11. Famous last words (18 aug.)

Maandag 12 augustus gaan we om half elf van Grou naar Sneek. Het is een saai tochtje: grijs, af en toe nat en winderig over het prinses Margriet kanaal. Na het Sneekermeer stuurboord uit, langs industriegebied en dan Sneek in. Zodra we liggen valt er een stevige bui. Daarna gaat Hanneke de stad in. Het eind van de Sneekweek is net geweest, dus er hangt nog wat versiering, maar in de stad zijn toch wel aardig wat mensen op de been. ’s Avonds is het stil, tot om een uur of tien een meisje blijkbaar vreselijke ruzie krijgt. Anderhalf uur krijst ze, tiert ze, gilt ze. Het houdt niet op, lijkt wel. Desondanks val ik snel in slaap.

Dinsdag regent het. Toch gaan we om 9 uur naar Stavoren. We zijn Sneek zo uit. Dan, vlakbij IJlst door. Geen schaatsenfabriek te zien (Nooitgedacht, leerden we op de lagere school). Daarna een flink stuk door de Friese weilanden, tot bij Heeg, het dorp ontsierd door een stuk met circa 80 identieke vakantiehuisjes, die heel creatief in een geometrisch patroon zijn neergezet. Dan uren rechtuit over het Heegermeer, de Fluessen en de Morra, pal tegen wind in tot Stavoren, waar we rond 13.00 aanleggen. Tussen de wolken schijnt soms de zon, soms niet. Om drie uur begint het te hozen en te onweren. Een half uur later is het voorbij. Een uur later weer. Dit zal maar je zomervakantie zijn, denk je dan.

Woensdag begint zonnig, maar aan het ruisen van de bomen horen we dat het wel waait. Volgens het KNMI waait het 5 Bft uit Z tot ZW en wij starten zo’n beetje het ongunstigste punt (de hoek bij Makkum is nog erger). Als we net over negenen uit de sluis komen staat er aardig wat wind, maar vooral een nare, steile, korte golfslag van een meter. We hakken en stampen er schuin tegenin maar komen nauwelijks boven 3 knopen. Onze koers is bijna West, opdat we straks in de relatieve luwte van West Friesland komen. Tenminste, dat is het idee. Na 2 uur hebben we volgens het log 5,5 mijl van de 11,5 afgelegd…. Toch wordt de golfslag wat minder steil en onaangenaam. Onze snelheid neemt ook toe. Om 12.05 uur varen we toch de haven van Enkhuizen in. We vinden een matig plekje in het uiterste hoekje van de haven. Net als we vastliggen besluiten de achterburen te vertrekken. Dus een eindje naar achteren. Net als we vastliggen komt de havenmeester vragen of wij nóg een eindje naar achteren kunnen. En zo liggen we dan om één uur eindelijk vast. Aan het eind van de middag komen Bert en Marjolein wat drinken. Heel gezellig. Tegen zevenen gaan we eten bij de herberg, een tentje vlak tegenover de boot. Ook dat is gezellig en als we opstappen is het al donker en regent het opnieuw.

Donderdag regent het nog steeds, maar tegen tienen klaart het een beetje op. We hebben besloten om vandaag nog te blijven liggen en vrijdag te vertrekken. Helaas is de verwachting opnieuw wind, kracht 4 Bft pal tegen. Nou ja, dan maar buffel en, maar in het weekeinde wordt het nog erger. Hanneke gaat ’s middag naar het flessenscheepjes museum. Iets dat mij niet zo bijzonder trekt. Zij krijgt daar een heel leuke, persoonlijke rondleiding. Het huisje blijkt gebouwd op een overkluizing (een soort tunnel) en heeft in het midden een zware deur, zoals een sluis. Daarmee kan de waterdoorgang worden afgesloten.
’s Avonds gaan we wat eten in “de Dikke Mik”, een soort Amsterdams knijpje, waar je ook wat kunt eten. Het is er best gezellig. Er is nog een tafeltje beneden in een soort kelder. Naast ons zit een gezin met twee hondjes die erg lijken op Pelle en Kalle van Harry en Tonneke. We raken wat aan de praat, over hun pech dat een schoot of val in de schroef kwam. We praten ook over de hondjes Pelle en Kalle. Dan zegt de man opeens “Jullie hebben het zeker over Harry en Tonneke! Ik ben een zoon van Harry,” Het blijken Vincent en Marloes te zijn met hun kinderen en hondjes. Dat is – opnieuw – verbijsterend toevallig! We sturen Harry en Tonneke in Zweden een appje met een foto van het hele gezelschap. Daarna breken we op, lopen naar de boot en gaan vroeg naar bed. Helaas heb ik blijkbaar ergens iets verkeerds ingenomen. Om twee uur krijg ik hevige buikkrampen die gelukkig na bezoek aan ons hûske ook weer snel verdwenen zijn.

Vrijdag word ik om 6.30 uur wakker. Ik zet thee en koffie en onze Engelse buren zijn tijdig klaar om ook te vertrekken. Om kwart voor acht gooien we los en om acht uur zijn we door de sluis. Tot het Paard van Marken om 11.30 u. gaat het voorspoedig, maar daarna langzamer. Het blijkt dat we aardig wat fonteinkruid onder de boot hebben hangen. De snelheid loopt dramatisch terug tot minder dan 5 knopen bij 2200 toeren (normalesnelheid 6.7 knopen). Even achteruit slaan brengt bossen van die zooi aan de oppervlakte maar is maar heel tijdelijk een oplossing. On 12.30 zijn we bij de brug en de Oranjesluizen. Schutten gebeurt snel en voor enen liggen we in de Sixhaven. We gaan morgen pas door naar Haarlem omdat we de brug daar niet halen en die daarna vandaag pas laat draait. Hanneke krijgt steeds minder zin om door te varen naar huis. Morgen waait het te hard (vindt ze) en moeten we dus hier blijven liggen, overmorgen misschien ook. En dan kunnen we ook nog een nachtje in Haarlem blijven liggen, leuk de stad in…. Het kan dus nog even duren, maar we komen eraan! Tegen zevenen begint het een beetje te regenen. Gelukkig heeft Hanneke dan haar boek uit, dus er is een kansje dat het nu gezelliger wordt.

Zaterdag staan we op ons dooie gemak op. Als de miezeren stopt, gaat Hanneke op weg naar het Stedelijk museum. We spreken af om half vijf blij café Loosje op de Nieuwmarkt. Mij lukt dat met een paar tussenstops, maar Hanneke belt om te zeggen dat ze verkeerd is gelopen (bij de Dam de verkeerde kant op) en er nu aan gaat komen. Wat er voorbij komt is verbijsterend. Zo veel variëteiten in gezichtsuitdrukkingen van mensen! Vooral de toeristen natuurlijk.
Er zijn ‘stoere’ jongens / mannen bij die rondlopen met een uitdrukking “Mij maak je niks!”, sommige jongens / mannen die kijken van ” Jee, spannend hier!”, een enkeling die een soort van ontkent dat hij in Amsterdam is, ook een enkeling die totaal ontredderd en verdwaasd rond strompelt. Bij vrouwen is het een beetje vergelijkbaar, maar soms ook wat ondernemender: “Jee, spannend hier!” of “Wat raar hier!”. We drinken een biertje en lopen dan terug over de Zeedijk. We passeren een Thais eethuis ‘Bird’ en besluiten daar wat te eten. Er staat een rij, maar we kunnen n 5 minuten doorlopen naar een zaaltje boven. Het eten is lekker (Hanneke vindt het super), maar ik vind het niet uitzonderlijk. Dan terug naar de boot. We moeten om het station heen lopen want Hanneke is haar OV-pasje vergeten. Dan nog een ijsje eten bij de kantine van de haven.

Zondag miezert het. Al snel blijkt dat ’s nachts de haven helemaal volgepropt is, tot en met het miezerige haveningangetje aan toe! Het is echt centimeterwerk om voorbij die bootjes te komen. En blijkbaar hebben die om 11 uur nog geen behoefte gekregen om op één van de vrijgekomen plekken te gaan liggen. Wat een zeldzame eikels! Het lukt en twee uur later liggen we voor de verkeersbrug bij Spaarndam. Het gaat redelijk snel en om drie uur liggen we in het Spaarne, recht voor het Teylersmuseum. Hanneke weet niet hoe snel ze daar binnen kan komen! Als ze terug is gaan we een Grieks restaurantje zoeken: Delphi, prijzig, maar uitzonderlijk lekker. En dan terug naar de boot. Het plan is om maandag nog in Haarlem te blijven en dinsdag dan terug te varen. Dan wil Hanneke pas woensdag naar huis…

Als ik dit verslagje schrijf denk ik “hier valt eigenlijk inderdaad niets leuks meer over te vertellen! Gerard had dus toch gelijk…. Dit is dus het laatste verslagje van waarschijnlijk onze laatste grotere zeiltrip.” Hanneke geniet, maar voor mij gaat deze vakantie als een nachtkaars.

10. Anti-fan

Maandag 4 augustus worden we om 7 uur wakker onder een grijze hemel. Allebei geslapen als een blok. Vandaag wordt een rustdag na al dat gestress vaan de afgelopen tijd. Misschien dat we morgen dan een snipperdag opnemen. Chih Ling heeft het plaatje van zijn startrelais gedemonteerd en de vier afstandshoudertjes / isolatoren los gehaald. Een vriend van hem, de onvolprezen scheepsschilder Theo, viert vakantie in de buurt. Hij komt met de auto langs om op zoek te gaan naar nieuwe isolatoren. Zij zijn ook zo aardig om onze lege gasfles mee te nemen om die in te ruilen. Hanneke gaat intussen bij de Hema een erg lekker appeltaartje halen. Twee, want ook een voor Theo, z’n vrouw en kinderen. Het worden in plaats daarvan twee bakken aardbeien en een bus slagroom, maar dat blijkt een schot in de roos: binnen de kortste keren hebben de kinderen de meeste aardbeien en slagroom naar binnen gewerkt. Wij eten ’s avonds pizza omdat we dat al een tijd niet meer gegeten hebben en die bovendien vandaag in de aanbieding is. Daarna spelen Chih Ling en ik nog wat gitaar. Vlak voor het slapen gaan lees ik een mailtje van een vriend. 

Ik word dinsdag vroeg wakker en denk een tijdje na over het mailtje. De inhoud is kort en duidelijk  maar tegelijk een beetje vreemd. “…. zeemans-verhalen hebben me nooit zo kunnen boeien.” Jammer, want ze zijn wel leuk bedoeld. En eigenaardig, deze mededeling…. (De moeite nemen om dit per mail te versturen… Een ingezonden brief…?  De tegenpartij?) En dan: ‘zeemansverhalen’. Teveel eer! Het zijn een soort vakantiekiekjes. Er is geen groot verschil met een bergvakantie of kroegentocht. Alleen hebben we noch een berg, noch café gezien, maar wel veel water.
Intussen komt hier het dagelijkse bootjesleven weer op gang. Na het ontbijt gaan Hanneke en Tony leuk boodschappen doen bij zowel de Lidl, als de Aldi, de Action en de AH. Chih Ling heeft geconstateerd dat zijn dynamo toch defect is en dus vervangen moet worden. Hij kan er één bestellen en morgen ophalen, maar voor een vrij forse prijs. Als het na montage allemaal weer werkt kunnen we verder. Intussen komen er twee grote boten achter ons liggen. De schippers wisselen hun ervaringen uit en praten over de zeegang bij Lauwersoog en de weersverwachting voor komend weekend. (“…. Zaterdag 40 knopen, dus dan wil je wel goed vastliggen!….”) Van onze achterbuurman horen we ook dat we voor een week maar drie dagen hadden hoeven te betalen, mits we dat in één keer vooraf hadden voldaan. Jammer! We hebben nu al twee keer betaald, dus het rendement van alsnog ‘vooraf betalen’ neemt erg af. Tegen de avond komt de Sea Wing met Willem en Inge naast ons liggen. Ze verwachten een dochter en vriendinnetje om een paar dagen mee te varen. Het wordt opnieuw heel gezellig. We komen erachter dat we gemeenschappelijke kennissen hebben: Louis en Mirjam, die we in Port St Louis hebben ontmoet, toen zij richting Griekenland gingen. Later zijn we nog een keer bij Mirjam uitgenodigd, samen met Sara en Thijs van Engeland, eveneens uit Port St Louis.

Woensdag worden we om acht uur wakker en het miezert. We zeggen dat tegen elkaar en – als om ons te logenstraffen – het begint onmiddellijk te hozen. Hanneke blijft lekker lezen in bed en ik zet koffie en thee. Het gaat zelfs eventjes onweren, maar veel stelt het niet voor. Na het ontbijt gaan Hanneke en Tony naar de markt en ik ga Chih Ling (moreel) helpen met wat reseremateriaal. De dynamo werkt weer tegen de middag. Daarna heb ook ik nog wel een uurtje nodig om onze reservespullen weer een beetje op orde te brengen. De Sea Wing vertrekt via Leeuwarden naar Amsterdam. Chih Ling komt overleggen over het vervolg. Zij willen eigenlijk vrij snel naar de Grevelingen, Hanneke wil nog een tijdje in Friesland rondtoeren. Maar vertrekken doen we nu nog beide.


Donderdag nemen we om 9 uur afscheid van Cor en Ingrid van de Jonathan Seagull en vertrekken dan uit Dokkum in een flinke file. Een paar bruggen openen traag, wat leidt tot een heuse opstopping. Om half één leggen we opnieuw in Leeuwarden aan bij de Prinsentuin, vlak onder “Het Rode Koper”, waarover Vestdijk ooit schreef. Het is een nogal abrupt afscheid, per marifoon, van Tony en Chih Ling. Misschien zien we elkaar nog in Grou, Sneek of Lemmer, maar gezien het verschil in plannen lijkt dat niet zo waarschijnlijk. Jammer, het was gezellig, een beetje vreemd om zo uit elkaar te gaan na zo’n vakantie, maar we zien elkaar vast wel weer. Aan het eind van de middag zitten we lekker in de zon. En wij niet alleen: een heleboel Leeuwarders spreiden hier een dekentje uit op een plek in de ‘Tuinen’, waar de zon ruim tussen de bomen door kan schijnen. Sommigen hebben een picnic-mand bij zich, inclusief wijnglaasjes, of brengen een pizza mee. Tegen de avond verandert de leeftijdssamenstelling en zijn het studenten die, hoewel Fries, Engels met elkaar lullen. Engels: het nieuwe Latijn van de 21e eeuw, zeg maar.

Vrijdag is het opnieuw grijs en het moment van aanvangende regen is veranderd van “…in de loop van…” naar “nu ogenblikkelijk”. We aarzelen: nu naar Grou of over drie dagen, in verband met het verwachte slechte weer, dit weekend. Het wordt nu (om 10.10 uur). En dan volgt een urenlange tocht van brug naar brug naar brug. Overal moeten we in de file wachten, totdat we Leeuwarden helemaal uit zijn. Afwisselend regent het en plenst het, met luttele momentjes miezer tussendoor. Om half twee meren we aan in Grou, op een plekje perfect tegen de verwachte storm in, tijdens zo’n momentje miezer. Al snel wordt dat weer regen, maar wij liggen hier hoog en droog! Als het donker is zien we het weerlichten. De donder blijft vrij ver weg en regen is ook niet noemenswaard.

Zaterdag begint zonnig, zoals bijna elke dag, maar om 9 uur is het weer grijs en dreigend, eveneens als bijna elke dag. Vandaag is heel veel wind voorspeld en dat klopt. Tegen koffietijd zien we de Grou’ster skûtsje voorbij komen, langszij van een vrachtscheepje. Grou heeft nu drie jaar achtereen gewonnen en vanavond is er dus feest bij Oostergo. Geinig. Hanneke ontdekt dat er in Grou ook nog 3 musea zijn. Eén daarvan is wel heel bijzonder: het Bb-museum, gewijd aan de bescherming van de burger-bevolking ten tijde van de koude oorlog. (Huis aan huis folders uitdelen “Wat te doen als de bom valt.” “Kruip onder een tafel…..”) Broer Allard werd ooit als vervangend dienstplichtige ingelijfd. Hij kreeg in Groningen een dienstfiets te leen met de opdracht een pakketje af te leveren in Drachten of omgeving, maar dat zonder gebruik te maken van de openbare weg…. Echt polderen dus. 
Hanneke gaat de stad in en komt terug met drie wensjes voor aan te schaffen niemendalletjes. En dan kunnen we ook meteen kibbeling met patat eten, daarna gelijk door naar de Bierhalle en tenslotte naar Oostergo om de winnende skûtsje binnen te halen en toe te juichen. En aldus geschiedt. De festiviteiten rond het toejuichen van schipper en bemanning heeft een hoog dorpsgehalte, dit met inbegrip van een lokale koningin en hofdame, klaroengeschal, spreekstalmeester en dorpszanger/-trompetist. We zijn dus een uurtje later weer op de boot.

Zondag 11 augustus is het zonnig, maar het wappert nog wel aardig, maar veel minder dan gisteren en vannacht. Tegen twaalf uur zijn bijna alle bootjes uit de Hellinghaven vertrokken. Ook komt er een enkele motorboot binnen. Een joekel, met boeg- en hekschroef, zodat parkeren toch niet zo’n probleem zou hoeven zijn, vindt mevrouw. Zij blijft zitten, terwijl pa aanmoddert. Wat ook niet helpt is dat alle lanvasten in één gordiaanse knoop verenigd zitten. Als je dan een wat langer eindje hebt, blijkt dat nou net nergens aan vast te zitten, terwijl jij op de wal staat… Voor omstanders wel grappig hoor. Wij doen nog een dagje Bierhalle, want vandaag is het nog aardig, de rest van de week wordt het regenachtig, winderig en kil. Tegen één uur liggen we bijna helemaal ingebouwd tussen grote motorboten met halfbakken schippers. Gelukkig ligt er nog een andere zeilboot naast ons, een Bavaria, met een gezellig stel erop, wier vakantie nu net begonnen is.

9. Fans (en andere sterke verhalen)

Zondag 28 juli ontvang ik – nadat het hoofdstukje van het logboek is geopenbaard – fanmail! Anders kan ik het niet noemen. Lezeresjes schrijven mij “ik zou elke dag wel een stukje willen lezen!”, “zulke leuke stukjes .. uit een andere wereld, jullie bootjeswereld”, “… erg grappig!…” Het ego van de kapitein is weer fijn opgepoetst dames! Waarvoor dank! Zo kan ik des levens alle tegenslagen, wel weer een weekje verdragen. Het is opvallend dat de reakties bijna uitsluitend van de dames komen: de heren laten het eigenlijk behoorlijk afweten. Voor het overige gebeurt er weinig bijzonders. ’s Avonds komen Paul en Trees nog even gedag zeggen: zij gaan morgen naar Warnemünde, wij naar Kiel. Het was leuk om elkaar hier tegen te komen!

Maandagochtend rammelt de wekker ons om 05 uur het bed uit. Om kwart voor zes klop ik de buren wakker. Om zes uur zijn we van de wal af en om half zeven ronden we de aanloop-ton. We varen op de stuurautomaat, een eindje voor de Pescador. Worden we opgeroepen “waarom varen jullie zo’n rare zig-zag koers? Drank in de kapitein?” “Nee, we varen op de automaat. En om vragen voor te zijn: ook in de automaat zit geen alcohol!” (Er is wel wat loos, trouwens. Hij blijkt zich van de vergrendeling af te werken…) Om 9 uur worden we opgeroepen door de Pescador of we meteen de sluis door zullen gaan? Nou, als die open staat…. Het is heiïg en blak. Onderweg zie ik vier keer een dolfijn of soortgelijk beest, op vrij korte afstand van de boot, maar ze trekken zich van ons weinig aan. Om 12 uur bij de sluis aangekomen. Er liggen een paar bootjes te wachten. Vrachtschepen hebben voorrang en het duurt een uur voordat wij erin kunnen. Achter ons een bootje met een volledig gestresste vrouw. Raar hoor! Een kwartier later kunnen we de sluis uit. De steiger met de betaalautomaat kan zo’n 6 bootjes aan. Jammer genoeg is die al volledig in gebruik door bootjes die de andere kant op willen. Daar komen dan nog eens 20 bootjes bij…. We besluiten dus om door te varen en aan de andere kant van het kanaal te betalen. En zo tuffen we het kanaal door. Net na vieren draaien we de afslag bij Rendsburg in. Als we bij de verbreding van het water de zeilclub zien, ligt daar als eerste boot de Jonathan Seagull. We varen de box er tegenover in en Cor komt meteen een touwtje aanpakken. Een kwartiertje later komt ook de Pescador aanvragen. Zij vinden een plekje dichter bij het kantoortje. Met z’n allen wordt het weer heel gezellig met hapjes en drankjes op de boot van Cor en Ingrid. Pas tegen middernacht wordt de boel opgebroken. Voor onze kapiteinse was dat wel erg laat en wat veel te vloeibaar / te weinig vast voedsel….. 

De dinsdag sukkelt tamelijk ongemerkt voorbij. (Geen wonder na zo’n maandag!)

Woensdag worden we wakker van de zoveelste plensbui van vannacht. Wat ’s nachts valt kan daarna niet meer vallen. Dus blijft het na halfacht droog. Opvallend is dat we vandaag ook twee reacties van heren hebben ontvangen op het logboek! Hulde mannen! Er zijn ook echte kerels onder U! Kwart over tien hebben we de afvaart lang genoeg uitgesteld en vertrekken we. Een hele stoet bootjes hebben blijkbaar op hetzelfde tijdstip dezelfde gedachte opgevat, zodat er op het kanaal een kilometerslange sliert bootjes vaart. We passeren opnieuw de beroemde geklonken spoorbrug bij Rendsburg waaronder een hangende ‘veerpont’, 30 meter boven het kanaal, oversteekt. Tenminste, op goeie dagen, want hij hangt er nu niet omdat hij gereviseerd wordt. Daaronder is de “Schiffsbegrüssungsanlage”. Dat is een beroemd koffiehuis aan het water, waar vroeger een ober bij elk passerend schip het volkslied van dat schip ten gehore bracht. Hij kende ze allemaal! We varen verder en zien ongeveer halverwege het kanaal een hele grote zwerm grote roofvogels boven het water cirkelen. Dichterbij zien we tot onze verbijstering dat het allemaal ooievaars zijn! Een stuk of 40! Nooit geweten dat dat kuddedieren zijn…. Om kwart over één draaien we het Giesellau Kanal op en leggen aan bij dezelfde steiger als eind juni. Een kwartiertje later komt ook de Jonathan Seagull aan. 
Tegen halfzes betrekt het: er komt herkenbaar onweer aan. Tegen zes uur is het zover: er valt een bui, loodrecht naar beneden en boven ons rommelt het ongedurig. Het is rommelen, maar nauwelijks donderen. Kortom, een buitje van niks, afgezien van die grote regendruppels dan. Intussen heb ik de motor geïnspecteerd en de koelvloeistof aangevuld. Zo te zien is alles keurig in orde. Hanneke heeft uitgerekend dat we zaterdag wel op tijd weg moeten uit Helgoland, Chih Ling heeft het weer bekeken en concludeert dat het dan16 uur motoren wordt. En zo is iedereen druk, druk, druk. Morgen en overmorgen worden wel vrij lange dagen.

Donderdag gaan we echt op ons dooie akkertje weg: we vertrekken om half elf, varen 4,2 knopen en zijn dan om halfvier nog een uur te vroeg in Brunsbütel. De sluis in gaat moeizaam. Daarna gaat het heel vlot. We hebben bijna 4 knopen stroom mee. Onderweg maken we nog een soort ‘monstergolf’ mee. Een passerend vrachtschip produceert hoge en heel steile golven. Wel zodanig dat de derde een behoorlijk eind over onze kajuit rolt! Op de Pescador zijn de gevolgen erger: Tony had net een pan pastasaus ‘even opzij gezet’ toen de klap van de golf de pan lanceerde. Alle saus over de vloer…. Klokslag zes uur zijn we in Cuxhaven. Daar krijgen we de hartelijkste ontvangst van een havenmeester ooit! We liggen langs een vingersteiger. Nadeeltje is dat er een havenbedrijf deze hele avond en nacht bezig is met het lossen van een zeeschip in een binnenvaarder (en dat geeft flink wat herrie!) ’s Avonds komt Cor vragen of we meegaan naar het museumpje over de emigratie per schip vanuit Cuxhaven. Hanneke gaat mee. Het wordt daarna vroeg bedtijd, want een heel korte nacht.

Vrijdag staat de wekker op 03.55 uur. En hij doet het ook! Om half vijf komen we per marifoon tot de conclusie dat het nog erg donker is…. Het wordt 5 uur. Als we langs de volgende haven-ingangvaren (er zijn er hier 3 of 4), komen daar steeds meer bootjes uit, tot er een file van zo’n 15 jachies achter elkaar de Elbe uit- en de zee opvaart. We hebben ruim 3,5 knopen stroom mee, gedurende een paar uur. Om een uur of 8, zeg maar bij ton E(lbemonding) 3, gaan wij de stuurboord kant op naar Helgoland. De rest vaart door naar de Wadden of de Eems. Het is dus opeens veel rustiger! We zien twee keer een klein, grijs zeehondje, precies zoals op de foto hoort. Om tien uur doemt Helgoland uit de ‘mist’ op en om half elf leggen we aan naast de Sea Wing van Willem en Inge uit ’s Hertogenbosch. De Pescador en de Jonathan Seagull leggen aan bij twee andere rijen bootjes: er wordt hier goed gestapeld: we liggen 6 tot 8 dik. Terwijl Hanneke hier op koopjesjacht gaat, dacht ik, check ik de motor. Er was namelijk opnieuw een raar geluidje na urenlange belasting op 2200 toeren. Even later was het weg. Alles lijkt in orde. Wel vul ik de keerkoppeling iets bij. Lastig is dat hier het max-streepje ontbreekt. Het olieniveau vul ik daarom tot net boven het minimum. Hanneke komt terug met maar liefst 20 pakjes Drum! Koopjes, want ze kosten hier maar €7 of zo….. ’s Avonds raken we aan praat met Willem en Inge, van s/y Sea Wing. Zij zijn afgelopen etmaal vanuit Lauwersoog naar Helgoland komen varen als voorbereidende oefening voor een grote zeiltrip. Beide werken met muziek: Inge is dwarsfluitiste en gebruikt muziek als opvoedkundig en therapeutisch middel en Willem is trombonist en speelt ook oude instrumenten en geeft muziekles. We blijven kletsen tot een uur of tien, want morgen gaat de wekker voor vier uur. Vlak voor die tijd legt er een groot Duits zeilschip aan deze rij aan. Een opvarende knul vindt het maar niks dat deze bootjes van 10 – 12 meter liggen op een plek voor boten van 16 meter. (Tsja, dat was verordonneerd door de havenmeester….) Hij gedraagt zich rondom onbeschoft, springt ongevraagd of zonder zelfs maar iets te zeggen op andermans boot, stampt tussen mensen door in de kuip. Nog chagrijniger wordt hij als we melden dat wij er om 05 uur tussenuit gaan…..

Zaterdag om 4 uur gaat de wekker. Exact een uur later gooien we los en tuffen we de haven uit. Vlak buiten de haven-ingang staat al een vrij hoge deining. Die neemt toe als we uit de beschutting van het eiland zijn. Eigenlijk is dat raar want er staat heel weinig wind. We slingeren en rollen links en rechts meer dan 30 graden uit het lood en we moeten ons vasthouden om niet naar de overkant van de kuip te worden gelanceerd. Omdat de wind gering is veronderstellen we – ten onrechte, blijkt later – dat de deining van 1,5 á 2 meter zal afnemen. (In feite zitten er af en toe golven van beduidend grotere hoogte tussen.) Tegen negen uur zijn we de grootste scheepvaartroutes gepasseerd. We kunnen de koers verleggen naar WZW, richting Norderney / Lauwersoog. We worden opgeroepen door de Sea Wing. Ze voeren in de scheepvaartroutes toen hun motor uitviel. Ze gaan verder op het zeil, waarschuwen de verkeersdienst Eemsmond en proberen de oorzaak op te sporen en de motor weer te starten. Het is erg vervelend, maar wij zien niet hoe we hen zouden kunnen helpen en voelen er ook niet erg voor om terug te varen….  (Er ontstaat nogal wat verwarring, want Chih Ling meent steeds dat hij wordt opgeroepen als het gaat over Sea Wing….) Later worden we nog een keer opgeroepen dat het probleem zit in vervuilde diesel, leidingen en filter. Daarna is de afstand te groot voor onze marifoon. Wel horen we op de marifoon dat de Duitse reddingsdienst vindt dat ze maar gewoon door moeten zeilen. Na onze koerswijziging krijgen we de golven en de wind schuin van opzij. We overleggen met de Pescador en de Jonathan Seagull om eventueel bij Noorderney binnen te lopen vanwege de zeegang. Uiteindelijk besluiten we dat niet te doen, vanwege de te verwachten zeegang daar, vlak onder de lage wal. De zeegang neemt niet noemenswaard af, de wind draait zover naar West, dat het naar Lauwersoog maar net aan bezeild is. De kapitein gaat naar binnen om z’n pilletje in te nemen (tegen de totale waanzin). Toevallig blijft dat pilletje uitgerekend vandaag steken. De kapitein gaat – oh schande – compleet over zijn huigje! Na55 jaar….! Nooit zeeziek, maar vandaag…

Tegen lunchtijd passeren we Norderney. De zeegang blijft hoog en onaangenaam. Lopen op of in de boot is nagenoeg onmogelijk. Maar na verloop van tijd went alles….. Tegen etenstijd, ’s avonds zeilen we langs Schiermonnikoog. Tegen acht uur passeren we de verkenningston voor de geul naar Lauwersoog, precies op het tijdstip dat de stroom naar binnen gaat lopen. Om half tien leggen we met 3 boten aan bij het ponton, vlak voor de sluis. De aankomst na 18 uur en 92 mijl varen wordt gevierd met een borreltje en gehaktballetjes op de steiger, geheel belangeloos ter beschikking gesteld door de Pescador.

Terug op de boot blijkt dat we gebeld en ge-smst zijn door de Sea Wing. We sms-en en bellen terug. Wat blijkt? Op dat moment vaart de Sea Wing ten noorden van Schiermonnikoog. Hun motor loopt weer, maar hoe lang hij het blijft doen is erg onzeker. We melden ze, dat als ze op tijd zijn, ze nog net met meegaand tij naar binnen kunnen lopen. Er is aanlegplek voor hen langszij het ponton. Wanneer ze de haven niet halen kunnen ze desnoods ergens voor anker gaan, zodat wij ze morgen kunnen ophalen en naar de haven slepen. Na deze inspannende dag en correspondentie dondert de kapitein, ongekuist, zijn kooi in.

Zondag begint stralend. Er is bericht van Willem en Inge van de Sea Wing, dat ze hebben besloten de jachthaven in te gaan om uit te kunnen slapen. Waarschijnlijk zijn ze er dus in geslaagd binnen te lopen. Wij gaan met de drie bootjes de sluis door. We zwaaien Cor en Ingrid gedag omdat zij nog een dagje blijven, terwijl wij en de Pescador naar Dokkum doorvaren. Vlak voorbij het Lauwersmeer krijgen we een VHF oproep van de Pescador dat ze hier per onmiddellijk stoppen omdat er brand is in de motorruimte. Gelukkig valt het enigszins mee. Gisteren was er al iets mis, maar dat leek onder controle. Nu kwam er opeens rook uit de motorruimte! Na grondig onderzoek blijkt een elektronisch blok met een relais los gekomen te zijn van het motorblok, en op een koperen leiding te liggen vonken. Met een tijdelijke oplossing is de kortsluiting voorlopig verholpen en gaan we door naar Dokkum. Aldaar kan er een grondiger onderzoek en reparatie plaatsvinden. Het is maar goed dat we doe-het-zelvers zijn, die door schade en schande wijs geworden, nu (bijna) alles zelf kunnen….,

Affijn de kapiteinse en haar bootsjongen zijn terug in kikker- / luilekkerland en gaan nu eens lekker genieten van onze culturele verworvenheden, zonder bevenissen over zeegang of ongewitter.