Alle berichten van admin

6. Ruk naar Rügen (14 juli)

Maandagochtend is het opnieuw grijs en grauw, maar droog. Het is 13 graden en veel warmer wordt het niet, maar misschien een mager opklarinkje, later op de dag. We varen met enig gehannes het haventje uit om tien uur. Het wappert aardig en als we de zandplaat oversteken hebben we in de geul golven van een meter op kop. Aan de overkant gaan we met wind en golven mee, dus nog wel een beetje rollen, maar toch veel rustiger. Om half één zijn we in Stubbekøbing. Het ziet eruit als een heel, heel rustig dorpje. (Er zijn bijna geen bewoners meer.) We eten op de boot een kop soep en het valt me opnieuw op dat ouder worden niet zo leuk is als het misschien lijkt. Ik, bijvoorbeeld, krijg blijkbaar hangwangen. Niet zozeer van buiten, maar van binnen! Ik bijt nu voor de vierde keer in een paar dagen, ongenadig hard op de binnenkant van mijn wang. Dat doet pijn! Bovendien hangt er nu weer zo’n slappe, murw gekauwde lap vel tussen mijn kiezen, met alle risico’s op herhaling. Niet kauwen is geen optie, maar anders …. We hebben om allerlei redenen besloten om niet naar Kopenhagen te gaan, maar in kleine stapjes, richting Rügen, eerst via Stubbekøbing en Klintholm en dan, als het rustig weer is, de oversteek. Stubbekøbing valt een beetje tegen. Het is een piepklein en stil dorp met vrij veel leegstaande huizen en winkels. Een beetje dood. Toch weet Hanneke daar nog een paar uur zoet te brengen. We krijgen een aardig mailtje van Ingrid en Cor. Zij zijn al geruime tijd op Rügen maar zijn daar nu toch wel een beetje uitgekeken. Volgen onze vaargenote Tony is het daar in Duitsland ‘wunderschön’ en lollig, veel leuker dan hier in Denemarken. Ik vraag het me af. De ‘Jonathan Seagull’ ligt daar ook al meer dan een week verwaaid, dus niet zo heel erg anders dan wij. En dan krijgen we van het thuisfront een onverwacht en verdrietig bericht. Dan wil je eigenlijk dat je thuis bent…. Vandaag kun je al met al wel spreken van een behoorlijke depressie!

Dinsdagochtend ziet het er weliswaar vriendelijker uit, met af en toe een zonnetje, maar het wappert stevig. We discussiëren  of we vandaag naar Klintholm zullen gaan 17 mijl), of morgen, of morgen direct naar Rügen (45 mijl). Chih Ling wil eigenlijk nu naar Klintholm en morgen naar Rügen, maar bedenkt zich toch als het even stevig gaat waaien. Wij denken vooral over donderdag naar Rügen. Uiteindelijk blijven we vandaag toch maar liggen. Dat komt goed uit want en half uurtje later zwelt de wind aan tot een dikke 6 Bft. Gelukkig komt de zon zo nu en dan tussen de wolken door gepiept en ’s middags wordt het uit de wind zelfs lekker. Deze haven is behoorlijk druk bezocht. Wat me opnieuw opvalt is dat booteigenaren vrijwel zonder uitzondering onmiddellijk een stroomkabel uitrollen en inpluggen. Zou dat voor de elektrische kacheltje zijn of voor de tv? Wij doen dat vrijwel nooit! Alleen als we langere tijd moeten blijven liggen, vanwege slecht weer misschien.  (Wij hebben dan ook wel een flinke accu capaciteit en heel weinig verbruik.) Als Hanneke bijna klaar is met koken is onverwacht het gas op. Dat komt nooit goed uit, dus vandaag ook niet. We hebben nog 3 Camping Gaz tankjes bij ons, maar wel ver weggestopt. De eerste blijkt leeg, de tweede ook…. Gelukkig is de derde vol. Daarna kunnen we verder. Wel een beetje suf om lege flessen mee te slepen. In Duitsland kunnen we de grote fles waarschijnlijk wel ergens laten vullen.

Woensdag worden we om half zeven wakker. Chih Ling is klaar om te vertrekken. We helpen ze de box uit. Dan maar even koffie zetten voordat wij naar Klintholm varen. Om klokslag 9 uur varen we de haven uit. Het waait 4, later een tijdje 5 en nog later 3 Bft, schuin van achter. Het gevolg is dat we stevig liggen te rollen. Om 13.00 uur varen we de haven van Klintholm binnen. Er is nog maar heel weinig plaats. Op het één na laatste plekje kunnen we langszij aan een steiger aanleggen op het verste punt van de haven. De havenmeester hier heeft een apart gevoel voor humor: hij verstaat de naam ‘Marlijn’ verkeerd en maakt er ‘Marleen’ van en schrijft er ‘Lilly’ voor. Intussen is het toch weer gaan waaien: 5 tot 6 Bft. Het zonnetje schijnt en we lunchen met en stuk Ciabatta met gerookte forel. Dit is blijkbaar een populair haventje. De hele middag blijven er bootjes binnenkomen en iedereen ligt drie- of vierdubbel geparkeerd. Aanleggen kost moeite omdat het stevig blaast. Onze directe buren zijn een Duits stel dat zowaar Nederlands spreekt. Ze hebben 20 jaar in Nederland gezeild. Aardige mensen. We spreken af dat we rond 8 uur willen vertrekken. Hanneke gaat het dorp in en passeert langs de kant van de weg een doos vol keurige, zelfs kunstige, gebreide en gehaakte lapjes (pannelappen?) met een vlaggetje aan de doos, een briefje erop geplakt met de tekst “1 voor 22 kronen, 3 voor 60 kronen” en een blikje om het geld in te doen…. Dat kan hier in Denemarken dus nog  gewoon!

Donderdag gooien onze buren om 7.45 los. Wij even later. Het is zonnig en vrijwel windstil. We varen eerst rond de kaap om de beroemde krijtrotsen te bekijken. Die zijn met de opkomende zo’n prachtig om te zien: spierwit en met veel contrast. Na een half uurtje zetten we koers naar Rügen. De genua staat bij, vooral voor de zichtbaarheid, want het zeil doet niets. Halverwege loopt een scheepvaartroutes. Drie keer wijken we uit voor grote vrachtschepen. Als Klintholm nog maar één heel smal streepje is zien we van Rügen net zo’n streepje. Dan duurt het toch nog uren voordat je de kust goed ziet, nog langer voordat je de wijde monding invaart. Volgens de kaarten is het hier bijna overal erg ondiep en zaak om de smalle vaargeulen aan te houden. Inderdaad zijn er stukken waar een meter naast de boot de zandbodem duidelijk zichtbaar is. Volgens de kaart minder dan een meter! Dat is wel raar, want het water is vaak kilometers breed, maar toch moet je dat smalle geultje van hoogstens 10 meter breed aanhouden. Als we hier twee veerboten tegenkomen is dat toch wel even een zweterig momentje voor ons. Het is wel goed betond, gelukkig. Tegen drie uur varen we het haventje van Schaprode binnen. Een piepklein dorp: op de camping verblijven veel meer mensen dan er bewoners zijn. Tony en Chih Ling staan op de uitkijk en hebben een plekje voor ons geregeld. We gaan het dorpje bekijken. Erg leuke, bloemrijke huisjes met rieten daken, een piepklein kerkje uit begin 1100 met een kleurrijke kansel uit 1500. Daarna drinken we een biertje en eten een gigantisch visgerecht / schnitzel. Daarna terug naar de boot. Daar nog een uurtje genoten van het vogelleven. Er zijn hier namelijk tientallen zwaluwen. Sommige zijn helemaal niet schuw: ééntje komt op een halve meter van me vandaan zitten en houdt een heel verhaal tegen me. Ik luister niet goed, maar achteraf ging het, denk ik, over school: het was een hele leuke dag, hij/zij (dat kon ik niet goed zien) had veel nieuwe dingen geleerd en leuk met vriendjes en vriendinnetjes gespeeld, maar moest nu toch echt terug naar huis…. Dat bleek in de spleet tussen de drijvers van de steiger en het plankier in te zijn. Morgen zal ik naar hem / haar zwaaien.

Vrijdag vertrekken we naar Strahlsund, zo’n 15 mijl verder. Het is even zonnig, maar wordt snel grijs. Het weerbericht rept over lokale onweersbuien. Bij ons komt het zover niet. Het wordt zelfs zonnig en warm, maar aan de einder dreigt het. Strahlsund is een vroegere Hanze-stad en dat is te zien ook. Terwijl hier overal breed water is, vaak met beboste oevers en hier en daar een piepklein dorp, komen we plotseling bij een stad met voorname, grote gebouwen rond de haven en drie grote kerken. De jachthaven blijkt ook groot en er zijn er meer. De opvarenden gaan de stad verkennen en de kapitein besluit de boot maar eens te poetsen. Daarbij is de dek-waspomp een reuze aanwinst. Na het eten zitten we wat te kletsen met de Nederlandse schipper van de Kairos die ons een plek had gewezen in Vordingborg, en dan zien we plotseling een zeppelin aan komen vliegen. Het blijkt een reclame-ding, maar toch grappig. Het komend weekend is hier één of ander festival, dus besluiten we om morgen verder te varen naar Stahlbrode.

Zaterdag begint zonnig. De vooruitzichten zijn dezelfde als gisteren: in de loop van de dag lokale onweersbuien. We hopen er het beste van. Hanneke gaat nog even een lege gasfles ruilen voor een gevulde.Om kwart voor twaalf varen we naar de brug die vijf maal per etmaal draait, nu om 12.20. Een hele kudde verzamelt zich daar aan beide zijden. Als hij open gaat geeft iedereen vol gas om er maar zo snel mogelijk te zijn. Wat een krankzinnigen! Voorbij de brug rollen we de genua uit. Dat loopt prima totdat we bij een doorgang tussen twee eilanden komen. Voor ons zien we zware wolken en een regenbui, maar dat lost op wond er baarlijke wijze voor onze ogen op. Wij houden een heerlijk zonnetje. De wind valt weg en een klein eindje verderop hebben we plots pal tegenwind! Helaas wat weinig om echt lekker te kruisen, dus motoren we naar Stahlbrode. Om half drie komen we aan na 13,9 mijl. Het is onduidelijk waar hier de gastenplaatsen zijn: in de noordelijke haven hangen overal rode boordjes. In de zuidelijke is nog een klein hoekje vrij. De Pescador gaat in het gaatje en wij er tegenaan. De rest van de middag wordt besteed aan het bekijken van het gehucht, lezen, kletsen met de buren..

Hoera! Hoera! Hoera! Er is er één jarig! Jammer, maar aan het weer afgemeten zou je dat niet zeggen…. Vanochtend is her grauw en grijs. Droog nog wel, maar dat schijnt tijdelijk te zijn. Het gehucht hier voorziet niet in een bakker, dus brood is van het oppiep-type. Taart ontbreekt volledig. Alle feestvreugde moeten wij dus zelf produceren….. Plots zie ik dat Chih Ling al bezig is allerlei lijnen los te maken. Dat is eerder dan verwacht, maar ik maak ook los en vaar en rondje om de Pescador zonodig van de kant te trekken (We lagen aan de lage kant.). Dat blijkt niet nodig. Direct buiten de haven rollen we de genua uit. Dat loopt lekker, eerst 4 knopen en nadat we de koers verlegd hebben tot ruim aan de wind lopen we heel prettig, 5.5 knopen. Het zonnetje breekt door. We halen een andere oude Rasmus in, hoe wel die met vol tuigt zeilt en wij alleen de genua. De Pescador haalt ons heel, heel langzaam in. Om half twaalf zijn we in Lauterbach en liggen we weer in twee boxen naast elkaar. Er komt een dreigende lucht voorbij, dus zetten we de tent er snel op: we blijven hier toch een paar dagen liggen. Maar dit was voorlopig loos alarm. ’s Middags komen Tony en Chih Ling een biertje / wijntje drinken en spelen we wat gitaar. Ook worden er plannen besproken voor de komende dagen. Naar Polen of naar Sassniz? We gaan eerst met de lokale boemel het binnenland verkennen: een stoomtrein met een restauratie-wagen langs de Duitse bad-plaatsen.

5. Een weekje rust (7 juni)

Maandag blijven we dus in Svendborg…. Zoals in diverse weerberichten en logboeken al was aangekondigd, waait het de komende week te hard om nog voor je plezier te varen. Het is eigenlijk een beetje vreemd weer hier: soms schijnt het zonnetje, is het volkomen rustig, windkracht 2 of minder, en dan plots begint het me even te blazen: vlagen van 30 tot meer dan 40 knopen (75 km/u)! En even daarna is het weer stil… ook komt het voor dat er een wolk voorbij trekt. En soms valt daar opeens een plens water uit, maar dat zijn uitzonderingen. De temperatuur wisselt ook sterk per moment: in het zonnetje begin je binnen enkele minuten te transpireren, maar de luchttemperatuur bedraagt 14 graden….  toch, vooral die vlagerigheid bevalt me slecht. Alle boten met een wintertent hebben die opgezet. Zo ook wij. Voorlopig is de conclusie van de kapiteinses namelijk dat we het deze week maar even aankijken……

Leuk was vandaag trouwens een mamma-eend met 10 miniscule kwik, kwek en kwakjes. Blijkbaar één worp, want ze waren identiek. Maar onheil loert overal! Vanochtend waren het er nog maar 4….. Onze vriendelijk Deense buurman vertelde dat hij had gezien dat een meeuw er eentje uit het water viste en in één hap doorslikte. In dat tempo worden ze toch niet gemaakt. Opeens kijk ik ook wat anders aan tegen de saté-tjes die ik gisteren in de marinade heb gezet…. (Buurman, filosoof? merkte op dat zo lang de ‘netto reproductie ratio’ op twee blijft, er niets aan de hand is.) Gezien de stilstand vanwege het weer moet er maar een vermaaks-programma worden gestart. Dus is vandaag (dinsdag) zo’n programma in gang gezet. Het overgrote deel van de bemanning is daartoe afgereisd per toeristieke autobus. Voor de bescheiden som van zo’n 50 Dkr mag je dan plaatsnemen tussen de andere grijsaards en word je van thee-huis naar plasplaats vervoerd. Mmm, ik voel daar niets voor, want zie het volgende voor me:  ik moet dan allerlei ongevraagde bezienswaardigheden belopen. (Of mijn rug dat verdraagt is onzeker.) Bovendien heb ik een enorme hekel aan busvervoer. Tenslotte heb ik het beeld voor ogen van een wagon volgeladen met gezellig in het Deens keuvelende, breiende, kwijlende, kreupelende oude-van-dagen! Kortom: wel zielig voor Hanneke, maar ik heb belangrijker werk aan mijn hoofd: klussen aan de boot. Aldus geschiedt. En dat valt dan vervolgens toch weer vies tegen voor deze doe-het-zelver: met het wegwerken van een paar kwetsbare kabeltjes ben ik opeens een hele ochtend kwijt! Daar zat zelfs geeneens een rookpauze in! (Gewoon vergeten.) Om drie uur zijn ze opeens terug na bezoek aan het schilderachtige plaatsje Faaborg. Vrolijk geverfde huisjes met heel veel stokrozen. Vervolgens bleek een van hieruit geplande bustrip naar kasteeltje Egeskov opeens geheel vervallen te zijn. Daar stonden ze dan! Dus maar naar de Lidl….  Gelukkig is er ook nog een ander kasteel, Valdemar, te bekijken. Na een uurtje zijn ze opnieuw terug bij de boot. Het verhaal: op een gegeven moment bleek dat de bus het kasteel geheel ongemerkt voorbij gereden was en ze weer op de terugweg naar Svendborg waren. Een gevulde dag dus. Achteraf blijkt dat zij drieën de enige pasagiers waren… Deze eerste programmadag belooft nog wat voor de rest van de week!  Maar regeren is vooruit zien. Voor vanavond en morgen staat er namelijk weer vrouwenvoetbal op het programma! (Voor die dagen hoeven we dus niet zelf iets te plannen.) En daarna wordt het weerbericht misschien ook wel herzien.

Woensdag 3 juli begint zonnig met flinke wolkenvelden. Met de stevige wind duren die overigens niet lang. De luchttemperatuur blijft laag, een graad of 13. Hanneke doet 2 wassen, zodat alles weer fris en fruitig is. Onze Deense buurman vertelt intussen dat ook hij wel heeft overwogen om een haventje verder te gaan, maar daar is dan niets te vinden en je zult dan daar weer liggen wachten tot het beter wordt. En dat wordt niet voor het weekend verwacht…. Dan toch maar liever hier, in een stadje met alle (???) voorzieningen.

Overigens is vanochtend door dezelfde buurman waargenomen dat het laatste mini-duckje werd opgeslokt door een kwijlende, ranzige, vette monstermeeuw (waarschijnlijk een Duitse). Mamma duck keek verdrietig, maar pappa duck had een geil trekje rond de snavel en leek zich toch een beetje te verheugen bij het uitzicht op een nieuw reproductieproces… ’s Avonds kijken we op de Pescador voetbal en met succes: we hebben weer gewonnen!

Donderdag begint grijs en kil: 13 graden. Niks aan! Zomer in Denemarken…. Ik heb het altijd al gezegd! Om 9 uur begint het ook nog te miezeren! Hanneke wil geen ontbijt op bed want kruimels zijn des duivels! We fantaseren hardop over vertrek naar een dichtbij gelegen andere haven en er worden dus meteen voorraden ingeslagen. Misschien voorbarig, want het ziet er niet echt beter uit. Maar als we gaan is dat wel noodzakelijk, want de bereikbare haventjes hebben helemaal niets te bieden! Zelfs geen taverne, wat voor een haven wel raar is, maar in deze streek dus wel voor schijnt te komen. ’s Middags komt Chih Ling met een Deense weer-app. Die laat bovendien zien dat het morgen misschien wel een redelijk geschikte dag is om een flink stuk te varen. We spreken af om vroeg nogmaals te kijken en te beslissen.

Vrijdag om half zes gaat de wekker. Het ziet er redelijk uit en de wind is wat afgenomen. Het besluit is om naar Vordingborg, een plaats onder Kopenhagen over te steken. Om 8 uur zijn we los. Het eerste stuk is een bochtige geul tussen twee eilanden en gaat tegen 2 knopen stroming in. Er trekt net een bui miezer over, wat een spectaculaire regenboog oplevert.

Dan het ruimere sop. We zeilen eerst met halve wind, maar die krimpt en daarna is het stuk langs het eiland Langeland net goed bezeild.
Het is een eiland van ca 50 km lang en 2 km breed. Het ziet er uit als een rij glooiende, beboste duinen met er langs een lang, smal strand. Ook andere stukken kust hier zien er – naar hollandse begrippen – raar uit. Achtertuintjes, bos en zelfs weilanden met koeien, grenzen gewoon aan zee! In Nederland zit er of een rij duinen, of een enorme zeedijk tussen de zee en het uitzicht! Het oogt wel vriendelijk.
Op de noordelijkste punt van Langeland krijgen we een stevige deining, over de hele ‘Stoere Belt’ op kop. Daarna kunnen we afvallen en wordt het iets minder stampen. Helaas valt ook de wind grotendeels weg. Als we onder de 3 knopen voortgang hebben roep ik de Pescador op om de motor bij te zetten. Tegen vijven zien we de enorme brug bij Vordingborg liggen, maar het duurt nog twee uur voordat we er zijn. Het haventje is vanuit het westen onzichtbaar en de geul er naartoe nauwelijks te zien. In het haventje is weinig plek beschikbaar, maar de schipper van de ‘Kairos’ (in Svendborg gesproken) zegt dat er nog wel een paar plekjes zijn, achterin. Ook de schipper van de ‘North Star’ (ook uit Svendborg) is hier net aangekomen. Als we net liggen begint het weer stevig te waaien. De verwachting voor vannacht en De komende dagen is regen en wind. (Dat kennen we….) Als ik de achterlijn stevig aantrek hoor ik opeens water stromen. Tegelijk worden mijn voeten nat en ook op mijn zitvlak vormt zich een lauwwarm plek…. GVP! Dat is al de tweede keer! Ik ben op het randje van de douchezak gaan zitten. De vuldop is eraf gesprongen en het water klotst zo mijn broek en schoenen in…. Daarna loop ik rond met een onaangename herinnering aan een periode van zindelijkheidstraining tussen de benen. (Je bent zo jong als je je voelt….)

Zaterdag is het om acht uur egaal grijs en het miezert. De wind is weg, het is volkomen windstil en de miezerregen valt zo verticaal naar beneden, dat maar een deel van de raampjes nat wordt… Mistroostig weer. In deze treurigheid komt een zeiljachtje met twee kwieke 80-jarige Duitse opvarenden, blijkbaar van elders verdreven, zoeken naar een ligplaats. Zij zien dat er tussen onze boot en de buurman nog ruimte is waar zij zich tussen kunnen wringen, doordat een achter-meerpaal daar ontbreekt. Opa heeft alleen niet door dat het hier ondiep is en blijft op ca 8 meter van de kant steken op 1.20 meter. Maar ondanks zijn 2 meter diepgang heeft hij een goeie motor en de bodem is modder. Dus met enig motorgebrul bereikt het stel toch de oever. Nu liggen we in elk geval klemvast! Ze hebben landvasten van 5 meter. Een beetje kort voor hier, maar het lukt als je er een paar aan elkaar knoopt. We worden op de Pescador uitgenodigd om kennis te maken met Wim, een oudere broer van Chih Ling, die in Kopenhagen woont. Het zijn zichtbaar en merkbaar broers! Het wordt vandaag max 17 graden. Wij fleuren elkaar op met de gedachte dat te warm ook helemaal niet lekker is. Maar tegen de middag klaart de lucht op en het begint lekker te waaien, pal van achteren. Steeds harder trouwens, niet leuk meer: windkracht 8 met vlagen van 9 Bft volgens de windmeter…. Uit de Deense weersvoorspelling blijkt dat dit nog wat zal toenemen en dan, onverminderd, tot 06 uur morgenochtend zo doorgaat…. Tegen zeven uur komt de havenmeester ons waarschuwen dat door ‘afwaai’ het waterpeil flink kan zakken. Wij moeten verder van de kant af om schade aan de boegspriet te voorkomen. Dus de voorlijnen verlengd, motor gestart en achteruit en dan de achterlijn strak doorgezet. Ik ga daarbij ten derde male op de douchezak zitten, met hetzelfde, al eerder beschreven, gevolg: een natte broek…. We gaan vroeg ons nestje in want er is niks aan met al dat gewiebel, geklapper en geloei en gefluit. Maar ook de nacht is nogal onrustig doordat twee lijnen in de mast elke twee á drie minuten tegen de mast beginnen te klapperen.

Zondagochtend is de wind wel afgenomen, maar er zijn nog steeds perioden met stevige vlagen. Het ziet er allemaal erg grauw en saai uit. Tegen tien uur klaart het een klein beetje op. Af en toe piept er een zuinig zonnestraaltje door het grijs. De wind is afgenomen tot windkracht 4 á 5 met af en toe een flinke vlaag. Veel bijzonders is en wordt het vandaag niet. We bespreken de verdere planning voor de komende dagen. Chih Ling wil het liefst hier vandaan naar Rügen, mede gezien het verwachte goede weer. Hanneke eigenlijk ook. Ik vind het jammer om Kopenhagen en Allard en Gudrun links te laten liggen. Een besluit wordt nog niet genomen. Tegen het eind van de middag is er de finale vrouwenvoetbal. We zijn opnieuw uitgenodigd op de Pescador. De voetbalwedstrijd is spannend, helemaal door de onterechte achterstand. Helaas, maar met de uitslag kunnen we leven. Nu alles toch naar de gallemiezen is besluiten we maar meteen om niet verder naar Kopenhage te varen, maar hier af te buigen naar Rügen. Het weer wordt de komende dagen goed voor een oversteek. Daarna kan het nog wel eens een tijd duren voordat we dat opnieuw kunnen doen. Jammer, maar Helaas!

4. Op de Oostzee

Maandag 24 juni ben ik voor zes uur op. De zon schijnt, maar we liggen in de schaduw van de bomen langs de kade. Het bljft dus nog even fris. Er is nog helemaal nergens een teken van leven te bespeuren. Ik zet koffie. Rond halfzeven komt de havenmeester. (Het verhaal gaat dat hij zo vroeg komt omdat de Hollanders anders al vertrokken zijn, zonder te betalen.) Hij vraagt of ik de Poolse buren ook kan wekken. Die zijn snel op. Het liggeld is een tientje dat in z’n kontzak verdwijnt. De buren gooien vrijwel direct daarna los en gaan liggen wachten bij de sluis. Anderhalf uur later pas worden ze geschut. De Pescador komt naast ons liggen zodat de Jonathan Seagull er tussenuit kan. Zij willen naar het eilandje Æro. Wij hebben besloten naar Maasholm en Kappeln te gaan. Hanneke haalt brood en om half tien vertrekken we. Het eerste stukje is net niet bezeild, maar daarna kunnen we aan de wind, en later met halve wind, het ruime sop op. Het wappert stevig en er staat een stevige zeegang ook. We worden door de kustwacht gemaand om aan de goede kant van het vaarwater te blijven, of buiten de boeienlijn. Daardoor komen we een paar mijl van Kiel terecht in twee of drie grote groepen wedstrijdbootjes. Ze zijn allemaal bloedfanatiek en varen zowat onder onze boegspriet door. Ik rol de Genua iets in om beter zicht te hebben en dat is maar goed ook, want vlak voor ons gaat een bootje om. Nadat we de wedstrijden zijn gepasseerd verleggen we de koers om een vierde groep te omzeilen. De wind en golven komen nu schuin van achteren. Samen met de hoge en onrustige zeegang leidt dat tot een rottige te sturen koers. Uiteindelijk zijn we rond twee uur bij de ingang van de fjord naar Maasholm. Eenmaal in de fjord is het heerlijk rustig, zonnig en warm. We draaien een plas op, recht tegenover de jachthaven bij Maasholm, en gaan daar voor anker. Vannacht en morgen blijven we hier en overmorgen gaan we naar Kappeln, iets verderop. De komende dagen wordt veel wind verwacht en dan liggen we daar wel leuk. ’s Avonds trekt de wind aan tot 5 á 6 Bf, maar ons ankergerei heeft zwaarder weer goed doorstaan. Met 20 meter ketting op een diepte van ca. 2 meter kan niet heel veel mis gaan.

Dinsdag houden we een dagje rust. Ik ruim de kaartentafel uit: dat is een verzamelplek geworden van allemaal kleine, kwetsbare onderdeeltjes, zoals lampjes, zekeringetjes, stekkerjes, folders, enz. Uiteindelijk belandt een deel gewoon in de vuilnisbak. ’s Avonds worden wij gehaald en gebracht voor het voetballen. Een halve minuut voor het einde van de verlenging zitten de Hollandse dames ernstig in de penarie! En dan valt het beeld uit: de Mb-tjes van Chih Lings internetverbinding zijn opgebruikt…. Het loopt maar net goed af voor de oranje dames, blijkt uit het nieuwsoverzicht op de Marlijn.  Als we terug zijn op de Marlijn is het volkomen windstil.

Woensdag zijn we erg vroeg op. Het weerbericht spreekt van “tot stevige, toenemende wind”. Dus gaan we naar Kappeln. Het tochtje erheen is door een smalle vaargeul in vrij breed water. De oevers zien er schilderachtig uit. Er staat een knoop stroom tegen.  In Kappeln meren we tussen ver uit elkaar staande palen. Bij het invaren van de plek zie ik eerst een paal over het hoofd (verscholen achter ons anker) en vaar er stevig tegenaan. De 2e keer raak ik met mijn anker een reddingsboei van de Pescador. Dat is de redding voor de verzekering, want anders was het raak geweest.  Dit wordt gevolgd door wat gekluns met de meerlijnen…. Al die schippers aan de wal ook…. Hanneke heeft het er erg warm van gekregen en ook Chih Ling is blij als we vast liggen en niet meer kunnen bewegen…. Kappeln blijkt een piepklein, maar gezellig stadje. Tijdens een wandeling komen we zelfs een gebreide fiets tegen….

Hanneke blijft ondanks de warmte bijna de hele middag weg. We eten met z’n tweeën een portie Bahmi van een afhaal Chinees (€ 5). Zo kunnen we elke dag wel “uit eten”. Het wordt ’s avonds eindelijk frisser en de harde wind – als die er al is – passeert ongemerkt. De weersvooruitzichten geven rustiger weer aan voor de komende dagen. Misschien dus verder, of gaan we morgen naar de markt?

Donderdag 27 juni begint verrotte fris en overwegend grijs. Af en toe piept de zon er even tussendoor. We zijn blij dat we hier liggen en nog niet onderweg naar… Hanneke gaat onbeperkt douchen. Na het ontbijt gaan we naar de markt. Het is een gezellig dorp met een vriendelijk binnenstadje met veel winkeltjes. Bij een winkeltje met toeristenprullaria zie ik een met jonge vogeltjes uitpuilend zwaluwnestje. Pa en ma trekken zich weinig aan van toeschouwers bij het voeren en vliegen rakelings langs onze hoofden. De markt is piepklein: 6 stalletjes met diverse soorten levensmiddelen en een grote bloemen- en plantenkraam. Geleidelijk wordt het aangenamer en van de wind merken we hier niets. We besluiten om weer voor anker te gaan om morgen vroeg naar Svendborg over te steken. De Pescador gaat voor ons uit en wij volgen een uurtje later. De wind blijkt steviger dan we hadden gedacht: 22 knopen op de teller. Als we bij Maasholm aankomen zien we de Pescador net terug komen in onze richting. Hun anker hield daar niet. We gaan naar de plek waar we eerder gelegen hebben. We steken flink wat ketting om zeker te liggen. Als we net klaar zijn krijgen we een app-je van Monika, een dame die we met haar vriend Dorin hebben leren kennen in Spanje. Ze zeilden met hun eigen boot gelijk op naar Sicilië en later Griekenland. (Daar heeft haar vriend haar kwaadwillig verlaten in Vlikho baai. Zij is daar nog een tijdje blijven liggen en is daarna teruggegaan.) Monika schrijft dat zij zojuist de Marlijn in Kappeln heeft zien liggen. Toen ze even later langs kwam voor een praatje waren we (net) vertrokken. Jammer! Weer iemand van de periode aan de Middellandse zee! Ze heeft blijkbaar geen boot meer, maar nu een camper. We gaan vroeg te kooi en slapen allebei als rozen.

Vrijdag om zes uur is de wind matig, de zon verdwijnt tijdelijk achter een grijze sluier en het is fris. Na het Duitse weerbericht gaan we rond 8 uur anker op. Aanvankelijk zeilen we aan de wind met zo’n 4,5 knopen maar de gang is er al snel uit als de wind inzakt tot 3 á 3 knopen. Dan maar motoren! De trip naar Svendborg is bijna 40 mijl. Ik zie een bruinvis of een tuimelaar, vlak bij de boot, maar hij is snel weer verdwenen. Tegen de middag komt de zon goed door. Om 13.00 passeren we de punt van het eiland Aero. Ik maak een gestoomde makreel schoon en die eten we samen op met een broodje. Een lekkere vette hap voor tussendoor! Een stukje verderop is een tricky passage tussen twee eilanden waar een grote ondiepte ligt. Dat gaat allemaal goed. De bocht bij Svendborg heeft heel veel ondiepten en er varen wat ponten door de smalle geul. Als we onder de hoge brug doorvaren zien we dat er opmerkelijk veel stroom staat, zeker 2 knopen mee! Voorbij Svendborg gaan we ankeren in een diepe inham, achter een klein eilandje. Het is een absoluut Scandinavisch aandoende plek, met hier en daar een huisje verscholen in wat groen tegen de flauwe helling. Er liggen een paar andere bootjes. Al snel blijkt dat de meeste telefoons hier geen enkel bereik hebben. Alleen die van de kapitein blijft het doen. De vooruitzichten voor het weekend en daarna zijn voorlopig vrij ongunstig. We blijven hier dus maar een paar dagen kamperen, maar morgen gaan we wel eerst Svendborg bekijken.

Zaterdagochtend 29 juni vertrekken we om 10 uur naar Svendborg. We hebben 2 knopen stroom mee en het is 2,5 mijl, dus we zijn er zo. We kunnen aan een steiger liggen, vlak bij het havenkantoor. Het is zonnig en belooft warm te worden. Om 12 uur is het al 25 graden, maar er blaast een koel briesje over de haven. We zetten gewoon wat extra bier koud. Hanneke opteert voor een weekje hier, iets waar Chih Ling waarschijnlijk niets van wil weten. Af en toe rijden hier luid toeterende vrachtwagens voorbij, volgeladen met jongeren. Gisteravond had ik al zoiets gehoord, maar nu zien we ze ook. Het blijken afgestudeerde jongeren te zijn…. (Ik dacht aan een Turkse bruiloft.) Blijkbaar is dit een Deense traditie. Hanneke gaat de stad in en wordt geholpen, zeg maar rondgeleid, door een aardige Deense politie-agente. Daarna gaan we damesvoetbal kijken. En de temperatuur loopt op, zodat niemand meer zin heeft iets te doen. Het eten zou vandaag dus wel eens uit het visstalletje op de haven kunnen komen, dachten we zo. Helaas, dat blijkt een vergissing. Als we om half 8 wat willen bestellen is de wachttijd opgelopen tot 1,5 uur. Dus dat wordt niets. We worden gebeld door Harry en Tonneke. Zij zijn bij vrienden in Kolding, niet heel ver weg. Ze zouden morgenmiddag met die vrienden langs kunnen komen….. Dat lijkt ons wel erg gezellig! Het valt me op dat veel Denen hier, in eigen land, veel luidruchtiger zijn dan ik ze ooit heb meegemaakt. Hier gezang, daar een erg vrolijk gesprek, een radio met disco aan de overkant, terwijl een buurman blijkbaar meer van jazz houdt. En er wordt veel gelachen! Tegen donker raken we ook nog aan de praat met diverse landgenoten: een man met een grote Hallberg, de ‘Kairos’ op weg naar Rügen en twee oude vrienden met een boot van 30 voet, waarvan de opstapper vertrekt en de eigenaar naar de Lymfjord onderweg is, de ‘North Star’.

Zondag is het opnieuw mooi weer en zonnig. Toch komen er af en toe echt stevige windvlagen uit het niets. Hanneke gaat naar de  supermarkt. De Pescador gaat ankeren in de plek tegenover Troensø. Om één uur of twee komen Harry en Tonneke met hun vrienden Ruud en Karalila (naar ik hoop goed onthouden en gespeld). Het is een heel hartelijk en gezellig gebeuren. Ze hebben onderweg twee dozen aardbeien van de boer gekocht en die zijn zo op. Dan gaan we met z’n allen bij het visstalletje wat eten. Het zijn grote borden, hoog opgeschept en lekker. Wel moeten we in de vlagen ons bord vasthouden om wegwaaien te voorkomen. Dan maakt het gezelschap aanstalten om te vertrekken. Van de Pescador krijgen we een berichtje dat zij het ankeren voor gezien houden: het waait en klotst onprettig hard daar. Naast ons heeft tijdens onze afwezigheid, een oude Duitse zeilboot aangelegd. Er zitten twee ‘echte’ Duitsers op: dikke buiken, pullen bier en ‘zaufen’. De Pescadores vinden een plekje in de hoek van de steiger. We hebben nogal wat moeite om de boot aan de kant te krijgen, tegen de wind en stroming in. Dan wordt een aanlegbiertje ingenomen. Daarna zetten we de wintertent op, want er wordt een koude, natte en winderige week voorspeld. De temperatuur komt de komende week de 15 graden waarschijnlijk niet te boven. En aldus wordt week 3 afgesloten.

Dan maakt het gezelschap aanstalten om te vertrekken. Van de Pescador krijgen we een berichtje dat zij het ankeren voor gezien houden: het waait en klotst onprettig hard daar. Naast ons heeft tijdens onze afwezigheid, een oude Duitse zeilboot aangelegd. Er zitten twee ‘echte’ Duitsers op: dikke buiken, pullen bier en ‘zaufen’. De Pescadores vinden een plekje in de hoek van de steiger. We hebben nogal wat moeite om de boot aan de kant te krijgen, tegen de wind en stroming in. Dan wordt een aanlegbiertje ingenomen. Daarna zetten we de wintertent op, want er wordt een koude, natte en winderige week voorspeld. De temperatuur komt de komende week de 15 graden waarschijnlijk niet te boven. En aldus wordt week 3 afgesloten.

3. Kieler kanaal (23 juni)

Dinsdag 17 juni vertrekken we rond half zeven uit Norderney. Er staat weinig wind, het is heiïg en er is een volkomen vlakke zee, af en toe als een spiegel. We verliezen het lange strand vrij snel uit het zicht en dan varen we  in een hel-witte waas, alleen op navigatiemiddelen. Tegen twaalf uur naderen we een kruispunt van verkeerszones en daarnaast gelegen ankergebied. Het is aanvankelijk slecht te zien of de schepen varen of niet, maar als we dichterbij zijn zetten ze hun AIS aan en kunnen we zien dat ze bijna allemaal stil liggen. Vanaf dit punt kunnen we onze koers verleggen naar Helgoland, bijna pal noord. We varen door uitgestrekte ‘velden’ met oranje stinkende substantie: mosselzaad of iets dergelijks. Het stinkt naar overleden vis. Ook zien we eerst één, later meerdere Jan-van-Genten. Prachtige vogels! Rond drie uur zien we door de heiïge waas de schaduw van Helgoland. Het is minder indrukwekkend dan ik had verwacht. Het kleine stukje steiger voor sportboten is al helemaal dubbel bezet, dus we moeten ‘stapelen’. Hanneke en Chih Ling gaan naar het dorp, boven op de klif, best wel klimmen.  Ze maken een rondwandeling over de kliffen. Daar zien ze onder andere een grote kolonie broedende en jongende Jan-van-Genten die zich van mensen nauwelijks iets aantrekken. De Jonathan Seagull van Cor en Ingrid legt naast ons aan. ’s Avonds liggen we in rijen van 8 of 9 boten naast elkaar aan de wal. Wel gezellig: kletsen, met een drankje erbij.

Woensdag zijn we ruim voor zevenen op. Het weerbericht ziet er redelijk uit, hoewel aan het eind van de dag onweer met windstoten wordt verwacht. Kwart voor acht kunnen we losgooien. We varen met de Pescador en Jonathan Seagull dezelfde koers met als doel de sluis van Brunsbüttel. Op de Elbe krijgen we stroom mee. Eerst is dat 1 á  1,5 knopen, maar daarna zelfs een tijdje 3,5 knopen mee! We lopen dan ruim 10 knopen! Onderweg krijgen we een berichtje van een oud-klasgenote van Hanneke, met nuttige tips voor het Kieler kanaal. Tegen 15.00 uur zijn we bij de sluis. Als we daar keren om tegen de stroming in te wachten, begint het hard te waaien in vlagen van 30 knopen. Intussen komt er een heleboel vrachtverkeer de sluis in. Eén van de tips van de vriend van de vriendin van enz. behoedt ons en vrienden voor een blunder. Bij groen licht denk je aan binnenvaren, maar ho maar! Dat is alleen voor de grote jongens! Wij moeten wachten op onderbroken wit! Uiteindelijk krijgen dus ook wij wit en toestemming en mogen we de sluis in. Chih Ling is er voor ons en helpt aanleggen aan het lage ponton langs de sluismuur. Net na de sluis leggen we aan in een piepklein haventje aan bakboord. Als we daar een uur of twee liggen komt de voorspelde onweersbui met wind inderdaad over: en hoe! Het klettert, bliksemt, dondert en waait als een malle, een uur lang. We hopen maar dat Cor en Ingrid tijdig een plekje hebben weten te vinden, want dit is niet leuk meer! Dan is het weer over. We gaan uit eten in het ‘Torhaus’ restaurant van de haven. Het is hier heel betaalbaar en smakelijk. Dan op tijd naar bed.

Na een nacht met kletterende buien blijkt de donderdag als een grauwe, miezerige dag te beginnen. Na wat boodschappen vertrekken we rond half twaalf. Het kanaal is breed, vrij recht, rustig en omzoomd door bomen en groen. Af en toe passeren we een veerpont en een hoog gelegen brug. Een paar keer per uur worden we ingehaald door, of komen we een groot zeeschip tegen, maar het is breed genoeg en ze varen maar net iets sneller dan wij. Na een uurtje houdt de miezer op. Om half drie draaien we bij kilometerpaal 41.5 het Gieselaukanaal op. Dat is een smal, bochtig water door het groen naar de Eider. Die loopt verder naar een zeegat met sluis, pal ten oosten van Helgoland. Bij een brug en sluisje, een kilometer verder, blijken twee lange aanlegplekken te zijn in het groen. Het is er stil en heel idylisch, met fluitende en kwinkelerende vogeltjes en verder onwaarschijnlijk stil! Het zonnetje breekt door en alles is in rust. Een grote Zwarte Kraai of Raaf hupst over een houten railing tot vlakbij. Dan duikt hij het riet in en komt terug met een dood muisje. Hij pikt het aan barrels en pakt de helft op en vliegt weg. Een minuut later is hij terug om de andere helft te halen. Zeker voor een nest met jonkies.
Heel af en toe rijdt er verderop een auto over de brug. Doordat de planken daarvan blijkbaar niet goed vast zitten klinkt dat dan als het gedonder van onweer van gisteren, maar nu op afstand. (En dan klinkt een Daf-je ook weer anders dan een plattelands tientonner.) Het lijkt hier wel 100 jaar terug in de tijd, deze rust. We maken de pasta die we al twee weken van plan zijn te maken. De vogeltjes fluiten en kwinkeleren maar door tot in de nacht.

Vrijdag 21 juni is de langste dag. Die begint met opnieuw vrolijk fluitende vogeltjes en een zonnetje dat van achter door de bomen schijnt. Om kwart over acht vertrekken we en in een heel, heel rustig tempo varen we naar Rendsburg. Onderweg raakt het bewolkt en wordt het wat killer. Tot onze verbazing varen we Rendsburg eerst voorbij. Dat is voor de Pescador om diesel te tanken. Bovendien hadden ze deze afslag niet herkend. Voor ons is het verbruik 45 liter diesel sinds Dokkum, dus dat valt  mee qua hoeveelheid. De prijs blijkt een kwartje hoger per liter dan elders. Dat bevalt Chih Ling helemaal niks! Dus “ho maar!” roept hij meteen. Daarna terug naar de stad. Vlak voor de stadshaven zien we Cor en Ingrid liggen. We varen daarheen en parkeren ook in een box. Het is vlak bij de Aldi, maar van hier te ver om naar de stad te lopen, horen we van Cor. Hanneke gaat dus naar de Aldi, want we zijn daar nu toch….? Opnieuw worden er liters wijn aan boord gesjouwd, ‘want dat is in Denemarken niet te betalen’. In de haven blijkt ook een wasmachine, die een speciale bediening vereist. Er gaan alleen munten van € 0.50 in en je moet er het aantal munten in mikken die de betaalautomaat aangeeft na het vullen van het ding en de wasprogrammakeuze. Als je er niet genoeg in gooit, stopt ie gewoon, merkt Chih Ling dus. Cor nodigt ons uit voor een biertje. Dat wordt dan vanzelf erg gezellig, zodat we tegen kwart over negen eten. Op de kant heeft een lokale club van ‘natuurvrienden’ een midzomernacht-party, met trekharmonica en samenzang. Een klein eindje verderop vestigt zich een concurrerende club pubers met gettoblaster en hiphop sound. Die leggen het vrij snel af, blijkt tot mijn verbazing. De trekzak gaat door en de hiphop verdwijnt grotendeels. Na half elf horen we niets meer en slapen we als een bosje rozen.

Zaterdag 22 juni begint zonnig met wolkenvelden. Wel waait er een zacht maar heel fris windje van achteren precies de kuip in. Van de buren horen we dat gisteren de Kieler Woche begonnen is. Het zal daar dus wel behoorlijk druk zijn, iets om rekening mee te houden. ’s Middags gaat Hanneke met Tony en Chih Ling met de bus naar de stad. Die is niet groot en ze zijn vrij snel weer terug. Afspraak is dat we borrelhapjes maken en dan met Cor en Ingrid op de Pescador daarvan wat gaan genieten. Dat wordt heel gezellig met als hoogtepunt Quint, de Fillipijnse havenmeester, die een paar nummertjes zingt.

Zondag ben ik voor vieren klaarwakker. Het is al licht en als ik buiten ga zitten is het verbijsterend hoeveel verschillende vogeltjes door elkaar heen zingen en kwinkeleren. Allerlei soorten, en daarvan weer diverse concurrenten, doen hun uiterste best om vandaag opnieuw voordelig voor de dag te komen voor de vrouwtjes! Tsja, na onze voorstelling van gisteravond willen die beestjes ook hun beste kant laten horen… Het is op dit tijdstip nog behoorlijk fris en waait precies naar binnen. Ik zit dan ook met de kachel aan te schrijven. Tegen vijven ga ik toch maar weer even liggen en ‘verslaap’ me prompt (9 uur). Om 9.30 vertrekken we richting Kiel. Alles is rustig en zonnig. Bij de sluizen van Kiel / Holtenau ligt een groep boten te wachten. We kunnen redelijk snel door de grote sluis. Daarna gaan we om half drie direct bakboord uit, naar het haventje van Holtenau. We vinden een goede aanlegplek en gaan met de Pescador en Jonathan Seagull een pilsje drinken op de aanlegkadevoor de bruine vloot. Hoera! We zijn op de Oostzee!

2. Meer over niks (17 juni)

Dinsdag 11 juni word ik wakker doordat het ophoudt met regenen. Dat is overigens maar voor eventjes, want daarna begint het te plenzen. Met bakken stort het uit het grauwe zwerk…. Ik schrijf vrienden en bekenden dat het logboek weer wordt bijgewerkt, maar dat men het eerste probeersel gerust kan overslaan. Daarna wordt de route van Lauwersoorg naar Norderney nogmaals doorgerekend. Tegen twaalven zijn de Pescadores het zat: zij willen door naar Dokkum. Zij vinden het daar leuk en veel goedkoper. (Hanneke vindt Leeuwarden juist heel erg leuk.) Wij komen dan wel wat later, als het wat droger is, vindt Hanneke. En zo geschiedt. Om één uur wordt het droger. We gooien los en tuffen door enigszins ranzige randjes van Leeuwarden en dan het Friese platteland door. Eindeloze weilanden, hier en daar onderbroken door wat bomen. Het vaarwater is kronkelig en af en toe smal. Na een paar kilometer liggen we kennelijk voor de landingsbaan van vliegveld Leeuwarden, want een paar keer komt een gevechtsvliegtuig plotseling uit de laaghangende wolken naar beneden onder gefluit en gegier van de straalmotoren. Wel mooi maar niet echt vrolijk om hier te wonen met die pestherrie, lijkt me. We passeren beroemde sloten en dorpjes, bekend uit de historisch beelden van elfstedentochten, zoals de ‘Bonkefaert’ en Bartlehiem. Bij Budaard moet één brugwachter twee opeenvolgende bruggen bedienen. Hij fietst zich een ongeluk van de één naar de ander en heeft dan ook een gezond blosje op de Friese konen. Dit stukje Friesland heeft zich blijkbaar afgescheiden van de rest, want hier hangt opeens een klompje voor de neus voor € 3.50, wan nogmaals gebeuttt in Dokkum voor € 5. Nergens in Friesland zie je die echt, authentie beschilderde klompjes meer, maar hier opeens wel…. Intussen waait het hard, schuin van achter, maar het miezert veel minder. Het is een schamele 15 graden. Het weer is weer echt takke-weer. Onderweg gedenken wij Bonifatius, die hier in de polder 1250 jaar geleden zijn leven liet. Om halfvier bereiken we Dokkum. De Pescador is net aangemeerd en wij volgen rap. De kapiteinse gaat samen met onze vrienden komaliewant inslaan bij de Aldi. De stuurman blijft met een biertje en z’n shag achter om over het schip te waken. De weersverwachtingen waren al niet best, maar konden blijkbaar nog ongunstiger. En aldus geschiedde…. Tegen acht uur komt de ‘havenmeester’. (Hij wordt binnenkort 18, is een beetje bleu en kijkt heel erg weg, maar mag aan Hanneke graag vertellen dat hij reuze blij is met dit zomervakantiebaantje, en dat hij nog een verdere opleiding wil doen via mbo4, liever dan via havo; we geven hem groot gelijk… ). We kopen deze rustplaats ter nagedachtenis van de eerwaarde Boni maar meteen maar voor een week in, dit voor de prijs van € 38. Een spotprijsje voor zo’n gewijde plek. Eerder wordt het weer trouwens toch niet beter, zegt de collega van Piet Pelleboer.


Woensdag 13 juni begint heerlijk zonnig. Het plaatsje Dokkum heeft een leuke oude binnenstad, maar de Zuidersingel, waar we liggen, is een beetje een mistroostige plek: een ruim opgezette soort nieuwbouwstrook met eengezinswoningen. Tegenover ons staat een molen met geavanceerde wieken: in plaats van zeilen heeft hij een soort spoilers. De mensen zijn overwegend erg vriendelijk, groeten, maken soms een praatje. Wij gaan tegen koffietijd naar de markt. (Sinds afgelopen zondag loop ik met het beeld van een ‘Bosche Bol’ of een ‘Moorkop’ voor ogen. Raar, want die heb ik 30 jaar niet gegeten, maar sinds dat ter sprake kwam….) De markt is armetierig, maar nu ik over mijn beelden verteld heb ontdekt Chih Ling wel meteen een zaakje met moorkoppen. Dus trakteer ik. Oneetbaar, die dingen! Niet zozeer qua smaak, maar qua tafelmanieren! Tegen twaalven betrekt het. Als we net weer op de boot zijn begint het dus ook te regenen en dat blijft de hele middag zo. Toch zijn de weersvooruitzichten voor de Duitse Bocht in het weekend een stuk verbeterd. Als dat zo blijft gaan we vrijdag naar Lauwersoog en de volgende dag naar Norderney. We borrelen aan het eind van de middag zo overvloedig op de Pescador, dat we de rest van de maaltijden kunnen overslaan en vroeg naar bed kunnen.

Donderdag begint vriendelijk, met een zonnetje. Maar dat duurt maar even. Daarna is het overwegend bewolkt, met af en toe een klein buitje en af en toe wat zon. De verwachtingen voor de Waddenzee zijn iets verbeterd: vanaf zaterdag neemt de wind af tot een bescheiden 3 Bft. In den beginne nog wel met veel regen en mogelijk onweer, maar daarna wordt het beter. Ik ga op zoek naar de foutcodes van de kachel en start die alvast. Tot mijn verrassing werkt de kachel opeens! Dat is een knappe meevaller! Na de koffie gaan Hanneke en ik naar de supermarkt, een minuut of tien verderop, om bier en andere primaire levensbehoeften in te slaan. Ik braad ’s middags acht kippenpootjes ter voorbereiding van onze zeevaart. En zo sukkelt deze dag voorbij. Nog één dag rondhangen en dan gaan we op weg naar Lauwersoog. Dat schijnt een volledig van God en alles verlaten plek te zijn, dus daar wil je dan vanzelf wel weg….. (PS. Wel veel natuur! Mooi hoor!)

De vrijdag begint opnieuw zonnig, maar om11.15 trekt het eerste buitje over. De Pescador was van plan om door te gaan naar Lauwersoog, maar ziet daar, na het weerbericht voor zaterdag, eveneens vanaf. Zaterdag wordt langdurige regen en mogelijk onweer voorspeld. Dan nog maar een dagje Dokkum! Er komt een grote kits voorbij met kennissen uit Almerimar van Tony en Chih Ling (Cor en Ingrid). We spreken voor vanavond af om muziek te komen maken. Het wordt een gezellige avond tot middernacht.

Zaterdag begint het al vroeg te regenen. Het is windstil en de regen klettert ononderbroken door tot ’s middags. Ik verdoe mijn tijd door de koers van overmorgen op de kaartplotter te zetten. Oersaai. Om drie uur houdt de regen op. Een half uurtje, blijkt…. Tegen vijven wordt het droog en zonnig. We halen net over de brug een ‘Dürüm’, maar dat valt tegen: tamelijk slap en smakeloos, en bovendien met ketchup in plaats van sambal…. ’s Avonds gaat de bemanning passagiers, terwijl de kapitein de te varen koersen ook op de papieren kaarten intekent.

Zondag begint zonnig met wat wolkenvelden. Ik haal de tent van de boot. Hanneke gaat naar de processie ter ere van Bonifatius kijken. De weersverwachting voor de Duitse Bocht ziet er voor de komende dagen beter uit. Na één uur gaan we naar Lauwersoog. Onderweg tanken we water en diesel. Morgenochtend vroeg vertrekken we om drie uur naar Norderney.

Maandag 17 juni vertrekken we klokslag 03 uur. Ik ben de enige die een paar uur geslapen heeft. Hanneke, Tony en Chih Ling hebben geen oog dicht gedaan, beweren ze. Het is volle maan en helder, dus eigenlijk is er goed zicht. We varen de haven uit, tussen de pieren door en merken meteen dat er een hoop stroming staat, zeker wanneer we een grote boei passeren: een forse schuimkraag ervoor en hekgolf erachter! Schiermonnikoog ligt eigenlijk vlak bij. De Pescador vaart op het zeil, wij hebben de genua en bezaan op en in het begin staat de motor bij. Het waait behoorlijk, kracht 4 Bft, en is verrotte koud, maar met deze wind en stroming varen we tegen de 8 knopen over de grond. De Jonathan Seagul passeert ons en hijst op open water pas de zeilen. In een uur of twee zijn we tussen de zandbanken uit en varen we op open zee. Daar zetten wij ook de motor uit. Benoorden Schier hebben we eerst nog enige tijd stroming tegen, maar daarna gaat het ook daar als de spreekwoordelijke speer, met 7.5 knopen. Uren lang varen we min of meer gelijk op. Tegen zevenen zijn we bij Borkum en krijgen we hartelijk welkom van de Duitse telefoonmaatschappij. Met het meelopende getij neemt ook de golfhoogte af van 1 á 1,5 meter naar de helft. Vanaf het eiland Juist gaat de Jonathan Seagul een noordelijker koers varen, wij pal West. Om half twaalf bereiken wij bij Norderney een kritiek geultje over / tussen de zandbanken door. Nu het hoog water is kost dat geen moeite, maar dit was wel één van de redenen van ons vroege vertrek. Om 12.15 uur leggen we aan op Norderney. De Pescador doet dat probleemloos, maar de Marlijn moet weer even wennen aan dwarsstroom in een haven en ramt tot twee maal toe, op een haar na, de Pescador en legt aan met de hulp van een toegesnelde menigte…. “Nou, dat hebben we dan toch weer mooi gefikst!” sprak de kapitein monter, na dit huzarenstukje…. De haven van Norderney ligt tegenover een groot, saai industrieterrein , vrij ver van het toeristendorp en is vrij uitgestrekt. Ik blijf op de boot, terwijl de rest het dorp gaat bekijken. Het is warm, om maar niet te zeggen heet. Het dorp blijkt tamelijk toeristisch. Tony en Chih Ling krijgen een berichtje van de Jonathan Seagul dat het druk is op Helgoland. Nog voor de lunch vertrekt de voltallige bemanning naar Norderney-stad. Dat zag er vanuit zee bezien al behoorlijk onaantrekkelijk uit, dus de kapitein gaat een uiltje knappen en van het plots zonnige weer genieten. (Dan maar geen ijsco of suikerspin!) Het is duidelijk: onze eerste echte vakantiedag, want in Duitsland, is een enorm succes!

2019 Naar de Oostzee

  1. Voorbereiding en vertrek naar de Oostzee (mei)

In de loop van de winter hebben we met Tony en Chih Ling besloten om dit jaar naar de Oostzee te gaan. Zij zijn daar een paar keer geweest, maar wij nog nooit. Ooit was het een wens van Hanneke, maar zij wordt steeds zenuwachtiger op zee en wil eigenlijk niet meer zeilen. Vooral de Duitse Bocht vreest ze, als ware het opnieuw een Golf van Biscaie. Voor haar “liever een camper of een motorbootje, desnoods”. Omdat mijn lijf ook niet meer zo heel erg mee werkt vrees ook ik dat de jaren van het zeilen ten einde lopen….. Gelukkig hebben onze vrienden flink geholpen om de angsten te bezweren en uiteindelijk heeft Hanneke ingestemd met het plan om naar Rügen, Bornholm, Malmö en Kopenhagen te gaan.

De uitvoering van de trip naar de Oostzee vergt wel wat voorbereiding: nieuwe kaarten (onze waren van eind ’70-er jaren), stroomkaarten, pilots, wijziging van verzekering, enzovoorts. Op de boot blijken wat technische klussen: 2 buitenkranen moeten worden vervangen, een defecte drinkwaterpomp, dito kachel en het standaard motor-onderhoud. Het is een flinke chaos als Hanneke dinsdag weer op de boot komt. Maar dat knapt flink op, met zo’n kapiteinse aan boord. Het zonnetje schijnt en we besluiten op de boot te blijven slapen. Wensdagochtend gaan we zelfs een stukje varen: naar de Kaagsociëteit om te ontbijten en daarna nog wat te zonnen.

Dit jaar is onze zeiltrip zeer matig voorbereid. We hebben pas één nacht op de boot doorgebracht, nog niet gezeild en maar een heel klein stukje gevaren. Dat niet alleen, maar ook het laden van vakantiespullen en opruimen is overhaast of niet gebeurd. Dan is er de hemevaart-reunie met de familie t/m zondag is Doesburg. Al met al een zeer matige planning

Maandagmiddag, 3 juni, vertrekken we dan toch, direct na Hanneke’s tandartsenbezoek. We varen om 15.00 uur vanuit de haven in Warmond naar het Joppe, waar Tony en Chih Ling op ons liggen te wachten. Op 300 meter van de jachthaven betalen we een tientje om daar te slapen…

Dinsdagochtend vertrekken we om 8.45 op weg naar de auto- en spoorbrug over de rondvaart van de Haarlemmermeer. We tuffen naar en door Haarlem, waar we passeren zonder te betalen. Ik dacht dat betaling in Spaarndam moest, maar ontdekken daar dat dat niet kan.. Terugvaren lijkt ons ook niet handig, dus dan maar pech voor Haarlem. Net na de sluis in Spaarndam moeten we wachten voor de laatste brug nar het Noordzee-kanaal. Daar zien we een Franse motorsailor ‘Albert’ van Guy en z’n vrouw die we in 2012 hebben ontmoet in Normandië op de rivier de Treguliëre, vlak na Guernsey. Zij wilden naar Marseille maar hadden motorpech. Ze herkennen ons ook en zwaaien enthousiast. Tegen vijven varen we de bomvolle Sixhaven in. We gaan met z’n vieren bij een Chinees restaurantje op de Zeedijk eten. Het is veel te ver voor mijn rug. Ik besluit dat ik zoiets niet meer ga doen.
Als we terug zijn begint het – zoals voorspeld was – te regenen en onweren. Eerst een beetje, maar dan werkelijk spectaculair! We kunnen de voorkant van de boot niet eens meer zien door de enorme hoeveelheid water, het waait als een gek, het is zo’n herrie dat we het onweer niet meer horen en het bliksemt onophoudelijk. Dat alles duurt een half uur, of zo, hoewel je het nog uren hoort. We zitten tevreden droog op ons bootje.

Woensdag vertrekken we om 9.30 naar de Oranjesluizen. We worden vlot geschut en met de wind schuin tegen varen we de sluis uit. Bij Durgerdam draait onze vaarroute tot schuin voor de wind. De Pescador hijst de zeilen, maar we lopen mij te langzaam: nog geen 3 knopen.

De afgelopen dagen is ons op het IJsselmeer opgevallen dat marifoonkanaal 77 voortdurend gebruikt wordt voor kletspraat tussen schippers. Ze leuteren maar door over allerhande huis-, tuin- en keukenzaken die niets met varen van doen hebben.! Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Als de wind later wat aantrekt rollen wij de Genua uit. We halen snelheden van zowat 4.3 knopen gedurende twee uurtjes, maar dan zakt de wind in. We starten de motor weer en tuffen naar Enkhuizen. Daar is het betrekkelijk rustig: we vinden zelfs een flinke plek langs de kademuur voor de Marlijn en de Pescador. Tegenover ons legt de Groene Draeck aan, luidkeels glimmend.

Tony nodigt ons uit om mee te eten. Een eend op de kant vindt dat die uitnodiging ook voor hem/haar geldt en landt midden in de kuip van de Pescador. Hij/Zij is helemaal niet bang en vliegt zelfs de kajuit in om op Tony’s bed te poepen. Dat is ons te gortig en we zetten deze onverlaat van het schip af.

Donderdag gooien we los om 11.55 uur. Buiten de haven rollen wij de Genua uit en hijsen de nieuwe bezaan. De Pescador gaat met volle zeilen. In twee uur jakkeren we met halve wind naar Stavoren waar we aanleggen voor het gemaal. Het blijkt een iets onrustig plekje, maar het is te doen. Hanneke, Toni en Chih Ling gaan naar Stavoren, maar komen wat teleurgesteld terug. Álles daar was gesloten. Niets aan. ’s Avonds kijken we op de Pescador de halve finale voetbal. Nederland speelt heel lang goed, maar wint uiteindelijk vooral dank zij flink wat mazzel.

Vrijdag zijn we voor zevenen op. We maken de boel klaar voor het vertrek om 7.15 u. De sluis van Stavoren draait vrijwel meteen. We varen met 5 knopen over de brede vaart en de Morra. Ook de bruggen die volgen draaien onmiddellijk. Friesland is buitengewoon ‘bootvriendelijk’! De Fluessen is veel groter dan ik me herinner van 30 jaar geleden. Om 10 uur passeren we Heeg. Onderweg hebben we eerst nog contact met de Pescador, maar later vindt er opnieuw grenzeloos geleuter zonder ophouden  plaats op kanaal 77. Inmiddels weten we alles van de nekhernia van een dochter en de behandelend artsen…. Het Prinses Margriet kanaal is vrij druk. Op het Sneekermeer staat een stevige dwarswind. De Pescador blijft in Sneek liggen omdat zoon en vriendin langs komen. Wij gaan door naar Grou. We zien elkaar later weer. Om 11.55 uur naderen we Grou. Ik stuur Gerrit en Hedy een mailtje dat ze ons over 5 minuten voorbij kunnen zien varen. Jammer, maar er komt geen reactie en ze komen niet kijken. Om 12.05 uur leggen we aan in de passantenhaven ‘de Helling’. Een uurtje later komen Gerrit en Hedy langs. Zij blijken pech te hebben gehad met hun boot: een kapotte keerkoppeling. Inmiddels is die bijna klaar, maar hun vakantieplannen zijn daardoor een beetje in het honderd gelopen. We spreken af om tegen vijven op de boot een biertje te drinken en dan naar de Bierhalle te gaan. Hedy heeft speciaal voor ons heerlijk Indisch gekookt: Babi ketjap, Ajam Besengek, een Sajoer en Tofu pedis met rijst en bijgerechtjes. Tegen half elf gaan we naar de boot, die op maar 5 minuten van hun huis blijkt te liggen. Het wordt een winderige en af en toe regenachtige nacht en dito zaterdag.

Zaterdagochtend ga ik om half negen m’n bed uit. Het is nat, naar koud en bij periode winderig shitweer. Hanneke blijft lekker liggen tot tegen twaalven. Ik werk aan het logboek. Lieke belt, Chih Ling belt (Ze zijn in Sneek het door Hanneke gezochte loodband tegengekomen) en Gerrit belt (We worden uitgenodigd om de Indisch restje op te komen eten). Daarna gaan we de zeekaarten uitzoeken. Er ontbreekt ons een klein stukje: van kaarten van Lauwersoog tot Borkum. Dus wordt Hanneke weer helemaal zenuwachtig: “We hebben helemaal niets voorbereid, we weten helemaal niet waar we naartoe gaan en jij zit alleen maar aan je dagboekje” is het verwijt. Dus nu eerst naar de kaarten die we over 2 á 3 dagen nodig hebben. ’s Middags belt Gerrit dat we opnieuw uitgenodigd zijn “want het eten is nog niet op”. Het wordt een herhaling van gisteren, met inbegrip van bezoek aan de Bierhalle. Heel gezellig. Dan, tegen elf uur naar de boot. De regen en wind zijn iets afgenomen.

Ik wordt om half zeven wakker en begin met koffie zetten. Een half uurtje later vertrekken we. Op het kanaal moeten we wachten tot een tanker en een vrachtschip zijn gepasseerd. Het weer ziet er aardig uit, maar het waait wel vrij stevig. Als we drie kwartier verder zijn komen we bij een kruising van vaarwegen. “Oh je!” Zegt Hanneke: “We zijn verkeerd gevaren! We hadden in Grou een andere route moeten nemen….” We keren om en varen een kwartier terug. Intussen bekijken we diverse kaarten. We komen tot de conclusie dat we ook via een sluiproute, via Wartena, naar Leeuwarden kunnen komen. Dus keren we weer om. Gelukkig is het een mooi landschap hier, met prachtige vergezichten…. Wartena blijkt een klein erg aardig dorp te zijn, met een verbazend grote werf. Dan op nieuw genieten van eindeloze weiden en vergezichten. Uiteindelijk naderen we heel staande-masten-route weer. Tegen half één moeten we wachten bij een spoorbrug. Nog iets verder opnieuw wachten voor een brug waar de brugwachter aan het schaften is. Daarna in file door Leeuwarden. Bij een park leggen we aan, met hulp van een oudere dame op de lage wallekant. Het is hier druk, met veel feestbootjes. Een uur later komen ook Tony en Chih Ling aan. Zij hebben dezelfde route gevaren als wij. Zij hadden onderweg heel veel drukte op het water, veel meer dan wij. We drinken een biertje en overleggen over de volgende dagen. Morgen lijkt het slecht weer te worden en er is een evenement in Dokkum en Leeuwarden. We besluiten om een dagje te blijven en daarna verder te kijken. ’s Avonds kijken we bij hun de iets teleurstellende finale voetbal.

Maandagochtend ziet het er onverwacht aardig uit. Onverwacht, omdat om 6 uur nog een flinke bui op het dak kletterde! Nu schijnt het zonnetje, maar het waait nog steeds aardig, nu uit het oosten. Na de koffie, thee en het ontbijt gaan Hanneke en Chih Ling naar het Fries museum. Chih Ling is na een uurtje terug, maar Hanneke arriveert pas tegen vieren. Intussen heb ik wat klusjes gedaan: de navigatieverlichting in orde gemaakt, stofzuiger opgehangen, kabeltje voor de 2e kaartplotter gemaakt en de life-lijnen over het dek gespannen. We spreken af om morgen naar Dokkum te varen en – wanneer het weerberichtvoor de Duitse Bocht zo gunstig blijft – donderdag naar Noorderney te varen. Hanneke heeft vanmiddag boodschappen gedaan en we koken samen. Chih Ling zit gitaar te spelen, dit tot er een achterbuurman om 21.15 uur komt vragen of de muziek om negen uur kan stoppen. (Wat een zeurpiet!) En dus is het daarna stil. Gelukkig begint het te regenen, zodat bijna niemand Tony’s gemopper hoort. Vannacht schijnt het op veel plaatsen ruig weer te worden, maar het ziet er naar uit dat wij links en rechts gepasseerd worden door buien, maar zelf de dans ontspringen. We wachten af.

18. Bye, bye!

Maandag 30 juli is het rustig weer zonnig met wat wolkenvelden. We horen van de buren dat ze gisteravond, tijdens een wandelingetje rond het eiland, zagen dat de toiletten aan de andere kant van het eiland volledig vernield zijn. De toiletpotten waren met grote stenen kapot geslagen… Wat een treurig soort lieden die zoiets doen. De Pescador vertrekt om 8.15 uur, evenals de Guernera….?, gevolgd door de Marlijn. Als we bij de Middelplaat aankomen zien we een plekje waar we misschien net in kunnen. Eigenlijk dus net niet: we zijn 10 cm te lang. En dan blijkt dat de boot achter ons op het punt staat te vertrekken. Even later liggen we dus prinsheerlijk. De Pescador vindt een plekje aan de binnenkant van de steiger. Chih Ling gaat bijna meteen een nieuwe gasfles halen. Hanneke, Toni en Jim gaan mee om alvast wat boodschappen te doen. Middags gaan we wat muziek maken met allerlei buren als toeschouwers. Eén van de buren, een gezellige man uit Zaltbommel, speelt mondharmonica, maar alleen in C of G, zegt hij. Dat lukt overigens best. Ze nemen zelfs een biertje voor ons mee! ’s Avonds zijn we op de Pescador uitgenodigd om Chinese andijviestampot te eten: met rijst en spek. Het is hun armelui’s voedsel uit de tijd Dat ze net getrouwd waren. Dat blijkt simpel te bereiden met spek (even door de aardappelmeel gehaald), gebakken uien, twee lepels zwarte bonensaus erdoor en met rijst. Het is verrassend lekker! Chih Ling wil morgen naar de Lidl in Zierikzee. Na ruim een week zonder boodschappen zijn we nu wel aardig gevorderd met het opeten van de noodvoorraden. De wijn, het bier en de shag hebben bijna het absolute dieptepunt bereikt! Na de boodschappen morgen kunnen we er vast wel weer even tegen denk ik.

Dinsdag worden we wakker met een kletterende regenbui. Al snel klaart het op en zitten we toch in het zonnetje te ontbijten. Daarna, om 10 uur naar Zierikzee. Eerst de binnenstad in. Hanneke en Toni kopen beide een leuke Afrikaanse haarklem. Op het terras aan het marktplein nemen we koffie met gebak. De gebakjes, een punt  appeltaart en een tompoes, zijn werkelijk enorm van formaat en erg lekker. (Standaard leveren ze er hier twee schoteltjes en vorkjes bij.) Op weg naar de auto passeren we een muziekwinkeltje. Ik koop daar een capodastro (een gitaarklem). Daarna naar de supermarkt. We komen met drank en voedsel beladen weer terug bij de boot. We borrelen met Tony, Gerda en Chih Ling op de Marlijn. Daarna heb ik helemaal geen honger meer, tot Hannekes ergernis. ’s Avonds spelen we op de Pescador met de steigergenoten als publiek. Een buurjongetje van 6 jaar komt de band versterken met z’n mondharmonica. Dat is wel grappig! Het levert bovendien biertjes en snickers op voor de band en de omstanders.

Woensdag 1 augustus zijn we vroeg op. Hanneke is haar Afrikaanse haarklem kwijt! Nergens te vinden! Ze gaat mee naar de markt in Renesse. Ik besluit om intussen de op Mallorca beschadide ankerroller te verwijderen en een beugel daarvan te gebruiken om het kantelen van ons anker (op de andere roller) tegen te gaan. Met hulp van buren van de boot voor ons lukt het om ook het anker weer netjes terug te leggen. En nu is het afwachten of dit ook echt een bruikbare oplossing is. Ik ben toe aan pauze. De Orion met Ruud en Judith vertrekt rond twaalf uur. We zien ze vast nog wel, zo niet hier, dan toch zeker in Warmond.  Woensdagmiddag worden we uitgenodigd bij Jim en Liz om makreel en aardbeien met slagroom te komen eten. Dat is best gezellig, maar voor mij is die combi wel raar. Ik houd het dus bij een stukje makreel en een biertje. We besluiten om komend weekend weer richting Leiden te gaan. Dan kan Hanneke ook weer eens iets aan haar tuintje doen. ’s Avonds gaan we dat Toni en Chih Lingvertellen en daarna kijken we een helft voetbal op de Pescador. Weinig boeiend. Opeens valt het ons op dat het inmiddels wel weer veel eerder donker wordt: ruim voor elf uur ’s avonds.

Donderdag gaan we eerst water halen in Scharendijke en daarna ankeren bij de Ossenhoek. Al  vroeg is het heel warm en er staat nauwelijks wind. Hoewel de motor 2000 toeren loopt gaan we volgens het log vrij langzaam. De oorzaak blijkt te zijn dat ons log (kilometerteller) nog maar de helft van de snelheid aangeeft die de GPS meet. Blijkbaar is het logwieltje vervuild. Voor vandaag geeft het weerbericht temperaturen van 25 tot 35 graden bij windkracht 1 á 2. (Dat is nog niet zo erg als in Portugal: tot 50 graden: daar wordt je ge-slowcooked op eigen sap…) Onze ankerplek ligt langs de doorgang naar Port Zélande, de ligplaats van heel veel, veel te grote speedboten…. Dat merken we dan ook goed: de hele dag liggen we te klotsen op de golven van voorbij komend geteisem, inclusief rondjes varende rubber k.tbootjes met een dikke pappa erin, die dat 30 jaar gelden ook al deed toen hij nog puber was, of zijn nazaten. Omdat we in het beetje wind liggen is het uit te houden, vooral als je helemaal niets hoeft te doen. ’s Avonds wordt het nog rustiger…. Een prachtig heldere nacht met spiegelglad water, slechts verstoord door diverse, overbemeten raceboten die onverlicht voorbij scheuren. Op de kant maken wat jongeren in een bosje achteraf een kampvuur. Niet verstandig, nu alles zo droog is, maar het loopt goed af.

Vrijdag is het om zeven uur ’s ochtends al behoorlijk warm en volkomen windstil. We zijn bijna achterstevoren komen liggen en zowel Jim, als Chih Ling liggen (ook achterstevoren) op circa 5 meter afstand. Gezellig hoor, zo’n samenzijn…. Tegen negenen zijn we allemaal weer met de neuzen in de goede en dezelfde richting gedraaid. Chih Ling komt vertellen dat hij vandaag blijft liggen. Dat doen wij ook. Morgen voorspellen ze windkracht 3, zodat we misschien wedstrijdje kunnen zeilen naar de Mosselbank, bij Bruinisse. Daarna gaan we toch maar weer zo’n beetje richting Leiden, want voorlopig blijft het hier zo warm en zonnig dat het wachten op een koelere periode hopeloos lijkt. Er gebeurt verder helemaal niets meer, behalve ons afscheid van twee meeuwen (Sjakie en zijn vrouw). Als Chih Ling gitaar zit te spelen komt Sjakie er altijd bij zitten (en z’n vrouw soms). Soms op de steiger of een meerpaal, soms op Chih Lings bijbootje en,  heel af en toe, op de davits van het bijbootje.  En dat  terwijl Chih Ling hem maar een heel enkel keertje een broodje of visje toewerpt. (De conclusie: meeuwen houden van 50-erjarenmuziek.). Dat is ons twee maanden geleden al opgevallen op de Ossenhoek en gebeurde sindsdien….o

Zaterdag 4 augustus gaan we om half negen eerst brood halen in Port Zélande. Daarna varen we terug. Daar is de Pescador net bezig anker op te gaan. Ook Jim gaat weg. Gedrieën gaan we eerst richting Archipel en daar vandaan richting Bru. Er staat weinig wind. Jim gaat met z’n enorme genua zonder twijfel het hardst. De Pescador gaat met vol tuig eervol met de tweede plaats aan de haal. Wij zijn – beschaamd – hekkensluiter, met als oorzaak luiheid  van de bemanning (alleen de genua) en een beetje pech. We halen het bochtje met de zandbank bij de Archipel maar net binnen te tonnen, door flink te knijpen. Pas vlak bij de Mosselbank begint het een beetje te waaien, maar dan is onze achterstand al te groot. We vinden drie plekken aan verschillende steigers. Maar dat is al lang best, want voor hetzelfde geld was er geen plek meer geweest! Vanavond dan afscheid met ‘zang en dans’ en chocoladetaart. En dan gaan we echt.

Zondagochtend zijn we om kwart over zes wakker. Ik zet een pot koffie en thee. Hanneke blijft nog een kwartiertje liggen. Dan maken we de buurman wakker. We wurmen de Marlijn er met enige moeite tussenuit (ons anker haakt achter zijn railing) en steken over naar Bruinisse. De sluis staat al open en we zijn binnen 10 minutn geschut. Dan door naar de Krammersluizen. Die gaan vlot open maar het schutten gaat langzaam: meer dan een half uur voor ca 30 cm stijging! Vervolgens door naar de Volkeraksluizen. Jammer genoeg is de wind bijna pal tegen, dus we motoren alles. Ook daar gaat het om half twaalf vlot. Wel een rare motorboot die bij het invaren van de sluis ons nog tussen de deuren meent in te moeten halen…. Rare mensen! Om half twee zijn we bij de spoorbrug voor Dordrecht. Om kwart over twee maken we vast in een box in de ‘nieuwe haven. En warm dat het daar is!….. Hanneke gaat de even stad in. ’s Avonds gaan we eten in een traditioneel Turks restaurant: mezzes, dorade en een kalfssplies. Lekker, heel betaalbaar en erg aardige mensen.

Maandag hoeven we pas om half tien door de brug van de haven. Dan zijn we keurig op tijd voor de verkeersbrug bij Alblasserdam. Daarna krijgen we stroom tegen, feitelijk tot Gouda. We proberen nog even om diesel te tanken, maar er liggen vijf grote binnenvaarders om het bunkerstation heen, dus dat houden we snel voor gezien. We varen heel, heel, heel langzaam, langs de ‘Rietkant’ (een smalle afsnijding met allemaal sloperijen) naar de verkeersbrug Alblasserdam. Die draait om kwart over tien. Het is druk op de Noord en de Lek, maar het gaat allemaal goed. We zijn om half twaalf, tien minuten te laat, bij de stuw en brug bij Krimpen aan de IJssel, dit, ondanks de vaart die we erin gezet hadden…  een uur wachten, tot half twee dus en daarna volop stroom tegen. Anderhalf uur later naderen we de sluis bij Gouda. Om 14. 27 draait daar de spoorbrug. Halen we dat? Vraagt Hanneke… Alles zit mee: om 14.15 zijn we door de sluis! We jakkeren met vol gas alles en iedereen voorbij, met een onbeschaafde hekgolf (nood breekt wet in dit uitzonderlijke geval)  en om 14.25 liggen we voor de spoorbrug. Om 14.30 ook, trouwens, en om 14.45 nog steeds. Inmiddels hebben we een half bericht opgevangen, dat er een kwartiertje of zo gewacht wordt op iets ande re, en dat er trouwens toch geen treinen rijden…. Om 15.00 komt er een groot containerschip van de andere kant en daarna één van onze kant. Wij kunnen er achteraan, samen meteen paar andere bootjes. Direct na de sluis verordonneert Hanneke “Hier stoppen We! Ik wil niet verder! En dan morgen, blijven we slapen in onze jachthaven! Gezellig! Met de regen op het dak en zo….’ Daarover blijkt niet te praten, niet te onderhandelen, niets! (Die garnalenhersentjes hebben zich muurvast, zeg maar ‘keivast’ daarin vastgebeten! Tsja en als soft type, wat doe je dan? Echte kerels…., maar softies die leggen gedwee aan. (Natuurlijk proberen ze nog wel het aanleggen een beetje te saboteren, maar ja….) En zo liggen we dus, op zowat loopafstand van huis, naast een autoweg, bijna tegenover een nationele beroemdheid (?) ‘Bram Patat’ gelegen vlak voor MacDonalds, waar hij goede zaken doet bij de klanten van voornoemd reuzenbedrijf, omdat die alleen strokartonnen happen verkopen. We liggen daar dan honger en dorst te lijden vanaf half vier (alle restjes moeten eerst op!). En om het half uur komt hier ook nog zo’n enorm containerschip voorbij…. Lekker rustig noemt ze dat….

Na lezing van dit stukje concludeert Hanneke dat er werkelijk helemaal, helemaal niks, gebeurt. “Het gaat gewoon helemaal nergens over!” Ik opper nog voorzichtig, dat “Als het dan maar leuk opgeschreven is…”. “Tsja, het gaat gewoon nergens over! Wie is daarin nou geïnteresseerd?” Nou ja, aldus eindigt dus dit schrijfsel, want zelfs als je het leuk opschrijft, is er eigenlijk dit jaar, eigenlijk de afgelopen jaren, zelfs in dit leven, eigenlijk,  helemaal niets gebeurd dat de moeite waard is… (Met het allerlaatste stukje is Hanneke het dus weer niet eens…)

PS Het geeft troost dat een paar lezers/lezeressen de stukjes wel leuk vonden, in elk geval de stukjes uit voorgaande jaren. En zelf heb ik er trouwens de grootste lol in gehad.

10. Hete nachten

Maandag 23 juli blijven we nog een dagje aan de Kabbelaarsbank liggen. Chih Ling gaat zwemmen en inspecteert ook ons onderwaterschip. Er zit bij de boeg wat aangroei, maar de rest is schoon, ook de schroef. Roel en Gerda komen vlak voor Chih Ling liggen. Tony en Chih Ling verwachten ook nog  Canadese kennissen, Jim en Liz, die ze kennen uit Griekenland. Later kwamen ze elkaar weer tegen op de Rhône. Hij komt inderdaad tegen twee uur en vinden een plekje aan de volgende steiger. Op de Pescador wordt voor hen een feestje georganiseerd met hapjes, drank en muziek. Tegen half negen wordt de boel opgebroken. Het is een warme nacht.

Dinsdag staan we vroeg op. De Pescador gaat water tanken en daarna ergens ankeren. Wij gaan richting Ossenhoek. Daar besluiten we een rondje Hompelvoet te zeilen. Het gaat heel, heel langzaam: eerst 0,5 knoop, maar later ‘zelfs’ 2,5. We ankeren om 13.00 uur vlak onder de ZW-hoek van de Hompelvoet. Een uur later komt de Pescador daar ook liggen, een uur later gevolgd door Jim en Liz en, nog een uur later, ook door de Cazador van Koos en Nelleke. We borrelen op de boot van Jim en Liz, een zwaar en op oceaanreizen ingericht schip. (Jim wil hem voor een heel schappelijke prijs verkopen want ze gaan terug naar Canada. Jammer dat het binnen zo’n puinhoop is! Niemand telt €25.000 neer voor een varen varkenssnot! Zo wordt het dus lastig verkopen.) Het wordt een heel rustige avond en we zien een grazend ree op de kant.

Woensdag worden we wakker onder een loodgrijze  hemel. Het blijkt tamelijk vlakbij geonweerd en geregend te hebben en de wind is 180 graden gedraaid. Op de radio horen we dat wat we zien ‘uitdovende buien’ zijn. Nou dat hoop ik dan maar, want voor een onweersbui met wind liggen we hier niet helemaal safe. Het valt mee: we zien een paar uitgebluste buien passeren, maar er gebeurt niets. Tegen tien uur verkassen we naar de Ossenhoek. We vinden daar een prima plekje, met de Pescador aan de overkant. Later volgen de Casador en de Quesederia van Jim en Lis ook, op verschillende plekken. De bewolking lost op en het wordt zelfs weer vrij warm! Tegen vijven gaan we op een plekje in de schaduw van wat bomen gezellie borrelen en liedjes spelen, totdat het daar om half negen een beetje fris begint te worden. Het wordt een vrij zwoele nacht, als aankondiging voor wat komen gaat….

Donderdag begint warm en zeer zonnig, terwijl het laatste zomerzuchtje de geest geeft. Het haventje stroomt vrijwel helemaal leeg. Op de radio horen we verwachte temperaturen van 31 graden aan zee tot 37 in het binnenland… Misschien een lokaal klapje onweer ’s middags. Inderdaad is het om tien uur al zo warm dat Hanneke bijna een appelflauwte krijgt als ze even een rondje eiland wandelt. Door de aanhoudende NO-wind lukte het de afgelopen weken niet om naar de Wadden te varen. Diezelfde wind zorgt ook voor kwallensoep. (Gelukkig steken deze kwallen niet.) Ik blijf vandaag en morgen zoveel mogelijk in de schaduw en binnen: daar is het maar 29 graden om twaalf uur. Als ik kalm op m’n rug ga liggen in het vooronder is dat best uit te houden. Desnoods doe ik een ventilatortje aan. Morgen schijnt het nog erger te worden! (Zeker door al die zweterige bouwvakkers hier in de buurt!) Chih Ling stuurt een beschrijving van de boot van Jim toe voor een advertentie. Het is een zeer volledig schip met een indrukwekkende lijst van technische uitrustingsstukken, rijp voor een oceaanreis. (Wat hij alleen vergeet te vermelden is dat de binnenkant volledig uitgewoond en vies is. Geen mens zal $25.000 uitgeven aan een varende varkensstal met mest- en steekvliegen binnen!! Zelf zal hij het niet opruimen, dus de verkoop wordt een drama!) Het wordt steeds warmer. Om vijf uur is het in de kajuit ruim 32 graden en er staat maar heel af en toe een zuchtje wind. Pas tegen negen uur wordt het koeler. In de verte zien en horen we een onweersbui, maar wij krijgen alleen vijf minuten windvlagen. Het trekt aan ons voorbij. Teleurstellend.

Vrijdag begint, zoals voorspeld was, heel warm en winderig. Omdat de wind verkoelend werkt schuur ik ’s ochtends voor het ontbijt het grootste deel van de schuurlijst. (Die zag er langzamerhand echt smerig uit!)  De laatste meter is net buiten mijn bereik en komt later nog wel. Daarna in de teakcleaner en dan in de teakolie. Het wordt 34 graden en tegen de avond worden onweersbuien voorspeld, dus blijven we vandaag nog even liggen. Veel helpen doet dat overigens niet, want morgen, zaterdag 28, wordt een flinke weersomslag voorspeld met wind, buien en onweer… Dat lijkt ons wel lekker, zo’n verkoeling na al die hete nachten. In elk geval wordt deze nacht een stuk koeler. Tijdens de maansverduistering is het bewolkt en Tegen middernacht begint het plotseling flink te waaien en komen buien aanzetten. We zetten snel de kuiptent op en vlak daarna valt de eerste verkoelende bui, gevolgd door een paar stevige andere.

Zaterdag is het grijs en waait het. Toch is het niet koud. De verwachting is windkracht 4 tot 5, mogelijk 6 en bij Vlissingen en Hoek van Holland mogelijk 7, later via zuid naar west en terug, met de wind van achteren. Vandaag blijven we dus ook liggen, want ankeren is vrij onbeschut. ’s Avonds ontdekken we in de koelkast een volkomen verfrommeld doosje. Tot onze stomme verbazing zitten er toch nog vijf, gave (!) eieren in. Even later komen Tony en Chih Ling borrelen tot over elven. Met het lampje van Tony erbij is dat heel gezellig

Zondag worden we wakker doordat de boot heftig ligt te rukken. De wind is gedraaid en er lopen flinke golven de haven in. Andere boten gaan heftig te keer, maar bij ons valt het eigenlijk wel mee, hoewel we net op het hoekje van de ingang liggen. Later draait de wind iets naar het zuiden en liggen we weer prinsheerlijk. Alleen neemt nu het klapperen en fluiten weer toe met de wind. De verwachting is vanmiddag 6, mogelijk 7 met regen. Dus wij blijven opnieuw liggen. Later horen we dat de Pescador ook blijft. Het wordt een echt, ouderwets soort zondag: grijs, saai, geen moer te beleven. Uiteindelijk app ik Gerrit en Hedy maar eens, want daar hebben wij lang niets meer van gehoord. Gelukkig gaat het daar goed, tenminste overwegend. En dan gaan we morgen maar boodschappen doen en, misschien, een keertje uit eten.

9. Zomer in Zeeland

Maandag 16 juli blijkt uit het bezoek aan de specialiste in Leiderdorp dat mijn bloedwaarden een vrij gunstige uitslag laten zien.  Daar zijn we wel blij om: het had ook wel ongunstiger uit kunnen pakken! Wel blijf ik onder 4-maandelijkse controle. Terug op de Schelpenkade, besluiten we eerst naar Noordwijk te rijden om nieuwe gitaarsnaren te kopen. Daarna rijden we (met enig oponthoud) terug naar de Middelplaat. Het is op de boot / boten vreselijk warm. Voor ons aan de steiger ligt een bootje met een heleboel kinderen, allemaal meisjes. Ze liggen in het water, vermaken zich en gillen, zoals meisjes van 5 tot 10 dat doen. Het is ontzettend warm tot zeven uur en dan plotseling koelt het af, de wind draait 180 graden en in de verte zien we een loodgrijze lucht. Onze buurman zegt dat er onweer in de buurt is. Dat blijkt te kloppen, maar het trekt allemaal ver van ons voorbij langs.

Dinsdag waait het behoorlijk, precies van achteren de kuip in. Bovendien is het behoorlijk fris. Onze buren draaien de boot om en wij doen dat uiteindelijk ook. Daarna vervang ik de gitaarsnaren: een fijn geluidje maakt de gitaar weer! Dan een berichtje van neefje Jon en Jet. Ze zitten in een huisje op de Roompot, bij Ouddorp. Ze komen morgen om een uur of tien langs met Vesper en Rebel. Ze vragen of de boot wel veilig is voor peuters van 2 en 0 jaar, ook zonder zwemvest. Ik denk het wel. Chih Ling komt vertellen dat het filmpje van ons, gitaar spelend voor Hannekes verjaardag, is mislukt. Tony had de camera aan staan terwijl ze rondliep en – om te filmen – juist tijdens het liedje op het knopje gedrukt en dus uitgezet. (Nou ja, ik ken iemand die een hele huwelijksreportage op die manier heeft gemist….) Van de consternatie laat ik twee broodjes vallen, vanzelfsprekend met het beleg op de vloer… Gelukkig kun je bij ons van de vloer eten, en dat doen we dan ook maar…

Woensdag is het warm, zonnig en windstil. Zowat iedereen aan deze steiger vertrekt nog voor 10 uur. We krijgen een berichtje dat Rebel nog slaapt (een supergave! Zeker de hele nacht gestookt….) Nou, wij hebben niets te doen, dus Hanneke gaat de voor een peuter toegankelijke stukken van de boot schoon en baby-proof maken. Jon en Jet komen Tegen elf uur aan met een flinke berg spullen. We eten een appelflap, resp gevulde koek en Rebel wordt in het vooronder gestald in haar draagwieg. De opstappers lijkt het wel leuk om een eindje te varen, zeker als daar een strandje is. Vesper is al heel snel over haar aanvankelijke verlegenheid heen en wil alles onderzoeken. Als we langs de waterdoorlaat varen zien we een zeehond. Hanneke leert haar daarna dat zo’n ‘groot groen ding’ een boei is en dat die niet varen omdat ze vast liggen aan de grond. Dat herhaalt ze dan ook bij elke volgende boei: “die kan niet varen, want die ligt vast.” Ook de masten van zeilboten op afstand herkent ze toch al snel: “kijk, nog meer stokken!” Op de Ossenhoek zien we een meisje van een jaar of 16 met haar moeder krabbetjes vangen. Zíj blijken op hun boot ook nog een kinderzwemvest te hebben. Dat mogen we even lenen, net als de krabbetjes hengel. Heel aardig! En zo, binnen 5 minuten na aankomst, staat Jon met Vesper al krabbetjes te vangen op de steiger…. Daarna gaan ze naar het strandje: ook heel leuk als je 2 jaar bent! Het is hier veel drukker dan de vorige keren. In de verte zit een klein meisje luidkeels Sinterklaasliedjes te zingen, gruwelijk vals. (Desoriëntatie van tijd en plaats! Niet zo best…) Net over enen wordt Rebel wakker en begint te huilen. Ik stuur een berichtje en loop even naar het strandje. Hanneke blijkt door Vesper omgedoopt tot ‘oma zusje’ (Els is Hannekes zusje en Vespers oma.) Daarna lunchen we in de kuip. Vesper wil wel even liggen in de achterkajuit, maar bepaald niet om te slapen. Tegen drie uur besluiten we terug te gaan omdat Jon en Jet ook nog boodschappen willen doen. Vespers mag even sturen. Ze snapt uitstekend dat ze aan het stuurwiel moet draaien, maar waarheen interesseert haar volstrekt niet. Dat leidt tot een enigszins bizarre koers. Tijdens het sturen wijst ze op de grote moer waarmee het stuurwiel vast zit en zegt: “Dat is de toeter!” Ze kijkt nog een keer naar het gat in de moer en zegt “Oh, de toeter is kapot.” (Verbazingwekkend,, zo snugger, dat soort constateringen voor een kind van 2!) We leggen bij de Middelplaat weer even aan bij een boot uit Eindhoven zodat Jon en Jet met hun hele hebben en houwen af kunnen stappen. Daarna varen we terug naar de Ossenhoek. Onderweg zeggen we tegen elkaar wat een ontzettend leuk, grappig en slim grietje Vesper is. Het was een ontzettend leuk bezoekje. Op de Ossenhoek ligt de Pescador aan de steiger. Wij kunnen naast hen aanmeren en – een uurtje later – achter hen meren aan de steiger. We snacken wat en gaan daarna op de Pescador muziek maken. Wat later komen ook Mart en Tine langs tot iedereen tegen half twaalf te kooi wil.

Donderdag is het opnieuwstralend zonnig en er is vannacht een hoop dauw ontstaan. De Pescador gaat naar het eilandje ‘Dwars in de weg’ en ‘de Stampersplaat’ om de paarden te filmen. Wij verleggen en draaien de boot en gaan de boel schoonmaken. Ik doe het dek en plan het kajuitdak. Hanneke maakt alle RVS vrij van vlekken en roest. Zíj is net zo blij als ik met de nieuwe dekwaspomp: ze staat alsmaar vanuit de heup te spuiten…. De middag verloopt verder heel gezapig: ik doe een middagdutje, Hanneke poetst de scepters van de railing, Chih Ling komt langs, roeiend, om te vertellen dat hij voor de haven achter een anker ligt en we krijgen een aardige buurman met een mooi, maar piepklein bootje. Hij heeft maar 40 cm diepgang, een gaffeltuigje met kluiver en een kajuitje waar hij eerst alles uit moet halen om er te kunnen slapen. Hij is met dat bootje tot Zaltbommel gezeild! Hij wilde via de IJssel naar Friesland, maar na de drukte op de Waal heeft hij besloten terug te gaan. Hij heeft dat allemaal in z’n eentje gevaren. (Wel een prestatie!) Hanneke gaat voor tien uur ’s avonds te kooi en ik volg een uur later.

Vrijdag 20 juli loopt de Ossenhoek al om half negen leeg. Merk-waardig: gisteren was het nog bomvol! Wij gaan water tanken in Scharendijke en dan naar de Kabbelaarsbank. De Pescador ligt daar al achterin en wij vinden ook een plekje, twee steigers verder. Als ik wil aanleggen staan er allemaal behulpzame mensen klaar om een lijntje aan te pakken. Ik gebruik de boegschroef (en wel 5 keer de verkeerde kant op, wat tot veel hilariteit leidt….) Onze buren blijken aardige mensen te zijn, die ook in N-Frankrijk en op Wight zijn geweest met hun bootje, een Dufour 3800 (staat voor het gewicht) uit Numansdorp. Hanneke gaat met de auto mee om boodschappen te doen en eenmaal terug, gaat ze opnieuw rvs poetsen. Het is blijkbaar erg bevredigend en het wordt ook wel mooi! Alsmaar complimenten dus.

Zaterdag wil iedereen (behalve ondergetekende) met de auto naar de schippertjesdagen in Bruinisse. We zien de dijken nu eens van een andere kant en het landschap daarachter is eigenlijk best gevarieerd. Na tal van piepkleine, oude dorpjes blijkt Bru al van verre afgesloten voor verkeer. We kunnen de auto kwijt bij de ‘nieuwe’ Jachthaven en moeten verder lopen. Bij de vissershaven is het behoorlijk druk en er staan een heleboel palingrokerijen voor een kookwedstrijd. Ze kosten overal € 18.50 per pond. We lopen de hele markt rond tot achterin het dorp. Terug zien we een prima drumgroep met dikke, dunne, mooie en lelijke oudere drummers in wijde harembroeken die een heftige en leuke drum-show te beste geven. Ze hebben de toepasselijke naam ‘Rammen rammen. Na Bruinisse rijden we terug over Ouddorp. Tony hoopte daar paling te kopen. Helaas blijkt daar vandaag geen enkele palingroker te vinden te zijn. (Die staan allemaal in Bruinisse!) We drinken een biertje op het terras van het pannenkoekenhuis en gaan dan weer naar de boot. ’s Avonds maken we weer een beetje muziek op de Marlijn.

Zondag komt er een plek vrij naast de Pescador en verleggen we onze boot twee steigers, naaast de Pescador. Daarna gaat Chih Ling ergens bij Maasdam kijken naar een op internet aangeboden nieuwe genua en de dames gaan mee. Het wordt een beetje bewolkt, maar blijft warm en droog. Ze zijn om vijf uur ’s middags terug: Chih Ling met een splinternieuw zeil, waarvan het voorlijk  helaas wel 20cm te lang is.

8. Surprise party!

Donderdagochtend 12 juli is de wind weg en de zon ook. Voor de komende dagen wordt overal warm en zonnig weer voorspeld, behalve aan de kust…. Bovendien is het knap fris. Ton, van de Santé komt even langs en brengt weer een krant mee. Het blijft de hele dag winderig en koud, maar vanaf een uur of twee tot zes komt er wel een zonnetje bij. Op de Pescador krijgen ze bezoek van Patty, een aardig ex-schoonzusje, die in Serooskerke tijdelijk op een boerderijtje met dieren past. Ik ga het andere potdeksel schuren, wat weer tot veel commentaar van Chih Ling leidt. Bijna halverwege de zijkant vind ik het te koud en ook wel genoeg voor vandaag. Hanneke loopt een beetje te ‘mopperen’ dat ze eigenlijk een surprise party wil met haar verjaardag. Ik reageer met ‘Dat heb je heus wel eens, een soort van… gehad”, maar echt helpen doet het niet. (Wel een heel klein beetje zielig, natuurlijk! Altijd mee met die boot, altijd ergens in verweggistan, nooit vriendinnetjes in de buurt, nooit kadootjes met je verjaardag, altijd eenzaam en alleen… Eigenlijk wel heel errug zielig!….) ’s Avonds gaat Hanneke om half acht slapen. Ze heeft last van ‘het zuur en is rillerig. Dat is voor mij een goeie gelegenheid om met Tony en Chih Ling te overleggen over zaterdag. We hebben namelijk een complotje…. Hanneke hoopt dus al jaren op een surprise party, maar dat zit er eigenlijk nooit in. Nu gaan we toch proberen daar iets aan te doen. We hebben beide een liedje voor Hanneke gemaakt, we hebben hier aardige mensen leren kennen, en John en Ludy komen vanuit Limburg hier een weekendje heen, ‘een minivakantie’! Intussen heb ik ook de feestvlaggetjes teruggevonden en Tony heeft ook nog twee slingers oranje vlaggetjes. Tony en Chih Ling gaan morgen boodschappen doen en kunnen dan ook wel stiekum taart en spullen voor hapjes meenemen zonder dat Hanneke dat ziet. Zo wordt het misschien toch nog een klein surprise-partijtje…

Vrijdag is het eerst half bewolkt, maar al snel overheerst de zon. Hanneke is helemaal opgeknapt. Zelfs zover dat ze zegt dat ze “dan maar afziet van een surprise party en niets aan haar verjaardag hoeft te doen….” (Nou ja, het wordt in elk geval een verrassing!) In de loop van de ochtend schuur ik de andere helft van het potdeksel en zet het daarna in de teak-cleaner. Misschien kan ik het straks ook nog in de teak-olie zetten! De Pescador verhuist tegen het middaguur naar de Middelplaat en belt even later dat ze een plek aan de binnenkant hebben. Wij blijven nog eventjes liggen. Misschien vanavond, of anders morgenochtend vroeg, vaar ik daar ook heen. Als ik halverwege ben met de teakolie, belt Chih Ling dat er nu een plek vrij komt, zowat naast hen. We starten de motor, gooien los en zijn een kwartiertje later daar. Opeens liggen we uit de wind, in de zo’n! Prinsheerlijk! Ik maak het potdeksel af en  reken de boodschappen af die zij voor ons hebben gedaan. Ze komen daarna bij ons nog even borrelen. Wij eten lofsla, patatten en een perfecte varkensoester. Daarna nog wat nagaren in de zon.  Hanneke blijkt toch een heel klein beetje ongerust over taart op haar verjaardag en over borrelhapjes… Uiteindelijk mompel ik dat Tony wel wat voor ons heeft meegenomen. Ook blijkt, tot mijn verrassing, dat zij eigenlijk aan het eind van de komende week weer naar Leiden wil omdat het slechter weer wordt.

Zaterdag is het 14 juli en dus Hannekes verjaardag. Ik ben vroeg op en hang veelkleurige verjaardagsvlaggetjes aan de bezaan en de hoofdmast en tussen beide masten in nog oranje vlaggetjes van Tony. Als Hanneke wakker wordt ziet ze het eerst helemaal niet. Als ze die toch ontdekt zegt ze meteen “haal weg!” Maar daar pieker ik niet over. Roel en Gerda komen aan en leggen vast, vlak voor ons. Dan komen Tony en Chih Ling met taart en felicitaties, Roel en Gerda ook, met een schilderijtje naar keuze en Belgische bonbons. Tony heeft voor Hanneke een heel decoratief en handig olielampje gemaakt! Daarna eten we de taart bij de koffie op de boot. (Dat past maar net aan: de schipper zit dus maar binnen en verricht hand- en spandiensten, zoals het serveren van de koffie en taart…. ) Ook stromen er allerlei felicitaties binnen via internet. Pas tegen twee uur ’s middags keert de rust terug. Dan, om vier uur komen Ludy en John aan op de fiets. Hanneke zit te lezen en heeft niets in de gaten. Als ze haar zusje en zwager ziet is ze helemaal van slag: dat had ze nu echt niet verwacht! Intussen zijn Tony en Gerda en Chih Ling bezig om bij een barbeque-tafel verderop hapjes en dingetjes klaar te zetten. Dus verplaatst de boel zich daarheen. Chih Ling en ik nemen de gitaren mee en spelen twee verjaardagsliedjes, speciaal voor Hanneke gemaakt. (Daarna worden het meer de meezingers.) Het gezelschap breidt zich al snel uit met Ardje en Willem, een vriendin van hen met partner, Joyce en haar man Wim-Peter en vrienden van hen… Tegen acht uur ’s avonds wordt het erg fris en besluiten we op te breken. John en Luud blijven nog Irish Coffee drinken (2), want ze zijn toch op de fiets….. Zíj vertrekken vlak voor twaalven op de fiets naar hun tentje bij een boer nabij Ellemeet. Ruim na middernacht verzucht Hanneke dat dit toch echt wel een surprise party was, mede door Luud en John en ondanks het gemis van haar vrienden en vriendinnen thuis. Ook de hulp van Tony en Chih Ling was onbetaalbaar. Wel heeft ze nog een klein wensje: nu weer eens een echt feest organiseren…..

Zondag: opnieuw is het zonnig! Ik ruim de vlaggetjes op, we wassen af en gaan met een berg wasgoed, samen met Toni en Chih Ling met de auto naar Leiden. Daar blijkt dat we Lieke nogal overvallen: na een avondje stappen in A’dam had ze ons nog niet thuis verwacht. Ze wilde net verder schoonmaken, maar tja… We gaan voor het huis op het bankje zitten, want in de tuin is het te warm. Om vijf uur begint het WK en daarna gaan we naar de Griek.