8. Door de bocht (28 juli)

Maandag 22 juli is lichtgrijs met schaarse verlichte momenten. Het weerbericht spreekt niet meer over windkracht 5, maar nog wel over zeegang van een meter. Dat is vervelend hoog om tegenin te varen, dus we gaan nog niet. Ook vandaag komt het leven hier in Warnemünde vrij traag op gang. Het woord traag is hier zeer op z’n plaats. De voorbij sloffende mensenstroom wijkt niet af van die van gisteren en eergisteren: verhoudingsgewijs veel onaantrekkelijke mensen, hongerige zielen – die gezien hun omvang, altijd hongerig zijn en bij elke worst-kar een enorm stokbrood met frikandel of braadworst moeten innemen – ploffen neer op een bankje naast onze aanlegsteiger om daar de homp naar binnen te schuiven, voordat zij naar de volgende kar sjokken. In tegenstelling tot vrijwel alle toeristenhaventjes, hier, is heel weinig sprake van een fleurig opgepoetste en uitnodigende, zomerse modellenparade. Na een tijdje valt me ook op dat ik sommige figuren twee, drie, soms vier keer in dezelfde richting langs zie strompelen. Het is dus een soort carrousel: aan het eind van de boulevard ronden ze het perkje en sloffen ze langs de winkeltjes en andere eettentjes daar, terug naar het begin…. Soms zit er een opmerkelijke tussen. Bijvoorbeeld een enorme, met tattoo’s beschilderde man met een gigantische walrussnor en neukteugels, die een klein, goed getrimd poedeltje  bij zich heeft. Z’n beste vriendin, zeg maar… Ook raar is een wandelende graat van zo’n tweeënhalve meter, zonder achterhoofd en kin met bovendien een hoodie-puntmuts op, waardoor hij lijkt op een wandelend potlood. Veel vrouwen hier worden voorafgegaan door hun enorme voorgevel en zeulen een sliert jengelend kroost in aflopende grootte achter zich aan. (Wat ben ik blij dat ik de wal niet op hoef….) Desondanks ziet het er hier toch wel gezellig uit. Om half één begint het te miezeren, om drie uur te regenen en om zeven uur weer te miezeren. Het is 16 graden en het windje, recht de kuip in, is onaangenaam koud. 

Dinsdag is eindelijk weer een zonnige dag. De wind zal afnemen – wel wat later – en de zeegang is een meter, pal tegen. De Pescador wil weg en gaat, terwijl wij nog in discussie zijn. Een kwartier later roept Chih Ling ons via de marifoon op dat er buiten nog een stevige bries staat en een vrij forse zeegang. Ik voel niet veel voor 8 uur stampen, recht tegen wind en golven in. Dus besluiten wij om hier nog een dagje te blijven en morgen hun kant op te komen. (Fehmarn, Wismar of Travemünde/Lübeck.) We houden elkaar op de hoogte via de mobieltjes. Het wordt een echt warme dag met 26 graden (10 meer dan gisteren!) en een aangename avond. Een drietal aardige Duitse jongeren komt naast ons liggen, 2 meiden en een knul. Één van de dames is blijkbaar de schipper. Ze doet alles heel routinematig en adequaat. Zij vertellen ons dat deze week de “Travemünder Woche” is, een zeilevenement van een ruime week, waardoor waarschijnlijk alles daar tot en met het weekend bezet is. Nou dan gaan wij naar Fehmarn.

Woensdag staan we om 6 uur op en gooien een uurtje later los. Het wordt vandaag Wismar. De Duitse boot kan probleemloos op onze plek gaan liggen. Het is al flink warm als we buiten de pieren komen. We blijven in het zicht van de kust op 3 á 4 mijl. Onderweg zien we vier of vijf kleine groepjes dolfijnen (of bruinvissen) vlak bij de boot. Ook zijn er ontelbaar veel kleine mugjes (die niet steken). Wismar blijkt bij de aanvaart een lompe haven: plompe vierkante gebouwen, kraak noch smaak en rond de oude haven een paar rijen eenvormige, smakeloze nieuwbouwwoningen met winkeltjes eronder. Om 13.05 uur liggen we aan, vlak achter de Pescador. Het is vreselijk warm: 29 graden in de schaduw. En morgen wordt het nog erger…. Van Peter en Yolande (van de Funny girl op Kreta) krijgen we een bemoedigend mailtje: zij hebben jarenlang op de Oostzee gezeild: “Leuk zeilgebied, maar altijd koud, winderig en veel regen”. Nu liggen ze op Kreta om aan het dek van hun schip te werken, maar dat dan met 40 graden in de schaduw. In antwoord zou ik zeggen: “Jongens, overdrijf het nou niet! Het is PLEZIER VAART! Bovendien regent het daar toch haast nooit!”

Hanneke heeft al dagen trek in stampot. Met dat kille, natte weer kon ik dat begrijpen, maar vandaag??? Aan het eind van de middag sta ik op het punt om een terrasje op te zoeken als ik hoor roepen. De bemanning staat aan de overkant van de haven. Ze hebben hetzelfde voorstel: terrasje. Het oude binnenstadje is wel aardig, ondanks de oersaaie uitstraling van de haven. Het bier op het terrasje komt uit flesjes, maar á là. Het wordt in overleg gelukkig toch geen stampot, maar pizza. Daarna een ijsje en dan uitpuffen op de boot. Morgen wordt het nog warmer, dus zetten we dan koers naar Travemünde. Als er geen aanlegplek is gaan we desnoods voor anker.

We tanken donderdagochtend op de kop van de haven bij een kraanmachinist die het tanken ‘erbij’ doet ‘voor de gemeente’. Daarna tuffen we in een recordtijd naar Travemünde. Met die haven in zicht, krijgen we ook vier of vijf wedstrijden in zicht. Oeps, indachtig de Kieler Woche, waar we dwars door drie of vier races moesten laveren, zijn we voorzichtig en met succes. Dan varen we de monding in die tamelijk onbeduidend in een hoekje ligt, en passeren gans het feestgedruis: een complete kermis met reuzenrad. Achterin, vlak voor de plek waar de grote veerboten hun vracht laden en lossen, liggen een paar enorme jachthavens en een vissershaven in restauratie. We vinden daar een plekje naast elkaar. Naar later blijkt is dat vlak achter een grote brandweerboot met merkbaar enorm motorvermogen…. Bij aankomst en vertrek laat hij zijn motoren op vol vermogen draaien. Horen en zien, maar ook ruiken en smaken vergaan je bij al dat dieselgeweld.  ’s Avonds komen vijf veerboten binnen, keren vlak voor ons en gaan dan achteruit naar de los-installatie.

Vrijdag ziet er op het eerste gezicht goed uit. We gooien om zeven uur de trossen los en varen de haven uit. Buiten staat er vrij weinig wind, pal tegen, maar wel een nare golfslag van een meter, ook pal tegen. We stampen en ploegen er maar moeizaam tegenin, tot half elf. De gemiddelde snelheid ligt onder 4 knopen… Dan passeren we een landtong en kunnen we schuin tegen de zeegang in. Een enorme verbetering! Nog twee uur later kunnen we de koers nog verder verbeteren. We zien de brug voor ons en het begint lekker te waaien, te lekker. Een uurtje verder gevaren, kost het de grootst moeite om een rif in het zeil te draaien. Tegen half drie varen we het lange aanloopkanaal van Heiligenhafen binnen. De verenigingshaven ligt na een dammetje aan bakboord, helemaal in het hoekje. Het is klein, onogelijk en de wind staat er bovendien hard in. Het kost de grootste moeite om netjes aan te leggen ondanks de hulp van een Duitse zeiler die helpt de lijntjes aan te nemen. De Pescador komt drie kwartier later. Samen keren we de Marlijn op de hand, zodat we uit de wind liggen. We drinken daar een schuimend glaasje op. Om zes uur gaat Hanneke naar het havenkantoortje. Als ze terugkomt heeft ze twee verrassende  ‘gasten’ bij zich: Trees en Paul. Verrassend, want het zijn onze buren van drie huizen verderop in Leiden! Zij zijn hier net met hun kinderen drie weken op vakantie met de Swan van Paul. Wij hebben nog wel wat tips en folders voor hun komende trip naar Rügen en Denemarken.

Zaterdagochtend brengt Hanneke de was naar het havenkantoor. Op dat moment belt Trees of Hanneke zin heeft om met een gehuurde auto mee te gaan naar Lübeck. Dat heeft ze zeker! Intussen ga ik het zout van de boot afspuiten, van mezelf afspoelen, de was in de droger doen en later ophalen en zo verder wat aanklooien. Chih Ling heeft ergens bier ontdekt van €0.29 per halve liter. We proeven samen: het is absoluut acceptabel bier. En dus moet hij om 17.15 als een haas terug naar de supermarkt om nog snel zoveel mogelijk in te slaan…. (Straks blijkt vast dat hij de blikjes nergens kan inruilen, á €0.20 ‘Pfand’ = statiegeld per blikje… Weg, relatieve winst!) Het fluit hier in Heiligenhafen sinds gisteren aan één stuk door. Ik word daar een beetje kriegelig van, maar dat helpt niet. Aan het eind van de middag krijg ik een app-je dat Hanneke onderweg wel iets eet. Tegen zevenen loop ik naar de buurt-chinees. Heerlijk rustig is het daar. Het is nog geen 500 meter van de boot vandaan, maar je merkt daar de wind nauwelijks meer. Ik ga aan een tafeltje buiten zitten en bestel. Hoewel ik bedoeld had daar te eten, krijg ik een tasje… Nou ja, ook goed en loop terug naar de boot. Ik ben bijna klaar met eten als Hanneke eraan komt lopen. Dat ik nog wat over heb komt goed uit, want in Travemünde, waar ze hadden willen eten, was het onbeschrijflijk druk. Hanneke heeft wel een erg leuke dag gehad, samen met Trees. (Tot dusverre kennen we elkaar als buren eigenlijk alleen oppervlakkig. Het is wederzijds dus maar afwachten of dat zo’n hele dag dan ook klikt.) Trees en Hanneke blijken veel onderwerpen van belangstelling te delen. Ze hebben een mooi museum bekeken, een astronomisch uurwerk bekeken, prachtig houtsnijwerk gezien, in een prachtige beeldentuin geweest, een rondvaart gemaakt en een sieraad aangeschaft. En zoiets schept een band. (Paul is eigenlijk de hele dag met de jongens Mathijs en Koen op stap geweest; die hebben nieuwe voetbalschoenen aangeschaft waar ze helemaal verrückt van zijn).

Zondag begint grijs. De oostelijke wind is iets afgenomen, tot 5 Bft, maar voor ons gevoel toch iets te hard om leuk naar Kiel te varen. Bovendien is er een (kleine) kans op onweer. Chih Ling wil eigenlijk varen, maar ziet daar vanaf na de waarschuwing voor onweersbuien met zware windstoten en hagelstenen van mogelijk 2 cm. De Jonathan Seagul is ook in de buurt. Ze liggen – volgens de berichten – in Burg-Staaken, vlak voor de Fehmarn brug. Ze hebben in een paar dagen een flink eind gevaren, vanaf Polen, en zijn dus blijkbaar ook op weg naar huis. Misschien dat we elkaar toch nog zien in Kiel.

7. Omslag (22 juli)

Maandag 15 juli, hoogzomer en wij hebben de kachel aan! Vanochtend begon het met een soort stuifmiezer. Hanneke en de Pescadores vertrekken tegen negenen naar het stationnetje. Hun programma behelst een rit per stoomtrein naar Sellin – door akkers, velden en bossen – om de badmode anno 1900 te bezichtigen: badhuizen op pieren aan zee en alles wat er in die tijd bij hoorde. Enorme, pompeuze, witte villa’s met grote parken er omheen, bijvoorbeeld. (Hitler wist wel waar z’n voetvolk behoefte aan had toen hij zijn kilometer hotel in Prora liet bouwen…) Van daar nemen ze dus de bus naar een reeks andere badoorden, inclusief Prora. Een op-één-na laatste bus is vertraagd en de chauffeur licht de reizigers verkeerd voor, zodat ze de aansluiting met de laatste bus terug missen. Gelukkig gaat er nog een ander treintje terug naar Lauterbach. Ondergetekende gaat intussen de boot verder poetsen. (Een dagtocht zoals verzonnen lijkt me niet zo geschikt met mijn wankele rug en benen.) Op de boot wordt de dek-was-pomp opnieuw in gebruik genomen totdat de aanvoer van vers slootwater stokt. Verstopping! Dan een volgend project: ik heb al een tijdje een stekker / plug nodig. Dus naar het ‘nautische winkeltje’. Dat is eigenlijk meer van de nautische kleding, maar ze hebben het wel! Omdat ik nu toch al halverwege de oude haven ben, loop ik daarheen en ontdek dat de havenkade van een kilometer drie houten ‘aanmeergelegenheden’ biedt (Belgen zouden spreken van ‘kotjes’), waar men iets kan innemen. Dat doe ik dus maar, want het was een flink stuk lopen… In één van die tentjes worden bekers ijs verkocht, ‘zoals in de DDR tijd’. (Proef ik hier nostalgie?) Het zijn enorme coupe’s softijs. Na al deze genietingen ga ik douchen voor 5 cent, zie ik op het afschrift. Tegen het begin van de avond komt het reisgezelschap terug gestrompeld. Het was een zware dag. Ze willen allemaal niks meer en de weersvooruitzichten zijn voorlopig ook knudde. Morgen blijven we liggen / slaan we over. Hanneke komt tot de sombere conclusie dat deze vakantie niet is wat ze ervan verwacht had: omdat het weer tegen valt en omdat ik nergens mee naartoe kan. Nu loopt ze óf alleen, óf wordt ze op sleeptouw genomen door Tony en Chih Ling. Als ze dat had voorzien was ze liever thuis gebleven….. Met deze opgewekte conclusie besluiten we de avond. ’s Nachts moet ik eruit omdat de waterstand zover gezakt is dat we met de boegspriet op de kant liggen te bonken. Een koud klusje waarvan je dan weer helemaal wakker wordt.

Dinsdag ziet het er weer somber uit, maar het is droog en de wind valt mee. Ook de voorspellingen zijn wat verbeterd. De komende dagen weinig wind, iets meer zon en oplopende temperaturen. Toppie! Het is nu 15 graden, dus veel lager kon ook niet…. Hanneke kijkt wel iets blijer dan gisteravond en gaat douchen en broodjes halen. Ook Tony en Chih Ling zijn het er mee eens dat we blijven liggen en vanaf nu weer westwaarts gaan. (Peenemünde is niet echt interessant (minder dan 250 inwoners en wat oude WO-II en DDR-barakken). De Poolse grens is dan nog 30 mijl, maar niemand hoeft persé naar Polen dit jaar.) Om half tien begint het te motregenen. Dat weerhoudt onze overburen er niet van om voorbereidingen te treffen voor een vaartochtje. Een proefvaart met hun nieuwe schip van 15 meter met boegschroef, hekschroef en ruim bemeten voortstuwingsvermogen, naar later blijkt. Het begint met de moeder die de drie jongetjes maant om hun hengels en zooi op te ruimen. Na een half uur is dat nog niet gebeurd en doet ze het zelf maar. De jongetjes worden de kant op gebonjourd. Pa en ma staan nu langdurig te overleggen bij de meerlijnen voor. Ze aarzelen blijkbaar, maar onduidelijk is waarom. Dan loopt pa naar achteren en probeert de boegschroef: die doet het. Weer terug. Dan, tegen twaalven gaan ze achteruit de box uit, de verkeerde kant op, maar ze draaien en varen de haven uit. Een kwartiertje later komen ze terug en varen de box weer in. Dat gaat moeizaam. Ze raken allebei de boten in de boxen er naast, maar berokkenen geen schade. Twee jongetjes komen aan boord. Dan varen ze op dezelfde omslachtige wijze de box weer uit. Als ze de haven uitvaren komt het derde jongetje tevoorschijn. Oeps! Vergeten zeker! Dus draaien ze buiten de haven een rondje, overigens met opmerkelijke snelheid. Dan varen ze de haven en de box weer in. Deze keer met minder succes. Eerst rammen ze een meerpaal. Daardoor teruggekaatst varen ze vrijwel rechtuit tegen de buurman aan. Met de boegschroef corrigeren ze de koers, maar ook met het roer, en op behoorlijke snelheid dus raken ze ook de andere buurman stevig met hun anker, waarna ze op tempo tegen de kade opvaren. De splinters steigerhout springen in het rond, er is een driehoek weg van bijna 20 cm diepte en er zit een stevige buts in de boeg. Het jongetje op de kant heeft het allemaal in totaal afgrijzen zien gebeuren: met een hand voor z’n mond, grote schrikogen. De boot wordt door de klap minstens een meter teruggekaatst. Nu kan de kapiteinse niet meer met een meerlijn op de kant. Uiteindelijk lukt met motorvermogen ook dat, waarna ze blijft staan trekken aan de boot: het blijkt dat ze nog niet weet hoe een lijn op een bolder of op de boot wordt belegd. Op onverklaarbare wijze verschijnt dan binnen een paar tellen de havenmeester…. “Tsja! Dat was wel pech! Hij heeft het zien gebeuren….” Ter compensatie van de te verwachten rekening laat hij aan meneer en mevrouw alvast zien hoe je een lijn belegt op de boot….. (Weer wat geleerd!) Pa staat er echt beteuterd bij, ma lacht voortdurend van de zenuwen en het oudste zoontje kijkt vol bewondering naar de schade. Ik vermoed dat een weekje zeilschool minder kost dan de veroorzaakte schade…. (Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik wel last had van leedvermaak.) Na deze aanschouwelijke les en vol bewondering voor hun eigen schippers gaan Hanneke en Tony naar de Edeka, de Duitse supermarkt in het dorp. 
We hebben overigens vaak gehoord over muggen als plaag op de Oostzee, maar wij hebben daar tot dusverre nauwelijks iets van gemerkt. (Waarschijnlijk was het te koud.) Alleen in Schaprode zagen we veel heel kleine mugjes aan de lijzijde van de huik, schuilen voor de wind. Ook hebben we twee keer last gehad van een soort trage ‘plakvliegen’: die gingen op je zitten en reageerden niet als je ze weg probeerde te jagen, maar bleven doodgemoedereerd zitten.

Woensdag zijn we om zeven uur op. Om 8.15 gooien we los. Buiten de haven rollen we de Genua uit. Eerst lopen we 3 knopen of minder, maar een uurtje later l op pen we 4.5. Dan komen we bij een breed stuk, pal tegen wind in. We gaan verder op de motor, terwijl de Pescador nog een paar slagen kruist. Het blijft vrij zonnig met af en toe een wolkenveld. Om half één draaien we het haventje van Neuhof in. Er zijn piepkleine plekken, maar we passen net. Uit de wind is het opeens onwaarschijnlijk warm, maar in de wind blijft het kil. Ingrid had onderweg al ge-app dat het hier stil, landelijk, netjes en leeg was. Met 95 inwoners in het hele dorp valt ook niet veel te verwachten, maar er blijkt desondanks een vis- en een schnitselrestaurant te zijn. Bij de eerste gaan een biertje drinken en bij de tweede eten. Een Duits stel komt een praatje maken. Zij hebben ook een Rasmus, uit 1977, en zijn daar erg blij mee. Ze zijn hier een keer in een vaargeul vastgelopen, vlak bij Schaprode. Dat gaf gelukkig geen schade. Zij hopen ook ooit met de boot een lange trip te maken, maar moeten voorlopig nog werken. ’s Avonds gaan we met z’n vieren, zoals afgesproken, een pils drinken en schnitzels eten met een ijs-coup toe. De wind is gaan liggen en het wordt – voor het eerst in weken – een behaaglijke zomeravond.

Donderdag staan we vrij laat op. We hoeven niet vroeg op weg omdat de brug bij Stralsund, vijf mijl verderop, pas om 12.20 uur draait. Daar is het erg druk en niemand trekt zich iets aan van een zeeschip dat de brug door wil: iedereen gaat er voorlangs. Boven Stralsund waait het een beetje, maar eerst pal tegen. Twee mijl voor de beoogde ankerplek kan de Pescador een stukje zeilen en doet dat dan ook. De ankerplek bij Barhöft ziet er nogal onbeschut uit, maar de bank aan de noordwest kant heeft niet meer dan een decimeter water.  De ondiepe zandbank ziet er raar, bleek uit. Wij liggen redelijk, maar door de onderstroming in de geul draait de boot met de kuip in de kille wind en uit de zon. Hanneke klaagt dus: ze wil ergens anders naar toe…. De weerberichten zijn ook weer anders: vannacht wat meer wind uit zuidoost, morgen afnemend en draaiend naar zuidwest en mogelijk onweersbuien… Mmm…. We spreken per marifoon af met de Pescador om morgen om 06 uur te vertrekken naar de smalle doorgang, zuid, onderaan het eiland Hiddensee. Latere weerberichten worden somberder: zwaar bewolkt, later regen, buien… Maar op tijd naar bed dus.
Vrijdag om 5.15 uur gaat de wekker. Ik ben net op en zet hem uit. Koffie en theewater is zo klaar en om zes uur gaan we anker op. Hanneke zegt dat we om een groen tonnetje heen moeten, maar volgens de kaart ben ik, tien meter voor dat tonnetje, al ruim voorbij het bankje volgens de ge-update kaart. Ik stuur iets voor het tonnetje bakboord uit en merk dan dat we stil liggen. Potver! Ik zet de motor achteruit. Niets. Vooruit, ook niets. Probeer te draaien, niets…. De Pescador waarschuwen? Eerst nog maar even proberen. (We zien ze net achter de punt van het eiland verdwijnen.) Nog maar eens proberen, maar Niets! Motor vol gas…. Niets… Er vaart een Duits bootje voorbij: “Sind sie fest gelaufen?” Maar mooi geen hulp! Ze zwaaien vrolijk en varen door. De Pescador blijkt onbereikbaar. We rollen de genua uit en zetten die strak om wat schuiner te liggen. Affijn, het duurt 3 kwartier voordat er weer beweging in zit. Eerst heel weinig, maar dan toch echt. En daarna stuur ik heeeeel voorzichtig tussen die tonnetjes door. Na twee uur zien we in de verte de Pescador weer. Ze hadden het berichtje wel gekregen, maar dachten dat het een geintje was…. Ja, ja! Om 11 uur passeren we Darsser Ort, een voormalige militaire aanlegplaats op een landtong. Van daaraf verleggen we onze koers, bijna tegen wind in, naar Warnemünde en Rostock. Het laatste stuk is grijs: er strekt een soort zeemist op, koud en onaangenaam. Lange tijd is het grauw. Maar er zijn ook een paar momenten dat de laag blijkbaar heel dun is en de wereld om ons heen oogverblindend wit. Helaas overheerst het grauw! We zien een flauwe streep, de kust, en schaduwen van heel grote schepen. Gelukkig is de route de haven in redelijk zichtbaar. De haven, daarna is verbijsterend! Opeens wordt het helder, zonnig, varen we een totaal andere, zomerse wereld binnen met wandelde mensen, kleurrijke boulevards, feestelijke terrassen, luxe hotels en restaurants, stalletjes, kleurige bloemrijke grasperken met bankjes…. Het is erg druk. Grote vissersschepen en jachtjes liggen langs de kade door elkaar. Totale chaos, maar best gezellig…. Tony en Chih Ling vinden een plekje aan de kade, wij langszij bij een Zweeds jacht. Ze vertellen meteen dat ze morgen om half tien willen vertrekken. Nou, wij niet! En het zonnetje schijnt zoals we dat al die weken gehoopt hebben, maar nog nauwelijks hebben  gehad! Overigens voorspelt het weerbureau dat het ook meteen is afgelopen: morgen halfbewolkt en later regen…. Nou ja, daar achter zit zonneschijn! Vanavond kan het niet stuk. De bemanning / bemensing / het personeel gaat de wal op. Na een uur komen ze terug en willen naar een terrasje. Daar een dikke bier. ’s Avonds eten we Chinese noedels, met veel Ve-tsin, naar later blijkt.

Zaterdag begint fantastisch zonnig. Het overige leven in Warnemünde komt maar heel langzaam op gang. Elders viel het ons vaak op dat het zo vroeg al zo levendig was, maar hier gaat het allemaal echt traag. De havenmeester komt tegen negenen, ook al een trage man. Onze buren hebben besloten om te blijven liggen vanwege de zware onweersbuien die voorspeld worden voor vanavond. Hanneke wil gaan winkelen, maar voor 10 uur is alles nog gesloten. Maar om half twaalf is het toeristenbedrijf dan toch goed op gang. Drommen mensen komen voorbij, grote rondvaartboten stomen toeterend langs, een toeristentreintje blaast zijn duit in het zakje en jachtjes zoeken een ligplaats. Er zijn nauwelijks boten weg gegaan, dus die aankomers, dat wordt stapelen. Aan de overkant zet een Italiaans (???) restaurant z’n speakers wijd open met arabische muziek en af en toe een trance-dreun (10 minuten één noot herhalen met een computer-drum en geluidseffecten….) Gezellig hoor… Zelfs de meeste meeuwen hebben hier geen zin in en zijn vertrokken. Hanneke en ik gaan naar de Edeka en de sigarenboer. Hoera! Ze verkopen hier Drum! Op de terugweg naar de boot eten we een broodje Rostocker braadworst. Ik vind er eigenlijk niks aan: een soort flauwe frikandel. Hanneke gaat noch wat winkelen en Chih Ling en ik een beetje gitaar spelen. Tony verzorgt de hapjes. Om kwart over zeven zien we plotseling in snel tempo een heel donkere lucht de stad overtrekken. We gaan naar de Marlijn (30 meter verderop) en besluiten onderweg om toch het tentje erop te zetten. Nog nooit is dat zo snel gebeurd! In 5 minuten zijn we waterdicht van boven! De laatste ritsen worden dichtgeschoven op het moment van de eerste rukwinden en grote druppels. Een paar tellen later begint het verschrikkelijk te hozen! De boot voor ons is nog net te zien, maar de rest van de haven is verdwenen in het grijs. Nog vijf minuten later volgt heet eerste gerommel. De wind verdwijnt, de regen neemt af tot een gestage bui en het wordt lichter. En wij zitten droog en lezen.

Zondagochtend vroeg schijnt de zon, maar om half acht is dat voorbij. Tijdens de koffie melden onze Zweedse buren nogal plotseling dat ze over 5 minuten willen vertrekken. We zetten achter een lange lijn op de kant. Ondanks dat gaat het allemaal erg stuntelig. Tot overmaat van ramp komt de Pescador op dat moment om bij ons aan te leggen. Gelukkig heeft die schipper geduld, want onze kapiteinse vindt dat de boot nog een stuk moet worden verlegd, heeft ruzie met de touwtjes en met de wintertent, uiteindelijk dus ook nog met de schipper en de pest in…. Hanneke gaat met de S-bahn naar Rostock. Dan is het een hele tijd rustig. Om vijf uur komt Hanneke terug. Rostock is een mooie stad, helaas de winkels waren dicht, maar gelukkig hier niet, dus ze heeft toch wat leuke dingetjes kunnen kopen… We eten weer lekker Chinese bami. Het weerbericht is minder gunstig dan verwacht. Waarschijnlijk blijven we toch nog een dagje liggen.

6. Ruk naar Rügen (14 juli)

Maandagochtend is het opnieuw grijs en grauw, maar droog. Het is 13 graden en veel warmer wordt het niet, maar misschien een mager opklarinkje, later op de dag. We varen met enig gehannes het haventje uit om tien uur. Het wappert aardig en als we de zandplaat oversteken hebben we in de geul golven van een meter op kop. Aan de overkant gaan we met wind en golven mee, dus nog wel een beetje rollen, maar toch veel rustiger. Om half één zijn we in Stubbekøbing. Het ziet eruit als een heel, heel rustig dorpje. (Er zijn bijna geen bewoners meer.) We eten op de boot een kop soep en het valt me opnieuw op dat ouder worden niet zo leuk is als het misschien lijkt. Ik, bijvoorbeeld, krijg blijkbaar hangwangen. Niet zozeer van buiten, maar van binnen! Ik bijt nu voor de vierde keer in een paar dagen, ongenadig hard op de binnenkant van mijn wang. Dat doet pijn! Bovendien hangt er nu weer zo’n slappe, murw gekauwde lap vel tussen mijn kiezen, met alle risico’s op herhaling. Niet kauwen is geen optie, maar anders …. We hebben om allerlei redenen besloten om niet naar Kopenhagen te gaan, maar in kleine stapjes, richting Rügen, eerst via Stubbekøbing en Klintholm en dan, als het rustig weer is, de oversteek. Stubbekøbing valt een beetje tegen. Het is een piepklein en stil dorp met vrij veel leegstaande huizen en winkels. Een beetje dood. Toch weet Hanneke daar nog een paar uur zoet te brengen. We krijgen een aardig mailtje van Ingrid en Cor. Zij zijn al geruime tijd op Rügen maar zijn daar nu toch wel een beetje uitgekeken. Volgen onze vaargenote Tony is het daar in Duitsland ‘wunderschön’ en lollig, veel leuker dan hier in Denemarken. Ik vraag het me af. De ‘Jonathan Seagull’ ligt daar ook al meer dan een week verwaaid, dus niet zo heel erg anders dan wij. En dan krijgen we van het thuisfront een onverwacht en verdrietig bericht. Dan wil je eigenlijk dat je thuis bent…. Vandaag kun je al met al wel spreken van een behoorlijke depressie!

Dinsdagochtend ziet het er weliswaar vriendelijker uit, met af en toe een zonnetje, maar het wappert stevig. We discussiëren  of we vandaag naar Klintholm zullen gaan 17 mijl), of morgen, of morgen direct naar Rügen (45 mijl). Chih Ling wil eigenlijk nu naar Klintholm en morgen naar Rügen, maar bedenkt zich toch als het even stevig gaat waaien. Wij denken vooral over donderdag naar Rügen. Uiteindelijk blijven we vandaag toch maar liggen. Dat komt goed uit want en half uurtje later zwelt de wind aan tot een dikke 6 Bft. Gelukkig komt de zon zo nu en dan tussen de wolken door gepiept en ’s middags wordt het uit de wind zelfs lekker. Deze haven is behoorlijk druk bezocht. Wat me opnieuw opvalt is dat booteigenaren vrijwel zonder uitzondering onmiddellijk een stroomkabel uitrollen en inpluggen. Zou dat voor de elektrische kacheltje zijn of voor de tv? Wij doen dat vrijwel nooit! Alleen als we langere tijd moeten blijven liggen, vanwege slecht weer misschien.  (Wij hebben dan ook wel een flinke accu capaciteit en heel weinig verbruik.) Als Hanneke bijna klaar is met koken is onverwacht het gas op. Dat komt nooit goed uit, dus vandaag ook niet. We hebben nog 3 Camping Gaz tankjes bij ons, maar wel ver weggestopt. De eerste blijkt leeg, de tweede ook…. Gelukkig is de derde vol. Daarna kunnen we verder. Wel een beetje suf om lege flessen mee te slepen. In Duitsland kunnen we de grote fles waarschijnlijk wel ergens laten vullen.

Woensdag worden we om half zeven wakker. Chih Ling is klaar om te vertrekken. We helpen ze de box uit. Dan maar even koffie zetten voordat wij naar Klintholm varen. Om klokslag 9 uur varen we de haven uit. Het waait 4, later een tijdje 5 en nog later 3 Bft, schuin van achter. Het gevolg is dat we stevig liggen te rollen. Om 13.00 uur varen we de haven van Klintholm binnen. Er is nog maar heel weinig plaats. Op het één na laatste plekje kunnen we langszij aan een steiger aanleggen op het verste punt van de haven. De havenmeester hier heeft een apart gevoel voor humor: hij verstaat de naam ‘Marlijn’ verkeerd en maakt er ‘Marleen’ van en schrijft er ‘Lilly’ voor. Intussen is het toch weer gaan waaien: 5 tot 6 Bft. Het zonnetje schijnt en we lunchen met en stuk Ciabatta met gerookte forel. Dit is blijkbaar een populair haventje. De hele middag blijven er bootjes binnenkomen en iedereen ligt drie- of vierdubbel geparkeerd. Aanleggen kost moeite omdat het stevig blaast. Onze directe buren zijn een Duits stel dat zowaar Nederlands spreekt. Ze hebben 20 jaar in Nederland gezeild. Aardige mensen. We spreken af dat we rond 8 uur willen vertrekken. Hanneke gaat het dorp in en passeert langs de kant van de weg een doos vol keurige, zelfs kunstige, gebreide en gehaakte lapjes (pannelappen?) met een vlaggetje aan de doos, een briefje erop geplakt met de tekst “1 voor 22 kronen, 3 voor 60 kronen” en een blikje om het geld in te doen…. Dat kan hier in Denemarken dus nog  gewoon!

Donderdag gooien onze buren om 7.45 los. Wij even later. Het is zonnig en vrijwel windstil. We varen eerst rond de kaap om de beroemde krijtrotsen te bekijken. Die zijn met de opkomende zo’n prachtig om te zien: spierwit en met veel contrast. Na een half uurtje zetten we koers naar Rügen. De genua staat bij, vooral voor de zichtbaarheid, want het zeil doet niets. Halverwege loopt een scheepvaartroutes. Drie keer wijken we uit voor grote vrachtschepen. Als Klintholm nog maar één heel smal streepje is zien we van Rügen net zo’n streepje. Dan duurt het toch nog uren voordat je de kust goed ziet, nog langer voordat je de wijde monding invaart. Volgens de kaarten is het hier bijna overal erg ondiep en zaak om de smalle vaargeulen aan te houden. Inderdaad zijn er stukken waar een meter naast de boot de zandbodem duidelijk zichtbaar is. Volgens de kaart minder dan een meter! Dat is wel raar, want het water is vaak kilometers breed, maar toch moet je dat smalle geultje van hoogstens 10 meter breed aanhouden. Als we hier twee veerboten tegenkomen is dat toch wel even een zweterig momentje voor ons. Het is wel goed betond, gelukkig. Tegen drie uur varen we het haventje van Schaprode binnen. Een piepklein dorp: op de camping verblijven veel meer mensen dan er bewoners zijn. Tony en Chih Ling staan op de uitkijk en hebben een plekje voor ons geregeld. We gaan het dorpje bekijken. Erg leuke, bloemrijke huisjes met rieten daken, een piepklein kerkje uit begin 1100 met een kleurrijke kansel uit 1500. Daarna drinken we een biertje en eten een gigantisch visgerecht / schnitzel. Daarna terug naar de boot. Daar nog een uurtje genoten van het vogelleven. Er zijn hier namelijk tientallen zwaluwen. Sommige zijn helemaal niet schuw: ééntje komt op een halve meter van me vandaan zitten en houdt een heel verhaal tegen me. Ik luister niet goed, maar achteraf ging het, denk ik, over school: het was een hele leuke dag, hij/zij (dat kon ik niet goed zien) had veel nieuwe dingen geleerd en leuk met vriendjes en vriendinnetjes gespeeld, maar moest nu toch echt terug naar huis…. Dat bleek in de spleet tussen de drijvers van de steiger en het plankier in te zijn. Morgen zal ik naar hem / haar zwaaien.

Vrijdag vertrekken we naar Strahlsund, zo’n 15 mijl verder. Het is even zonnig, maar wordt snel grijs. Het weerbericht rept over lokale onweersbuien. Bij ons komt het zover niet. Het wordt zelfs zonnig en warm, maar aan de einder dreigt het. Strahlsund is een vroegere Hanze-stad en dat is te zien ook. Terwijl hier overal breed water is, vaak met beboste oevers en hier en daar een piepklein dorp, komen we plotseling bij een stad met voorname, grote gebouwen rond de haven en drie grote kerken. De jachthaven blijkt ook groot en er zijn er meer. De opvarenden gaan de stad verkennen en de kapitein besluit de boot maar eens te poetsen. Daarbij is de dek-waspomp een reuze aanwinst. Na het eten zitten we wat te kletsen met de Nederlandse schipper van de Kairos die ons een plek had gewezen in Vordingborg, en dan zien we plotseling een zeppelin aan komen vliegen. Het blijkt een reclame-ding, maar toch grappig. Het komend weekend is hier één of ander festival, dus besluiten we om morgen verder te varen naar Stahlbrode.

Zaterdag begint zonnig. De vooruitzichten zijn dezelfde als gisteren: in de loop van de dag lokale onweersbuien. We hopen er het beste van. Hanneke gaat nog even een lege gasfles ruilen voor een gevulde.Om kwart voor twaalf varen we naar de brug die vijf maal per etmaal draait, nu om 12.20. Een hele kudde verzamelt zich daar aan beide zijden. Als hij open gaat geeft iedereen vol gas om er maar zo snel mogelijk te zijn. Wat een krankzinnigen! Voorbij de brug rollen we de genua uit. Dat loopt prima totdat we bij een doorgang tussen twee eilanden komen. Voor ons zien we zware wolken en een regenbui, maar dat lost op wond er baarlijke wijze voor onze ogen op. Wij houden een heerlijk zonnetje. De wind valt weg en een klein eindje verderop hebben we plots pal tegenwind! Helaas wat weinig om echt lekker te kruisen, dus motoren we naar Stahlbrode. Om half drie komen we aan na 13,9 mijl. Het is onduidelijk waar hier de gastenplaatsen zijn: in de noordelijke haven hangen overal rode boordjes. In de zuidelijke is nog een klein hoekje vrij. De Pescador gaat in het gaatje en wij er tegenaan. De rest van de middag wordt besteed aan het bekijken van het gehucht, lezen, kletsen met de buren..

Hoera! Hoera! Hoera! Er is er één jarig! Jammer, maar aan het weer afgemeten zou je dat niet zeggen…. Vanochtend is her grauw en grijs. Droog nog wel, maar dat schijnt tijdelijk te zijn. Het gehucht hier voorziet niet in een bakker, dus brood is van het oppiep-type. Taart ontbreekt volledig. Alle feestvreugde moeten wij dus zelf produceren….. Plots zie ik dat Chih Ling al bezig is allerlei lijnen los te maken. Dat is eerder dan verwacht, maar ik maak ook los en vaar en rondje om de Pescador zonodig van de kant te trekken (We lagen aan de lage kant.). Dat blijkt niet nodig. Direct buiten de haven rollen we de genua uit. Dat loopt lekker, eerst 4 knopen en nadat we de koers verlegd hebben tot ruim aan de wind lopen we heel prettig, 5.5 knopen. Het zonnetje breekt door. We halen een andere oude Rasmus in, hoe wel die met vol tuigt zeilt en wij alleen de genua. De Pescador haalt ons heel, heel langzaam in. Om half twaalf zijn we in Lauterbach en liggen we weer in twee boxen naast elkaar. Er komt een dreigende lucht voorbij, dus zetten we de tent er snel op: we blijven hier toch een paar dagen liggen. Maar dit was voorlopig loos alarm. ’s Middags komen Tony en Chih Ling een biertje / wijntje drinken en spelen we wat gitaar. Ook worden er plannen besproken voor de komende dagen. Naar Polen of naar Sassniz? We gaan eerst met de lokale boemel het binnenland verkennen: een stoomtrein met een restauratie-wagen langs de Duitse bad-plaatsen.

5. Een weekje rust (7 juni)

Maandag blijven we dus in Svendborg…. Zoals in diverse weerberichten en logboeken al was aangekondigd, waait het de komende week te hard om nog voor je plezier te varen. Het is eigenlijk een beetje vreemd weer hier: soms schijnt het zonnetje, is het volkomen rustig, windkracht 2 of minder, en dan plots begint het me even te blazen: vlagen van 30 tot meer dan 40 knopen (75 km/u)! En even daarna is het weer stil… ook komt het voor dat er een wolk voorbij trekt. En soms valt daar opeens een plens water uit, maar dat zijn uitzonderingen. De temperatuur wisselt ook sterk per moment: in het zonnetje begin je binnen enkele minuten te transpireren, maar de luchttemperatuur bedraagt 14 graden….  toch, vooral die vlagerigheid bevalt me slecht. Alle boten met een wintertent hebben die opgezet. Zo ook wij. Voorlopig is de conclusie van de kapiteinses namelijk dat we het deze week maar even aankijken……

Leuk was vandaag trouwens een mamma-eend met 10 miniscule kwik, kwek en kwakjes. Blijkbaar één worp, want ze waren identiek. Maar onheil loert overal! Vanochtend waren het er nog maar 4….. Onze vriendelijk Deense buurman vertelde dat hij had gezien dat een meeuw er eentje uit het water viste en in één hap doorslikte. In dat tempo worden ze toch niet gemaakt. Opeens kijk ik ook wat anders aan tegen de saté-tjes die ik gisteren in de marinade heb gezet…. (Buurman, filosoof? merkte op dat zo lang de ‘netto reproductie ratio’ op twee blijft, er niets aan de hand is.) Gezien de stilstand vanwege het weer moet er maar een vermaaks-programma worden gestart. Dus is vandaag (dinsdag) zo’n programma in gang gezet. Het overgrote deel van de bemanning is daartoe afgereisd per toeristieke autobus. Voor de bescheiden som van zo’n 50 Dkr mag je dan plaatsnemen tussen de andere grijsaards en word je van thee-huis naar plasplaats vervoerd. Mmm, ik voel daar niets voor, want zie het volgende voor me:  ik moet dan allerlei ongevraagde bezienswaardigheden belopen. (Of mijn rug dat verdraagt is onzeker.) Bovendien heb ik een enorme hekel aan busvervoer. Tenslotte heb ik het beeld voor ogen van een wagon volgeladen met gezellig in het Deens keuvelende, breiende, kwijlende, kreupelende oude-van-dagen! Kortom: wel zielig voor Hanneke, maar ik heb belangrijker werk aan mijn hoofd: klussen aan de boot. Aldus geschiedt. En dat valt dan vervolgens toch weer vies tegen voor deze doe-het-zelver: met het wegwerken van een paar kwetsbare kabeltjes ben ik opeens een hele ochtend kwijt! Daar zat zelfs geeneens een rookpauze in! (Gewoon vergeten.) Om drie uur zijn ze opeens terug na bezoek aan het schilderachtige plaatsje Faaborg. Vrolijk geverfde huisjes met heel veel stokrozen. Vervolgens bleek een van hieruit geplande bustrip naar kasteeltje Egeskov opeens geheel vervallen te zijn. Daar stonden ze dan! Dus maar naar de Lidl….  Gelukkig is er ook nog een ander kasteel, Valdemar, te bekijken. Na een uurtje zijn ze opnieuw terug bij de boot. Het verhaal: op een gegeven moment bleek dat de bus het kasteel geheel ongemerkt voorbij gereden was en ze weer op de terugweg naar Svendborg waren. Een gevulde dag dus. Achteraf blijkt dat zij drieën de enige pasagiers waren… Deze eerste programmadag belooft nog wat voor de rest van de week!  Maar regeren is vooruit zien. Voor vanavond en morgen staat er namelijk weer vrouwenvoetbal op het programma! (Voor die dagen hoeven we dus niet zelf iets te plannen.) En daarna wordt het weerbericht misschien ook wel herzien.

Woensdag 3 juli begint zonnig met flinke wolkenvelden. Met de stevige wind duren die overigens niet lang. De luchttemperatuur blijft laag, een graad of 13. Hanneke doet 2 wassen, zodat alles weer fris en fruitig is. Onze Deense buurman vertelt intussen dat ook hij wel heeft overwogen om een haventje verder te gaan, maar daar is dan niets te vinden en je zult dan daar weer liggen wachten tot het beter wordt. En dat wordt niet voor het weekend verwacht…. Dan toch maar liever hier, in een stadje met alle (???) voorzieningen.

Overigens is vanochtend door dezelfde buurman waargenomen dat het laatste mini-duckje werd opgeslokt door een kwijlende, ranzige, vette monstermeeuw (waarschijnlijk een Duitse). Mamma duck keek verdrietig, maar pappa duck had een geil trekje rond de snavel en leek zich toch een beetje te verheugen bij het uitzicht op een nieuw reproductieproces… ’s Avonds kijken we op de Pescador voetbal en met succes: we hebben weer gewonnen!

Donderdag begint grijs en kil: 13 graden. Niks aan! Zomer in Denemarken…. Ik heb het altijd al gezegd! Om 9 uur begint het ook nog te miezeren! Hanneke wil geen ontbijt op bed want kruimels zijn des duivels! We fantaseren hardop over vertrek naar een dichtbij gelegen andere haven en er worden dus meteen voorraden ingeslagen. Misschien voorbarig, want het ziet er niet echt beter uit. Maar als we gaan is dat wel noodzakelijk, want de bereikbare haventjes hebben helemaal niets te bieden! Zelfs geen taverne, wat voor een haven wel raar is, maar in deze streek dus wel voor schijnt te komen. ’s Middags komt Chih Ling met een Deense weer-app. Die laat bovendien zien dat het morgen misschien wel een redelijk geschikte dag is om een flink stuk te varen. We spreken af om vroeg nogmaals te kijken en te beslissen.

Vrijdag om half zes gaat de wekker. Het ziet er redelijk uit en de wind is wat afgenomen. Het besluit is om naar Vordingborg, een plaats onder Kopenhagen over te steken. Om 8 uur zijn we los. Het eerste stuk is een bochtige geul tussen twee eilanden en gaat tegen 2 knopen stroming in. Er trekt net een bui miezer over, wat een spectaculaire regenboog oplevert.

Dan het ruimere sop. We zeilen eerst met halve wind, maar die krimpt en daarna is het stuk langs het eiland Langeland net goed bezeild.
Het is een eiland van ca 50 km lang en 2 km breed. Het ziet er uit als een rij glooiende, beboste duinen met er langs een lang, smal strand. Ook andere stukken kust hier zien er – naar hollandse begrippen – raar uit. Achtertuintjes, bos en zelfs weilanden met koeien, grenzen gewoon aan zee! In Nederland zit er of een rij duinen, of een enorme zeedijk tussen de zee en het uitzicht! Het oogt wel vriendelijk.
Op de noordelijkste punt van Langeland krijgen we een stevige deining, over de hele ‘Stoere Belt’ op kop. Daarna kunnen we afvallen en wordt het iets minder stampen. Helaas valt ook de wind grotendeels weg. Als we onder de 3 knopen voortgang hebben roep ik de Pescador op om de motor bij te zetten. Tegen vijven zien we de enorme brug bij Vordingborg liggen, maar het duurt nog twee uur voordat we er zijn. Het haventje is vanuit het westen onzichtbaar en de geul er naartoe nauwelijks te zien. In het haventje is weinig plek beschikbaar, maar de schipper van de ‘Kairos’ (in Svendborg gesproken) zegt dat er nog wel een paar plekjes zijn, achterin. Ook de schipper van de ‘North Star’ (ook uit Svendborg) is hier net aangekomen. Als we net liggen begint het weer stevig te waaien. De verwachting voor vannacht en De komende dagen is regen en wind. (Dat kennen we….) Als ik de achterlijn stevig aantrek hoor ik opeens water stromen. Tegelijk worden mijn voeten nat en ook op mijn zitvlak vormt zich een lauwwarm plek…. GVP! Dat is al de tweede keer! Ik ben op het randje van de douchezak gaan zitten. De vuldop is eraf gesprongen en het water klotst zo mijn broek en schoenen in…. Daarna loop ik rond met een onaangename herinnering aan een periode van zindelijkheidstraining tussen de benen. (Je bent zo jong als je je voelt….)

Zaterdag is het om acht uur egaal grijs en het miezert. De wind is weg, het is volkomen windstil en de miezerregen valt zo verticaal naar beneden, dat maar een deel van de raampjes nat wordt… Mistroostig weer. In deze treurigheid komt een zeiljachtje met twee kwieke 80-jarige Duitse opvarenden, blijkbaar van elders verdreven, zoeken naar een ligplaats. Zij zien dat er tussen onze boot en de buurman nog ruimte is waar zij zich tussen kunnen wringen, doordat een achter-meerpaal daar ontbreekt. Opa heeft alleen niet door dat het hier ondiep is en blijft op ca 8 meter van de kant steken op 1.20 meter. Maar ondanks zijn 2 meter diepgang heeft hij een goeie motor en de bodem is modder. Dus met enig motorgebrul bereikt het stel toch de oever. Nu liggen we in elk geval klemvast! Ze hebben landvasten van 5 meter. Een beetje kort voor hier, maar het lukt als je er een paar aan elkaar knoopt. We worden op de Pescador uitgenodigd om kennis te maken met Wim, een oudere broer van Chih Ling, die in Kopenhagen woont. Het zijn zichtbaar en merkbaar broers! Het wordt vandaag max 17 graden. Wij fleuren elkaar op met de gedachte dat te warm ook helemaal niet lekker is. Maar tegen de middag klaart de lucht op en het begint lekker te waaien, pal van achteren. Steeds harder trouwens, niet leuk meer: windkracht 8 met vlagen van 9 Bft volgens de windmeter…. Uit de Deense weersvoorspelling blijkt dat dit nog wat zal toenemen en dan, onverminderd, tot 06 uur morgenochtend zo doorgaat…. Tegen zeven uur komt de havenmeester ons waarschuwen dat door ‘afwaai’ het waterpeil flink kan zakken. Wij moeten verder van de kant af om schade aan de boegspriet te voorkomen. Dus de voorlijnen verlengd, motor gestart en achteruit en dan de achterlijn strak doorgezet. Ik ga daarbij ten derde male op de douchezak zitten, met hetzelfde, al eerder beschreven, gevolg: een natte broek…. We gaan vroeg ons nestje in want er is niks aan met al dat gewiebel, geklapper en geloei en gefluit. Maar ook de nacht is nogal onrustig doordat twee lijnen in de mast elke twee á drie minuten tegen de mast beginnen te klapperen.

Zondagochtend is de wind wel afgenomen, maar er zijn nog steeds perioden met stevige vlagen. Het ziet er allemaal erg grauw en saai uit. Tegen tien uur klaart het een klein beetje op. Af en toe piept er een zuinig zonnestraaltje door het grijs. De wind is afgenomen tot windkracht 4 á 5 met af en toe een flinke vlaag. Veel bijzonders is en wordt het vandaag niet. We bespreken de verdere planning voor de komende dagen. Chih Ling wil het liefst hier vandaan naar Rügen, mede gezien het verwachte goede weer. Hanneke eigenlijk ook. Ik vind het jammer om Kopenhagen en Allard en Gudrun links te laten liggen. Een besluit wordt nog niet genomen. Tegen het eind van de middag is er de finale vrouwenvoetbal. We zijn opnieuw uitgenodigd op de Pescador. De voetbalwedstrijd is spannend, helemaal door de onterechte achterstand. Helaas, maar met de uitslag kunnen we leven. Nu alles toch naar de gallemiezen is besluiten we maar meteen om niet verder naar Kopenhage te varen, maar hier af te buigen naar Rügen. Het weer wordt de komende dagen goed voor een oversteek. Daarna kan het nog wel eens een tijd duren voordat we dat opnieuw kunnen doen. Jammer, maar Helaas!