18. Bye, bye!

Maandag 30 juli is het rustig weer zonnig met wat wolkenvelden. We horen van de buren dat ze gisteravond, tijdens een wandelingetje rond het eiland, zagen dat de toiletten aan de andere kant van het eiland volledig vernield zijn. De toiletpotten waren met grote stenen kapot geslagen… Wat een treurig soort lieden die zoiets doen. De Pescador vertrekt om 8.15 uur, evenals de Guernera….?, gevolgd door de Marlijn. Als we bij de Middelplaat aankomen zien we een plekje waar we misschien net in kunnen. Eigenlijk dus net niet: we zijn 10 cm te lang. En dan blijkt dat de boot achter ons op het punt staat te vertrekken. Even later liggen we dus prinsheerlijk. De Pescador vindt een plekje aan de binnenkant van de steiger. Chih Ling gaat bijna meteen een nieuwe gasfles halen. Hanneke, Toni en Jim gaan mee om alvast wat boodschappen te doen. Middags gaan we wat muziek maken met allerlei buren als toeschouwers. Eén van de buren, een gezellige man uit Zaltbommel, speelt mondharmonica, maar alleen in C of G, zegt hij. Dat lukt overigens best. Ze nemen zelfs een biertje voor ons mee! ’s Avonds zijn we op de Pescador uitgenodigd om Chinese andijviestampot te eten: met rijst en spek. Het is hun armelui’s voedsel uit de tijd Dat ze net getrouwd waren. Dat blijkt simpel te bereiden met spek (even door de aardappelmeel gehaald), gebakken uien, twee lepels zwarte bonensaus erdoor en met rijst. Het is verrassend lekker! Chih Ling wil morgen naar de Lidl in Zierikzee. Na ruim een week zonder boodschappen zijn we nu wel aardig gevorderd met het opeten van de noodvoorraden. De wijn, het bier en de shag hebben bijna het absolute dieptepunt bereikt! Na de boodschappen morgen kunnen we er vast wel weer even tegen denk ik.

Dinsdag worden we wakker met een kletterende regenbui. Al snel klaart het op en zitten we toch in het zonnetje te ontbijten. Daarna, om 10 uur naar Zierikzee. Eerst de binnenstad in. Hanneke en Toni kopen beide een leuke Afrikaanse haarklem. Op het terras aan het marktplein nemen we koffie met gebak. De gebakjes, een punt  appeltaart en een tompoes, zijn werkelijk enorm van formaat en erg lekker. (Standaard leveren ze er hier twee schoteltjes en vorkjes bij.) Op weg naar de auto passeren we een muziekwinkeltje. Ik koop daar een capodastro (een gitaarklem). Daarna naar de supermarkt. We komen met drank en voedsel beladen weer terug bij de boot. We borrelen met Tony, Gerda en Chih Ling op de Marlijn. Daarna heb ik helemaal geen honger meer, tot Hannekes ergernis. ’s Avonds spelen we op de Pescador met de steigergenoten als publiek. Een buurjongetje van 6 jaar komt de band versterken met z’n mondharmonica. Dat is wel grappig! Het levert bovendien biertjes en snickers op voor de band en de omstanders.

Woensdag 1 augustus zijn we vroeg op. Hanneke is haar Afrikaanse haarklem kwijt! Nergens te vinden! Ze gaat mee naar de markt in Renesse. Ik besluit om intussen de op Mallorca beschadide ankerroller te verwijderen en een beugel daarvan te gebruiken om het kantelen van ons anker (op de andere roller) tegen te gaan. Met hulp van buren van de boot voor ons lukt het om ook het anker weer netjes terug te leggen. En nu is het afwachten of dit ook echt een bruikbare oplossing is. Ik ben toe aan pauze. De Orion met Ruud en Judith vertrekt rond twaalf uur. We zien ze vast nog wel, zo niet hier, dan toch zeker in Warmond.  Woensdagmiddag worden we uitgenodigd bij Jim en Liz om makreel en aardbeien met slagroom te komen eten. Dat is best gezellig, maar voor mij is die combi wel raar. Ik houd het dus bij een stukje makreel en een biertje. We besluiten om komend weekend weer richting Leiden te gaan. Dan kan Hanneke ook weer eens iets aan haar tuintje doen. ’s Avonds gaan we dat Toni en Chih Lingvertellen en daarna kijken we een helft voetbal op de Pescador. Weinig boeiend. Opeens valt het ons op dat het inmiddels wel weer veel eerder donker wordt: ruim voor elf uur ’s avonds.

Donderdag gaan we eerst water halen in Scharendijke en daarna ankeren bij de Ossenhoek. Al  vroeg is het heel warm en er staat nauwelijks wind. Hoewel de motor 2000 toeren loopt gaan we volgens het log vrij langzaam. De oorzaak blijkt te zijn dat ons log (kilometerteller) nog maar de helft van de snelheid aangeeft die de GPS meet. Blijkbaar is het logwieltje vervuild. Voor vandaag geeft het weerbericht temperaturen van 25 tot 35 graden bij windkracht 1 á 2. (Dat is nog niet zo erg als in Portugal: tot 50 graden: daar wordt je ge-slowcooked op eigen sap…) Onze ankerplek ligt langs de doorgang naar Port Zélande, de ligplaats van heel veel, veel te grote speedboten…. Dat merken we dan ook goed: de hele dag liggen we te klotsen op de golven van voorbij komend geteisem, inclusief rondjes varende rubber k.tbootjes met een dikke pappa erin, die dat 30 jaar gelden ook al deed toen hij nog puber was, of zijn nazaten. Omdat we in het beetje wind liggen is het uit te houden, vooral als je helemaal niets hoeft te doen. ’s Avonds wordt het nog rustiger…. Een prachtig heldere nacht met spiegelglad water, slechts verstoord door diverse, overbemeten raceboten die onverlicht voorbij scheuren. Op de kant maken wat jongeren in een bosje achteraf een kampvuur. Niet verstandig, nu alles zo droog is, maar het loopt goed af.

Vrijdag is het om zeven uur ’s ochtends al behoorlijk warm en volkomen windstil. We zijn bijna achterstevoren komen liggen en zowel Jim, als Chih Ling liggen (ook achterstevoren) op circa 5 meter afstand. Gezellig hoor, zo’n samenzijn…. Tegen negenen zijn we allemaal weer met de neuzen in de goede en dezelfde richting gedraaid. Chih Ling komt vertellen dat hij vandaag blijft liggen. Dat doen wij ook. Morgen voorspellen ze windkracht 3, zodat we misschien wedstrijdje kunnen zeilen naar de Mosselbank, bij Bruinisse. Daarna gaan we toch maar weer zo’n beetje richting Leiden, want voorlopig blijft het hier zo warm en zonnig dat het wachten op een koelere periode hopeloos lijkt. Er gebeurt verder helemaal niets meer, behalve ons afscheid van twee meeuwen (Sjakie en zijn vrouw). Als Chih Ling gitaar zit te spelen komt Sjakie er altijd bij zitten (en z’n vrouw soms). Soms op de steiger of een meerpaal, soms op Chih Lings bijbootje en,  heel af en toe, op de davits van het bijbootje.  En dat  terwijl Chih Ling hem maar een heel enkel keertje een broodje of visje toewerpt. (De conclusie: meeuwen houden van 50-erjarenmuziek.). Dat is ons twee maanden geleden al opgevallen op de Ossenhoek en gebeurde sindsdien….o

Zaterdag 4 augustus gaan we om half negen eerst brood halen in Port Zélande. Daarna varen we terug. Daar is de Pescador net bezig anker op te gaan. Ook Jim gaat weg. Gedrieën gaan we eerst richting Archipel en daar vandaan richting Bru. Er staat weinig wind. Jim gaat met z’n enorme genua zonder twijfel het hardst. De Pescador gaat met vol tuig eervol met de tweede plaats aan de haal. Wij zijn – beschaamd – hekkensluiter, met als oorzaak luiheid  van de bemanning (alleen de genua) en een beetje pech. We halen het bochtje met de zandbank bij de Archipel maar net binnen te tonnen, door flink te knijpen. Pas vlak bij de Mosselbank begint het een beetje te waaien, maar dan is onze achterstand al te groot. We vinden drie plekken aan verschillende steigers. Maar dat is al lang best, want voor hetzelfde geld was er geen plek meer geweest! Vanavond dan afscheid met ‘zang en dans’ en chocoladetaart. En dan gaan we echt.

Zondagochtend zijn we om kwart over zes wakker. Ik zet een pot koffie en thee. Hanneke blijft nog een kwartiertje liggen. Dan maken we de buurman wakker. We wurmen de Marlijn er met enige moeite tussenuit (ons anker haakt achter zijn railing) en steken over naar Bruinisse. De sluis staat al open en we zijn binnen 10 minutn geschut. Dan door naar de Krammersluizen. Die gaan vlot open maar het schutten gaat langzaam: meer dan een half uur voor ca 30 cm stijging! Vervolgens door naar de Volkeraksluizen. Jammer genoeg is de wind bijna pal tegen, dus we motoren alles. Ook daar gaat het om half twaalf vlot. Wel een rare motorboot die bij het invaren van de sluis ons nog tussen de deuren meent in te moeten halen…. Rare mensen! Om half twee zijn we bij de spoorbrug voor Dordrecht. Om kwart over twee maken we vast in een box in de ‘nieuwe haven. En warm dat het daar is!….. Hanneke gaat de even stad in. ’s Avonds gaan we eten in een traditioneel Turks restaurant: mezzes, dorade en een kalfssplies. Lekker, heel betaalbaar en erg aardige mensen.

Maandag hoeven we pas om half tien door de brug van de haven. Dan zijn we keurig op tijd voor de verkeersbrug bij Alblasserdam. Daarna krijgen we stroom tegen, feitelijk tot Gouda. We proberen nog even om diesel te tanken, maar er liggen vijf grote binnenvaarders om het bunkerstation heen, dus dat houden we snel voor gezien. We varen heel, heel, heel langzaam, langs de ‘Rietkant’ (een smalle afsnijding met allemaal sloperijen) naar de verkeersbrug Alblasserdam. Die draait om kwart over tien. Het is druk op de Noord en de Lek, maar het gaat allemaal goed. We zijn om half twaalf, tien minuten te laat, bij de stuw en brug bij Krimpen aan de IJssel, dit, ondanks de vaart die we erin gezet hadden…  een uur wachten, tot half twee dus en daarna volop stroom tegen. Anderhalf uur later naderen we de sluis bij Gouda. Om 14. 27 draait daar de spoorbrug. Halen we dat? Vraagt Hanneke… Alles zit mee: om 14.15 zijn we door de sluis! We jakkeren met vol gas alles en iedereen voorbij, met een onbeschaafde hekgolf (nood breekt wet in dit uitzonderlijke geval)  en om 14.25 liggen we voor de spoorbrug. Om 14.30 ook, trouwens, en om 14.45 nog steeds. Inmiddels hebben we een half bericht opgevangen, dat er een kwartiertje of zo gewacht wordt op iets ande re, en dat er trouwens toch geen treinen rijden…. Om 15.00 komt er een groot containerschip van de andere kant en daarna één van onze kant. Wij kunnen er achteraan, samen meteen paar andere bootjes. Direct na de sluis verordonneert Hanneke “Hier stoppen We! Ik wil niet verder! En dan morgen, blijven we slapen in onze jachthaven! Gezellig! Met de regen op het dak en zo….’ Daarover blijkt niet te praten, niet te onderhandelen, niets! (Die garnalenhersentjes hebben zich muurvast, zeg maar ‘keivast’ daarin vastgebeten! Tsja en als soft type, wat doe je dan? Echte kerels…., maar softies die leggen gedwee aan. (Natuurlijk proberen ze nog wel het aanleggen een beetje te saboteren, maar ja….) En zo liggen we dus, op zowat loopafstand van huis, naast een autoweg, bijna tegenover een nationele beroemdheid (?) ‘Bram Patat’ gelegen vlak voor MacDonalds, waar hij goede zaken doet bij de klanten van voornoemd reuzenbedrijf, omdat die alleen strokartonnen happen verkopen. We liggen daar dan honger en dorst te lijden vanaf half vier (alle restjes moeten eerst op!). En om het half uur komt hier ook nog zo’n enorm containerschip voorbij…. Lekker rustig noemt ze dat….

Na lezing van dit stukje concludeert Hanneke dat er werkelijk helemaal, helemaal niks, gebeurt. “Het gaat gewoon helemaal nergens over!” Ik opper nog voorzichtig, dat “Als het dan maar leuk opgeschreven is…”. “Tsja, het gaat gewoon nergens over! Wie is daarin nou geïnteresseerd?” Nou ja, aldus eindigt dus dit schrijfsel, want zelfs als je het leuk opschrijft, is er eigenlijk dit jaar, eigenlijk de afgelopen jaren, zelfs in dit leven, eigenlijk,  helemaal niets gebeurd dat de moeite waard is… (Met het allerlaatste stukje is Hanneke het dus weer niet eens…)

PS Het geeft troost dat een paar lezers/lezeressen de stukjes wel leuk vonden, in elk geval de stukjes uit voorgaande jaren. En zelf heb ik er trouwens de grootste lol in gehad.