3. Kieler kanaal (23 juni)

Dinsdag 17 juni vertrekken we rond half zeven uit Norderney. Er staat weinig wind, het is heiïg en er is een volkomen vlakke zee, af en toe als een spiegel. We verliezen het lange strand vrij snel uit het zicht en dan varen we  in een hel-witte waas, alleen op navigatiemiddelen. Tegen twaalf uur naderen we een kruispunt van verkeerszones en daarnaast gelegen ankergebied. Het is aanvankelijk slecht te zien of de schepen varen of niet, maar als we dichterbij zijn zetten ze hun AIS aan en kunnen we zien dat ze bijna allemaal stil liggen. Vanaf dit punt kunnen we onze koers verleggen naar Helgoland, bijna pal noord. We varen door uitgestrekte ‘velden’ met oranje stinkende substantie: mosselzaad of iets dergelijks. Het stinkt naar overleden vis. Ook zien we eerst één, later meerdere Jan-van-Genten. Prachtige vogels! Rond drie uur zien we door de heiïge waas de schaduw van Helgoland. Het is minder indrukwekkend dan ik had verwacht. Het kleine stukje steiger voor sportboten is al helemaal dubbel bezet, dus we moeten ‘stapelen’. Hanneke en Chih Ling gaan naar het dorp, boven op de klif, best wel klimmen.  Ze maken een rondwandeling over de kliffen. Daar zien ze onder andere een grote kolonie broedende en jongende Jan-van-Genten die zich van mensen nauwelijks iets aantrekken. De Jonathan Seagull van Cor en Ingrid legt naast ons aan. ’s Avonds liggen we in rijen van 8 of 9 boten naast elkaar aan de wal. Wel gezellig: kletsen, met een drankje erbij.

Woensdag zijn we ruim voor zevenen op. Het weerbericht ziet er redelijk uit, hoewel aan het eind van de dag onweer met windstoten wordt verwacht. Kwart voor acht kunnen we losgooien. We varen met de Pescador en Jonathan Seagull dezelfde koers met als doel de sluis van Brunsbüttel. Op de Elbe krijgen we stroom mee. Eerst is dat 1 á  1,5 knopen, maar daarna zelfs een tijdje 3,5 knopen mee! We lopen dan ruim 10 knopen! Onderweg krijgen we een berichtje van een oud-klasgenote van Hanneke, met nuttige tips voor het Kieler kanaal. Tegen 15.00 uur zijn we bij de sluis. Als we daar keren om tegen de stroming in te wachten, begint het hard te waaien in vlagen van 30 knopen. Intussen komt er een heleboel vrachtverkeer de sluis in. Eén van de tips van de vriend van de vriendin van enz. behoedt ons en vrienden voor een blunder. Bij groen licht denk je aan binnenvaren, maar ho maar! Dat is alleen voor de grote jongens! Wij moeten wachten op onderbroken wit! Uiteindelijk krijgen dus ook wij wit en toestemming en mogen we de sluis in. Chih Ling is er voor ons en helpt aanleggen aan het lage ponton langs de sluismuur. Net na de sluis leggen we aan in een piepklein haventje aan bakboord. Als we daar een uur of twee liggen komt de voorspelde onweersbui met wind inderdaad over: en hoe! Het klettert, bliksemt, dondert en waait als een malle, een uur lang. We hopen maar dat Cor en Ingrid tijdig een plekje hebben weten te vinden, want dit is niet leuk meer! Dan is het weer over. We gaan uit eten in het ‘Torhaus’ restaurant van de haven. Het is hier heel betaalbaar en smakelijk. Dan op tijd naar bed.

Na een nacht met kletterende buien blijkt de donderdag als een grauwe, miezerige dag te beginnen. Na wat boodschappen vertrekken we rond half twaalf. Het kanaal is breed, vrij recht, rustig en omzoomd door bomen en groen. Af en toe passeren we een veerpont en een hoog gelegen brug. Een paar keer per uur worden we ingehaald door, of komen we een groot zeeschip tegen, maar het is breed genoeg en ze varen maar net iets sneller dan wij. Na een uurtje houdt de miezer op. Om half drie draaien we bij kilometerpaal 41.5 het Gieselaukanaal op. Dat is een smal, bochtig water door het groen naar de Eider. Die loopt verder naar een zeegat met sluis, pal ten oosten van Helgoland. Bij een brug en sluisje, een kilometer verder, blijken twee lange aanlegplekken te zijn in het groen. Het is er stil en heel idylisch, met fluitende en kwinkelerende vogeltjes en verder onwaarschijnlijk stil! Het zonnetje breekt door en alles is in rust. Een grote Zwarte Kraai of Raaf hupst over een houten railing tot vlakbij. Dan duikt hij het riet in en komt terug met een dood muisje. Hij pikt het aan barrels en pakt de helft op en vliegt weg. Een minuut later is hij terug om de andere helft te halen. Zeker voor een nest met jonkies.
Heel af en toe rijdt er verderop een auto over de brug. Doordat de planken daarvan blijkbaar niet goed vast zitten klinkt dat dan als het gedonder van onweer van gisteren, maar nu op afstand. (En dan klinkt een Daf-je ook weer anders dan een plattelands tientonner.) Het lijkt hier wel 100 jaar terug in de tijd, deze rust. We maken de pasta die we al twee weken van plan zijn te maken. De vogeltjes fluiten en kwinkeleren maar door tot in de nacht.

Vrijdag 21 juni is de langste dag. Die begint met opnieuw vrolijk fluitende vogeltjes en een zonnetje dat van achter door de bomen schijnt. Om kwart over acht vertrekken we en in een heel, heel rustig tempo varen we naar Rendsburg. Onderweg raakt het bewolkt en wordt het wat killer. Tot onze verbazing varen we Rendsburg eerst voorbij. Dat is voor de Pescador om diesel te tanken. Bovendien hadden ze deze afslag niet herkend. Voor ons is het verbruik 45 liter diesel sinds Dokkum, dus dat valt  mee qua hoeveelheid. De prijs blijkt een kwartje hoger per liter dan elders. Dat bevalt Chih Ling helemaal niks! Dus “ho maar!” roept hij meteen. Daarna terug naar de stad. Vlak voor de stadshaven zien we Cor en Ingrid liggen. We varen daarheen en parkeren ook in een box. Het is vlak bij de Aldi, maar van hier te ver om naar de stad te lopen, horen we van Cor. Hanneke gaat dus naar de Aldi, want we zijn daar nu toch….? Opnieuw worden er liters wijn aan boord gesjouwd, ‘want dat is in Denemarken niet te betalen’. In de haven blijkt ook een wasmachine, die een speciale bediening vereist. Er gaan alleen munten van € 0.50 in en je moet er het aantal munten in mikken die de betaalautomaat aangeeft na het vullen van het ding en de wasprogrammakeuze. Als je er niet genoeg in gooit, stopt ie gewoon, merkt Chih Ling dus. Cor nodigt ons uit voor een biertje. Dat wordt dan vanzelf erg gezellig, zodat we tegen kwart over negen eten. Op de kant heeft een lokale club van ‘natuurvrienden’ een midzomernacht-party, met trekharmonica en samenzang. Een klein eindje verderop vestigt zich een concurrerende club pubers met gettoblaster en hiphop sound. Die leggen het vrij snel af, blijkt tot mijn verbazing. De trekzak gaat door en de hiphop verdwijnt grotendeels. Na half elf horen we niets meer en slapen we als een bosje rozen.

Zaterdag 22 juni begint zonnig met wolkenvelden. Wel waait er een zacht maar heel fris windje van achteren precies de kuip in. Van de buren horen we dat gisteren de Kieler Woche begonnen is. Het zal daar dus wel behoorlijk druk zijn, iets om rekening mee te houden. ’s Middags gaat Hanneke met Tony en Chih Ling met de bus naar de stad. Die is niet groot en ze zijn vrij snel weer terug. Afspraak is dat we borrelhapjes maken en dan met Cor en Ingrid op de Pescador daarvan wat gaan genieten. Dat wordt heel gezellig met als hoogtepunt Quint, de Fillipijnse havenmeester, die een paar nummertjes zingt.

Zondag ben ik voor vieren klaarwakker. Het is al licht en als ik buiten ga zitten is het verbijsterend hoeveel verschillende vogeltjes door elkaar heen zingen en kwinkeleren. Allerlei soorten, en daarvan weer diverse concurrenten, doen hun uiterste best om vandaag opnieuw voordelig voor de dag te komen voor de vrouwtjes! Tsja, na onze voorstelling van gisteravond willen die beestjes ook hun beste kant laten horen… Het is op dit tijdstip nog behoorlijk fris en waait precies naar binnen. Ik zit dan ook met de kachel aan te schrijven. Tegen vijven ga ik toch maar weer even liggen en ‘verslaap’ me prompt (9 uur). Om 9.30 vertrekken we richting Kiel. Alles is rustig en zonnig. Bij de sluizen van Kiel / Holtenau ligt een groep boten te wachten. We kunnen redelijk snel door de grote sluis. Daarna gaan we om half drie direct bakboord uit, naar het haventje van Holtenau. We vinden een goede aanlegplek en gaan met de Pescador en Jonathan Seagull een pilsje drinken op de aanlegkadevoor de bruine vloot. Hoera! We zijn op de Oostzee!