Alle berichten van admin

11. Famous last words (18 aug.)

Maandag 12 augustus gaan we om half elf van Grou naar Sneek. Het is een saai tochtje: grijs, af en toe nat en winderig over het prinses Margriet kanaal. Na het Sneekermeer stuurboord uit, langs industriegebied en dan Sneek in. Zodra we liggen valt er een stevige bui. Daarna gaat Hanneke de stad in. Het eind van de Sneekweek is net geweest, dus er hangt nog wat versiering, maar in de stad zijn toch wel aardig wat mensen op de been. ’s Avonds is het stil, tot om een uur of tien een meisje blijkbaar vreselijke ruzie krijgt. Anderhalf uur krijst ze, tiert ze, gilt ze. Het houdt niet op, lijkt wel. Desondanks val ik snel in slaap.

Dinsdag regent het. Toch gaan we om 9 uur naar Stavoren. We zijn Sneek zo uit. Dan, vlakbij IJlst door. Geen schaatsenfabriek te zien (Nooitgedacht, leerden we op de lagere school). Daarna een flink stuk door de Friese weilanden, tot bij Heeg, het dorp ontsierd door een stuk met circa 80 identieke vakantiehuisjes, die heel creatief in een geometrisch patroon zijn neergezet. Dan uren rechtuit over het Heegermeer, de Fluessen en de Morra, pal tegen wind in tot Stavoren, waar we rond 13.00 aanleggen. Tussen de wolken schijnt soms de zon, soms niet. Om drie uur begint het te hozen en te onweren. Een half uur later is het voorbij. Een uur later weer. Dit zal maar je zomervakantie zijn, denk je dan.

Woensdag begint zonnig, maar aan het ruisen van de bomen horen we dat het wel waait. Volgens het KNMI waait het 5 Bft uit Z tot ZW en wij starten zo’n beetje het ongunstigste punt (de hoek bij Makkum is nog erger). Als we net over negenen uit de sluis komen staat er aardig wat wind, maar vooral een nare, steile, korte golfslag van een meter. We hakken en stampen er schuin tegenin maar komen nauwelijks boven 3 knopen. Onze koers is bijna West, opdat we straks in de relatieve luwte van West Friesland komen. Tenminste, dat is het idee. Na 2 uur hebben we volgens het log 5,5 mijl van de 11,5 afgelegd…. Toch wordt de golfslag wat minder steil en onaangenaam. Onze snelheid neemt ook toe. Om 12.05 uur varen we toch de haven van Enkhuizen in. We vinden een matig plekje in het uiterste hoekje van de haven. Net als we vastliggen besluiten de achterburen te vertrekken. Dus een eindje naar achteren. Net als we vastliggen komt de havenmeester vragen of wij nóg een eindje naar achteren kunnen. En zo liggen we dan om één uur eindelijk vast. Aan het eind van de middag komen Bert en Marjolein wat drinken. Heel gezellig. Tegen zevenen gaan we eten bij de herberg, een tentje vlak tegenover de boot. Ook dat is gezellig en als we opstappen is het al donker en regent het opnieuw.

Donderdag regent het nog steeds, maar tegen tienen klaart het een beetje op. We hebben besloten om vandaag nog te blijven liggen en vrijdag te vertrekken. Helaas is de verwachting opnieuw wind, kracht 4 Bft pal tegen. Nou ja, dan maar buffel en, maar in het weekeinde wordt het nog erger. Hanneke gaat ’s middag naar het flessenscheepjes museum. Iets dat mij niet zo bijzonder trekt. Zij krijgt daar een heel leuke, persoonlijke rondleiding. Het huisje blijkt gebouwd op een overkluizing (een soort tunnel) en heeft in het midden een zware deur, zoals een sluis. Daarmee kan de waterdoorgang worden afgesloten.
’s Avonds gaan we wat eten in “de Dikke Mik”, een soort Amsterdams knijpje, waar je ook wat kunt eten. Het is er best gezellig. Er is nog een tafeltje beneden in een soort kelder. Naast ons zit een gezin met twee hondjes die erg lijken op Pelle en Kalle van Harry en Tonneke. We raken wat aan de praat, over hun pech dat een schoot of val in de schroef kwam. We praten ook over de hondjes Pelle en Kalle. Dan zegt de man opeens “Jullie hebben het zeker over Harry en Tonneke! Ik ben een zoon van Harry,” Het blijken Vincent en Marloes te zijn met hun kinderen en hondjes. Dat is – opnieuw – verbijsterend toevallig! We sturen Harry en Tonneke in Zweden een appje met een foto van het hele gezelschap. Daarna breken we op, lopen naar de boot en gaan vroeg naar bed. Helaas heb ik blijkbaar ergens iets verkeerds ingenomen. Om twee uur krijg ik hevige buikkrampen die gelukkig na bezoek aan ons hûske ook weer snel verdwenen zijn.

Vrijdag word ik om 6.30 uur wakker. Ik zet thee en koffie en onze Engelse buren zijn tijdig klaar om ook te vertrekken. Om kwart voor acht gooien we los en om acht uur zijn we door de sluis. Tot het Paard van Marken om 11.30 u. gaat het voorspoedig, maar daarna langzamer. Het blijkt dat we aardig wat fonteinkruid onder de boot hebben hangen. De snelheid loopt dramatisch terug tot minder dan 5 knopen bij 2200 toeren (normalesnelheid 6.7 knopen). Even achteruit slaan brengt bossen van die zooi aan de oppervlakte maar is maar heel tijdelijk een oplossing. On 12.30 zijn we bij de brug en de Oranjesluizen. Schutten gebeurt snel en voor enen liggen we in de Sixhaven. We gaan morgen pas door naar Haarlem omdat we de brug daar niet halen en die daarna vandaag pas laat draait. Hanneke krijgt steeds minder zin om door te varen naar huis. Morgen waait het te hard (vindt ze) en moeten we dus hier blijven liggen, overmorgen misschien ook. En dan kunnen we ook nog een nachtje in Haarlem blijven liggen, leuk de stad in…. Het kan dus nog even duren, maar we komen eraan! Tegen zevenen begint het een beetje te regenen. Gelukkig heeft Hanneke dan haar boek uit, dus er is een kansje dat het nu gezelliger wordt.

Zaterdag staan we op ons dooie gemak op. Als de miezeren stopt, gaat Hanneke op weg naar het Stedelijk museum. We spreken af om half vijf blij café Loosje op de Nieuwmarkt. Mij lukt dat met een paar tussenstops, maar Hanneke belt om te zeggen dat ze verkeerd is gelopen (bij de Dam de verkeerde kant op) en er nu aan gaat komen. Wat er voorbij komt is verbijsterend. Zo veel variëteiten in gezichtsuitdrukkingen van mensen! Vooral de toeristen natuurlijk.
Er zijn ‘stoere’ jongens / mannen bij die rondlopen met een uitdrukking “Mij maak je niks!”, sommige jongens / mannen die kijken van ” Jee, spannend hier!”, een enkeling die een soort van ontkent dat hij in Amsterdam is, ook een enkeling die totaal ontredderd en verdwaasd rond strompelt. Bij vrouwen is het een beetje vergelijkbaar, maar soms ook wat ondernemender: “Jee, spannend hier!” of “Wat raar hier!”. We drinken een biertje en lopen dan terug over de Zeedijk. We passeren een Thais eethuis ‘Bird’ en besluiten daar wat te eten. Er staat een rij, maar we kunnen n 5 minuten doorlopen naar een zaaltje boven. Het eten is lekker (Hanneke vindt het super), maar ik vind het niet uitzonderlijk. Dan terug naar de boot. We moeten om het station heen lopen want Hanneke is haar OV-pasje vergeten. Dan nog een ijsje eten bij de kantine van de haven.

Zondag miezert het. Al snel blijkt dat ’s nachts de haven helemaal volgepropt is, tot en met het miezerige haveningangetje aan toe! Het is echt centimeterwerk om voorbij die bootjes te komen. En blijkbaar hebben die om 11 uur nog geen behoefte gekregen om op één van de vrijgekomen plekken te gaan liggen. Wat een zeldzame eikels! Het lukt en twee uur later liggen we voor de verkeersbrug bij Spaarndam. Het gaat redelijk snel en om drie uur liggen we in het Spaarne, recht voor het Teylersmuseum. Hanneke weet niet hoe snel ze daar binnen kan komen! Als ze terug is gaan we een Grieks restaurantje zoeken: Delphi, prijzig, maar uitzonderlijk lekker. En dan terug naar de boot. Het plan is om maandag nog in Haarlem te blijven en dinsdag dan terug te varen. Dan wil Hanneke pas woensdag naar huis…

Als ik dit verslagje schrijf denk ik “hier valt eigenlijk inderdaad niets leuks meer over te vertellen! Gerard had dus toch gelijk…. Dit is dus het laatste verslagje van waarschijnlijk onze laatste grotere zeiltrip.” Hanneke geniet, maar voor mij gaat deze vakantie als een nachtkaars.

10. Anti-fan

Maandag 4 augustus worden we om 7 uur wakker onder een grijze hemel. Allebei geslapen als een blok. Vandaag wordt een rustdag na al dat gestress vaan de afgelopen tijd. Misschien dat we morgen dan een snipperdag opnemen. Chih Ling heeft het plaatje van zijn startrelais gedemonteerd en de vier afstandshoudertjes / isolatoren los gehaald. Een vriend van hem, de onvolprezen scheepsschilder Theo, viert vakantie in de buurt. Hij komt met de auto langs om op zoek te gaan naar nieuwe isolatoren. Zij zijn ook zo aardig om onze lege gasfles mee te nemen om die in te ruilen. Hanneke gaat intussen bij de Hema een erg lekker appeltaartje halen. Twee, want ook een voor Theo, z’n vrouw en kinderen. Het worden in plaats daarvan twee bakken aardbeien en een bus slagroom, maar dat blijkt een schot in de roos: binnen de kortste keren hebben de kinderen de meeste aardbeien en slagroom naar binnen gewerkt. Wij eten ’s avonds pizza omdat we dat al een tijd niet meer gegeten hebben en die bovendien vandaag in de aanbieding is. Daarna spelen Chih Ling en ik nog wat gitaar. Vlak voor het slapen gaan lees ik een mailtje van een vriend. 

Ik word dinsdag vroeg wakker en denk een tijdje na over het mailtje. De inhoud is kort en duidelijk  maar tegelijk een beetje vreemd. “…. zeemans-verhalen hebben me nooit zo kunnen boeien.” Jammer, want ze zijn wel leuk bedoeld. En eigenaardig, deze mededeling…. (De moeite nemen om dit per mail te versturen… Een ingezonden brief…?  De tegenpartij?) En dan: ‘zeemansverhalen’. Teveel eer! Het zijn een soort vakantiekiekjes. Er is geen groot verschil met een bergvakantie of kroegentocht. Alleen hebben we noch een berg, noch café gezien, maar wel veel water.
Intussen komt hier het dagelijkse bootjesleven weer op gang. Na het ontbijt gaan Hanneke en Tony leuk boodschappen doen bij zowel de Lidl, als de Aldi, de Action en de AH. Chih Ling heeft geconstateerd dat zijn dynamo toch defect is en dus vervangen moet worden. Hij kan er één bestellen en morgen ophalen, maar voor een vrij forse prijs. Als het na montage allemaal weer werkt kunnen we verder. Intussen komen er twee grote boten achter ons liggen. De schippers wisselen hun ervaringen uit en praten over de zeegang bij Lauwersoog en de weersverwachting voor komend weekend. (“…. Zaterdag 40 knopen, dus dan wil je wel goed vastliggen!….”) Van onze achterbuurman horen we ook dat we voor een week maar drie dagen hadden hoeven te betalen, mits we dat in één keer vooraf hadden voldaan. Jammer! We hebben nu al twee keer betaald, dus het rendement van alsnog ‘vooraf betalen’ neemt erg af. Tegen de avond komt de Sea Wing met Willem en Inge naast ons liggen. Ze verwachten een dochter en vriendinnetje om een paar dagen mee te varen. Het wordt opnieuw heel gezellig. We komen erachter dat we gemeenschappelijke kennissen hebben: Louis en Mirjam, die we in Port St Louis hebben ontmoet, toen zij richting Griekenland gingen. Later zijn we nog een keer bij Mirjam uitgenodigd, samen met Sara en Thijs van Engeland, eveneens uit Port St Louis.

Woensdag worden we om acht uur wakker en het miezert. We zeggen dat tegen elkaar en – als om ons te logenstraffen – het begint onmiddellijk te hozen. Hanneke blijft lekker lezen in bed en ik zet koffie en thee. Het gaat zelfs eventjes onweren, maar veel stelt het niet voor. Na het ontbijt gaan Hanneke en Tony naar de markt en ik ga Chih Ling (moreel) helpen met wat reseremateriaal. De dynamo werkt weer tegen de middag. Daarna heb ook ik nog wel een uurtje nodig om onze reservespullen weer een beetje op orde te brengen. De Sea Wing vertrekt via Leeuwarden naar Amsterdam. Chih Ling komt overleggen over het vervolg. Zij willen eigenlijk vrij snel naar de Grevelingen, Hanneke wil nog een tijdje in Friesland rondtoeren. Maar vertrekken doen we nu nog beide.


Donderdag nemen we om 9 uur afscheid van Cor en Ingrid van de Jonathan Seagull en vertrekken dan uit Dokkum in een flinke file. Een paar bruggen openen traag, wat leidt tot een heuse opstopping. Om half één leggen we opnieuw in Leeuwarden aan bij de Prinsentuin, vlak onder “Het Rode Koper”, waarover Vestdijk ooit schreef. Het is een nogal abrupt afscheid, per marifoon, van Tony en Chih Ling. Misschien zien we elkaar nog in Grou, Sneek of Lemmer, maar gezien het verschil in plannen lijkt dat niet zo waarschijnlijk. Jammer, het was gezellig, een beetje vreemd om zo uit elkaar te gaan na zo’n vakantie, maar we zien elkaar vast wel weer. Aan het eind van de middag zitten we lekker in de zon. En wij niet alleen: een heleboel Leeuwarders spreiden hier een dekentje uit op een plek in de ‘Tuinen’, waar de zon ruim tussen de bomen door kan schijnen. Sommigen hebben een picnic-mand bij zich, inclusief wijnglaasjes, of brengen een pizza mee. Tegen de avond verandert de leeftijdssamenstelling en zijn het studenten die, hoewel Fries, Engels met elkaar lullen. Engels: het nieuwe Latijn van de 21e eeuw, zeg maar.

Vrijdag is het opnieuw grijs en het moment van aanvangende regen is veranderd van “…in de loop van…” naar “nu ogenblikkelijk”. We aarzelen: nu naar Grou of over drie dagen, in verband met het verwachte slechte weer, dit weekend. Het wordt nu (om 10.10 uur). En dan volgt een urenlange tocht van brug naar brug naar brug. Overal moeten we in de file wachten, totdat we Leeuwarden helemaal uit zijn. Afwisselend regent het en plenst het, met luttele momentjes miezer tussendoor. Om half twee meren we aan in Grou, op een plekje perfect tegen de verwachte storm in, tijdens zo’n momentje miezer. Al snel wordt dat weer regen, maar wij liggen hier hoog en droog! Als het donker is zien we het weerlichten. De donder blijft vrij ver weg en regen is ook niet noemenswaard.

Zaterdag begint zonnig, zoals bijna elke dag, maar om 9 uur is het weer grijs en dreigend, eveneens als bijna elke dag. Vandaag is heel veel wind voorspeld en dat klopt. Tegen koffietijd zien we de Grou’ster skûtsje voorbij komen, langszij van een vrachtscheepje. Grou heeft nu drie jaar achtereen gewonnen en vanavond is er dus feest bij Oostergo. Geinig. Hanneke ontdekt dat er in Grou ook nog 3 musea zijn. Eén daarvan is wel heel bijzonder: het Bb-museum, gewijd aan de bescherming van de burger-bevolking ten tijde van de koude oorlog. (Huis aan huis folders uitdelen “Wat te doen als de bom valt.” “Kruip onder een tafel…..”) Broer Allard werd ooit als vervangend dienstplichtige ingelijfd. Hij kreeg in Groningen een dienstfiets te leen met de opdracht een pakketje af te leveren in Drachten of omgeving, maar dat zonder gebruik te maken van de openbare weg…. Echt polderen dus. 
Hanneke gaat de stad in en komt terug met drie wensjes voor aan te schaffen niemendalletjes. En dan kunnen we ook meteen kibbeling met patat eten, daarna gelijk door naar de Bierhalle en tenslotte naar Oostergo om de winnende skûtsje binnen te halen en toe te juichen. En aldus geschiedt. De festiviteiten rond het toejuichen van schipper en bemanning heeft een hoog dorpsgehalte, dit met inbegrip van een lokale koningin en hofdame, klaroengeschal, spreekstalmeester en dorpszanger/-trompetist. We zijn dus een uurtje later weer op de boot.

Zondag 11 augustus is het zonnig, maar het wappert nog wel aardig, maar veel minder dan gisteren en vannacht. Tegen twaalf uur zijn bijna alle bootjes uit de Hellinghaven vertrokken. Ook komt er een enkele motorboot binnen. Een joekel, met boeg- en hekschroef, zodat parkeren toch niet zo’n probleem zou hoeven zijn, vindt mevrouw. Zij blijft zitten, terwijl pa aanmoddert. Wat ook niet helpt is dat alle lanvasten in één gordiaanse knoop verenigd zitten. Als je dan een wat langer eindje hebt, blijkt dat nou net nergens aan vast te zitten, terwijl jij op de wal staat… Voor omstanders wel grappig hoor. Wij doen nog een dagje Bierhalle, want vandaag is het nog aardig, de rest van de week wordt het regenachtig, winderig en kil. Tegen één uur liggen we bijna helemaal ingebouwd tussen grote motorboten met halfbakken schippers. Gelukkig ligt er nog een andere zeilboot naast ons, een Bavaria, met een gezellig stel erop, wier vakantie nu net begonnen is.

9. Fans (en andere sterke verhalen)

Zondag 28 juli ontvang ik – nadat het hoofdstukje van het logboek is geopenbaard – fanmail! Anders kan ik het niet noemen. Lezeresjes schrijven mij “ik zou elke dag wel een stukje willen lezen!”, “zulke leuke stukjes .. uit een andere wereld, jullie bootjeswereld”, “… erg grappig!…” Het ego van de kapitein is weer fijn opgepoetst dames! Waarvoor dank! Zo kan ik des levens alle tegenslagen, wel weer een weekje verdragen. Het is opvallend dat de reakties bijna uitsluitend van de dames komen: de heren laten het eigenlijk behoorlijk afweten. Voor het overige gebeurt er weinig bijzonders. ’s Avonds komen Paul en Trees nog even gedag zeggen: zij gaan morgen naar Warnemünde, wij naar Kiel. Het was leuk om elkaar hier tegen te komen!

Maandagochtend rammelt de wekker ons om 05 uur het bed uit. Om kwart voor zes klop ik de buren wakker. Om zes uur zijn we van de wal af en om half zeven ronden we de aanloop-ton. We varen op de stuurautomaat, een eindje voor de Pescador. Worden we opgeroepen “waarom varen jullie zo’n rare zig-zag koers? Drank in de kapitein?” “Nee, we varen op de automaat. En om vragen voor te zijn: ook in de automaat zit geen alcohol!” (Er is wel wat loos, trouwens. Hij blijkt zich van de vergrendeling af te werken…) Om 9 uur worden we opgeroepen door de Pescador of we meteen de sluis door zullen gaan? Nou, als die open staat…. Het is heiïg en blak. Onderweg zie ik vier keer een dolfijn of soortgelijk beest, op vrij korte afstand van de boot, maar ze trekken zich van ons weinig aan. Om 12 uur bij de sluis aangekomen. Er liggen een paar bootjes te wachten. Vrachtschepen hebben voorrang en het duurt een uur voordat wij erin kunnen. Achter ons een bootje met een volledig gestresste vrouw. Raar hoor! Een kwartier later kunnen we de sluis uit. De steiger met de betaalautomaat kan zo’n 6 bootjes aan. Jammer genoeg is die al volledig in gebruik door bootjes die de andere kant op willen. Daar komen dan nog eens 20 bootjes bij…. We besluiten dus om door te varen en aan de andere kant van het kanaal te betalen. En zo tuffen we het kanaal door. Net na vieren draaien we de afslag bij Rendsburg in. Als we bij de verbreding van het water de zeilclub zien, ligt daar als eerste boot de Jonathan Seagull. We varen de box er tegenover in en Cor komt meteen een touwtje aanpakken. Een kwartiertje later komt ook de Pescador aanvragen. Zij vinden een plekje dichter bij het kantoortje. Met z’n allen wordt het weer heel gezellig met hapjes en drankjes op de boot van Cor en Ingrid. Pas tegen middernacht wordt de boel opgebroken. Voor onze kapiteinse was dat wel erg laat en wat veel te vloeibaar / te weinig vast voedsel….. 

De dinsdag sukkelt tamelijk ongemerkt voorbij. (Geen wonder na zo’n maandag!)

Woensdag worden we wakker van de zoveelste plensbui van vannacht. Wat ’s nachts valt kan daarna niet meer vallen. Dus blijft het na halfacht droog. Opvallend is dat we vandaag ook twee reacties van heren hebben ontvangen op het logboek! Hulde mannen! Er zijn ook echte kerels onder U! Kwart over tien hebben we de afvaart lang genoeg uitgesteld en vertrekken we. Een hele stoet bootjes hebben blijkbaar op hetzelfde tijdstip dezelfde gedachte opgevat, zodat er op het kanaal een kilometerslange sliert bootjes vaart. We passeren opnieuw de beroemde geklonken spoorbrug bij Rendsburg waaronder een hangende ‘veerpont’, 30 meter boven het kanaal, oversteekt. Tenminste, op goeie dagen, want hij hangt er nu niet omdat hij gereviseerd wordt. Daaronder is de “Schiffsbegrüssungsanlage”. Dat is een beroemd koffiehuis aan het water, waar vroeger een ober bij elk passerend schip het volkslied van dat schip ten gehore bracht. Hij kende ze allemaal! We varen verder en zien ongeveer halverwege het kanaal een hele grote zwerm grote roofvogels boven het water cirkelen. Dichterbij zien we tot onze verbijstering dat het allemaal ooievaars zijn! Een stuk of 40! Nooit geweten dat dat kuddedieren zijn…. Om kwart over één draaien we het Giesellau Kanal op en leggen aan bij dezelfde steiger als eind juni. Een kwartiertje later komt ook de Jonathan Seagull aan. 
Tegen halfzes betrekt het: er komt herkenbaar onweer aan. Tegen zes uur is het zover: er valt een bui, loodrecht naar beneden en boven ons rommelt het ongedurig. Het is rommelen, maar nauwelijks donderen. Kortom, een buitje van niks, afgezien van die grote regendruppels dan. Intussen heb ik de motor geïnspecteerd en de koelvloeistof aangevuld. Zo te zien is alles keurig in orde. Hanneke heeft uitgerekend dat we zaterdag wel op tijd weg moeten uit Helgoland, Chih Ling heeft het weer bekeken en concludeert dat het dan16 uur motoren wordt. En zo is iedereen druk, druk, druk. Morgen en overmorgen worden wel vrij lange dagen.

Donderdag gaan we echt op ons dooie akkertje weg: we vertrekken om half elf, varen 4,2 knopen en zijn dan om halfvier nog een uur te vroeg in Brunsbütel. De sluis in gaat moeizaam. Daarna gaat het heel vlot. We hebben bijna 4 knopen stroom mee. Onderweg maken we nog een soort ‘monstergolf’ mee. Een passerend vrachtschip produceert hoge en heel steile golven. Wel zodanig dat de derde een behoorlijk eind over onze kajuit rolt! Op de Pescador zijn de gevolgen erger: Tony had net een pan pastasaus ‘even opzij gezet’ toen de klap van de golf de pan lanceerde. Alle saus over de vloer…. Klokslag zes uur zijn we in Cuxhaven. Daar krijgen we de hartelijkste ontvangst van een havenmeester ooit! We liggen langs een vingersteiger. Nadeeltje is dat er een havenbedrijf deze hele avond en nacht bezig is met het lossen van een zeeschip in een binnenvaarder (en dat geeft flink wat herrie!) ’s Avonds komt Cor vragen of we meegaan naar het museumpje over de emigratie per schip vanuit Cuxhaven. Hanneke gaat mee. Het wordt daarna vroeg bedtijd, want een heel korte nacht.

Vrijdag staat de wekker op 03.55 uur. En hij doet het ook! Om half vijf komen we per marifoon tot de conclusie dat het nog erg donker is…. Het wordt 5 uur. Als we langs de volgende haven-ingangvaren (er zijn er hier 3 of 4), komen daar steeds meer bootjes uit, tot er een file van zo’n 15 jachies achter elkaar de Elbe uit- en de zee opvaart. We hebben ruim 3,5 knopen stroom mee, gedurende een paar uur. Om een uur of 8, zeg maar bij ton E(lbemonding) 3, gaan wij de stuurboord kant op naar Helgoland. De rest vaart door naar de Wadden of de Eems. Het is dus opeens veel rustiger! We zien twee keer een klein, grijs zeehondje, precies zoals op de foto hoort. Om tien uur doemt Helgoland uit de ‘mist’ op en om half elf leggen we aan naast de Sea Wing van Willem en Inge uit ’s Hertogenbosch. De Pescador en de Jonathan Seagull leggen aan bij twee andere rijen bootjes: er wordt hier goed gestapeld: we liggen 6 tot 8 dik. Terwijl Hanneke hier op koopjesjacht gaat, dacht ik, check ik de motor. Er was namelijk opnieuw een raar geluidje na urenlange belasting op 2200 toeren. Even later was het weg. Alles lijkt in orde. Wel vul ik de keerkoppeling iets bij. Lastig is dat hier het max-streepje ontbreekt. Het olieniveau vul ik daarom tot net boven het minimum. Hanneke komt terug met maar liefst 20 pakjes Drum! Koopjes, want ze kosten hier maar €7 of zo….. ’s Avonds raken we aan praat met Willem en Inge, van s/y Sea Wing. Zij zijn afgelopen etmaal vanuit Lauwersoog naar Helgoland komen varen als voorbereidende oefening voor een grote zeiltrip. Beide werken met muziek: Inge is dwarsfluitiste en gebruikt muziek als opvoedkundig en therapeutisch middel en Willem is trombonist en speelt ook oude instrumenten en geeft muziekles. We blijven kletsen tot een uur of tien, want morgen gaat de wekker voor vier uur. Vlak voor die tijd legt er een groot Duits zeilschip aan deze rij aan. Een opvarende knul vindt het maar niks dat deze bootjes van 10 – 12 meter liggen op een plek voor boten van 16 meter. (Tsja, dat was verordonneerd door de havenmeester….) Hij gedraagt zich rondom onbeschoft, springt ongevraagd of zonder zelfs maar iets te zeggen op andermans boot, stampt tussen mensen door in de kuip. Nog chagrijniger wordt hij als we melden dat wij er om 05 uur tussenuit gaan…..

Zaterdag om 4 uur gaat de wekker. Exact een uur later gooien we los en tuffen we de haven uit. Vlak buiten de haven-ingang staat al een vrij hoge deining. Die neemt toe als we uit de beschutting van het eiland zijn. Eigenlijk is dat raar want er staat heel weinig wind. We slingeren en rollen links en rechts meer dan 30 graden uit het lood en we moeten ons vasthouden om niet naar de overkant van de kuip te worden gelanceerd. Omdat de wind gering is veronderstellen we – ten onrechte, blijkt later – dat de deining van 1,5 á 2 meter zal afnemen. (In feite zitten er af en toe golven van beduidend grotere hoogte tussen.) Tegen negen uur zijn we de grootste scheepvaartroutes gepasseerd. We kunnen de koers verleggen naar WZW, richting Norderney / Lauwersoog. We worden opgeroepen door de Sea Wing. Ze voeren in de scheepvaartroutes toen hun motor uitviel. Ze gaan verder op het zeil, waarschuwen de verkeersdienst Eemsmond en proberen de oorzaak op te sporen en de motor weer te starten. Het is erg vervelend, maar wij zien niet hoe we hen zouden kunnen helpen en voelen er ook niet erg voor om terug te varen….  (Er ontstaat nogal wat verwarring, want Chih Ling meent steeds dat hij wordt opgeroepen als het gaat over Sea Wing….) Later worden we nog een keer opgeroepen dat het probleem zit in vervuilde diesel, leidingen en filter. Daarna is de afstand te groot voor onze marifoon. Wel horen we op de marifoon dat de Duitse reddingsdienst vindt dat ze maar gewoon door moeten zeilen. Na onze koerswijziging krijgen we de golven en de wind schuin van opzij. We overleggen met de Pescador en de Jonathan Seagull om eventueel bij Noorderney binnen te lopen vanwege de zeegang. Uiteindelijk besluiten we dat niet te doen, vanwege de te verwachten zeegang daar, vlak onder de lage wal. De zeegang neemt niet noemenswaard af, de wind draait zover naar West, dat het naar Lauwersoog maar net aan bezeild is. De kapitein gaat naar binnen om z’n pilletje in te nemen (tegen de totale waanzin). Toevallig blijft dat pilletje uitgerekend vandaag steken. De kapitein gaat – oh schande – compleet over zijn huigje! Na55 jaar….! Nooit zeeziek, maar vandaag…

Tegen lunchtijd passeren we Norderney. De zeegang blijft hoog en onaangenaam. Lopen op of in de boot is nagenoeg onmogelijk. Maar na verloop van tijd went alles….. Tegen etenstijd, ’s avonds zeilen we langs Schiermonnikoog. Tegen acht uur passeren we de verkenningston voor de geul naar Lauwersoog, precies op het tijdstip dat de stroom naar binnen gaat lopen. Om half tien leggen we met 3 boten aan bij het ponton, vlak voor de sluis. De aankomst na 18 uur en 92 mijl varen wordt gevierd met een borreltje en gehaktballetjes op de steiger, geheel belangeloos ter beschikking gesteld door de Pescador.

Terug op de boot blijkt dat we gebeld en ge-smst zijn door de Sea Wing. We sms-en en bellen terug. Wat blijkt? Op dat moment vaart de Sea Wing ten noorden van Schiermonnikoog. Hun motor loopt weer, maar hoe lang hij het blijft doen is erg onzeker. We melden ze, dat als ze op tijd zijn, ze nog net met meegaand tij naar binnen kunnen lopen. Er is aanlegplek voor hen langszij het ponton. Wanneer ze de haven niet halen kunnen ze desnoods ergens voor anker gaan, zodat wij ze morgen kunnen ophalen en naar de haven slepen. Na deze inspannende dag en correspondentie dondert de kapitein, ongekuist, zijn kooi in.

Zondag begint stralend. Er is bericht van Willem en Inge van de Sea Wing, dat ze hebben besloten de jachthaven in te gaan om uit te kunnen slapen. Waarschijnlijk zijn ze er dus in geslaagd binnen te lopen. Wij gaan met de drie bootjes de sluis door. We zwaaien Cor en Ingrid gedag omdat zij nog een dagje blijven, terwijl wij en de Pescador naar Dokkum doorvaren. Vlak voorbij het Lauwersmeer krijgen we een VHF oproep van de Pescador dat ze hier per onmiddellijk stoppen omdat er brand is in de motorruimte. Gelukkig valt het enigszins mee. Gisteren was er al iets mis, maar dat leek onder controle. Nu kwam er opeens rook uit de motorruimte! Na grondig onderzoek blijkt een elektronisch blok met een relais los gekomen te zijn van het motorblok, en op een koperen leiding te liggen vonken. Met een tijdelijke oplossing is de kortsluiting voorlopig verholpen en gaan we door naar Dokkum. Aldaar kan er een grondiger onderzoek en reparatie plaatsvinden. Het is maar goed dat we doe-het-zelvers zijn, die door schade en schande wijs geworden, nu (bijna) alles zelf kunnen….,

Affijn de kapiteinse en haar bootsjongen zijn terug in kikker- / luilekkerland en gaan nu eens lekker genieten van onze culturele verworvenheden, zonder bevenissen over zeegang of ongewitter.

8. Door de bocht (28 juli)

Maandag 22 juli is lichtgrijs met schaarse verlichte momenten. Het weerbericht spreekt niet meer over windkracht 5, maar nog wel over zeegang van een meter. Dat is vervelend hoog om tegenin te varen, dus we gaan nog niet. Ook vandaag komt het leven hier in Warnemünde vrij traag op gang. Het woord traag is hier zeer op z’n plaats. De voorbij sloffende mensenstroom wijkt niet af van die van gisteren en eergisteren: verhoudingsgewijs veel onaantrekkelijke mensen, hongerige zielen – die gezien hun omvang, altijd hongerig zijn en bij elke worst-kar een enorm stokbrood met frikandel of braadworst moeten innemen – ploffen neer op een bankje naast onze aanlegsteiger om daar de homp naar binnen te schuiven, voordat zij naar de volgende kar sjokken. In tegenstelling tot vrijwel alle toeristenhaventjes, hier, is heel weinig sprake van een fleurig opgepoetste en uitnodigende, zomerse modellenparade. Na een tijdje valt me ook op dat ik sommige figuren twee, drie, soms vier keer in dezelfde richting langs zie strompelen. Het is dus een soort carrousel: aan het eind van de boulevard ronden ze het perkje en sloffen ze langs de winkeltjes en andere eettentjes daar, terug naar het begin…. Soms zit er een opmerkelijke tussen. Bijvoorbeeld een enorme, met tattoo’s beschilderde man met een gigantische walrussnor en neukteugels, die een klein, goed getrimd poedeltje  bij zich heeft. Z’n beste vriendin, zeg maar… Ook raar is een wandelende graat van zo’n tweeënhalve meter, zonder achterhoofd en kin met bovendien een hoodie-puntmuts op, waardoor hij lijkt op een wandelend potlood. Veel vrouwen hier worden voorafgegaan door hun enorme voorgevel en zeulen een sliert jengelend kroost in aflopende grootte achter zich aan. (Wat ben ik blij dat ik de wal niet op hoef….) Desondanks ziet het er hier toch wel gezellig uit. Om half één begint het te miezeren, om drie uur te regenen en om zeven uur weer te miezeren. Het is 16 graden en het windje, recht de kuip in, is onaangenaam koud. 

Dinsdag is eindelijk weer een zonnige dag. De wind zal afnemen – wel wat later – en de zeegang is een meter, pal tegen. De Pescador wil weg en gaat, terwijl wij nog in discussie zijn. Een kwartier later roept Chih Ling ons via de marifoon op dat er buiten nog een stevige bries staat en een vrij forse zeegang. Ik voel niet veel voor 8 uur stampen, recht tegen wind en golven in. Dus besluiten wij om hier nog een dagje te blijven en morgen hun kant op te komen. (Fehmarn, Wismar of Travemünde/Lübeck.) We houden elkaar op de hoogte via de mobieltjes. Het wordt een echt warme dag met 26 graden (10 meer dan gisteren!) en een aangename avond. Een drietal aardige Duitse jongeren komt naast ons liggen, 2 meiden en een knul. Één van de dames is blijkbaar de schipper. Ze doet alles heel routinematig en adequaat. Zij vertellen ons dat deze week de “Travemünder Woche” is, een zeilevenement van een ruime week, waardoor waarschijnlijk alles daar tot en met het weekend bezet is. Nou dan gaan wij naar Fehmarn.

Woensdag staan we om 6 uur op en gooien een uurtje later los. Het wordt vandaag Wismar. De Duitse boot kan probleemloos op onze plek gaan liggen. Het is al flink warm als we buiten de pieren komen. We blijven in het zicht van de kust op 3 á 4 mijl. Onderweg zien we vier of vijf kleine groepjes dolfijnen (of bruinvissen) vlak bij de boot. Ook zijn er ontelbaar veel kleine mugjes (die niet steken). Wismar blijkt bij de aanvaart een lompe haven: plompe vierkante gebouwen, kraak noch smaak en rond de oude haven een paar rijen eenvormige, smakeloze nieuwbouwwoningen met winkeltjes eronder. Om 13.05 uur liggen we aan, vlak achter de Pescador. Het is vreselijk warm: 29 graden in de schaduw. En morgen wordt het nog erger…. Van Peter en Yolande (van de Funny girl op Kreta) krijgen we een bemoedigend mailtje: zij hebben jarenlang op de Oostzee gezeild: “Leuk zeilgebied, maar altijd koud, winderig en veel regen”. Nu liggen ze op Kreta om aan het dek van hun schip te werken, maar dat dan met 40 graden in de schaduw. In antwoord zou ik zeggen: “Jongens, overdrijf het nou niet! Het is PLEZIER VAART! Bovendien regent het daar toch haast nooit!”

Hanneke heeft al dagen trek in stampot. Met dat kille, natte weer kon ik dat begrijpen, maar vandaag??? Aan het eind van de middag sta ik op het punt om een terrasje op te zoeken als ik hoor roepen. De bemanning staat aan de overkant van de haven. Ze hebben hetzelfde voorstel: terrasje. Het oude binnenstadje is wel aardig, ondanks de oersaaie uitstraling van de haven. Het bier op het terrasje komt uit flesjes, maar á là. Het wordt in overleg gelukkig toch geen stampot, maar pizza. Daarna een ijsje en dan uitpuffen op de boot. Morgen wordt het nog warmer, dus zetten we dan koers naar Travemünde. Als er geen aanlegplek is gaan we desnoods voor anker.

We tanken donderdagochtend op de kop van de haven bij een kraanmachinist die het tanken ‘erbij’ doet ‘voor de gemeente’. Daarna tuffen we in een recordtijd naar Travemünde. Met die haven in zicht, krijgen we ook vier of vijf wedstrijden in zicht. Oeps, indachtig de Kieler Woche, waar we dwars door drie of vier races moesten laveren, zijn we voorzichtig en met succes. Dan varen we de monding in die tamelijk onbeduidend in een hoekje ligt, en passeren gans het feestgedruis: een complete kermis met reuzenrad. Achterin, vlak voor de plek waar de grote veerboten hun vracht laden en lossen, liggen een paar enorme jachthavens en een vissershaven in restauratie. We vinden daar een plekje naast elkaar. Naar later blijkt is dat vlak achter een grote brandweerboot met merkbaar enorm motorvermogen…. Bij aankomst en vertrek laat hij zijn motoren op vol vermogen draaien. Horen en zien, maar ook ruiken en smaken vergaan je bij al dat dieselgeweld.  ’s Avonds komen vijf veerboten binnen, keren vlak voor ons en gaan dan achteruit naar de los-installatie.

Vrijdag ziet er op het eerste gezicht goed uit. We gooien om zeven uur de trossen los en varen de haven uit. Buiten staat er vrij weinig wind, pal tegen, maar wel een nare golfslag van een meter, ook pal tegen. We stampen en ploegen er maar moeizaam tegenin, tot half elf. De gemiddelde snelheid ligt onder 4 knopen… Dan passeren we een landtong en kunnen we schuin tegen de zeegang in. Een enorme verbetering! Nog twee uur later kunnen we de koers nog verder verbeteren. We zien de brug voor ons en het begint lekker te waaien, te lekker. Een uurtje verder gevaren, kost het de grootst moeite om een rif in het zeil te draaien. Tegen half drie varen we het lange aanloopkanaal van Heiligenhafen binnen. De verenigingshaven ligt na een dammetje aan bakboord, helemaal in het hoekje. Het is klein, onogelijk en de wind staat er bovendien hard in. Het kost de grootste moeite om netjes aan te leggen ondanks de hulp van een Duitse zeiler die helpt de lijntjes aan te nemen. De Pescador komt drie kwartier later. Samen keren we de Marlijn op de hand, zodat we uit de wind liggen. We drinken daar een schuimend glaasje op. Om zes uur gaat Hanneke naar het havenkantoortje. Als ze terugkomt heeft ze twee verrassende  ‘gasten’ bij zich: Trees en Paul. Verrassend, want het zijn onze buren van drie huizen verderop in Leiden! Zij zijn hier net met hun kinderen drie weken op vakantie met de Swan van Paul. Wij hebben nog wel wat tips en folders voor hun komende trip naar Rügen en Denemarken.

Zaterdagochtend brengt Hanneke de was naar het havenkantoor. Op dat moment belt Trees of Hanneke zin heeft om met een gehuurde auto mee te gaan naar Lübeck. Dat heeft ze zeker! Intussen ga ik het zout van de boot afspuiten, van mezelf afspoelen, de was in de droger doen en later ophalen en zo verder wat aanklooien. Chih Ling heeft ergens bier ontdekt van €0.29 per halve liter. We proeven samen: het is absoluut acceptabel bier. En dus moet hij om 17.15 als een haas terug naar de supermarkt om nog snel zoveel mogelijk in te slaan…. (Straks blijkt vast dat hij de blikjes nergens kan inruilen, á €0.20 ‘Pfand’ = statiegeld per blikje… Weg, relatieve winst!) Het fluit hier in Heiligenhafen sinds gisteren aan één stuk door. Ik word daar een beetje kriegelig van, maar dat helpt niet. Aan het eind van de middag krijg ik een app-je dat Hanneke onderweg wel iets eet. Tegen zevenen loop ik naar de buurt-chinees. Heerlijk rustig is het daar. Het is nog geen 500 meter van de boot vandaan, maar je merkt daar de wind nauwelijks meer. Ik ga aan een tafeltje buiten zitten en bestel. Hoewel ik bedoeld had daar te eten, krijg ik een tasje… Nou ja, ook goed en loop terug naar de boot. Ik ben bijna klaar met eten als Hanneke eraan komt lopen. Dat ik nog wat over heb komt goed uit, want in Travemünde, waar ze hadden willen eten, was het onbeschrijflijk druk. Hanneke heeft wel een erg leuke dag gehad, samen met Trees. (Tot dusverre kennen we elkaar als buren eigenlijk alleen oppervlakkig. Het is wederzijds dus maar afwachten of dat zo’n hele dag dan ook klikt.) Trees en Hanneke blijken veel onderwerpen van belangstelling te delen. Ze hebben een mooi museum bekeken, een astronomisch uurwerk bekeken, prachtig houtsnijwerk gezien, in een prachtige beeldentuin geweest, een rondvaart gemaakt en een sieraad aangeschaft. En zoiets schept een band. (Paul is eigenlijk de hele dag met de jongens Mathijs en Koen op stap geweest; die hebben nieuwe voetbalschoenen aangeschaft waar ze helemaal verrückt van zijn).

Zondag begint grijs. De oostelijke wind is iets afgenomen, tot 5 Bft, maar voor ons gevoel toch iets te hard om leuk naar Kiel te varen. Bovendien is er een (kleine) kans op onweer. Chih Ling wil eigenlijk varen, maar ziet daar vanaf na de waarschuwing voor onweersbuien met zware windstoten en hagelstenen van mogelijk 2 cm. De Jonathan Seagul is ook in de buurt. Ze liggen – volgens de berichten – in Burg-Staaken, vlak voor de Fehmarn brug. Ze hebben in een paar dagen een flink eind gevaren, vanaf Polen, en zijn dus blijkbaar ook op weg naar huis. Misschien dat we elkaar toch nog zien in Kiel.

7. Omslag (22 juli)

Maandag 15 juli, hoogzomer en wij hebben de kachel aan! Vanochtend begon het met een soort stuifmiezer. Hanneke en de Pescadores vertrekken tegen negenen naar het stationnetje. Hun programma behelst een rit per stoomtrein naar Sellin – door akkers, velden en bossen – om de badmode anno 1900 te bezichtigen: badhuizen op pieren aan zee en alles wat er in die tijd bij hoorde. Enorme, pompeuze, witte villa’s met grote parken er omheen, bijvoorbeeld. (Hitler wist wel waar z’n voetvolk behoefte aan had toen hij zijn kilometer hotel in Prora liet bouwen…) Van daar nemen ze dus de bus naar een reeks andere badoorden, inclusief Prora. Een op-één-na laatste bus is vertraagd en de chauffeur licht de reizigers verkeerd voor, zodat ze de aansluiting met de laatste bus terug missen. Gelukkig gaat er nog een ander treintje terug naar Lauterbach. Ondergetekende gaat intussen de boot verder poetsen. (Een dagtocht zoals verzonnen lijkt me niet zo geschikt met mijn wankele rug en benen.) Op de boot wordt de dek-was-pomp opnieuw in gebruik genomen totdat de aanvoer van vers slootwater stokt. Verstopping! Dan een volgend project: ik heb al een tijdje een stekker / plug nodig. Dus naar het ‘nautische winkeltje’. Dat is eigenlijk meer van de nautische kleding, maar ze hebben het wel! Omdat ik nu toch al halverwege de oude haven ben, loop ik daarheen en ontdek dat de havenkade van een kilometer drie houten ‘aanmeergelegenheden’ biedt (Belgen zouden spreken van ‘kotjes’), waar men iets kan innemen. Dat doe ik dus maar, want het was een flink stuk lopen… In één van die tentjes worden bekers ijs verkocht, ‘zoals in de DDR tijd’. (Proef ik hier nostalgie?) Het zijn enorme coupe’s softijs. Na al deze genietingen ga ik douchen voor 5 cent, zie ik op het afschrift. Tegen het begin van de avond komt het reisgezelschap terug gestrompeld. Het was een zware dag. Ze willen allemaal niks meer en de weersvooruitzichten zijn voorlopig ook knudde. Morgen blijven we liggen / slaan we over. Hanneke komt tot de sombere conclusie dat deze vakantie niet is wat ze ervan verwacht had: omdat het weer tegen valt en omdat ik nergens mee naartoe kan. Nu loopt ze óf alleen, óf wordt ze op sleeptouw genomen door Tony en Chih Ling. Als ze dat had voorzien was ze liever thuis gebleven….. Met deze opgewekte conclusie besluiten we de avond. ’s Nachts moet ik eruit omdat de waterstand zover gezakt is dat we met de boegspriet op de kant liggen te bonken. Een koud klusje waarvan je dan weer helemaal wakker wordt.

Dinsdag ziet het er weer somber uit, maar het is droog en de wind valt mee. Ook de voorspellingen zijn wat verbeterd. De komende dagen weinig wind, iets meer zon en oplopende temperaturen. Toppie! Het is nu 15 graden, dus veel lager kon ook niet…. Hanneke kijkt wel iets blijer dan gisteravond en gaat douchen en broodjes halen. Ook Tony en Chih Ling zijn het er mee eens dat we blijven liggen en vanaf nu weer westwaarts gaan. (Peenemünde is niet echt interessant (minder dan 250 inwoners en wat oude WO-II en DDR-barakken). De Poolse grens is dan nog 30 mijl, maar niemand hoeft persé naar Polen dit jaar.) Om half tien begint het te motregenen. Dat weerhoudt onze overburen er niet van om voorbereidingen te treffen voor een vaartochtje. Een proefvaart met hun nieuwe schip van 15 meter met boegschroef, hekschroef en ruim bemeten voortstuwingsvermogen, naar later blijkt. Het begint met de moeder die de drie jongetjes maant om hun hengels en zooi op te ruimen. Na een half uur is dat nog niet gebeurd en doet ze het zelf maar. De jongetjes worden de kant op gebonjourd. Pa en ma staan nu langdurig te overleggen bij de meerlijnen voor. Ze aarzelen blijkbaar, maar onduidelijk is waarom. Dan loopt pa naar achteren en probeert de boegschroef: die doet het. Weer terug. Dan, tegen twaalven gaan ze achteruit de box uit, de verkeerde kant op, maar ze draaien en varen de haven uit. Een kwartiertje later komen ze terug en varen de box weer in. Dat gaat moeizaam. Ze raken allebei de boten in de boxen er naast, maar berokkenen geen schade. Twee jongetjes komen aan boord. Dan varen ze op dezelfde omslachtige wijze de box weer uit. Als ze de haven uitvaren komt het derde jongetje tevoorschijn. Oeps! Vergeten zeker! Dus draaien ze buiten de haven een rondje, overigens met opmerkelijke snelheid. Dan varen ze de haven en de box weer in. Deze keer met minder succes. Eerst rammen ze een meerpaal. Daardoor teruggekaatst varen ze vrijwel rechtuit tegen de buurman aan. Met de boegschroef corrigeren ze de koers, maar ook met het roer, en op behoorlijke snelheid dus raken ze ook de andere buurman stevig met hun anker, waarna ze op tempo tegen de kade opvaren. De splinters steigerhout springen in het rond, er is een driehoek weg van bijna 20 cm diepte en er zit een stevige buts in de boeg. Het jongetje op de kant heeft het allemaal in totaal afgrijzen zien gebeuren: met een hand voor z’n mond, grote schrikogen. De boot wordt door de klap minstens een meter teruggekaatst. Nu kan de kapiteinse niet meer met een meerlijn op de kant. Uiteindelijk lukt met motorvermogen ook dat, waarna ze blijft staan trekken aan de boot: het blijkt dat ze nog niet weet hoe een lijn op een bolder of op de boot wordt belegd. Op onverklaarbare wijze verschijnt dan binnen een paar tellen de havenmeester…. “Tsja! Dat was wel pech! Hij heeft het zien gebeuren….” Ter compensatie van de te verwachten rekening laat hij aan meneer en mevrouw alvast zien hoe je een lijn belegt op de boot….. (Weer wat geleerd!) Pa staat er echt beteuterd bij, ma lacht voortdurend van de zenuwen en het oudste zoontje kijkt vol bewondering naar de schade. Ik vermoed dat een weekje zeilschool minder kost dan de veroorzaakte schade…. (Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik wel last had van leedvermaak.) Na deze aanschouwelijke les en vol bewondering voor hun eigen schippers gaan Hanneke en Tony naar de Edeka, de Duitse supermarkt in het dorp. 
We hebben overigens vaak gehoord over muggen als plaag op de Oostzee, maar wij hebben daar tot dusverre nauwelijks iets van gemerkt. (Waarschijnlijk was het te koud.) Alleen in Schaprode zagen we veel heel kleine mugjes aan de lijzijde van de huik, schuilen voor de wind. Ook hebben we twee keer last gehad van een soort trage ‘plakvliegen’: die gingen op je zitten en reageerden niet als je ze weg probeerde te jagen, maar bleven doodgemoedereerd zitten.

Woensdag zijn we om zeven uur op. Om 8.15 gooien we los. Buiten de haven rollen we de Genua uit. Eerst lopen we 3 knopen of minder, maar een uurtje later l op pen we 4.5. Dan komen we bij een breed stuk, pal tegen wind in. We gaan verder op de motor, terwijl de Pescador nog een paar slagen kruist. Het blijft vrij zonnig met af en toe een wolkenveld. Om half één draaien we het haventje van Neuhof in. Er zijn piepkleine plekken, maar we passen net. Uit de wind is het opeens onwaarschijnlijk warm, maar in de wind blijft het kil. Ingrid had onderweg al ge-app dat het hier stil, landelijk, netjes en leeg was. Met 95 inwoners in het hele dorp valt ook niet veel te verwachten, maar er blijkt desondanks een vis- en een schnitselrestaurant te zijn. Bij de eerste gaan een biertje drinken en bij de tweede eten. Een Duits stel komt een praatje maken. Zij hebben ook een Rasmus, uit 1977, en zijn daar erg blij mee. Ze zijn hier een keer in een vaargeul vastgelopen, vlak bij Schaprode. Dat gaf gelukkig geen schade. Zij hopen ook ooit met de boot een lange trip te maken, maar moeten voorlopig nog werken. ’s Avonds gaan we met z’n vieren, zoals afgesproken, een pils drinken en schnitzels eten met een ijs-coup toe. De wind is gaan liggen en het wordt – voor het eerst in weken – een behaaglijke zomeravond.

Donderdag staan we vrij laat op. We hoeven niet vroeg op weg omdat de brug bij Stralsund, vijf mijl verderop, pas om 12.20 uur draait. Daar is het erg druk en niemand trekt zich iets aan van een zeeschip dat de brug door wil: iedereen gaat er voorlangs. Boven Stralsund waait het een beetje, maar eerst pal tegen. Twee mijl voor de beoogde ankerplek kan de Pescador een stukje zeilen en doet dat dan ook. De ankerplek bij Barhöft ziet er nogal onbeschut uit, maar de bank aan de noordwest kant heeft niet meer dan een decimeter water.  De ondiepe zandbank ziet er raar, bleek uit. Wij liggen redelijk, maar door de onderstroming in de geul draait de boot met de kuip in de kille wind en uit de zon. Hanneke klaagt dus: ze wil ergens anders naar toe…. De weerberichten zijn ook weer anders: vannacht wat meer wind uit zuidoost, morgen afnemend en draaiend naar zuidwest en mogelijk onweersbuien… Mmm…. We spreken per marifoon af met de Pescador om morgen om 06 uur te vertrekken naar de smalle doorgang, zuid, onderaan het eiland Hiddensee. Latere weerberichten worden somberder: zwaar bewolkt, later regen, buien… Maar op tijd naar bed dus.
Vrijdag om 5.15 uur gaat de wekker. Ik ben net op en zet hem uit. Koffie en theewater is zo klaar en om zes uur gaan we anker op. Hanneke zegt dat we om een groen tonnetje heen moeten, maar volgens de kaart ben ik, tien meter voor dat tonnetje, al ruim voorbij het bankje volgens de ge-update kaart. Ik stuur iets voor het tonnetje bakboord uit en merk dan dat we stil liggen. Potver! Ik zet de motor achteruit. Niets. Vooruit, ook niets. Probeer te draaien, niets…. De Pescador waarschuwen? Eerst nog maar even proberen. (We zien ze net achter de punt van het eiland verdwijnen.) Nog maar eens proberen, maar Niets! Motor vol gas…. Niets… Er vaart een Duits bootje voorbij: “Sind sie fest gelaufen?” Maar mooi geen hulp! Ze zwaaien vrolijk en varen door. De Pescador blijkt onbereikbaar. We rollen de genua uit en zetten die strak om wat schuiner te liggen. Affijn, het duurt 3 kwartier voordat er weer beweging in zit. Eerst heel weinig, maar dan toch echt. En daarna stuur ik heeeeel voorzichtig tussen die tonnetjes door. Na twee uur zien we in de verte de Pescador weer. Ze hadden het berichtje wel gekregen, maar dachten dat het een geintje was…. Ja, ja! Om 11 uur passeren we Darsser Ort, een voormalige militaire aanlegplaats op een landtong. Van daaraf verleggen we onze koers, bijna tegen wind in, naar Warnemünde en Rostock. Het laatste stuk is grijs: er strekt een soort zeemist op, koud en onaangenaam. Lange tijd is het grauw. Maar er zijn ook een paar momenten dat de laag blijkbaar heel dun is en de wereld om ons heen oogverblindend wit. Helaas overheerst het grauw! We zien een flauwe streep, de kust, en schaduwen van heel grote schepen. Gelukkig is de route de haven in redelijk zichtbaar. De haven, daarna is verbijsterend! Opeens wordt het helder, zonnig, varen we een totaal andere, zomerse wereld binnen met wandelde mensen, kleurrijke boulevards, feestelijke terrassen, luxe hotels en restaurants, stalletjes, kleurige bloemrijke grasperken met bankjes…. Het is erg druk. Grote vissersschepen en jachtjes liggen langs de kade door elkaar. Totale chaos, maar best gezellig…. Tony en Chih Ling vinden een plekje aan de kade, wij langszij bij een Zweeds jacht. Ze vertellen meteen dat ze morgen om half tien willen vertrekken. Nou, wij niet! En het zonnetje schijnt zoals we dat al die weken gehoopt hebben, maar nog nauwelijks hebben  gehad! Overigens voorspelt het weerbureau dat het ook meteen is afgelopen: morgen halfbewolkt en later regen…. Nou ja, daar achter zit zonneschijn! Vanavond kan het niet stuk. De bemanning / bemensing / het personeel gaat de wal op. Na een uur komen ze terug en willen naar een terrasje. Daar een dikke bier. ’s Avonds eten we Chinese noedels, met veel Ve-tsin, naar later blijkt.

Zaterdag begint fantastisch zonnig. Het overige leven in Warnemünde komt maar heel langzaam op gang. Elders viel het ons vaak op dat het zo vroeg al zo levendig was, maar hier gaat het allemaal echt traag. De havenmeester komt tegen negenen, ook al een trage man. Onze buren hebben besloten om te blijven liggen vanwege de zware onweersbuien die voorspeld worden voor vanavond. Hanneke wil gaan winkelen, maar voor 10 uur is alles nog gesloten. Maar om half twaalf is het toeristenbedrijf dan toch goed op gang. Drommen mensen komen voorbij, grote rondvaartboten stomen toeterend langs, een toeristentreintje blaast zijn duit in het zakje en jachtjes zoeken een ligplaats. Er zijn nauwelijks boten weg gegaan, dus die aankomers, dat wordt stapelen. Aan de overkant zet een Italiaans (???) restaurant z’n speakers wijd open met arabische muziek en af en toe een trance-dreun (10 minuten één noot herhalen met een computer-drum en geluidseffecten….) Gezellig hoor… Zelfs de meeste meeuwen hebben hier geen zin in en zijn vertrokken. Hanneke en ik gaan naar de Edeka en de sigarenboer. Hoera! Ze verkopen hier Drum! Op de terugweg naar de boot eten we een broodje Rostocker braadworst. Ik vind er eigenlijk niks aan: een soort flauwe frikandel. Hanneke gaat noch wat winkelen en Chih Ling en ik een beetje gitaar spelen. Tony verzorgt de hapjes. Om kwart over zeven zien we plotseling in snel tempo een heel donkere lucht de stad overtrekken. We gaan naar de Marlijn (30 meter verderop) en besluiten onderweg om toch het tentje erop te zetten. Nog nooit is dat zo snel gebeurd! In 5 minuten zijn we waterdicht van boven! De laatste ritsen worden dichtgeschoven op het moment van de eerste rukwinden en grote druppels. Een paar tellen later begint het verschrikkelijk te hozen! De boot voor ons is nog net te zien, maar de rest van de haven is verdwenen in het grijs. Nog vijf minuten later volgt heet eerste gerommel. De wind verdwijnt, de regen neemt af tot een gestage bui en het wordt lichter. En wij zitten droog en lezen.

Zondagochtend vroeg schijnt de zon, maar om half acht is dat voorbij. Tijdens de koffie melden onze Zweedse buren nogal plotseling dat ze over 5 minuten willen vertrekken. We zetten achter een lange lijn op de kant. Ondanks dat gaat het allemaal erg stuntelig. Tot overmaat van ramp komt de Pescador op dat moment om bij ons aan te leggen. Gelukkig heeft die schipper geduld, want onze kapiteinse vindt dat de boot nog een stuk moet worden verlegd, heeft ruzie met de touwtjes en met de wintertent, uiteindelijk dus ook nog met de schipper en de pest in…. Hanneke gaat met de S-bahn naar Rostock. Dan is het een hele tijd rustig. Om vijf uur komt Hanneke terug. Rostock is een mooie stad, helaas de winkels waren dicht, maar gelukkig hier niet, dus ze heeft toch wat leuke dingetjes kunnen kopen… We eten weer lekker Chinese bami. Het weerbericht is minder gunstig dan verwacht. Waarschijnlijk blijven we toch nog een dagje liggen.

6. Ruk naar Rügen (14 juli)

Maandagochtend is het opnieuw grijs en grauw, maar droog. Het is 13 graden en veel warmer wordt het niet, maar misschien een mager opklarinkje, later op de dag. We varen met enig gehannes het haventje uit om tien uur. Het wappert aardig en als we de zandplaat oversteken hebben we in de geul golven van een meter op kop. Aan de overkant gaan we met wind en golven mee, dus nog wel een beetje rollen, maar toch veel rustiger. Om half één zijn we in Stubbekøbing. Het ziet eruit als een heel, heel rustig dorpje. (Er zijn bijna geen bewoners meer.) We eten op de boot een kop soep en het valt me opnieuw op dat ouder worden niet zo leuk is als het misschien lijkt. Ik, bijvoorbeeld, krijg blijkbaar hangwangen. Niet zozeer van buiten, maar van binnen! Ik bijt nu voor de vierde keer in een paar dagen, ongenadig hard op de binnenkant van mijn wang. Dat doet pijn! Bovendien hangt er nu weer zo’n slappe, murw gekauwde lap vel tussen mijn kiezen, met alle risico’s op herhaling. Niet kauwen is geen optie, maar anders …. We hebben om allerlei redenen besloten om niet naar Kopenhagen te gaan, maar in kleine stapjes, richting Rügen, eerst via Stubbekøbing en Klintholm en dan, als het rustig weer is, de oversteek. Stubbekøbing valt een beetje tegen. Het is een piepklein en stil dorp met vrij veel leegstaande huizen en winkels. Een beetje dood. Toch weet Hanneke daar nog een paar uur zoet te brengen. We krijgen een aardig mailtje van Ingrid en Cor. Zij zijn al geruime tijd op Rügen maar zijn daar nu toch wel een beetje uitgekeken. Volgen onze vaargenote Tony is het daar in Duitsland ‘wunderschön’ en lollig, veel leuker dan hier in Denemarken. Ik vraag het me af. De ‘Jonathan Seagull’ ligt daar ook al meer dan een week verwaaid, dus niet zo heel erg anders dan wij. En dan krijgen we van het thuisfront een onverwacht en verdrietig bericht. Dan wil je eigenlijk dat je thuis bent…. Vandaag kun je al met al wel spreken van een behoorlijke depressie!

Dinsdagochtend ziet het er weliswaar vriendelijker uit, met af en toe een zonnetje, maar het wappert stevig. We discussiëren  of we vandaag naar Klintholm zullen gaan 17 mijl), of morgen, of morgen direct naar Rügen (45 mijl). Chih Ling wil eigenlijk nu naar Klintholm en morgen naar Rügen, maar bedenkt zich toch als het even stevig gaat waaien. Wij denken vooral over donderdag naar Rügen. Uiteindelijk blijven we vandaag toch maar liggen. Dat komt goed uit want en half uurtje later zwelt de wind aan tot een dikke 6 Bft. Gelukkig komt de zon zo nu en dan tussen de wolken door gepiept en ’s middags wordt het uit de wind zelfs lekker. Deze haven is behoorlijk druk bezocht. Wat me opnieuw opvalt is dat booteigenaren vrijwel zonder uitzondering onmiddellijk een stroomkabel uitrollen en inpluggen. Zou dat voor de elektrische kacheltje zijn of voor de tv? Wij doen dat vrijwel nooit! Alleen als we langere tijd moeten blijven liggen, vanwege slecht weer misschien.  (Wij hebben dan ook wel een flinke accu capaciteit en heel weinig verbruik.) Als Hanneke bijna klaar is met koken is onverwacht het gas op. Dat komt nooit goed uit, dus vandaag ook niet. We hebben nog 3 Camping Gaz tankjes bij ons, maar wel ver weggestopt. De eerste blijkt leeg, de tweede ook…. Gelukkig is de derde vol. Daarna kunnen we verder. Wel een beetje suf om lege flessen mee te slepen. In Duitsland kunnen we de grote fles waarschijnlijk wel ergens laten vullen.

Woensdag worden we om half zeven wakker. Chih Ling is klaar om te vertrekken. We helpen ze de box uit. Dan maar even koffie zetten voordat wij naar Klintholm varen. Om klokslag 9 uur varen we de haven uit. Het waait 4, later een tijdje 5 en nog later 3 Bft, schuin van achter. Het gevolg is dat we stevig liggen te rollen. Om 13.00 uur varen we de haven van Klintholm binnen. Er is nog maar heel weinig plaats. Op het één na laatste plekje kunnen we langszij aan een steiger aanleggen op het verste punt van de haven. De havenmeester hier heeft een apart gevoel voor humor: hij verstaat de naam ‘Marlijn’ verkeerd en maakt er ‘Marleen’ van en schrijft er ‘Lilly’ voor. Intussen is het toch weer gaan waaien: 5 tot 6 Bft. Het zonnetje schijnt en we lunchen met en stuk Ciabatta met gerookte forel. Dit is blijkbaar een populair haventje. De hele middag blijven er bootjes binnenkomen en iedereen ligt drie- of vierdubbel geparkeerd. Aanleggen kost moeite omdat het stevig blaast. Onze directe buren zijn een Duits stel dat zowaar Nederlands spreekt. Ze hebben 20 jaar in Nederland gezeild. Aardige mensen. We spreken af dat we rond 8 uur willen vertrekken. Hanneke gaat het dorp in en passeert langs de kant van de weg een doos vol keurige, zelfs kunstige, gebreide en gehaakte lapjes (pannelappen?) met een vlaggetje aan de doos, een briefje erop geplakt met de tekst “1 voor 22 kronen, 3 voor 60 kronen” en een blikje om het geld in te doen…. Dat kan hier in Denemarken dus nog  gewoon!

Donderdag gooien onze buren om 7.45 los. Wij even later. Het is zonnig en vrijwel windstil. We varen eerst rond de kaap om de beroemde krijtrotsen te bekijken. Die zijn met de opkomende zo’n prachtig om te zien: spierwit en met veel contrast. Na een half uurtje zetten we koers naar Rügen. De genua staat bij, vooral voor de zichtbaarheid, want het zeil doet niets. Halverwege loopt een scheepvaartroutes. Drie keer wijken we uit voor grote vrachtschepen. Als Klintholm nog maar één heel smal streepje is zien we van Rügen net zo’n streepje. Dan duurt het toch nog uren voordat je de kust goed ziet, nog langer voordat je de wijde monding invaart. Volgens de kaarten is het hier bijna overal erg ondiep en zaak om de smalle vaargeulen aan te houden. Inderdaad zijn er stukken waar een meter naast de boot de zandbodem duidelijk zichtbaar is. Volgens de kaart minder dan een meter! Dat is wel raar, want het water is vaak kilometers breed, maar toch moet je dat smalle geultje van hoogstens 10 meter breed aanhouden. Als we hier twee veerboten tegenkomen is dat toch wel even een zweterig momentje voor ons. Het is wel goed betond, gelukkig. Tegen drie uur varen we het haventje van Schaprode binnen. Een piepklein dorp: op de camping verblijven veel meer mensen dan er bewoners zijn. Tony en Chih Ling staan op de uitkijk en hebben een plekje voor ons geregeld. We gaan het dorpje bekijken. Erg leuke, bloemrijke huisjes met rieten daken, een piepklein kerkje uit begin 1100 met een kleurrijke kansel uit 1500. Daarna drinken we een biertje en eten een gigantisch visgerecht / schnitzel. Daarna terug naar de boot. Daar nog een uurtje genoten van het vogelleven. Er zijn hier namelijk tientallen zwaluwen. Sommige zijn helemaal niet schuw: ééntje komt op een halve meter van me vandaan zitten en houdt een heel verhaal tegen me. Ik luister niet goed, maar achteraf ging het, denk ik, over school: het was een hele leuke dag, hij/zij (dat kon ik niet goed zien) had veel nieuwe dingen geleerd en leuk met vriendjes en vriendinnetjes gespeeld, maar moest nu toch echt terug naar huis…. Dat bleek in de spleet tussen de drijvers van de steiger en het plankier in te zijn. Morgen zal ik naar hem / haar zwaaien.

Vrijdag vertrekken we naar Strahlsund, zo’n 15 mijl verder. Het is even zonnig, maar wordt snel grijs. Het weerbericht rept over lokale onweersbuien. Bij ons komt het zover niet. Het wordt zelfs zonnig en warm, maar aan de einder dreigt het. Strahlsund is een vroegere Hanze-stad en dat is te zien ook. Terwijl hier overal breed water is, vaak met beboste oevers en hier en daar een piepklein dorp, komen we plotseling bij een stad met voorname, grote gebouwen rond de haven en drie grote kerken. De jachthaven blijkt ook groot en er zijn er meer. De opvarenden gaan de stad verkennen en de kapitein besluit de boot maar eens te poetsen. Daarbij is de dek-waspomp een reuze aanwinst. Na het eten zitten we wat te kletsen met de Nederlandse schipper van de Kairos die ons een plek had gewezen in Vordingborg, en dan zien we plotseling een zeppelin aan komen vliegen. Het blijkt een reclame-ding, maar toch grappig. Het komend weekend is hier één of ander festival, dus besluiten we om morgen verder te varen naar Stahlbrode.

Zaterdag begint zonnig. De vooruitzichten zijn dezelfde als gisteren: in de loop van de dag lokale onweersbuien. We hopen er het beste van. Hanneke gaat nog even een lege gasfles ruilen voor een gevulde.Om kwart voor twaalf varen we naar de brug die vijf maal per etmaal draait, nu om 12.20. Een hele kudde verzamelt zich daar aan beide zijden. Als hij open gaat geeft iedereen vol gas om er maar zo snel mogelijk te zijn. Wat een krankzinnigen! Voorbij de brug rollen we de genua uit. Dat loopt prima totdat we bij een doorgang tussen twee eilanden komen. Voor ons zien we zware wolken en een regenbui, maar dat lost op wond er baarlijke wijze voor onze ogen op. Wij houden een heerlijk zonnetje. De wind valt weg en een klein eindje verderop hebben we plots pal tegenwind! Helaas wat weinig om echt lekker te kruisen, dus motoren we naar Stahlbrode. Om half drie komen we aan na 13,9 mijl. Het is onduidelijk waar hier de gastenplaatsen zijn: in de noordelijke haven hangen overal rode boordjes. In de zuidelijke is nog een klein hoekje vrij. De Pescador gaat in het gaatje en wij er tegenaan. De rest van de middag wordt besteed aan het bekijken van het gehucht, lezen, kletsen met de buren..

Hoera! Hoera! Hoera! Er is er één jarig! Jammer, maar aan het weer afgemeten zou je dat niet zeggen…. Vanochtend is her grauw en grijs. Droog nog wel, maar dat schijnt tijdelijk te zijn. Het gehucht hier voorziet niet in een bakker, dus brood is van het oppiep-type. Taart ontbreekt volledig. Alle feestvreugde moeten wij dus zelf produceren….. Plots zie ik dat Chih Ling al bezig is allerlei lijnen los te maken. Dat is eerder dan verwacht, maar ik maak ook los en vaar en rondje om de Pescador zonodig van de kant te trekken (We lagen aan de lage kant.). Dat blijkt niet nodig. Direct buiten de haven rollen we de genua uit. Dat loopt lekker, eerst 4 knopen en nadat we de koers verlegd hebben tot ruim aan de wind lopen we heel prettig, 5.5 knopen. Het zonnetje breekt door. We halen een andere oude Rasmus in, hoe wel die met vol tuigt zeilt en wij alleen de genua. De Pescador haalt ons heel, heel langzaam in. Om half twaalf zijn we in Lauterbach en liggen we weer in twee boxen naast elkaar. Er komt een dreigende lucht voorbij, dus zetten we de tent er snel op: we blijven hier toch een paar dagen liggen. Maar dit was voorlopig loos alarm. ’s Middags komen Tony en Chih Ling een biertje / wijntje drinken en spelen we wat gitaar. Ook worden er plannen besproken voor de komende dagen. Naar Polen of naar Sassniz? We gaan eerst met de lokale boemel het binnenland verkennen: een stoomtrein met een restauratie-wagen langs de Duitse bad-plaatsen.

5. Een weekje rust (7 juni)

Maandag blijven we dus in Svendborg…. Zoals in diverse weerberichten en logboeken al was aangekondigd, waait het de komende week te hard om nog voor je plezier te varen. Het is eigenlijk een beetje vreemd weer hier: soms schijnt het zonnetje, is het volkomen rustig, windkracht 2 of minder, en dan plots begint het me even te blazen: vlagen van 30 tot meer dan 40 knopen (75 km/u)! En even daarna is het weer stil… ook komt het voor dat er een wolk voorbij trekt. En soms valt daar opeens een plens water uit, maar dat zijn uitzonderingen. De temperatuur wisselt ook sterk per moment: in het zonnetje begin je binnen enkele minuten te transpireren, maar de luchttemperatuur bedraagt 14 graden….  toch, vooral die vlagerigheid bevalt me slecht. Alle boten met een wintertent hebben die opgezet. Zo ook wij. Voorlopig is de conclusie van de kapiteinses namelijk dat we het deze week maar even aankijken……

Leuk was vandaag trouwens een mamma-eend met 10 miniscule kwik, kwek en kwakjes. Blijkbaar één worp, want ze waren identiek. Maar onheil loert overal! Vanochtend waren het er nog maar 4….. Onze vriendelijk Deense buurman vertelde dat hij had gezien dat een meeuw er eentje uit het water viste en in één hap doorslikte. In dat tempo worden ze toch niet gemaakt. Opeens kijk ik ook wat anders aan tegen de saté-tjes die ik gisteren in de marinade heb gezet…. (Buurman, filosoof? merkte op dat zo lang de ‘netto reproductie ratio’ op twee blijft, er niets aan de hand is.) Gezien de stilstand vanwege het weer moet er maar een vermaaks-programma worden gestart. Dus is vandaag (dinsdag) zo’n programma in gang gezet. Het overgrote deel van de bemanning is daartoe afgereisd per toeristieke autobus. Voor de bescheiden som van zo’n 50 Dkr mag je dan plaatsnemen tussen de andere grijsaards en word je van thee-huis naar plasplaats vervoerd. Mmm, ik voel daar niets voor, want zie het volgende voor me:  ik moet dan allerlei ongevraagde bezienswaardigheden belopen. (Of mijn rug dat verdraagt is onzeker.) Bovendien heb ik een enorme hekel aan busvervoer. Tenslotte heb ik het beeld voor ogen van een wagon volgeladen met gezellig in het Deens keuvelende, breiende, kwijlende, kreupelende oude-van-dagen! Kortom: wel zielig voor Hanneke, maar ik heb belangrijker werk aan mijn hoofd: klussen aan de boot. Aldus geschiedt. En dat valt dan vervolgens toch weer vies tegen voor deze doe-het-zelver: met het wegwerken van een paar kwetsbare kabeltjes ben ik opeens een hele ochtend kwijt! Daar zat zelfs geeneens een rookpauze in! (Gewoon vergeten.) Om drie uur zijn ze opeens terug na bezoek aan het schilderachtige plaatsje Faaborg. Vrolijk geverfde huisjes met heel veel stokrozen. Vervolgens bleek een van hieruit geplande bustrip naar kasteeltje Egeskov opeens geheel vervallen te zijn. Daar stonden ze dan! Dus maar naar de Lidl….  Gelukkig is er ook nog een ander kasteel, Valdemar, te bekijken. Na een uurtje zijn ze opnieuw terug bij de boot. Het verhaal: op een gegeven moment bleek dat de bus het kasteel geheel ongemerkt voorbij gereden was en ze weer op de terugweg naar Svendborg waren. Een gevulde dag dus. Achteraf blijkt dat zij drieën de enige pasagiers waren… Deze eerste programmadag belooft nog wat voor de rest van de week!  Maar regeren is vooruit zien. Voor vanavond en morgen staat er namelijk weer vrouwenvoetbal op het programma! (Voor die dagen hoeven we dus niet zelf iets te plannen.) En daarna wordt het weerbericht misschien ook wel herzien.

Woensdag 3 juli begint zonnig met flinke wolkenvelden. Met de stevige wind duren die overigens niet lang. De luchttemperatuur blijft laag, een graad of 13. Hanneke doet 2 wassen, zodat alles weer fris en fruitig is. Onze Deense buurman vertelt intussen dat ook hij wel heeft overwogen om een haventje verder te gaan, maar daar is dan niets te vinden en je zult dan daar weer liggen wachten tot het beter wordt. En dat wordt niet voor het weekend verwacht…. Dan toch maar liever hier, in een stadje met alle (???) voorzieningen.

Overigens is vanochtend door dezelfde buurman waargenomen dat het laatste mini-duckje werd opgeslokt door een kwijlende, ranzige, vette monstermeeuw (waarschijnlijk een Duitse). Mamma duck keek verdrietig, maar pappa duck had een geil trekje rond de snavel en leek zich toch een beetje te verheugen bij het uitzicht op een nieuw reproductieproces… ’s Avonds kijken we op de Pescador voetbal en met succes: we hebben weer gewonnen!

Donderdag begint grijs en kil: 13 graden. Niks aan! Zomer in Denemarken…. Ik heb het altijd al gezegd! Om 9 uur begint het ook nog te miezeren! Hanneke wil geen ontbijt op bed want kruimels zijn des duivels! We fantaseren hardop over vertrek naar een dichtbij gelegen andere haven en er worden dus meteen voorraden ingeslagen. Misschien voorbarig, want het ziet er niet echt beter uit. Maar als we gaan is dat wel noodzakelijk, want de bereikbare haventjes hebben helemaal niets te bieden! Zelfs geen taverne, wat voor een haven wel raar is, maar in deze streek dus wel voor schijnt te komen. ’s Middags komt Chih Ling met een Deense weer-app. Die laat bovendien zien dat het morgen misschien wel een redelijk geschikte dag is om een flink stuk te varen. We spreken af om vroeg nogmaals te kijken en te beslissen.

Vrijdag om half zes gaat de wekker. Het ziet er redelijk uit en de wind is wat afgenomen. Het besluit is om naar Vordingborg, een plaats onder Kopenhagen over te steken. Om 8 uur zijn we los. Het eerste stuk is een bochtige geul tussen twee eilanden en gaat tegen 2 knopen stroming in. Er trekt net een bui miezer over, wat een spectaculaire regenboog oplevert.

Dan het ruimere sop. We zeilen eerst met halve wind, maar die krimpt en daarna is het stuk langs het eiland Langeland net goed bezeild.
Het is een eiland van ca 50 km lang en 2 km breed. Het ziet er uit als een rij glooiende, beboste duinen met er langs een lang, smal strand. Ook andere stukken kust hier zien er – naar hollandse begrippen – raar uit. Achtertuintjes, bos en zelfs weilanden met koeien, grenzen gewoon aan zee! In Nederland zit er of een rij duinen, of een enorme zeedijk tussen de zee en het uitzicht! Het oogt wel vriendelijk.
Op de noordelijkste punt van Langeland krijgen we een stevige deining, over de hele ‘Stoere Belt’ op kop. Daarna kunnen we afvallen en wordt het iets minder stampen. Helaas valt ook de wind grotendeels weg. Als we onder de 3 knopen voortgang hebben roep ik de Pescador op om de motor bij te zetten. Tegen vijven zien we de enorme brug bij Vordingborg liggen, maar het duurt nog twee uur voordat we er zijn. Het haventje is vanuit het westen onzichtbaar en de geul er naartoe nauwelijks te zien. In het haventje is weinig plek beschikbaar, maar de schipper van de ‘Kairos’ (in Svendborg gesproken) zegt dat er nog wel een paar plekjes zijn, achterin. Ook de schipper van de ‘North Star’ (ook uit Svendborg) is hier net aangekomen. Als we net liggen begint het weer stevig te waaien. De verwachting voor vannacht en De komende dagen is regen en wind. (Dat kennen we….) Als ik de achterlijn stevig aantrek hoor ik opeens water stromen. Tegelijk worden mijn voeten nat en ook op mijn zitvlak vormt zich een lauwwarm plek…. GVP! Dat is al de tweede keer! Ik ben op het randje van de douchezak gaan zitten. De vuldop is eraf gesprongen en het water klotst zo mijn broek en schoenen in…. Daarna loop ik rond met een onaangename herinnering aan een periode van zindelijkheidstraining tussen de benen. (Je bent zo jong als je je voelt….)

Zaterdag is het om acht uur egaal grijs en het miezert. De wind is weg, het is volkomen windstil en de miezerregen valt zo verticaal naar beneden, dat maar een deel van de raampjes nat wordt… Mistroostig weer. In deze treurigheid komt een zeiljachtje met twee kwieke 80-jarige Duitse opvarenden, blijkbaar van elders verdreven, zoeken naar een ligplaats. Zij zien dat er tussen onze boot en de buurman nog ruimte is waar zij zich tussen kunnen wringen, doordat een achter-meerpaal daar ontbreekt. Opa heeft alleen niet door dat het hier ondiep is en blijft op ca 8 meter van de kant steken op 1.20 meter. Maar ondanks zijn 2 meter diepgang heeft hij een goeie motor en de bodem is modder. Dus met enig motorgebrul bereikt het stel toch de oever. Nu liggen we in elk geval klemvast! Ze hebben landvasten van 5 meter. Een beetje kort voor hier, maar het lukt als je er een paar aan elkaar knoopt. We worden op de Pescador uitgenodigd om kennis te maken met Wim, een oudere broer van Chih Ling, die in Kopenhagen woont. Het zijn zichtbaar en merkbaar broers! Het wordt vandaag max 17 graden. Wij fleuren elkaar op met de gedachte dat te warm ook helemaal niet lekker is. Maar tegen de middag klaart de lucht op en het begint lekker te waaien, pal van achteren. Steeds harder trouwens, niet leuk meer: windkracht 8 met vlagen van 9 Bft volgens de windmeter…. Uit de Deense weersvoorspelling blijkt dat dit nog wat zal toenemen en dan, onverminderd, tot 06 uur morgenochtend zo doorgaat…. Tegen zeven uur komt de havenmeester ons waarschuwen dat door ‘afwaai’ het waterpeil flink kan zakken. Wij moeten verder van de kant af om schade aan de boegspriet te voorkomen. Dus de voorlijnen verlengd, motor gestart en achteruit en dan de achterlijn strak doorgezet. Ik ga daarbij ten derde male op de douchezak zitten, met hetzelfde, al eerder beschreven, gevolg: een natte broek…. We gaan vroeg ons nestje in want er is niks aan met al dat gewiebel, geklapper en geloei en gefluit. Maar ook de nacht is nogal onrustig doordat twee lijnen in de mast elke twee á drie minuten tegen de mast beginnen te klapperen.

Zondagochtend is de wind wel afgenomen, maar er zijn nog steeds perioden met stevige vlagen. Het ziet er allemaal erg grauw en saai uit. Tegen tien uur klaart het een klein beetje op. Af en toe piept er een zuinig zonnestraaltje door het grijs. De wind is afgenomen tot windkracht 4 á 5 met af en toe een flinke vlaag. Veel bijzonders is en wordt het vandaag niet. We bespreken de verdere planning voor de komende dagen. Chih Ling wil het liefst hier vandaan naar Rügen, mede gezien het verwachte goede weer. Hanneke eigenlijk ook. Ik vind het jammer om Kopenhagen en Allard en Gudrun links te laten liggen. Een besluit wordt nog niet genomen. Tegen het eind van de middag is er de finale vrouwenvoetbal. We zijn opnieuw uitgenodigd op de Pescador. De voetbalwedstrijd is spannend, helemaal door de onterechte achterstand. Helaas, maar met de uitslag kunnen we leven. Nu alles toch naar de gallemiezen is besluiten we maar meteen om niet verder naar Kopenhage te varen, maar hier af te buigen naar Rügen. Het weer wordt de komende dagen goed voor een oversteek. Daarna kan het nog wel eens een tijd duren voordat we dat opnieuw kunnen doen. Jammer, maar Helaas!

4. Op de Oostzee

Maandag 24 juni ben ik voor zes uur op. De zon schijnt, maar we liggen in de schaduw van de bomen langs de kade. Het bljft dus nog even fris. Er is nog helemaal nergens een teken van leven te bespeuren. Ik zet koffie. Rond halfzeven komt de havenmeester. (Het verhaal gaat dat hij zo vroeg komt omdat de Hollanders anders al vertrokken zijn, zonder te betalen.) Hij vraagt of ik de Poolse buren ook kan wekken. Die zijn snel op. Het liggeld is een tientje dat in z’n kontzak verdwijnt. De buren gooien vrijwel direct daarna los en gaan liggen wachten bij de sluis. Anderhalf uur later pas worden ze geschut. De Pescador komt naast ons liggen zodat de Jonathan Seagull er tussenuit kan. Zij willen naar het eilandje Æro. Wij hebben besloten naar Maasholm en Kappeln te gaan. Hanneke haalt brood en om half tien vertrekken we. Het eerste stukje is net niet bezeild, maar daarna kunnen we aan de wind, en later met halve wind, het ruime sop op. Het wappert stevig en er staat een stevige zeegang ook. We worden door de kustwacht gemaand om aan de goede kant van het vaarwater te blijven, of buiten de boeienlijn. Daardoor komen we een paar mijl van Kiel terecht in twee of drie grote groepen wedstrijdbootjes. Ze zijn allemaal bloedfanatiek en varen zowat onder onze boegspriet door. Ik rol de Genua iets in om beter zicht te hebben en dat is maar goed ook, want vlak voor ons gaat een bootje om. Nadat we de wedstrijden zijn gepasseerd verleggen we de koers om een vierde groep te omzeilen. De wind en golven komen nu schuin van achteren. Samen met de hoge en onrustige zeegang leidt dat tot een rottige te sturen koers. Uiteindelijk zijn we rond twee uur bij de ingang van de fjord naar Maasholm. Eenmaal in de fjord is het heerlijk rustig, zonnig en warm. We draaien een plas op, recht tegenover de jachthaven bij Maasholm, en gaan daar voor anker. Vannacht en morgen blijven we hier en overmorgen gaan we naar Kappeln, iets verderop. De komende dagen wordt veel wind verwacht en dan liggen we daar wel leuk. ’s Avonds trekt de wind aan tot 5 á 6 Bf, maar ons ankergerei heeft zwaarder weer goed doorstaan. Met 20 meter ketting op een diepte van ca. 2 meter kan niet heel veel mis gaan.

Dinsdag houden we een dagje rust. Ik ruim de kaartentafel uit: dat is een verzamelplek geworden van allemaal kleine, kwetsbare onderdeeltjes, zoals lampjes, zekeringetjes, stekkerjes, folders, enz. Uiteindelijk belandt een deel gewoon in de vuilnisbak. ’s Avonds worden wij gehaald en gebracht voor het voetballen. Een halve minuut voor het einde van de verlenging zitten de Hollandse dames ernstig in de penarie! En dan valt het beeld uit: de Mb-tjes van Chih Lings internetverbinding zijn opgebruikt…. Het loopt maar net goed af voor de oranje dames, blijkt uit het nieuwsoverzicht op de Marlijn.  Als we terug zijn op de Marlijn is het volkomen windstil.

Woensdag zijn we erg vroeg op. Het weerbericht spreekt van “tot stevige, toenemende wind”. Dus gaan we naar Kappeln. Het tochtje erheen is door een smalle vaargeul in vrij breed water. De oevers zien er schilderachtig uit. Er staat een knoop stroom tegen.  In Kappeln meren we tussen ver uit elkaar staande palen. Bij het invaren van de plek zie ik eerst een paal over het hoofd (verscholen achter ons anker) en vaar er stevig tegenaan. De 2e keer raak ik met mijn anker een reddingsboei van de Pescador. Dat is de redding voor de verzekering, want anders was het raak geweest.  Dit wordt gevolgd door wat gekluns met de meerlijnen…. Al die schippers aan de wal ook…. Hanneke heeft het er erg warm van gekregen en ook Chih Ling is blij als we vast liggen en niet meer kunnen bewegen…. Kappeln blijkt een piepklein, maar gezellig stadje. Tijdens een wandeling komen we zelfs een gebreide fiets tegen….

Hanneke blijft ondanks de warmte bijna de hele middag weg. We eten met z’n tweeën een portie Bahmi van een afhaal Chinees (€ 5). Zo kunnen we elke dag wel “uit eten”. Het wordt ’s avonds eindelijk frisser en de harde wind – als die er al is – passeert ongemerkt. De weersvooruitzichten geven rustiger weer aan voor de komende dagen. Misschien dus verder, of gaan we morgen naar de markt?

Donderdag 27 juni begint verrotte fris en overwegend grijs. Af en toe piept de zon er even tussendoor. We zijn blij dat we hier liggen en nog niet onderweg naar… Hanneke gaat onbeperkt douchen. Na het ontbijt gaan we naar de markt. Het is een gezellig dorp met een vriendelijk binnenstadje met veel winkeltjes. Bij een winkeltje met toeristenprullaria zie ik een met jonge vogeltjes uitpuilend zwaluwnestje. Pa en ma trekken zich weinig aan van toeschouwers bij het voeren en vliegen rakelings langs onze hoofden. De markt is piepklein: 6 stalletjes met diverse soorten levensmiddelen en een grote bloemen- en plantenkraam. Geleidelijk wordt het aangenamer en van de wind merken we hier niets. We besluiten om weer voor anker te gaan om morgen vroeg naar Svendborg over te steken. De Pescador gaat voor ons uit en wij volgen een uurtje later. De wind blijkt steviger dan we hadden gedacht: 22 knopen op de teller. Als we bij Maasholm aankomen zien we de Pescador net terug komen in onze richting. Hun anker hield daar niet. We gaan naar de plek waar we eerder gelegen hebben. We steken flink wat ketting om zeker te liggen. Als we net klaar zijn krijgen we een app-je van Monika, een dame die we met haar vriend Dorin hebben leren kennen in Spanje. Ze zeilden met hun eigen boot gelijk op naar Sicilië en later Griekenland. (Daar heeft haar vriend haar kwaadwillig verlaten in Vlikho baai. Zij is daar nog een tijdje blijven liggen en is daarna teruggegaan.) Monika schrijft dat zij zojuist de Marlijn in Kappeln heeft zien liggen. Toen ze even later langs kwam voor een praatje waren we (net) vertrokken. Jammer! Weer iemand van de periode aan de Middellandse zee! Ze heeft blijkbaar geen boot meer, maar nu een camper. We gaan vroeg te kooi en slapen allebei als rozen.

Vrijdag om zes uur is de wind matig, de zon verdwijnt tijdelijk achter een grijze sluier en het is fris. Na het Duitse weerbericht gaan we rond 8 uur anker op. Aanvankelijk zeilen we aan de wind met zo’n 4,5 knopen maar de gang is er al snel uit als de wind inzakt tot 3 á 3 knopen. Dan maar motoren! De trip naar Svendborg is bijna 40 mijl. Ik zie een bruinvis of een tuimelaar, vlak bij de boot, maar hij is snel weer verdwenen. Tegen de middag komt de zon goed door. Om 13.00 passeren we de punt van het eiland Aero. Ik maak een gestoomde makreel schoon en die eten we samen op met een broodje. Een lekkere vette hap voor tussendoor! Een stukje verderop is een tricky passage tussen twee eilanden waar een grote ondiepte ligt. Dat gaat allemaal goed. De bocht bij Svendborg heeft heel veel ondiepten en er varen wat ponten door de smalle geul. Als we onder de hoge brug doorvaren zien we dat er opmerkelijk veel stroom staat, zeker 2 knopen mee! Voorbij Svendborg gaan we ankeren in een diepe inham, achter een klein eilandje. Het is een absoluut Scandinavisch aandoende plek, met hier en daar een huisje verscholen in wat groen tegen de flauwe helling. Er liggen een paar andere bootjes. Al snel blijkt dat de meeste telefoons hier geen enkel bereik hebben. Alleen die van de kapitein blijft het doen. De vooruitzichten voor het weekend en daarna zijn voorlopig vrij ongunstig. We blijven hier dus maar een paar dagen kamperen, maar morgen gaan we wel eerst Svendborg bekijken.

Zaterdagochtend 29 juni vertrekken we om 10 uur naar Svendborg. We hebben 2 knopen stroom mee en het is 2,5 mijl, dus we zijn er zo. We kunnen aan een steiger liggen, vlak bij het havenkantoor. Het is zonnig en belooft warm te worden. Om 12 uur is het al 25 graden, maar er blaast een koel briesje over de haven. We zetten gewoon wat extra bier koud. Hanneke opteert voor een weekje hier, iets waar Chih Ling waarschijnlijk niets van wil weten. Af en toe rijden hier luid toeterende vrachtwagens voorbij, volgeladen met jongeren. Gisteravond had ik al zoiets gehoord, maar nu zien we ze ook. Het blijken afgestudeerde jongeren te zijn…. (Ik dacht aan een Turkse bruiloft.) Blijkbaar is dit een Deense traditie. Hanneke gaat de stad in en wordt geholpen, zeg maar rondgeleid, door een aardige Deense politie-agente. Daarna gaan we damesvoetbal kijken. En de temperatuur loopt op, zodat niemand meer zin heeft iets te doen. Het eten zou vandaag dus wel eens uit het visstalletje op de haven kunnen komen, dachten we zo. Helaas, dat blijkt een vergissing. Als we om half 8 wat willen bestellen is de wachttijd opgelopen tot 1,5 uur. Dus dat wordt niets. We worden gebeld door Harry en Tonneke. Zij zijn bij vrienden in Kolding, niet heel ver weg. Ze zouden morgenmiddag met die vrienden langs kunnen komen….. Dat lijkt ons wel erg gezellig! Het valt me op dat veel Denen hier, in eigen land, veel luidruchtiger zijn dan ik ze ooit heb meegemaakt. Hier gezang, daar een erg vrolijk gesprek, een radio met disco aan de overkant, terwijl een buurman blijkbaar meer van jazz houdt. En er wordt veel gelachen! Tegen donker raken we ook nog aan de praat met diverse landgenoten: een man met een grote Hallberg, de ‘Kairos’ op weg naar Rügen en twee oude vrienden met een boot van 30 voet, waarvan de opstapper vertrekt en de eigenaar naar de Lymfjord onderweg is, de ‘North Star’.

Zondag is het opnieuw mooi weer en zonnig. Toch komen er af en toe echt stevige windvlagen uit het niets. Hanneke gaat naar de  supermarkt. De Pescador gaat ankeren in de plek tegenover Troensø. Om één uur of twee komen Harry en Tonneke met hun vrienden Ruud en Karalila (naar ik hoop goed onthouden en gespeld). Het is een heel hartelijk en gezellig gebeuren. Ze hebben onderweg twee dozen aardbeien van de boer gekocht en die zijn zo op. Dan gaan we met z’n allen bij het visstalletje wat eten. Het zijn grote borden, hoog opgeschept en lekker. Wel moeten we in de vlagen ons bord vasthouden om wegwaaien te voorkomen. Dan maakt het gezelschap aanstalten om te vertrekken. Van de Pescador krijgen we een berichtje dat zij het ankeren voor gezien houden: het waait en klotst onprettig hard daar. Naast ons heeft tijdens onze afwezigheid, een oude Duitse zeilboot aangelegd. Er zitten twee ‘echte’ Duitsers op: dikke buiken, pullen bier en ‘zaufen’. De Pescadores vinden een plekje in de hoek van de steiger. We hebben nogal wat moeite om de boot aan de kant te krijgen, tegen de wind en stroming in. Dan wordt een aanlegbiertje ingenomen. Daarna zetten we de wintertent op, want er wordt een koude, natte en winderige week voorspeld. De temperatuur komt de komende week de 15 graden waarschijnlijk niet te boven. En aldus wordt week 3 afgesloten.

Dan maakt het gezelschap aanstalten om te vertrekken. Van de Pescador krijgen we een berichtje dat zij het ankeren voor gezien houden: het waait en klotst onprettig hard daar. Naast ons heeft tijdens onze afwezigheid, een oude Duitse zeilboot aangelegd. Er zitten twee ‘echte’ Duitsers op: dikke buiken, pullen bier en ‘zaufen’. De Pescadores vinden een plekje in de hoek van de steiger. We hebben nogal wat moeite om de boot aan de kant te krijgen, tegen de wind en stroming in. Dan wordt een aanlegbiertje ingenomen. Daarna zetten we de wintertent op, want er wordt een koude, natte en winderige week voorspeld. De temperatuur komt de komende week de 15 graden waarschijnlijk niet te boven. En aldus wordt week 3 afgesloten.

3. Kieler kanaal (23 juni)

Dinsdag 17 juni vertrekken we rond half zeven uit Norderney. Er staat weinig wind, het is heiïg en er is een volkomen vlakke zee, af en toe als een spiegel. We verliezen het lange strand vrij snel uit het zicht en dan varen we  in een hel-witte waas, alleen op navigatiemiddelen. Tegen twaalf uur naderen we een kruispunt van verkeerszones en daarnaast gelegen ankergebied. Het is aanvankelijk slecht te zien of de schepen varen of niet, maar als we dichterbij zijn zetten ze hun AIS aan en kunnen we zien dat ze bijna allemaal stil liggen. Vanaf dit punt kunnen we onze koers verleggen naar Helgoland, bijna pal noord. We varen door uitgestrekte ‘velden’ met oranje stinkende substantie: mosselzaad of iets dergelijks. Het stinkt naar overleden vis. Ook zien we eerst één, later meerdere Jan-van-Genten. Prachtige vogels! Rond drie uur zien we door de heiïge waas de schaduw van Helgoland. Het is minder indrukwekkend dan ik had verwacht. Het kleine stukje steiger voor sportboten is al helemaal dubbel bezet, dus we moeten ‘stapelen’. Hanneke en Chih Ling gaan naar het dorp, boven op de klif, best wel klimmen.  Ze maken een rondwandeling over de kliffen. Daar zien ze onder andere een grote kolonie broedende en jongende Jan-van-Genten die zich van mensen nauwelijks iets aantrekken. De Jonathan Seagull van Cor en Ingrid legt naast ons aan. ’s Avonds liggen we in rijen van 8 of 9 boten naast elkaar aan de wal. Wel gezellig: kletsen, met een drankje erbij.

Woensdag zijn we ruim voor zevenen op. Het weerbericht ziet er redelijk uit, hoewel aan het eind van de dag onweer met windstoten wordt verwacht. Kwart voor acht kunnen we losgooien. We varen met de Pescador en Jonathan Seagull dezelfde koers met als doel de sluis van Brunsbüttel. Op de Elbe krijgen we stroom mee. Eerst is dat 1 á  1,5 knopen, maar daarna zelfs een tijdje 3,5 knopen mee! We lopen dan ruim 10 knopen! Onderweg krijgen we een berichtje van een oud-klasgenote van Hanneke, met nuttige tips voor het Kieler kanaal. Tegen 15.00 uur zijn we bij de sluis. Als we daar keren om tegen de stroming in te wachten, begint het hard te waaien in vlagen van 30 knopen. Intussen komt er een heleboel vrachtverkeer de sluis in. Eén van de tips van de vriend van de vriendin van enz. behoedt ons en vrienden voor een blunder. Bij groen licht denk je aan binnenvaren, maar ho maar! Dat is alleen voor de grote jongens! Wij moeten wachten op onderbroken wit! Uiteindelijk krijgen dus ook wij wit en toestemming en mogen we de sluis in. Chih Ling is er voor ons en helpt aanleggen aan het lage ponton langs de sluismuur. Net na de sluis leggen we aan in een piepklein haventje aan bakboord. Als we daar een uur of twee liggen komt de voorspelde onweersbui met wind inderdaad over: en hoe! Het klettert, bliksemt, dondert en waait als een malle, een uur lang. We hopen maar dat Cor en Ingrid tijdig een plekje hebben weten te vinden, want dit is niet leuk meer! Dan is het weer over. We gaan uit eten in het ‘Torhaus’ restaurant van de haven. Het is hier heel betaalbaar en smakelijk. Dan op tijd naar bed.

Na een nacht met kletterende buien blijkt de donderdag als een grauwe, miezerige dag te beginnen. Na wat boodschappen vertrekken we rond half twaalf. Het kanaal is breed, vrij recht, rustig en omzoomd door bomen en groen. Af en toe passeren we een veerpont en een hoog gelegen brug. Een paar keer per uur worden we ingehaald door, of komen we een groot zeeschip tegen, maar het is breed genoeg en ze varen maar net iets sneller dan wij. Na een uurtje houdt de miezer op. Om half drie draaien we bij kilometerpaal 41.5 het Gieselaukanaal op. Dat is een smal, bochtig water door het groen naar de Eider. Die loopt verder naar een zeegat met sluis, pal ten oosten van Helgoland. Bij een brug en sluisje, een kilometer verder, blijken twee lange aanlegplekken te zijn in het groen. Het is er stil en heel idylisch, met fluitende en kwinkelerende vogeltjes en verder onwaarschijnlijk stil! Het zonnetje breekt door en alles is in rust. Een grote Zwarte Kraai of Raaf hupst over een houten railing tot vlakbij. Dan duikt hij het riet in en komt terug met een dood muisje. Hij pikt het aan barrels en pakt de helft op en vliegt weg. Een minuut later is hij terug om de andere helft te halen. Zeker voor een nest met jonkies.
Heel af en toe rijdt er verderop een auto over de brug. Doordat de planken daarvan blijkbaar niet goed vast zitten klinkt dat dan als het gedonder van onweer van gisteren, maar nu op afstand. (En dan klinkt een Daf-je ook weer anders dan een plattelands tientonner.) Het lijkt hier wel 100 jaar terug in de tijd, deze rust. We maken de pasta die we al twee weken van plan zijn te maken. De vogeltjes fluiten en kwinkeleren maar door tot in de nacht.

Vrijdag 21 juni is de langste dag. Die begint met opnieuw vrolijk fluitende vogeltjes en een zonnetje dat van achter door de bomen schijnt. Om kwart over acht vertrekken we en in een heel, heel rustig tempo varen we naar Rendsburg. Onderweg raakt het bewolkt en wordt het wat killer. Tot onze verbazing varen we Rendsburg eerst voorbij. Dat is voor de Pescador om diesel te tanken. Bovendien hadden ze deze afslag niet herkend. Voor ons is het verbruik 45 liter diesel sinds Dokkum, dus dat valt  mee qua hoeveelheid. De prijs blijkt een kwartje hoger per liter dan elders. Dat bevalt Chih Ling helemaal niks! Dus “ho maar!” roept hij meteen. Daarna terug naar de stad. Vlak voor de stadshaven zien we Cor en Ingrid liggen. We varen daarheen en parkeren ook in een box. Het is vlak bij de Aldi, maar van hier te ver om naar de stad te lopen, horen we van Cor. Hanneke gaat dus naar de Aldi, want we zijn daar nu toch….? Opnieuw worden er liters wijn aan boord gesjouwd, ‘want dat is in Denemarken niet te betalen’. In de haven blijkt ook een wasmachine, die een speciale bediening vereist. Er gaan alleen munten van € 0.50 in en je moet er het aantal munten in mikken die de betaalautomaat aangeeft na het vullen van het ding en de wasprogrammakeuze. Als je er niet genoeg in gooit, stopt ie gewoon, merkt Chih Ling dus. Cor nodigt ons uit voor een biertje. Dat wordt dan vanzelf erg gezellig, zodat we tegen kwart over negen eten. Op de kant heeft een lokale club van ‘natuurvrienden’ een midzomernacht-party, met trekharmonica en samenzang. Een klein eindje verderop vestigt zich een concurrerende club pubers met gettoblaster en hiphop sound. Die leggen het vrij snel af, blijkt tot mijn verbazing. De trekzak gaat door en de hiphop verdwijnt grotendeels. Na half elf horen we niets meer en slapen we als een bosje rozen.

Zaterdag 22 juni begint zonnig met wolkenvelden. Wel waait er een zacht maar heel fris windje van achteren precies de kuip in. Van de buren horen we dat gisteren de Kieler Woche begonnen is. Het zal daar dus wel behoorlijk druk zijn, iets om rekening mee te houden. ’s Middags gaat Hanneke met Tony en Chih Ling met de bus naar de stad. Die is niet groot en ze zijn vrij snel weer terug. Afspraak is dat we borrelhapjes maken en dan met Cor en Ingrid op de Pescador daarvan wat gaan genieten. Dat wordt heel gezellig met als hoogtepunt Quint, de Fillipijnse havenmeester, die een paar nummertjes zingt.

Zondag ben ik voor vieren klaarwakker. Het is al licht en als ik buiten ga zitten is het verbijsterend hoeveel verschillende vogeltjes door elkaar heen zingen en kwinkeleren. Allerlei soorten, en daarvan weer diverse concurrenten, doen hun uiterste best om vandaag opnieuw voordelig voor de dag te komen voor de vrouwtjes! Tsja, na onze voorstelling van gisteravond willen die beestjes ook hun beste kant laten horen… Het is op dit tijdstip nog behoorlijk fris en waait precies naar binnen. Ik zit dan ook met de kachel aan te schrijven. Tegen vijven ga ik toch maar weer even liggen en ‘verslaap’ me prompt (9 uur). Om 9.30 vertrekken we richting Kiel. Alles is rustig en zonnig. Bij de sluizen van Kiel / Holtenau ligt een groep boten te wachten. We kunnen redelijk snel door de grote sluis. Daarna gaan we om half drie direct bakboord uit, naar het haventje van Holtenau. We vinden een goede aanlegplek en gaan met de Pescador en Jonathan Seagull een pilsje drinken op de aanlegkadevoor de bruine vloot. Hoera! We zijn op de Oostzee!

2. Meer over niks (17 juni)

Dinsdag 11 juni word ik wakker doordat het ophoudt met regenen. Dat is overigens maar voor eventjes, want daarna begint het te plenzen. Met bakken stort het uit het grauwe zwerk…. Ik schrijf vrienden en bekenden dat het logboek weer wordt bijgewerkt, maar dat men het eerste probeersel gerust kan overslaan. Daarna wordt de route van Lauwersoorg naar Norderney nogmaals doorgerekend. Tegen twaalven zijn de Pescadores het zat: zij willen door naar Dokkum. Zij vinden het daar leuk en veel goedkoper. (Hanneke vindt Leeuwarden juist heel erg leuk.) Wij komen dan wel wat later, als het wat droger is, vindt Hanneke. En zo geschiedt. Om één uur wordt het droger. We gooien los en tuffen door enigszins ranzige randjes van Leeuwarden en dan het Friese platteland door. Eindeloze weilanden, hier en daar onderbroken door wat bomen. Het vaarwater is kronkelig en af en toe smal. Na een paar kilometer liggen we kennelijk voor de landingsbaan van vliegveld Leeuwarden, want een paar keer komt een gevechtsvliegtuig plotseling uit de laaghangende wolken naar beneden onder gefluit en gegier van de straalmotoren. Wel mooi maar niet echt vrolijk om hier te wonen met die pestherrie, lijkt me. We passeren beroemde sloten en dorpjes, bekend uit de historisch beelden van elfstedentochten, zoals de ‘Bonkefaert’ en Bartlehiem. Bij Budaard moet één brugwachter twee opeenvolgende bruggen bedienen. Hij fietst zich een ongeluk van de één naar de ander en heeft dan ook een gezond blosje op de Friese konen. Dit stukje Friesland heeft zich blijkbaar afgescheiden van de rest, want hier hangt opeens een klompje voor de neus voor € 3.50, wan nogmaals gebeuttt in Dokkum voor € 5. Nergens in Friesland zie je die echt, authentie beschilderde klompjes meer, maar hier opeens wel…. Intussen waait het hard, schuin van achter, maar het miezert veel minder. Het is een schamele 15 graden. Het weer is weer echt takke-weer. Onderweg gedenken wij Bonifatius, die hier in de polder 1250 jaar geleden zijn leven liet. Om halfvier bereiken we Dokkum. De Pescador is net aangemeerd en wij volgen rap. De kapiteinse gaat samen met onze vrienden komaliewant inslaan bij de Aldi. De stuurman blijft met een biertje en z’n shag achter om over het schip te waken. De weersverwachtingen waren al niet best, maar konden blijkbaar nog ongunstiger. En aldus geschiedde…. Tegen acht uur komt de ‘havenmeester’. (Hij wordt binnenkort 18, is een beetje bleu en kijkt heel erg weg, maar mag aan Hanneke graag vertellen dat hij reuze blij is met dit zomervakantiebaantje, en dat hij nog een verdere opleiding wil doen via mbo4, liever dan via havo; we geven hem groot gelijk… ). We kopen deze rustplaats ter nagedachtenis van de eerwaarde Boni maar meteen maar voor een week in, dit voor de prijs van € 38. Een spotprijsje voor zo’n gewijde plek. Eerder wordt het weer trouwens toch niet beter, zegt de collega van Piet Pelleboer.


Woensdag 13 juni begint heerlijk zonnig. Het plaatsje Dokkum heeft een leuke oude binnenstad, maar de Zuidersingel, waar we liggen, is een beetje een mistroostige plek: een ruim opgezette soort nieuwbouwstrook met eengezinswoningen. Tegenover ons staat een molen met geavanceerde wieken: in plaats van zeilen heeft hij een soort spoilers. De mensen zijn overwegend erg vriendelijk, groeten, maken soms een praatje. Wij gaan tegen koffietijd naar de markt. (Sinds afgelopen zondag loop ik met het beeld van een ‘Bosche Bol’ of een ‘Moorkop’ voor ogen. Raar, want die heb ik 30 jaar niet gegeten, maar sinds dat ter sprake kwam….) De markt is armetierig, maar nu ik over mijn beelden verteld heb ontdekt Chih Ling wel meteen een zaakje met moorkoppen. Dus trakteer ik. Oneetbaar, die dingen! Niet zozeer qua smaak, maar qua tafelmanieren! Tegen twaalven betrekt het. Als we net weer op de boot zijn begint het dus ook te regenen en dat blijft de hele middag zo. Toch zijn de weersvooruitzichten voor de Duitse Bocht in het weekend een stuk verbeterd. Als dat zo blijft gaan we vrijdag naar Lauwersoog en de volgende dag naar Norderney. We borrelen aan het eind van de middag zo overvloedig op de Pescador, dat we de rest van de maaltijden kunnen overslaan en vroeg naar bed kunnen.

Donderdag begint vriendelijk, met een zonnetje. Maar dat duurt maar even. Daarna is het overwegend bewolkt, met af en toe een klein buitje en af en toe wat zon. De verwachtingen voor de Waddenzee zijn iets verbeterd: vanaf zaterdag neemt de wind af tot een bescheiden 3 Bft. In den beginne nog wel met veel regen en mogelijk onweer, maar daarna wordt het beter. Ik ga op zoek naar de foutcodes van de kachel en start die alvast. Tot mijn verrassing werkt de kachel opeens! Dat is een knappe meevaller! Na de koffie gaan Hanneke en ik naar de supermarkt, een minuut of tien verderop, om bier en andere primaire levensbehoeften in te slaan. Ik braad ’s middags acht kippenpootjes ter voorbereiding van onze zeevaart. En zo sukkelt deze dag voorbij. Nog één dag rondhangen en dan gaan we op weg naar Lauwersoog. Dat schijnt een volledig van God en alles verlaten plek te zijn, dus daar wil je dan vanzelf wel weg….. (PS. Wel veel natuur! Mooi hoor!)

De vrijdag begint opnieuw zonnig, maar om11.15 trekt het eerste buitje over. De Pescador was van plan om door te gaan naar Lauwersoog, maar ziet daar, na het weerbericht voor zaterdag, eveneens vanaf. Zaterdag wordt langdurige regen en mogelijk onweer voorspeld. Dan nog maar een dagje Dokkum! Er komt een grote kits voorbij met kennissen uit Almerimar van Tony en Chih Ling (Cor en Ingrid). We spreken voor vanavond af om muziek te komen maken. Het wordt een gezellige avond tot middernacht.

Zaterdag begint het al vroeg te regenen. Het is windstil en de regen klettert ononderbroken door tot ’s middags. Ik verdoe mijn tijd door de koers van overmorgen op de kaartplotter te zetten. Oersaai. Om drie uur houdt de regen op. Een half uurtje, blijkt…. Tegen vijven wordt het droog en zonnig. We halen net over de brug een ‘Dürüm’, maar dat valt tegen: tamelijk slap en smakeloos, en bovendien met ketchup in plaats van sambal…. ’s Avonds gaat de bemanning passagiers, terwijl de kapitein de te varen koersen ook op de papieren kaarten intekent.

Zondag begint zonnig met wat wolkenvelden. Ik haal de tent van de boot. Hanneke gaat naar de processie ter ere van Bonifatius kijken. De weersverwachting voor de Duitse Bocht ziet er voor de komende dagen beter uit. Na één uur gaan we naar Lauwersoog. Onderweg tanken we water en diesel. Morgenochtend vroeg vertrekken we om drie uur naar Norderney.

Maandag 17 juni vertrekken we klokslag 03 uur. Ik ben de enige die een paar uur geslapen heeft. Hanneke, Tony en Chih Ling hebben geen oog dicht gedaan, beweren ze. Het is volle maan en helder, dus eigenlijk is er goed zicht. We varen de haven uit, tussen de pieren door en merken meteen dat er een hoop stroming staat, zeker wanneer we een grote boei passeren: een forse schuimkraag ervoor en hekgolf erachter! Schiermonnikoog ligt eigenlijk vlak bij. De Pescador vaart op het zeil, wij hebben de genua en bezaan op en in het begin staat de motor bij. Het waait behoorlijk, kracht 4 Bft, en is verrotte koud, maar met deze wind en stroming varen we tegen de 8 knopen over de grond. De Jonathan Seagul passeert ons en hijst op open water pas de zeilen. In een uur of twee zijn we tussen de zandbanken uit en varen we op open zee. Daar zetten wij ook de motor uit. Benoorden Schier hebben we eerst nog enige tijd stroming tegen, maar daarna gaat het ook daar als de spreekwoordelijke speer, met 7.5 knopen. Uren lang varen we min of meer gelijk op. Tegen zevenen zijn we bij Borkum en krijgen we hartelijk welkom van de Duitse telefoonmaatschappij. Met het meelopende getij neemt ook de golfhoogte af van 1 á 1,5 meter naar de helft. Vanaf het eiland Juist gaat de Jonathan Seagul een noordelijker koers varen, wij pal West. Om half twaalf bereiken wij bij Norderney een kritiek geultje over / tussen de zandbanken door. Nu het hoog water is kost dat geen moeite, maar dit was wel één van de redenen van ons vroege vertrek. Om 12.15 uur leggen we aan op Norderney. De Pescador doet dat probleemloos, maar de Marlijn moet weer even wennen aan dwarsstroom in een haven en ramt tot twee maal toe, op een haar na, de Pescador en legt aan met de hulp van een toegesnelde menigte…. “Nou, dat hebben we dan toch weer mooi gefikst!” sprak de kapitein monter, na dit huzarenstukje…. De haven van Norderney ligt tegenover een groot, saai industrieterrein , vrij ver van het toeristendorp en is vrij uitgestrekt. Ik blijf op de boot, terwijl de rest het dorp gaat bekijken. Het is warm, om maar niet te zeggen heet. Het dorp blijkt tamelijk toeristisch. Tony en Chih Ling krijgen een berichtje van de Jonathan Seagul dat het druk is op Helgoland. Nog voor de lunch vertrekt de voltallige bemanning naar Norderney-stad. Dat zag er vanuit zee bezien al behoorlijk onaantrekkelijk uit, dus de kapitein gaat een uiltje knappen en van het plots zonnige weer genieten. (Dan maar geen ijsco of suikerspin!) Het is duidelijk: onze eerste echte vakantiedag, want in Duitsland, is een enorm succes!