2. Meer over niks (17 juni)

Dinsdag 11 juni word ik wakker doordat het ophoudt met regenen. Dat is overigens maar voor eventjes, want daarna begint het te plenzen. Met bakken stort het uit het grauwe zwerk…. Ik schrijf vrienden en bekenden dat het logboek weer wordt bijgewerkt, maar dat men het eerste probeersel gerust kan overslaan. Daarna wordt de route van Lauwersoorg naar Norderney nogmaals doorgerekend. Tegen twaalven zijn de Pescadores het zat: zij willen door naar Dokkum. Zij vinden het daar leuk en veel goedkoper. (Hanneke vindt Leeuwarden juist heel erg leuk.) Wij komen dan wel wat later, als het wat droger is, vindt Hanneke. En zo geschiedt. Om één uur wordt het droger. We gooien los en tuffen door enigszins ranzige randjes van Leeuwarden en dan het Friese platteland door. Eindeloze weilanden, hier en daar onderbroken door wat bomen. Het vaarwater is kronkelig en af en toe smal. Na een paar kilometer liggen we kennelijk voor de landingsbaan van vliegveld Leeuwarden, want een paar keer komt een gevechtsvliegtuig plotseling uit de laaghangende wolken naar beneden onder gefluit en gegier van de straalmotoren. Wel mooi maar niet echt vrolijk om hier te wonen met die pestherrie, lijkt me. We passeren beroemde sloten en dorpjes, bekend uit de historisch beelden van elfstedentochten, zoals de ‘Bonkefaert’ en Bartlehiem. Bij Budaard moet één brugwachter twee opeenvolgende bruggen bedienen. Hij fietst zich een ongeluk van de één naar de ander en heeft dan ook een gezond blosje op de Friese konen. Dit stukje Friesland heeft zich blijkbaar afgescheiden van de rest, want hier hangt opeens een klompje voor de neus voor € 3.50, wan nogmaals gebeuttt in Dokkum voor € 5. Nergens in Friesland zie je die echt, authentie beschilderde klompjes meer, maar hier opeens wel…. Intussen waait het hard, schuin van achter, maar het miezert veel minder. Het is een schamele 15 graden. Het weer is weer echt takke-weer. Onderweg gedenken wij Bonifatius, die hier in de polder 1250 jaar geleden zijn leven liet. Om halfvier bereiken we Dokkum. De Pescador is net aangemeerd en wij volgen rap. De kapiteinse gaat samen met onze vrienden komaliewant inslaan bij de Aldi. De stuurman blijft met een biertje en z’n shag achter om over het schip te waken. De weersverwachtingen waren al niet best, maar konden blijkbaar nog ongunstiger. En aldus geschiedde…. Tegen acht uur komt de ‘havenmeester’. (Hij wordt binnenkort 18, is een beetje bleu en kijkt heel erg weg, maar mag aan Hanneke graag vertellen dat hij reuze blij is met dit zomervakantiebaantje, en dat hij nog een verdere opleiding wil doen via mbo4, liever dan via havo; we geven hem groot gelijk… ). We kopen deze rustplaats ter nagedachtenis van de eerwaarde Boni maar meteen maar voor een week in, dit voor de prijs van € 38. Een spotprijsje voor zo’n gewijde plek. Eerder wordt het weer trouwens toch niet beter, zegt de collega van Piet Pelleboer.


Woensdag 13 juni begint heerlijk zonnig. Het plaatsje Dokkum heeft een leuke oude binnenstad, maar de Zuidersingel, waar we liggen, is een beetje een mistroostige plek: een ruim opgezette soort nieuwbouwstrook met eengezinswoningen. Tegenover ons staat een molen met geavanceerde wieken: in plaats van zeilen heeft hij een soort spoilers. De mensen zijn overwegend erg vriendelijk, groeten, maken soms een praatje. Wij gaan tegen koffietijd naar de markt. (Sinds afgelopen zondag loop ik met het beeld van een ‘Bosche Bol’ of een ‘Moorkop’ voor ogen. Raar, want die heb ik 30 jaar niet gegeten, maar sinds dat ter sprake kwam….) De markt is armetierig, maar nu ik over mijn beelden verteld heb ontdekt Chih Ling wel meteen een zaakje met moorkoppen. Dus trakteer ik. Oneetbaar, die dingen! Niet zozeer qua smaak, maar qua tafelmanieren! Tegen twaalven betrekt het. Als we net weer op de boot zijn begint het dus ook te regenen en dat blijft de hele middag zo. Toch zijn de weersvooruitzichten voor de Duitse Bocht in het weekend een stuk verbeterd. Als dat zo blijft gaan we vrijdag naar Lauwersoog en de volgende dag naar Norderney. We borrelen aan het eind van de middag zo overvloedig op de Pescador, dat we de rest van de maaltijden kunnen overslaan en vroeg naar bed kunnen.

Donderdag begint vriendelijk, met een zonnetje. Maar dat duurt maar even. Daarna is het overwegend bewolkt, met af en toe een klein buitje en af en toe wat zon. De verwachtingen voor de Waddenzee zijn iets verbeterd: vanaf zaterdag neemt de wind af tot een bescheiden 3 Bft. In den beginne nog wel met veel regen en mogelijk onweer, maar daarna wordt het beter. Ik ga op zoek naar de foutcodes van de kachel en start die alvast. Tot mijn verrassing werkt de kachel opeens! Dat is een knappe meevaller! Na de koffie gaan Hanneke en ik naar de supermarkt, een minuut of tien verderop, om bier en andere primaire levensbehoeften in te slaan. Ik braad ’s middags acht kippenpootjes ter voorbereiding van onze zeevaart. En zo sukkelt deze dag voorbij. Nog één dag rondhangen en dan gaan we op weg naar Lauwersoog. Dat schijnt een volledig van God en alles verlaten plek te zijn, dus daar wil je dan vanzelf wel weg….. (PS. Wel veel natuur! Mooi hoor!)

De vrijdag begint opnieuw zonnig, maar om11.15 trekt het eerste buitje over. De Pescador was van plan om door te gaan naar Lauwersoog, maar ziet daar, na het weerbericht voor zaterdag, eveneens vanaf. Zaterdag wordt langdurige regen en mogelijk onweer voorspeld. Dan nog maar een dagje Dokkum! Er komt een grote kits voorbij met kennissen uit Almerimar van Tony en Chih Ling (Cor en Ingrid). We spreken voor vanavond af om muziek te komen maken. Het wordt een gezellige avond tot middernacht.

Zaterdag begint het al vroeg te regenen. Het is windstil en de regen klettert ononderbroken door tot ’s middags. Ik verdoe mijn tijd door de koers van overmorgen op de kaartplotter te zetten. Oersaai. Om drie uur houdt de regen op. Een half uurtje, blijkt…. Tegen vijven wordt het droog en zonnig. We halen net over de brug een ‘Dürüm’, maar dat valt tegen: tamelijk slap en smakeloos, en bovendien met ketchup in plaats van sambal…. ’s Avonds gaat de bemanning passagiers, terwijl de kapitein de te varen koersen ook op de papieren kaarten intekent.

Zondag begint zonnig met wat wolkenvelden. Ik haal de tent van de boot. Hanneke gaat naar de processie ter ere van Bonifatius kijken. De weersverwachting voor de Duitse Bocht ziet er voor de komende dagen beter uit. Na één uur gaan we naar Lauwersoog. Onderweg tanken we water en diesel. Morgenochtend vroeg vertrekken we om drie uur naar Norderney.

Maandag 17 juni vertrekken we klokslag 03 uur. Ik ben de enige die een paar uur geslapen heeft. Hanneke, Tony en Chih Ling hebben geen oog dicht gedaan, beweren ze. Het is volle maan en helder, dus eigenlijk is er goed zicht. We varen de haven uit, tussen de pieren door en merken meteen dat er een hoop stroming staat, zeker wanneer we een grote boei passeren: een forse schuimkraag ervoor en hekgolf erachter! Schiermonnikoog ligt eigenlijk vlak bij. De Pescador vaart op het zeil, wij hebben de genua en bezaan op en in het begin staat de motor bij. Het waait behoorlijk, kracht 4 Bft, en is verrotte koud, maar met deze wind en stroming varen we tegen de 8 knopen over de grond. De Jonathan Seagul passeert ons en hijst op open water pas de zeilen. In een uur of twee zijn we tussen de zandbanken uit en varen we op open zee. Daar zetten wij ook de motor uit. Benoorden Schier hebben we eerst nog enige tijd stroming tegen, maar daarna gaat het ook daar als de spreekwoordelijke speer, met 7.5 knopen. Uren lang varen we min of meer gelijk op. Tegen zevenen zijn we bij Borkum en krijgen we hartelijk welkom van de Duitse telefoonmaatschappij. Met het meelopende getij neemt ook de golfhoogte af van 1 á 1,5 meter naar de helft. Vanaf het eiland Juist gaat de Jonathan Seagul een noordelijker koers varen, wij pal West. Om half twaalf bereiken wij bij Norderney een kritiek geultje over / tussen de zandbanken door. Nu het hoog water is kost dat geen moeite, maar dit was wel één van de redenen van ons vroege vertrek. Om 12.15 uur leggen we aan op Norderney. De Pescador doet dat probleemloos, maar de Marlijn moet weer even wennen aan dwarsstroom in een haven en ramt tot twee maal toe, op een haar na, de Pescador en legt aan met de hulp van een toegesnelde menigte…. “Nou, dat hebben we dan toch weer mooi gefikst!” sprak de kapitein monter, na dit huzarenstukje…. De haven van Norderney ligt tegenover een groot, saai industrieterrein , vrij ver van het toeristendorp en is vrij uitgestrekt. Ik blijf op de boot, terwijl de rest het dorp gaat bekijken. Het is warm, om maar niet te zeggen heet. Het dorp blijkt tamelijk toeristisch. Tony en Chih Ling krijgen een berichtje van de Jonathan Seagul dat het druk is op Helgoland. Nog voor de lunch vertrekt de voltallige bemanning naar Norderney-stad. Dat zag er vanuit zee bezien al behoorlijk onaantrekkelijk uit, dus de kapitein gaat een uiltje knappen en van het plots zonnige weer genieten. (Dan maar geen ijsco of suikerspin!) Het is duidelijk: onze eerste echte vakantiedag, want in Duitsland, is een enorm succes!