Tonneke met hun vrienden Ruud en Karalila (naar ik hoop goed onthouden en gespeld). Het is een heel hartelijk en gezellig gebeuren. Ze hebben onderweg twee dozen aardbeien van de boer gekocht en die zijn zo op. Dan gaan we met z’n allen bij het visstalletje wat eten. Het zijn grote borden, hoog opgeschept en lekker. Wel moeten we in de vlagen ons bord vasthouden om wegwaaien te voorkomen. Dan maakt het gezelschap aanstalten om te vertrekken. Van de Pescador krijgen we een berichtje dat zij het ankeren voor gezien houden: het waait en klotst onprettig hard daar. Naast ons heeft tijdens onze afwezigheid, een oude Duitse zeilboot aangelegd. Er zitten twee ‘echte’ Duitsers op: dikke buiken, pullen bier en ‘zaufen’. De Pescadores vinden een plekje in de hoek van de steiger. We hebben nogal wat moeite om de boot aan de kant te krijgen, tegen de wind en stroming in. Dan wordt een aanlegbiertje ingenomen. Daarna zetten we de wintertent op, want er wordt een koude, natte en winderige week voorspeld. De temperatuur komt de komende week de 15 graden waarschijnlijk niet te boven. En aldus wordt week 3 afgesloten.

Dan maakt het gezelschap aanstalten om te vertrekken. Van de Pescador krijgen we een berichtje dat zij het ankeren voor gezien houden: het waait en klotst onprettig hard daar. Naast ons heeft tijdens onze afwezigheid, een oude Duitse zeilboot aangelegd. Er zitten twee ‘echte’ Duitsers op: dikke buiken, pullen bier en ‘zaufen’. De Pescadores vinden een plekje in de hoek van de steiger. We hebben nogal wat moeite om de boot aan de kant te krijgen, tegen de wind en stroming in. Dan wordt een aanlegbiertje ingenomen. Daarna zetten we de wintertent op, want er wordt een koude, natte en winderige week voorspeld. De temperatuur komt de komende week de 15 graden waarschijnlijk niet te boven. En aldus wordt week 3 afgesloten.