4. Op de Oostzee

Maandag 24 juni ben ik voor zes uur op. De zon schijnt, maar we liggen in de schaduw van de bomen langs de kade. Het bljft dus nog even fris. Er is nog helemaal nergens een teken van leven te bespeuren. Ik zet koffie. Rond halfzeven komt de havenmeester. (Het verhaal gaat dat hij zo vroeg komt omdat de Hollanders anders al vertrokken zijn, zonder te betalen.) Hij vraagt of ik de Poolse buren ook kan wekken. Die zijn snel op. Het liggeld is een tientje dat in z’n kontzak verdwijnt. De buren gooien vrijwel direct daarna los en gaan liggen wachten bij de sluis. Anderhalf uur later pas worden ze geschut. De Pescador komt naast ons liggen zodat de Jonathan Seagull er tussenuit kan. Zij willen naar het eilandje Æro. Wij hebben besloten naar Maasholm en Kappeln te gaan. Hanneke haalt brood en om half tien vertrekken we. Het eerste stukje is net niet bezeild, maar daarna kunnen we aan de wind, en later met halve wind, het ruime sop op. Het wappert stevig en er staat een stevige zeegang ook. We worden door de kustwacht gemaand om aan de goede kant van het vaarwater te blijven, of buiten de boeienlijn. Daardoor komen we een paar mijl van Kiel terecht in twee of drie grote groepen wedstrijdbootjes. Ze zijn allemaal bloedfanatiek en varen zowat onder onze boegspriet door. Ik rol de Genua iets in om beter zicht te hebben en dat is maar goed ook, want vlak voor ons gaat een bootje om. Nadat we de wedstrijden zijn gepasseerd verleggen we de koers om een vierde groep te omzeilen. De wind en golven komen nu schuin van achteren. Samen met de hoge en onrustige zeegang leidt dat tot een rottige te sturen koers. Uiteindelijk zijn we rond twee uur bij de ingang van de fjord naar Maasholm. Eenmaal in de fjord is het heerlijk rustig, zonnig en warm. We draaien een plas op, recht tegenover de jachthaven bij Maasholm, en gaan daar voor anker. Vannacht en morgen blijven we hier en overmorgen gaan we naar Kappeln, iets verderop. De komende dagen wordt veel wind verwacht en dan liggen we daar wel leuk. ’s Avonds trekt de wind aan tot 5 á 6 Bf, maar ons ankergerei heeft zwaarder weer goed doorstaan. Met 20 meter ketting op een diepte van ca. 2 meter kan niet heel veel mis gaan.

Dinsdag houden we een dagje rust. Ik ruim de kaartentafel uit: dat is een verzamelplek geworden van allemaal kleine, kwetsbare onderdeeltjes, zoals lampjes, zekeringetjes, stekkerjes, folders, enz. Uiteindelijk belandt een deel gewoon in de vuilnisbak. ’s Avonds worden wij gehaald en gebracht voor het voetballen. Een halve minuut voor het einde van de verlenging zitten de Hollandse dames ernstig in de penarie! En dan valt het beeld uit: de Mb-tjes van Chih Lings internetverbinding zijn opgebruikt…. Het loopt maar net goed af voor de oranje dames, blijkt uit het nieuwsoverzicht op de Marlijn.  Als we terug zijn op de Marlijn is het volkomen windstil.

Woensdag zijn we erg vroeg op. Het weerbericht spreekt van “tot stevige, toenemende wind”. Dus gaan we naar Kappeln. Het tochtje erheen is door een smalle vaargeul in vrij breed water. De oevers zien er schilderachtig uit. Er staat een knoop stroom tegen.  In Kappeln meren we tussen ver uit elkaar staande palen. Bij het invaren van de plek zie ik eerst een paal over het hoofd (verscholen achter ons anker) en vaar er stevig tegenaan. De 2e keer raak ik met mijn anker een reddingsboei van de Pescador. Dat is de redding voor de verzekering, want anders was het raak geweest.  Dit wordt gevolgd door wat gekluns met de meerlijnen…. Al die schippers aan de wal ook…. Hanneke heeft het er erg warm van gekregen en ook Chih Ling is blij als we vast liggen en niet meer kunnen bewegen…. Kappeln blijkt een piepklein, maar gezellig stadje. Tijdens een wandeling komen we zelfs een gebreide fiets tegen….

Hanneke blijft ondanks de warmte bijna de hele middag weg. We eten met z’n tweeën een portie Bahmi van een afhaal Chinees (€ 5). Zo kunnen we elke dag wel “uit eten”. Het wordt ’s avonds eindelijk frisser en de harde wind – als die er al is – passeert ongemerkt. De weersvooruitzichten geven rustiger weer aan voor de komende dagen. Misschien dus verder, of gaan we morgen naar de markt?

Donderdag 27 juni begint verrotte fris en overwegend grijs. Af en toe piept de zon er even tussendoor. We zijn blij dat we hier liggen en nog niet onderweg naar… Hanneke gaat onbeperkt douchen. Na het ontbijt gaan we naar de markt. Het is een gezellig dorp met een vriendelijk binnenstadje met veel winkeltjes. Bij een winkeltje met toeristenprullaria zie ik een met jonge vogeltjes uitpuilend zwaluwnestje. Pa en ma trekken zich weinig aan van toeschouwers bij het voeren en vliegen rakelings langs onze hoofden. De markt is piepklein: 6 stalletjes met diverse soorten levensmiddelen en een grote bloemen- en plantenkraam. Geleidelijk wordt het aangenamer en van de wind merken we hier niets. We besluiten om weer voor anker te gaan om morgen vroeg naar Svendborg over te steken. De Pescador gaat voor ons uit en wij volgen een uurtje later. De wind blijkt steviger dan we hadden gedacht: 22 knopen op de teller. Als we bij Maasholm aankomen zien we de Pescador net terug komen in onze richting. Hun anker hield daar niet. We gaan naar de plek waar we eerder gelegen hebben. We steken flink wat ketting om zeker te liggen. Als we net klaar zijn krijgen we een app-je van Monika, een dame die we met haar vriend Dorin hebben leren kennen in Spanje. Ze zeilden met hun eigen boot gelijk op naar Sicilië en later Griekenland. (Daar heeft haar vriend haar kwaadwillig verlaten in Vlikho baai. Zij is daar nog een tijdje blijven liggen en is daarna teruggegaan.) Monika schrijft dat zij zojuist de Marlijn in Kappeln heeft zien liggen. Toen ze even later langs kwam voor een praatje waren we (net) vertrokken. Jammer! Weer iemand van de periode aan de Middellandse zee! Ze heeft blijkbaar geen boot meer, maar nu een camper. We gaan vroeg te kooi en slapen allebei als rozen.

Vrijdag om zes uur is de wind matig, de zon verdwijnt tijdelijk achter een grijze sluier en het is fris. Na het Duitse weerbericht gaan we rond 8 uur anker op. Aanvankelijk zeilen we aan de wind met zo’n 4,5 knopen maar de gang is er al snel uit als de wind inzakt tot 3 á 3 knopen. Dan maar motoren! De trip naar Svendborg is bijna 40 mijl. Ik zie een bruinvis of een tuimelaar, vlak bij de boot, maar hij is snel weer verdwenen. Tegen de middag komt de zon goed door. Om 13.00 passeren we de punt van het eiland Aero. Ik maak een gestoomde makreel schoon en die eten we samen op met een broodje. Een lekkere vette hap voor tussendoor! Een stukje verderop is een tricky passage tussen twee eilanden waar een grote ondiepte ligt. Dat gaat allemaal goed. De bocht bij Svendborg heeft heel veel ondiepten en er varen wat ponten door de smalle geul. Als we onder de hoge brug doorvaren zien we dat er opmerkelijk veel stroom staat, zeker 2 knopen mee! Voorbij Svendborg gaan we ankeren in een diepe inham, achter een klein eilandje. Het is een absoluut Scandinavisch aandoende plek, met hier en daar een huisje verscholen in wat groen tegen de flauwe helling. Er liggen een paar andere bootjes. Al snel blijkt dat de meeste telefoons hier geen enkel bereik hebben. Alleen die van de kapitein blijft het doen. De vooruitzichten voor het weekend en daarna zijn voorlopig vrij ongunstig. We blijven hier dus maar een paar dagen kamperen, maar morgen gaan we wel eerst Svendborg bekijken.

Zaterdagochtend 29 juni vertrekken we om 10 uur naar Svendborg. We hebben 2 knopen stroom mee en het is 2,5 mijl, dus we zijn er zo. We kunnen aan een steiger liggen, vlak bij het havenkantoor. Het is zonnig en belooft warm te worden. Om 12 uur is het al 25 graden, maar er blaast een koel briesje over de haven. We zetten gewoon wat extra bier koud. Hanneke opteert voor een weekje hier, iets waar Chih Ling waarschijnlijk niets van wil weten. Af en toe rijden hier luid toeterende vrachtwagens voorbij, volgeladen met jongeren. Gisteravond had ik al zoiets gehoord, maar nu zien we ze ook. Het blijken afgestudeerde jongeren te zijn…. (Ik dacht aan een Turkse bruiloft.) Blijkbaar is dit een Deense traditie. Hanneke gaat de stad in en wordt geholpen, zeg maar rondgeleid, door een aardige Deense politie-agente. Daarna gaan we damesvoetbal kijken. En de temperatuur loopt op, zodat niemand meer zin heeft iets te doen. Het eten zou vandaag dus wel eens uit het visstalletje op de haven kunnen komen, dachten we zo. Helaas, dat blijkt een vergissing. Als we om half 8 wat willen bestellen is de wachttijd opgelopen tot 1,5 uur. Dus dat wordt niets. We worden gebeld door Harry en Tonneke. Zij zijn bij vrienden in Kolding, niet heel ver weg. Ze zouden morgenmiddag met die vrienden langs kunnen komen….. Dat lijkt ons wel erg gezellig! Het valt me op dat veel Denen hier, in eigen land, veel luidruchtiger zijn dan ik ze ooit heb meegemaakt. Hier gezang, daar een erg vrolijk gesprek, een radio met disco aan de overkant, terwijl een buurman blijkbaar meer van jazz houdt. En er wordt veel gelachen! Tegen donker raken we ook nog aan de praat met diverse landgenoten: een man met een grote Hallberg, de ‘Kairos’ op weg naar Rügen en twee oude vrienden met een boot van 30 voet, waarvan de opstapper vertrekt en de eigenaar naar de Lymfjord onderweg is, de ‘North Star’.

Zondag is het opnieuw mooi weer en zonnig. Toch komen er af en toe echt stevige windvlagen uit het niets. Hanneke gaat naar de  supermarkt. De Pescador gaat ankeren in de plek tegenover Troensø. Om één uur of twee komen Harry en Tonneke met hun vrienden Ruud en Karalila (naar ik hoop goed onthouden en gespeld). Het is een heel hartelijk en gezellig gebeuren. Ze hebben onderweg twee dozen aardbeien van de boer gekocht en die zijn zo op. Dan gaan we met z’n allen bij het visstalletje wat eten. Het zijn grote borden, hoog opgeschept en lekker. Wel moeten we in de vlagen ons bord vasthouden om wegwaaien te voorkomen. Dan maakt het gezelschap aanstalten om te vertrekken. Van de Pescador krijgen we een berichtje dat zij het ankeren voor gezien houden: het waait en klotst onprettig hard daar. Naast ons heeft tijdens onze afwezigheid, een oude Duitse zeilboot aangelegd. Er zitten twee ‘echte’ Duitsers op: dikke buiken, pullen bier en ‘zaufen’. De Pescadores vinden een plekje in de hoek van de steiger. We hebben nogal wat moeite om de boot aan de kant te krijgen, tegen de wind en stroming in. Dan wordt een aanlegbiertje ingenomen. Daarna zetten we de wintertent op, want er wordt een koude, natte en winderige week voorspeld. De temperatuur komt de komende week de 15 graden waarschijnlijk niet te boven. En aldus wordt week 3 afgesloten.

Dan maakt het gezelschap aanstalten om te vertrekken. Van de Pescador krijgen we een berichtje dat zij het ankeren voor gezien houden: het waait en klotst onprettig hard daar. Naast ons heeft tijdens onze afwezigheid, een oude Duitse zeilboot aangelegd. Er zitten twee ‘echte’ Duitsers op: dikke buiken, pullen bier en ‘zaufen’. De Pescadores vinden een plekje in de hoek van de steiger. We hebben nogal wat moeite om de boot aan de kant te krijgen, tegen de wind en stroming in. Dan wordt een aanlegbiertje ingenomen. Daarna zetten we de wintertent op, want er wordt een koude, natte en winderige week voorspeld. De temperatuur komt de komende week de 15 graden waarschijnlijk niet te boven. En aldus wordt week 3 afgesloten.

3. Kieler kanaal (23 juni)

Dinsdag 17 juni vertrekken we rond half zeven uit Norderney. Er staat weinig wind, het is heiïg en er is een volkomen vlakke zee, af en toe als een spiegel. We verliezen het lange strand vrij snel uit het zicht en dan varen we  in een hel-witte waas, alleen op navigatiemiddelen. Tegen twaalf uur naderen we een kruispunt van verkeerszones en daarnaast gelegen ankergebied. Het is aanvankelijk slecht te zien of de schepen varen of niet, maar als we dichterbij zijn zetten ze hun AIS aan en kunnen we zien dat ze bijna allemaal stil liggen. Vanaf dit punt kunnen we onze koers verleggen naar Helgoland, bijna pal noord. We varen door uitgestrekte ‘velden’ met oranje stinkende substantie: mosselzaad of iets dergelijks. Het stinkt naar overleden vis. Ook zien we eerst één, later meerdere Jan-van-Genten. Prachtige vogels! Rond drie uur zien we door de heiïge waas de schaduw van Helgoland. Het is minder indrukwekkend dan ik had verwacht. Het kleine stukje steiger voor sportboten is al helemaal dubbel bezet, dus we moeten ‘stapelen’. Hanneke en Chih Ling gaan naar het dorp, boven op de klif, best wel klimmen.  Ze maken een rondwandeling over de kliffen. Daar zien ze onder andere een grote kolonie broedende en jongende Jan-van-Genten die zich van mensen nauwelijks iets aantrekken. De Jonathan Seagull van Cor en Ingrid legt naast ons aan. ’s Avonds liggen we in rijen van 8 of 9 boten naast elkaar aan de wal. Wel gezellig: kletsen, met een drankje erbij.

Woensdag zijn we ruim voor zevenen op. Het weerbericht ziet er redelijk uit, hoewel aan het eind van de dag onweer met windstoten wordt verwacht. Kwart voor acht kunnen we losgooien. We varen met de Pescador en Jonathan Seagull dezelfde koers met als doel de sluis van Brunsbüttel. Op de Elbe krijgen we stroom mee. Eerst is dat 1 á  1,5 knopen, maar daarna zelfs een tijdje 3,5 knopen mee! We lopen dan ruim 10 knopen! Onderweg krijgen we een berichtje van een oud-klasgenote van Hanneke, met nuttige tips voor het Kieler kanaal. Tegen 15.00 uur zijn we bij de sluis. Als we daar keren om tegen de stroming in te wachten, begint het hard te waaien in vlagen van 30 knopen. Intussen komt er een heleboel vrachtverkeer de sluis in. Eén van de tips van de vriend van de vriendin van enz. behoedt ons en vrienden voor een blunder. Bij groen licht denk je aan binnenvaren, maar ho maar! Dat is alleen voor de grote jongens! Wij moeten wachten op onderbroken wit! Uiteindelijk krijgen dus ook wij wit en toestemming en mogen we de sluis in. Chih Ling is er voor ons en helpt aanleggen aan het lage ponton langs de sluismuur. Net na de sluis leggen we aan in een piepklein haventje aan bakboord. Als we daar een uur of twee liggen komt de voorspelde onweersbui met wind inderdaad over: en hoe! Het klettert, bliksemt, dondert en waait als een malle, een uur lang. We hopen maar dat Cor en Ingrid tijdig een plekje hebben weten te vinden, want dit is niet leuk meer! Dan is het weer over. We gaan uit eten in het ‘Torhaus’ restaurant van de haven. Het is hier heel betaalbaar en smakelijk. Dan op tijd naar bed.

Na een nacht met kletterende buien blijkt de donderdag als een grauwe, miezerige dag te beginnen. Na wat boodschappen vertrekken we rond half twaalf. Het kanaal is breed, vrij recht, rustig en omzoomd door bomen en groen. Af en toe passeren we een veerpont en een hoog gelegen brug. Een paar keer per uur worden we ingehaald door, of komen we een groot zeeschip tegen, maar het is breed genoeg en ze varen maar net iets sneller dan wij. Na een uurtje houdt de miezer op. Om half drie draaien we bij kilometerpaal 41.5 het Gieselaukanaal op. Dat is een smal, bochtig water door het groen naar de Eider. Die loopt verder naar een zeegat met sluis, pal ten oosten van Helgoland. Bij een brug en sluisje, een kilometer verder, blijken twee lange aanlegplekken te zijn in het groen. Het is er stil en heel idylisch, met fluitende en kwinkelerende vogeltjes en verder onwaarschijnlijk stil! Het zonnetje breekt door en alles is in rust. Een grote Zwarte Kraai of Raaf hupst over een houten railing tot vlakbij. Dan duikt hij het riet in en komt terug met een dood muisje. Hij pikt het aan barrels en pakt de helft op en vliegt weg. Een minuut later is hij terug om de andere helft te halen. Zeker voor een nest met jonkies.
Heel af en toe rijdt er verderop een auto over de brug. Doordat de planken daarvan blijkbaar niet goed vast zitten klinkt dat dan als het gedonder van onweer van gisteren, maar nu op afstand. (En dan klinkt een Daf-je ook weer anders dan een plattelands tientonner.) Het lijkt hier wel 100 jaar terug in de tijd, deze rust. We maken de pasta die we al twee weken van plan zijn te maken. De vogeltjes fluiten en kwinkeleren maar door tot in de nacht.

Vrijdag 21 juni is de langste dag. Die begint met opnieuw vrolijk fluitende vogeltjes en een zonnetje dat van achter door de bomen schijnt. Om kwart over acht vertrekken we en in een heel, heel rustig tempo varen we naar Rendsburg. Onderweg raakt het bewolkt en wordt het wat killer. Tot onze verbazing varen we Rendsburg eerst voorbij. Dat is voor de Pescador om diesel te tanken. Bovendien hadden ze deze afslag niet herkend. Voor ons is het verbruik 45 liter diesel sinds Dokkum, dus dat valt  mee qua hoeveelheid. De prijs blijkt een kwartje hoger per liter dan elders. Dat bevalt Chih Ling helemaal niks! Dus “ho maar!” roept hij meteen. Daarna terug naar de stad. Vlak voor de stadshaven zien we Cor en Ingrid liggen. We varen daarheen en parkeren ook in een box. Het is vlak bij de Aldi, maar van hier te ver om naar de stad te lopen, horen we van Cor. Hanneke gaat dus naar de Aldi, want we zijn daar nu toch….? Opnieuw worden er liters wijn aan boord gesjouwd, ‘want dat is in Denemarken niet te betalen’. In de haven blijkt ook een wasmachine, die een speciale bediening vereist. Er gaan alleen munten van € 0.50 in en je moet er het aantal munten in mikken die de betaalautomaat aangeeft na het vullen van het ding en de wasprogrammakeuze. Als je er niet genoeg in gooit, stopt ie gewoon, merkt Chih Ling dus. Cor nodigt ons uit voor een biertje. Dat wordt dan vanzelf erg gezellig, zodat we tegen kwart over negen eten. Op de kant heeft een lokale club van ‘natuurvrienden’ een midzomernacht-party, met trekharmonica en samenzang. Een klein eindje verderop vestigt zich een concurrerende club pubers met gettoblaster en hiphop sound. Die leggen het vrij snel af, blijkt tot mijn verbazing. De trekzak gaat door en de hiphop verdwijnt grotendeels. Na half elf horen we niets meer en slapen we als een bosje rozen.

Zaterdag 22 juni begint zonnig met wolkenvelden. Wel waait er een zacht maar heel fris windje van achteren precies de kuip in. Van de buren horen we dat gisteren de Kieler Woche begonnen is. Het zal daar dus wel behoorlijk druk zijn, iets om rekening mee te houden. ’s Middags gaat Hanneke met Tony en Chih Ling met de bus naar de stad. Die is niet groot en ze zijn vrij snel weer terug. Afspraak is dat we borrelhapjes maken en dan met Cor en Ingrid op de Pescador daarvan wat gaan genieten. Dat wordt heel gezellig met als hoogtepunt Quint, de Fillipijnse havenmeester, die een paar nummertjes zingt.

Zondag ben ik voor vieren klaarwakker. Het is al licht en als ik buiten ga zitten is het verbijsterend hoeveel verschillende vogeltjes door elkaar heen zingen en kwinkeleren. Allerlei soorten, en daarvan weer diverse concurrenten, doen hun uiterste best om vandaag opnieuw voordelig voor de dag te komen voor de vrouwtjes! Tsja, na onze voorstelling van gisteravond willen die beestjes ook hun beste kant laten horen… Het is op dit tijdstip nog behoorlijk fris en waait precies naar binnen. Ik zit dan ook met de kachel aan te schrijven. Tegen vijven ga ik toch maar weer even liggen en ‘verslaap’ me prompt (9 uur). Om 9.30 vertrekken we richting Kiel. Alles is rustig en zonnig. Bij de sluizen van Kiel / Holtenau ligt een groep boten te wachten. We kunnen redelijk snel door de grote sluis. Daarna gaan we om half drie direct bakboord uit, naar het haventje van Holtenau. We vinden een goede aanlegplek en gaan met de Pescador en Jonathan Seagull een pilsje drinken op de aanlegkadevoor de bruine vloot. Hoera! We zijn op de Oostzee!

2. Meer over niks (17 juni)

Dinsdag 11 juni word ik wakker doordat het ophoudt met regenen. Dat is overigens maar voor eventjes, want daarna begint het te plenzen. Met bakken stort het uit het grauwe zwerk…. Ik schrijf vrienden en bekenden dat het logboek weer wordt bijgewerkt, maar dat men het eerste probeersel gerust kan overslaan. Daarna wordt de route van Lauwersoorg naar Norderney nogmaals doorgerekend. Tegen twaalven zijn de Pescadores het zat: zij willen door naar Dokkum. Zij vinden het daar leuk en veel goedkoper. (Hanneke vindt Leeuwarden juist heel erg leuk.) Wij komen dan wel wat later, als het wat droger is, vindt Hanneke. En zo geschiedt. Om één uur wordt het droger. We gooien los en tuffen door enigszins ranzige randjes van Leeuwarden en dan het Friese platteland door. Eindeloze weilanden, hier en daar onderbroken door wat bomen. Het vaarwater is kronkelig en af en toe smal. Na een paar kilometer liggen we kennelijk voor de landingsbaan van vliegveld Leeuwarden, want een paar keer komt een gevechtsvliegtuig plotseling uit de laaghangende wolken naar beneden onder gefluit en gegier van de straalmotoren. Wel mooi maar niet echt vrolijk om hier te wonen met die pestherrie, lijkt me. We passeren beroemde sloten en dorpjes, bekend uit de historisch beelden van elfstedentochten, zoals de ‘Bonkefaert’ en Bartlehiem. Bij Budaard moet één brugwachter twee opeenvolgende bruggen bedienen. Hij fietst zich een ongeluk van de één naar de ander en heeft dan ook een gezond blosje op de Friese konen. Dit stukje Friesland heeft zich blijkbaar afgescheiden van de rest, want hier hangt opeens een klompje voor de neus voor € 3.50, wan nogmaals gebeuttt in Dokkum voor € 5. Nergens in Friesland zie je die echt, authentie beschilderde klompjes meer, maar hier opeens wel…. Intussen waait het hard, schuin van achter, maar het miezert veel minder. Het is een schamele 15 graden. Het weer is weer echt takke-weer. Onderweg gedenken wij Bonifatius, die hier in de polder 1250 jaar geleden zijn leven liet. Om halfvier bereiken we Dokkum. De Pescador is net aangemeerd en wij volgen rap. De kapiteinse gaat samen met onze vrienden komaliewant inslaan bij de Aldi. De stuurman blijft met een biertje en z’n shag achter om over het schip te waken. De weersverwachtingen waren al niet best, maar konden blijkbaar nog ongunstiger. En aldus geschiedde…. Tegen acht uur komt de ‘havenmeester’. (Hij wordt binnenkort 18, is een beetje bleu en kijkt heel erg weg, maar mag aan Hanneke graag vertellen dat hij reuze blij is met dit zomervakantiebaantje, en dat hij nog een verdere opleiding wil doen via mbo4, liever dan via havo; we geven hem groot gelijk… ). We kopen deze rustplaats ter nagedachtenis van de eerwaarde Boni maar meteen maar voor een week in, dit voor de prijs van € 38. Een spotprijsje voor zo’n gewijde plek. Eerder wordt het weer trouwens toch niet beter, zegt de collega van Piet Pelleboer.


Woensdag 13 juni begint heerlijk zonnig. Het plaatsje Dokkum heeft een leuke oude binnenstad, maar de Zuidersingel, waar we liggen, is een beetje een mistroostige plek: een ruim opgezette soort nieuwbouwstrook met eengezinswoningen. Tegenover ons staat een molen met geavanceerde wieken: in plaats van zeilen heeft hij een soort spoilers. De mensen zijn overwegend erg vriendelijk, groeten, maken soms een praatje. Wij gaan tegen koffietijd naar de markt. (Sinds afgelopen zondag loop ik met het beeld van een ‘Bosche Bol’ of een ‘Moorkop’ voor ogen. Raar, want die heb ik 30 jaar niet gegeten, maar sinds dat ter sprake kwam….) De markt is armetierig, maar nu ik over mijn beelden verteld heb ontdekt Chih Ling wel meteen een zaakje met moorkoppen. Dus trakteer ik. Oneetbaar, die dingen! Niet zozeer qua smaak, maar qua tafelmanieren! Tegen twaalven betrekt het. Als we net weer op de boot zijn begint het dus ook te regenen en dat blijft de hele middag zo. Toch zijn de weersvooruitzichten voor de Duitse Bocht in het weekend een stuk verbeterd. Als dat zo blijft gaan we vrijdag naar Lauwersoog en de volgende dag naar Norderney. We borrelen aan het eind van de middag zo overvloedig op de Pescador, dat we de rest van de maaltijden kunnen overslaan en vroeg naar bed kunnen.

Donderdag begint vriendelijk, met een zonnetje. Maar dat duurt maar even. Daarna is het overwegend bewolkt, met af en toe een klein buitje en af en toe wat zon. De verwachtingen voor de Waddenzee zijn iets verbeterd: vanaf zaterdag neemt de wind af tot een bescheiden 3 Bft. In den beginne nog wel met veel regen en mogelijk onweer, maar daarna wordt het beter. Ik ga op zoek naar de foutcodes van de kachel en start die alvast. Tot mijn verrassing werkt de kachel opeens! Dat is een knappe meevaller! Na de koffie gaan Hanneke en ik naar de supermarkt, een minuut of tien verderop, om bier en andere primaire levensbehoeften in te slaan. Ik braad ’s middags acht kippenpootjes ter voorbereiding van onze zeevaart. En zo sukkelt deze dag voorbij. Nog één dag rondhangen en dan gaan we op weg naar Lauwersoog. Dat schijnt een volledig van God en alles verlaten plek te zijn, dus daar wil je dan vanzelf wel weg….. (PS. Wel veel natuur! Mooi hoor!)

De vrijdag begint opnieuw zonnig, maar om11.15 trekt het eerste buitje over. De Pescador was van plan om door te gaan naar Lauwersoog, maar ziet daar, na het weerbericht voor zaterdag, eveneens vanaf. Zaterdag wordt langdurige regen en mogelijk onweer voorspeld. Dan nog maar een dagje Dokkum! Er komt een grote kits voorbij met kennissen uit Almerimar van Tony en Chih Ling (Cor en Ingrid). We spreken voor vanavond af om muziek te komen maken. Het wordt een gezellige avond tot middernacht.

Zaterdag begint het al vroeg te regenen. Het is windstil en de regen klettert ononderbroken door tot ’s middags. Ik verdoe mijn tijd door de koers van overmorgen op de kaartplotter te zetten. Oersaai. Om drie uur houdt de regen op. Een half uurtje, blijkt…. Tegen vijven wordt het droog en zonnig. We halen net over de brug een ‘Dürüm’, maar dat valt tegen: tamelijk slap en smakeloos, en bovendien met ketchup in plaats van sambal…. ’s Avonds gaat de bemanning passagiers, terwijl de kapitein de te varen koersen ook op de papieren kaarten intekent.

Zondag begint zonnig met wat wolkenvelden. Ik haal de tent van de boot. Hanneke gaat naar de processie ter ere van Bonifatius kijken. De weersverwachting voor de Duitse Bocht ziet er voor de komende dagen beter uit. Na één uur gaan we naar Lauwersoog. Onderweg tanken we water en diesel. Morgenochtend vroeg vertrekken we om drie uur naar Norderney.

Maandag 17 juni vertrekken we klokslag 03 uur. Ik ben de enige die een paar uur geslapen heeft. Hanneke, Tony en Chih Ling hebben geen oog dicht gedaan, beweren ze. Het is volle maan en helder, dus eigenlijk is er goed zicht. We varen de haven uit, tussen de pieren door en merken meteen dat er een hoop stroming staat, zeker wanneer we een grote boei passeren: een forse schuimkraag ervoor en hekgolf erachter! Schiermonnikoog ligt eigenlijk vlak bij. De Pescador vaart op het zeil, wij hebben de genua en bezaan op en in het begin staat de motor bij. Het waait behoorlijk, kracht 4 Bft, en is verrotte koud, maar met deze wind en stroming varen we tegen de 8 knopen over de grond. De Jonathan Seagul passeert ons en hijst op open water pas de zeilen. In een uur of twee zijn we tussen de zandbanken uit en varen we op open zee. Daar zetten wij ook de motor uit. Benoorden Schier hebben we eerst nog enige tijd stroming tegen, maar daarna gaat het ook daar als de spreekwoordelijke speer, met 7.5 knopen. Uren lang varen we min of meer gelijk op. Tegen zevenen zijn we bij Borkum en krijgen we hartelijk welkom van de Duitse telefoonmaatschappij. Met het meelopende getij neemt ook de golfhoogte af van 1 á 1,5 meter naar de helft. Vanaf het eiland Juist gaat de Jonathan Seagul een noordelijker koers varen, wij pal West. Om half twaalf bereiken wij bij Norderney een kritiek geultje over / tussen de zandbanken door. Nu het hoog water is kost dat geen moeite, maar dit was wel één van de redenen van ons vroege vertrek. Om 12.15 uur leggen we aan op Norderney. De Pescador doet dat probleemloos, maar de Marlijn moet weer even wennen aan dwarsstroom in een haven en ramt tot twee maal toe, op een haar na, de Pescador en legt aan met de hulp van een toegesnelde menigte…. “Nou, dat hebben we dan toch weer mooi gefikst!” sprak de kapitein monter, na dit huzarenstukje…. De haven van Norderney ligt tegenover een groot, saai industrieterrein , vrij ver van het toeristendorp en is vrij uitgestrekt. Ik blijf op de boot, terwijl de rest het dorp gaat bekijken. Het is warm, om maar niet te zeggen heet. Het dorp blijkt tamelijk toeristisch. Tony en Chih Ling krijgen een berichtje van de Jonathan Seagul dat het druk is op Helgoland. Nog voor de lunch vertrekt de voltallige bemanning naar Norderney-stad. Dat zag er vanuit zee bezien al behoorlijk onaantrekkelijk uit, dus de kapitein gaat een uiltje knappen en van het plots zonnige weer genieten. (Dan maar geen ijsco of suikerspin!) Het is duidelijk: onze eerste echte vakantiedag, want in Duitsland, is een enorm succes!