13. We zijn er weer.

Zaterdagochtend 9 september ziet het er lang zo beroerd niet uit als gisteren. We besluiten om meteen te vertrekken, want in de loop van de dag worden buien verwacht, mogelijk met onweer en opnieuw aantrekkende wind. In dat geval gaan we waarschijnlijk een tussenliggend haventje in, maar eigenlijk wil ik door naar Dordrecht. Om kwart voor acht gooien we los. We zijn op de Maas, bijna voordat we het in de gaten hebben. Het blijkt al vrij druk met vrachtschepen, maar de rivier is hier breed dus dat levert weinig problemen op. We passeren Heusden maar zien weinig van dat plaatsje. Langzaamaan blijkt dat we stroom tegen krijgen, ongeveer een km per uur. Dan, tegen twaalven, passeren we de Biesbosch. Daar is het echt druk. Het is weekend en er zijn veel kleine bootjes op het water dat hier heel breed is. We passeren ook de zijtakken met de Amer en de Nieuwe Merwede. De Moerdijk is in zicht en dan komt een een loodgrijze buienrij op ons af. De wind trekt stevig aan als we de Dordtse Kil opdraaien en we hebben een behoorlijke deining van opzij. Dan begint het te onweren en valt er een stevige bui. We besluiten toch door te gaan naar Dordrecht en krijgen 2 km/u stroom mee. We kunnen probleemloos onder de brug door waar we vaak uren hebben liggen wachten omdat onze mast te hoog is. Hanneke belt het haventje St Maartensgat. De havenmeester reageert afwijzend als hij hoort dat onze mast gestreken is, maar besluit uiteindelijk morrend, dat hij het zal aankijken en dan zal besluiten. Tien minuten later zijn we er en doet hij zonder problemen de brug open. We leggen aan in het hoekje naast een zeiljacht uit Breskens. Hanneke gaat betalen en even de stad in. ’s Avonds willen we naar een Turks restaurant, maar daar blijkt een familiefeestje aan de gang. We eten ernaast bij een kleine pizzeria. Lekker belegd, maar een te dikke bodem.

Zondag kunnen we om 9 uur door de brug. We steken over, de Noord op. Er passeren een paar grote schepen en we hebben wat stroom tegen, maar het gaat redelijk vlot. Dan de Lek op, nu met stroom mee en naar de waterkering. We roepen de sluiswachter op en krijgen te horen dat we gewoon onder de twee stuwen door kunnen varen. Dat is wel een vreemde ervaring. Het weer wordt steeds somberder, maar het regent nog niet. Ook de Hollandse IJssel gaat vlot tot Gouda. Vervelend is dat de sluizen bijna allemaal gebruik maken van marifoonkanalen die op onze (Engelse) handmarifoon afwijkend zijn geprogrammeerd. Daardoor kunnen we wel zenden maar wij kunnen de sluiswachter niet horen. Inmiddels vermelden we dat bij onze oproep en dan laten zij via lichten of een luidspreker weten dat ze ons hebben gehoord. De sluis in Gouda schut ook. Direct daarna worden we gepasseerd door een motorbootje met een enorme hekgolf. Daarom doen wij het een tijdje langzaam aan. Bij de eerste hefbrug in Waddinxveen zien we het motorbootje de brug passeren en dan gaat de brug weer naar beneden. Daarna komen wij aan en moeten 20 minuten wachten. Dat herhaalt zich bij drie volgende bruggen. Tegen half drie zijn we ook Alphen aan de Rijn door en varen we op de Oude Rijn. Nog een brug bij Koudekerk, bij Leiderdorp en uiteindelijk in Leiden twee stuks. Om exact vier uur ’s middags leggen we aan in de haven van Leiden.
Het is een beetje onwerkelijk dat we nu weer ‘thuis’ zijn. Hanneke stelt voor dat we vanavond op de boot slapen en straks even naar het Praethuys gaan…. (Dat vind ik wel verrassend!) Het iedereen begroeten en borrelen is gezellig en we slapen prima.

Maandag is het, zoals voorspeld was, weer echt takkenweer, met buien, afgewisseld door winderige wat drogere perioden. Ik neem één van de vouwfietsjes van het achterdek om de auto op te gaan halen. Ook neem ik alvast een flinke tas met computers en elektronica mee. Helaas is dat net het vouwfietsje met een slechte buitenband. (Hanneke zei nog “Neem nou dat andere fietsje….”) En, al voor de Hooigracht (ca 300 meter verderop) puilt de binnenband uit de buitenband, zo ver zelfs, dat het wiel nauwelijks rond wil. Ik laat de band grotendeels leeg lopen zodat het wiel in elk geval weer draait en loop dan maar met de fiets aan de hand naar huis. Op deze manier hoef ik de tas met spullen in elk geval niet te dragen. Met de auto rijd ik terug en dan laden we de hele boel vol en rijden naar huis.

Het leeghalen van de boot kost vast nog heel wat ritjes. Dinsdag hoost het de hele dag, dus zien we er dan vanaf. Woensdag stormt het de hele dag maar halen we toch weer een heleboel spullen op en ook donderdag halen we een karrevracht spullen van de boot. We willen hem helemaal leeg halen om hem een hele goede schoonmaakbeurt te kunnen geven. Ook kunnen we dan een keer goed doordacht beslissen wat er wel en wat niet op achter blijft. Voorlopig ligt de Marlijn hier tot tenminste 25 september. Pas daarna kan de boot naar de werf in Warmond.

Vandaag, vrijdag 15 september, is onze ‘wereldreis’ definitief ten einde. Het is voor ons allebei een ontzettend leuke en soms spannende reis geweest waarop we met plezier terug kijken. De komende tijd wil ik alsnog de foto’s invoegen in de verslagen over 2017 in het logboek. Jammer dat dát niet lukte onderweg, maar beter laat dan niet. Ook wil ik de filmpjes die Hanneke onderweg heeft gemaakt tot één korte film samenvoegen. Ook die wordt dan aan het logboek toegevoegd.

8 sept – Als kikker in eigen land

Zaterdagochtend 2 september gooien we om kwart over acht de trossen los van de kade in het jachthaventje in Luik. Het weer is aardiger dan de verwachting, maar de dag is nog niet voorbij. En koud is het wel. Het water klotst met onaangename golfslag tussen de twee stenen kademuren van de Maas doordat net twee vrachtschepen zijn gepasseerd. We varen Luik uit en gaan het kanaal van Lanaye op. Daar is het water rustiger. Het is een nogal viezige, industriële oever, langs een saai, breed stuk water. Tegen elf uur liggen we bij de laatste grote sluis in België, eigenlijk 4 stuks naast elkaar. We roepen de havenmeester op, maar geen enkele reaktie. Ook niets te horen op andere kanalen, terwijl we wel de communicatie van andere schepen horen. Vervelend! We liggen een uur rondjes te draaien. Dan komt er een vrachtschip van het Albertkanaal dat hier draait om de sluis in te gaan. Na een kwartier kan hij erin en wat later mogen wij ook. De sluiswachter, een kleine Chinese man die eigenlijk alleen Frans spreekt, kon ons blijkbaar ook niet bereiken en komt z’n hok uit. Hij wijst ons hetzelfde benarde plekje in de sluis dat we gisteren ook al hadden: vlak naast / achter het achterschip van het vrachtschip, de Challenger uit Werkendam. Dan gaat de sluis schutten: we zakken 14 meter. Er stort een enorme waterval vlak achter onze boot. Van het stuifwater wordt bij ons alles zeiknat. Ook deze schipper gaat gelukkig heel voorzichtig de sluis uit. Het is even voor twaalven. Om twaalf uur passeren we een groot bord waarop staat “De Limburgers heten u welkom!” Hanneke had het niet gezien, dus draai ik een rondje. We varen het bord opnieuw voorbij, maar dan zit ze een filmpje te maken van de andere kant van het water…. Wat oenig! (Nu hebben we dus waarschijnlijk een foto van de achterkant van het bord!) Een half uur later, om half één hebben we een plekje aan een aanlegplaats tussen de St Servaasbrug en de Wilhelminabrug, pal in het hart van Maastricht! We zijn weer terug in ons kikkerland!
Hanneke gaat de stad in en komt tegen zessen weer terug. Ze vindt Maastricht nog steeds een hele leuke stad. Het raarste is eigenlijk dat iedereen hier Nederlands praat! We brengen de familie op de hoogte dat we weer in het land zijn, alsof dat totaal onverwacht zou zijn. Ook kijken we naar de verdere route naar huis. Het valt op dat ik iets te luchthartig was over het aantal sluizen vanaf hier. Ik dacht een stuk of zes, maar het zijn er wel wat meer. Het eerste stuk varen ligt voor de hand. De keuze is óf de Maas óf de Zuid-Willemsvaart. We gaan over de Maas. Maar ergens rond ’s Hertogenbosch wordt het lastig. We kunnen de Waal op, maar die is erg druk, of we kunnen de Maas verder volgen, maar dat is nogal om. Die keuze laten we nog even liggen.

Zondagochtend, om half zeven ’s ochtends, zit een dronken grietje op de stenen rand van de St Servaasbrug ruzie te maken met een vriendin. Haar schelle stemmetje echoot voortdurend aan alle kanten en ik kan haar letterlijk verstaan. De vriendin hoor ik niet of nauwelijks. Na een kwartier klimt ze eraf en lopen ze door. Het weer is heiig en koud, maar het lijkt wel een mooie dag te worden: helemaal blauw! Ik haal de wintertent gedeeltelijk weg zodat we in de zon kunnen zitten. We ontbijten in de kuip. Hanneke heeft gezien (en van buren gehoord) dat er hier allerlei leuke marktjes zijn. Vandaag dus eerst naar een soort ‘kunt- en curiosamarkt’, daarna naar een ‘herfstmarkt’ en als ze dan nog zin heeft naar een ‘antiekmarkt’. Op de vorige markt in Luik (een ‘rommelmarkt’) heeft ze een knalrode lakjas gekocht, van €4 afgedongen tot €3…. (Net zo’n jas als van Janneke en Jip: “Dat kun je niet laten liggen toch? Zeker niet als je je hele jeugd tevergeefs naar zo’n jas hebt verlangd!”) Ik ben dus voorzichtig benieuwd naar de buit van vandaag…. .
’s Middags zien we dat de ‘Flamingo’ van Henk en Corrie een eindje verderop aan de kade ligt, maar de boot is dicht. Ze zijn zeker de stad in. Later komt Henk langs. Zijn omvormer is kapot. Ik demonteer onze omvormer en geef die aan hem mee: wij gebruiken die toch hoogst zelden en Corrie kijkt graag ’s avond tv. ’s Ochtends hebben we een berichtje gestuurd aan Annemiek die vlakbij woont. Ze stuurt een berichtje terug dat ze het leuk vindt om aan het eind van de middag langs te komen. Ze komt inderdaad en we zitten uren bij te praten. (Aanvankelijk was ik er niet zeker van of ze het leuk zou vinden ons te zien, maar die twijfel neemt ze helemaal weg.) Tegen negen uur gaan we kijken of er ergens nog iets te eten is. In een Indonesisch tentje eten we Soto Ajam en dan lopen we terug en nemen afscheid met de afspraak om morgen nog even bij haar langs te komen om haar huis te bekijken.

Maandag is grijs, saai, rustig weer. Henk en Corrie komen langs: ze gaan boodschappen doen en kijken naar een vervangende omvormer. Morgen gaan zij naar Maasbracht en wij, iets verder, naar Roermond. We puzzelen nog wat op het slottraject naar huis, de routes nabij de Biesbosch, en overwegen om via de Dordtse Kil te varen. Het is wel een flink stuk om, maar vermoedelijk met grotendeels wat rustiger vaarwater en een sluis minder. Een andere oplossing is om over de Afgedamde en Andelse Maas te varen en een stuk over de drukke Waal en Beneden Merwede. Van Dordrecht varen we dan via Alblasserdam naar Krimpen, Gouda, Alphen a/d Rijn naar Leiden. Het blijft puzzelen met stapels kaarten (die hebben we dan soms ook nog in heel oude en wat nieuwere versies). Tegen een uur of half twaalf bellen we Annemiek of we op de koffie zullen komen. Dat is prima. Ze woont in een oud, voormalig bedrijfspand (bouw ergens halverwege de 17e eeuw). Het is 30 meter diep en hoogstens 4 breed. Het pand wordt beneden nog steeds opgeknapt, maar de verdiepingen daarboven zijn fraai opgeknapt en grotendeels klaar. Er is een klein achterhuis, verbonden met het voorhuis door een dakterras. Overal zien we plafonds met zware, handgehakte houten balken waarop de vloeren zijn gelegd. Het is eigenlijk een gigantisch groot huis, heel kleurrijk en gezellig ingericht. Opnieuw kletsen we, onder andere over gemeenschappelijke bekenden uit het verleden en over de manier waarop zij en Chris elkaar ooit hebben leren kennen. Tegen enen stappen wij op, want Annemiek heeft ’s middags een afspraak. We zijn allemaal blij dat we elkaar weer hebben gezien. Hanneke en ik lopen via een winkelstraat terug, de St Servaasbrug over, naar een geldautomaat. (Het scheepstankstation waar we morgen willen tanken accepteert alleen contant geld.) Daarna eten we een hapje bij het ‘Piepenhuus’ en ga ik naar de boot, terwijl Hanneke de stad nog even in gaat. Even later brengt Henk de omvormer terug die ik meteen weer op z’n plek monteer. Intussen is het begonnen te regenen, maar ook alweer gestopt. Ik trek de tent dus maar weer over de kuip, voor het geval dat. Het is allemaal loodgrijs, hoogst chagrijnig weer. De komende dagen zou het nog wel slechter kunnen worden…. We nemen wat zoutjes bij de borrel maar hebben allebei eigenlijk geen behoefte aan een maaltijd. Al om acht uur is het zonder licht te donker om te lezen. Dat vind ik wel erg vroeg om al naar bed te gaan.

Dinsdag is het tegen alle verwachtingen in zonnig en droog. De tent kan dus weer weg. Om kwart over acht gooien we los, zwaaien naar Corrie en Henk en gaan op weg, Nederland in. Maastricht blijkt buiten het centrum net zo’n gore stad als veel andere steden. We passeren de splitsing, links Z-Willemsvaart, rechts het Maas-Julianakanaal. Door de keersluis, nog wat grote chemische bedrijven voorbij en dan een heel lang stuk vrijwel recht kanaal. We gaan een zandschip voorbij dat met 6 km/u achter een duwcombinatie vaart. Die kunnen we ook voorbij en dan bereiken we de eerste sluis van vandaag. Daar blijkt dat we allemaal moeten wachten op die varende zandbak, dus passeren had inderdaad geen zin. (“Ik zei het nog!….”) ook Henk en Corrie komen eraan,dus die kunnen mooi meeschutten. De sluis heeft een heel flink verval (ruim 11 meter) maar gelukkig ook drijvende bolders. Dan, na nog eens anderhalf uur de tweede sluis, bij Maasbracht. Opnieuw een hele grote, waar alle race-boten van de vorige sluis opnieuw liggen te wachten, nu tot wij eindelijk komen (en de zandboot). Direct voorbij de sluis willen we tanken bij Tullemans, een begrip in de bootjeswereld. Helaas ligt er een enorme schuit voor, dus we kunnen er niet bij…. Helemaal voor niets geld gepind! Ook Henk en Corrie zijn licht gefrustreerd, maar zij blijven hier een nachtje liggen, dus voor hen zijn er morgen nieuwe kansen! Wij willen door naar Roermond, nog ruim een uur varen. Maasbracht blijkt een veel grotere haven dan ik ooit heb geweten! Aan alle kanten liggen grote binnenvaartschepen, werven, insteekhavens. Alles is behoorlijk onoverzichtelijk! Maar ook hier slaat de schipper zich er met enige bravoure doorheen (je vaart gewoon die andere bootjes achterna). Wat verderop is opnieuw een splitsing, en dan nog één, en dan komen we bij de Linnesluis, naar Roermond. Dat is wel een hele lange sluis, maar het verval is maar een paar meter. Vanaf de sluis varen we opeens weer over een water dat herkenbaar een rivier is! Dit is dan ook de Maas. Met grote bochten, afgekalfde wallekanten, hier en daar een scheefstaande staak om een kribbetje aan te geven… Dan naderen we Roermond. Nou, dat blijkt een complete, zeg gerust overcomplete water- en buitensport-plaats te zijn! Zowat een uur lang varen we tussen campings, plezierhavens en de daarbij behorende horeca door, tot we de haveningang bij Roermond zien. Hanneke heeft gebeld en aan bakboord box nummer 252 gekregen. Net om de hoek begint het bij box 389, dus wij moeten nog een heel eind door. Uiteindelijk vinden we de box, behoorlijk ver de havengeul in. Om 14.00 uur precies liggen we vast en gaat de motor uit. We liggen recht voor de kerktoren van Roermond, maar die is niet erg bijzonder. Om die reden, denk ik, heeft de gemeente er een grote, nog lelijker torenflat voor laten zetten. (Bij gebrek aan foto’s mijn visuele impressie. Vanaf deze kant lijkt Roermond een beetje op het stukje van de Zijl bij Leiden Noord…… Alleen liggen hier veel meer bootjes voor de woonwijk.) Hanneke is intussen een zgn ‘landverkenning’ aan het doen. Dus ik zit hier te vereenzamen. Ik kan niets anders verzinnen dan nog maar een pintje, een sjekkie en nog één…. Wat moet een man ánders…. En dan komt Hanneke terug. (Poeh, dat is net goed afgelopen met mij!) In de loop van de avond verandert het klimaat. Het begint ermee dat Hanneke ziet dat de weersvoorspellingen voor de komende dagen eerst slecht, dan iets beter, maar daarna bar slecht zijn. Het gaat regenen, er komt wind, later zelfs veel regen en heel veel wind. Ik kijk ook naar de weersverwachtingen, maar zie toch een wat milder beeld, overigens ook niet echt leuk. Het is wel treurig: we hebben ons erop verheugd om nu eens de Maas af te varen en de plaatsjes en watertjes te bewonderen, maar dit weertype noopt ons tot een snelle aftocht naar cv, tv en afhaalmaaltijden, thuis. Hanneke heeft daar echt de p over in. We discussiëren over de weersite die ze gebruikt: “windkracht 4 tot 7, vrijdag 5 tot 8 en alle dagen regen!” roept ze. Maar naar mijn mening kunnen we best varen, want zij interpreteert de gegevens verkeerd. Als het dan windkracht 4 is kunnen er vlagen van 7 voorkomen en de hele dag 10% kans op regen is niet de hele dag regen. Daarover worden wij het niet eens en ook het klimaat binnen begint polaire trekken te krijgen: emoties op stoompunt, gevoel onder het dauwpunt. Kortom, tegen de tijd dat we naar bed gaan heeft onze gespreksstof een hoog ijspegelgehalte. Evenals de buitentemperatuur…

Woensdagochtend miezert het, een soort verneveld water. Bovendien waait het behoorlijk. In het zuiden ziet de lucht eruit als van een vallende avond in het regenseizoen. “Nou” zeg ik, “zo te zien wordt het vandaag inderdaad geen weer om te varen.” Op dat moment gaat – ter onderstreping – het stuifwater over in echte drupppels….. Maar tegen negen uur begint de wind te minderen, de regen stopt en er lijkt zelfs een zonnetje door te breken! “We kunnen natuurlijk de trein nemen en, als het dan over een paar weken mooi weer wordt, komen we terug en varen we naar huis!” stelt Hanneke voor. De discussie van gisteravond gaat onmiddellijk verder en op hetzelfde niveau van warm wederzijds begrip. “Met jou valt niet te praten!” “Nou, dat scheelt! Dan beslúit ik nu dat we met de grootst mogelijke spoed naar Leiden varen. En als je dat niet bevalt, dan neem je de trein maar!” “En als jij dát nog één keer zegt….” Daarna is het heel lang stil geweest op de boot, afgezien van wat mompeltjes zoals “kijk eens, nog een paar zwarte zwanen!” “Mmmmm” Maar ja, na een hele dag in dit klimaat wordt dat wel verrotte fris. Dus als wij in Wanssum direct voor een Chinees specialiteitenrestaurant aan blijken te kunnen leggen, is het ijs toch redelijk snel gebroken. De avond eindigt weer warm, tegen klef: “Jij bent absoluut onmogelijk!” “Ja, ik weet het, maar gelukkig kun jij daar altijd toch wel weer mee overweg!”……

Donderdag valt het weer alleszins mee. Om acht uur varen we naar de dieselpomp en tanken de boel vol: 68 liter gaat er bij. Dan weer op weg, de Maas op. Het eerste stuk is er wat meer vrachtverkeer dan gisteren. Na de eerste sluis in Swalmen neemt dat iets af, de tweede is bij Grave, dan wordt het heel erg rustig en de laatste sluis bij Lith is er nog nauwelijks verkeer. Een groot deel van de dag is er ook wat zon, maar tegen de middag verdwijnt die helemaal. Ook hier is de Maas een grote, mooie rivier met hier en daar wat lelijke plekken industrie, maar ook veel schilderachtig mooie plekken en doorkijkjes. Om vijf uur varen we een plas bij Kerkdriel op en parkeren aan een vingersteiger. Als Hanneke om half zes naar de havenmeester wil lopen blijkt het terrein afgesloten met een stalen hek. Ze heeft haar telefoon niet bij zich en komt terug om de havenmeester te bellen. “Ik wilde naar het havenkantoor, maar kan het terrein niet af.” meldt ze. “Dat klopt,” antwoordt de havenmeester, “want ik ben er niet…. Ik zit te eten….” Dat is voor ons niet echt handig, want broer Ernst komt vanavond voor een tussenstop op de boot. Hoe moet die er dan in? Er volgt een wat warrige uitleg over het omzeilen van een bloembak, een knop ergens indrukken, en dat alles in plat Brabants. Gelukkig komt er tegen negen uur ’s avonds een aardige jongeman op de boot naast ons. Hij blijkt daar min of meer op te wonen, “want een huis kopen is te duur”. Als Ernst belt dat hij voor de haveningang staat helpt die jongen ons om Ernst erin te laten. Dat wordt dan natuurlijk een heel gezellig avondje, totdat de kapitein fysiek en geestelijk instort en in bed onmiddellijk alle grip op de werkelijkheid verliest: dromenland. (Tsja, pilletje vergeten….)

Vrijdagochtend regent het totdat het gaat miezeren, totdat het weer gaat regenen, en zo voort. De kikkergod is de kikkers welgezind, maar dat bevalt ons niet bijzonder goed. Vandaag kunnen we beter overslaan! Morgen gaan we, als het iets minder slecht weer is, richting Dordrecht (zo’n 70 km), vandaar via Krimpen naar Gouda en dan naar huis.
We ontbijten en Ernst maakt zich klaar om te vertrekken. Hij gaat Pierre, Maurice en hun moeder in Limburg ophalen en naar huis brengen. Alle drie zijn ernstig in de lappenmand, dus dat is een wat moeizaam en tijdrovend karwei. Hanneke loopt met hem mee tot bij de havenmeester. Daarna gaat ze even in het plaatsje kijken en boodschappen doen. In de tussentijd kan ik het logboek een beetje bijwerken. Over vandaag – dat kan ik nu al voorspellen – valt niets interessants meer te vertellen.

 

 

1 sept – Ruik ik stallucht?

Het is die vrijdagmiddag, 25 augustus, niet meer gaan regenen in Monthermé, op een miezerig buitje van 2 minuten na. We kijken uit op een rij keurig naast elkaar geparkeerde campers, elk met 1 meter tussenruimte. Langs de gloednieuwe havenkade staan vrij nieuwe, vrij luxe huizen, steeds twee onder één kap met een parkeerplaats elk. Het valt mij op dat het gebruik van bouwmateriaal hier nogal anders is dan we tot dusverre zagen. Hier zien we veel gebouwen en woningen met muren van min of meer op elkaar gelegde platte stukken natuursteen, een soort leisteen-achtig materiaal. (Blijkbaar is dit een vrij lokale bouwwijze, want verder noordelijk hebben we dat niet meer gezien.) Duurdere woningen en gebouwen zijn soms gemaakt van blok-achtige stenen van allerlei formaat. Moderne woningen worden ook vaker gemaakt van gezaagde of gesorteerde, gehakt stenen blokken. Soms zien we woningen die gepleisterd zijn, waartegen een soort flagstones zijn geplakt, waardoor een heel ander soort figuren ontstaat. Gebakken metselstenen worden hier blijkbaar vooral gebruikt om de buitenranden van ramen en deuren en rookkanalen van schoorstenen te metselen. Hanneke gaat op zoek naar de supermarkt, maar vindt alleen een kleine épicerie die pas uren later weer open gaat. Dus zijn we op de voorraden aangewezen. Ze fabriceert van uien, paprika, knakworst en wat saus een onverwacht verrukkelijke ‘penne regate’. Morgen eten we die weer, want het is een enorme hoeveelheid!

Zaterdag mist het behoorlijk. Die mist hangt tot een meter of twintig boven het water en de bebouwing, daarboven zie je alleen heel lichtgrijs. De heuvels / bergen zijn nauwelijks te zien. Hanneke wil dus nog niet weg, want het komende stukje maasvallei is ‘het allermooiste stukje’ en dat wil je dus niet missen. Overigens zie je op de kaart wat een bizarre route we varen: de Maas lijkt wel een route met haarspelbochten. Soms varen we vier kilometer bochten om één kilometer dichter bij huis te komen! Tegen half tien begint de mist op te trekken. We varen opnieuw over brede stukken, maar ook over hele smalle ‘derivations’. Dat zijn slootjes om een eiland heen, waarachter een stuw ligt. Aan het eind van de derivation ligt dan een sluisje. De Fransen zijn flink bezig met die stuwen: sinds we op het Canal de la Meuse varen zijn alle stuwen in verbouwing! En dat zijn er nogal wat! Later hoorden we van een Belg die hier woont, dat ze overal ‘balgstuwen’ aan het aanleggen zijn. Dat zijn opblaasbare stuwen, zoals er ook een hele grote in de Nieuwe Waterweg ligt.
Het weer blijft aardig, later zelfs zonnig, tegen alle voorspellingen in. De heuvels om ons heen worden steeds steiler en hoger en zijn heel dicht bebost. Fenomenaal en weer volkomen anders is het hier dan langs de vorige rivieren! We passeren een paar rotsen die, volgens oude volksvertellingen, ooit drie jonge vrouwen waren die, omdat zij iets vaags buitenechtelijks deden, in zoutpilaren of zo zijn veranderd. Dat is dus het mooiste stukje…. (Dat dan weer wel!) We varen hierna Revin voorbij en komen tegen tweeën bij Fumay. We willen stoppen, maar bij het inparkeren lopen we onverwacht op de keien. Dat gebeurt op drie verschillende plekken, hoewel het hier 1.80 zou moeten zijn. Enigszins teleurgesteld (ik) en met de pest in, varen we door naar een plaatsje met een kleine steiger Haybes (spreek uit ‘ebbe’). Daar kunnen we wel aan de steiger, net aan: de dieptemeter zegt 1.30 meter. Het blijkt een heel mooi en vriendelijk dorp te zijn, dat in de WO I grotendeels verwoest werd. Daarna is het helemaal herbouwd, van bloemrijke perkjes voorzien en nu is het een ‘beschermd dorp’. (We hopen dat dat helpt.)
Deze nacht aan de kade gaat ons wel de somma van €5.10 kosten, maar dat is inclusief toeristenbelasting! En dan hebben we dus nog het ‘restje’ pittige pasta. Daarna kunnen we geen pap meer zeggen. Als we wat zitten ‘uit te buiken’ komt een man voorbij die we groeten met “Bonsoir”. “Goeienavond” zegt hij. (Dat overkomt ons nou wel vaker, een Hollander dus!) Even later wandelt hij terug en vraagt of ik “toevallig weet waar deze rivier naartoe gaat?”. (Nou, gelukkig wel zeg!) Mijn wraak is zoet! “Naar Maastricht. Dit is de Maas.” antwoord ik. En ik ga tevreden slapen.

Zondag vroeg is het opnieuw mistig. Dat schijnt hier vaak voor te komen. Ik mail wat heen en weer met Peter en Yolanda van de ‘Funny girl’ in Griekenland. Peter heeft in het verslag over de problemen met de keerkoppeling gelezen en doet verschillende suggesties. Toch ook prettig dat anderen meedenken! Hanneke gaat intussen brood halen en ziet dat ze een marktje aan het opbouwen zijn. Het blijken maar twee stalletjes te zijn. Eén van de stalletjes verkoopt vers gegrillde kip, maar die is pas om half elf gaar. Aangezien we vandaag naar Givet varen, en dus niet zo ver gaan, kunnen we best wachten tot half elf. En zo een gegrild kippetje gehaald en dan gaan we op weg. Dit is langs het punt waar een paar weken geleden een schip door een stuw is gevaren…. We gaan de Maas weer op en het landschap verandert een beetje, het heuvelland wordt wat lager. We passeren het punt waar de doorbraak van de stuw gebeurd schijnt te zijn, maar we zien er niets van. Dan komen we bij – zo te zien – de laatste uitloper van de Franse Ardennen. Daar is ook de tunnel van Ham, een smal, donker, dreigend gat. Ruim 500 meter. Nou, dat valt dus wel mee. Het is er inderdaad aardedonker en smal, maar het gaat. We zijn er zo door heen en komen uit bij een sluisje en dan een heel breed stuk water, begrensd door een hoge, steile helling van leisteen of steenkool. Bovenop staat als een soort kartelrand een enorm uitgestrekt grauw fort. Aan de voet daarvan is een viswedstrijd aan de gang. Soms wordt in Frankrijk de hele scheepvaart dan verboden, maar wij hebben dat bericht gelukkig niet gezien. We leggen om 14.45 uur aan in Givet, aan een hoge kade, vlak voor een café. Daaruit klinkt de hele middag Clearwaters Credence Revival. De eigenaar heeft blijkbaar een uitgesproken voorkeur, want we horen ook echt niets anders… Dát en een beetje drukkend weer zijn geen goeie combinatie. We gaan dus het plaatsje Givet bekijken. Het centrum is piepklein en de rest oogt bloedsaai. Ook Givet is een beetje armoedig. (Ik heb begrepen dat deze hele streek ernstig heeft geleden onder het vertrek van veel industrie, met name auto-industrie.) Intussen begint het een beetje te regenen, dus we gaan terug. Op de boot ga ik de kip redelijk kundig onleden. Met de bijgeleverde gebakken aardappeltjes en uien met een groene peper (hot, hot, hot!) en Hanneke’s lofsla eten we beter dan we het tot dusverre te vaak in de Franse horeca hebben genoten. ’s Avonds bespreken we het volgende traject: Dinant, Namen, Huy, Luik, Maastricht. Hanneke vraagt zich af hoe dat straks gaat in die grotere sluizen, met vrachtvaart erbij en vanaf nu zonder afstandsbediening. Mij lijkt dat niet bijzonder anders dan wat we vaker hebben gedaan (alleen de laatste 200 sluizen nou net niet). En dan gaan we op tijd te kooi, want ons wacht morgen opnieuw een dag vol belevenissen en ontdekkingen!

Maandag 28 augustus is het zonnig en iets wazig boven het water. Hanneke wil brood halen, maar de bakker is op vakantie, de concurrentie failliet en de Carrefour opgeheven. Een heel fleurig capitainerinnetje komt €3,05 innen. Als we naar een alternatieve bakker vragen blijkt alleen die aan de overkant nog te bestaan. Dat is te ver. We vertrekken om half tien. Tegen tienen komen we bij een grote sluis: de laatste in Frankrijk. Ik roep ze vier keer op, eerst op kanaal 18, volgens het boekje, daarna op kanaal 10. Uiteindelijk zien we beweging en horen we via de marifoon dat hij gaat klaarmaken. Dat duurt en duurt, maar tegen half elf kunnen we erin. Dan het schutten nog. Ook dat duurt erg lang, maar het is dan ook een hele grote sluis…. Helaas, dit blijkt vandaag het toonaangevende patroon. Elke sluis lijkt te moeten ontwaken, dan laten vollopen door een heel klein gaatje en dan weer leeg laten lopen door een nog kleiner gaatje. (De hoeveelheid water in zo’n sluis is wel ongeveer een heel zwembad vol.) vanaf de Franse grens, in België dus, ziet het er toch echt een beetje anders uit. Er is vaak veel meer bebouwing langs het water, vrij luxe ook en vaak van gemetselde gebakken bakstenen. Maar er zijn ook een paar stukken oever met donkere bossen, tot hoog boven ons. Want het wordt hier al snel ook weer hoger en steiler. Hier en daar zien we loodrechte rotswanden, dan weer dennenwoud. De rivier is breed hier en maakt ook hier weer hele lange bochten. De diepte is vaak vijf meter of meer. We komen uit een sluis, vlak voor een bocht en zien dan een hele rij vrij grote, twintiger jaren hotels. De eerste paar zijn verlaten en een grote veranda en een dak zijn gedeeltelijk ingestort (er hangt een bordje ‘Te Koop’: zeker vergeten mee te nemen…). Daarnaast is er ook één die er beter uitziet, duidelijk in gebruik! Vreemd, want dit plekje oogt toch wel vreugdeloos (Hotel California….) Dan komen we voorbij een paar heel hoge, loodrechte rotswanden die als potscherven uit de bodem opsteken, haaks op de rivier. Ze zijn tientallen meters, misschien wel honderd meter hoog, smal als een gemetselde muur, maar met lagen die vertical van beneden tot boven evenwijdig lopen. Direct daar om de hoek, aan de overkant op een vlak stuk grond ligt een enorm kasteel met daarachter nog meer bijgebouwen: het kasteel Freyr. Ook tussen Maastricht en Luik staat zoiets, maar deze is enorm! Er omheen zijn strak geknipte heggen en gecultiveerde tuinen met beelden en een fontein, zien we vanaf het water. Erachter, kilometers in de omtrek ligt bos, ruig woud, zo te zien. En dan komen we weer een volgende bocht om en dan zien we aan de overzijde een leuk yuppenwijkje, met rond elke woning een paar hectare gemaaid gras en keurige heggen…. Hanneke krijgt een paar berichtjes op haar telefoon en leest die voor. Wel leuk om te horen dat vrienden mijn stukjes met plezier lezen en ook bijzonder geraakt waren door mijn poëtisch moment van een paar dagen terug. Dan komt de laatste sluis van vandaag in beeld. De sluiswachtster antwoordt per marifoon sneller, maar de sluis loopt nog langzamer vol (en weer leeg als wij erin liggen.). En het is warm geworden, niet lekker mediterraan warm, nee zompig Hollands, klam warm…. Vanuit de sluis gaan we de laatste bocht om en zien dan Dinant. En we blijven Dinant zien, want we varen een paar kilometer door en dan is het nog steeds Dinant… Het plaatsje kan best leuk zijn, de kade is evenwel in grondige restauratie, kilometers lang. Daar komen we achter wanneer we Dinant eindelijk uit dreigen te varen. Hé, hier zou voor de volgende sluis toch nog een ligplaats zijn? Nou, kennelijk niet meer…. En dus twee kilometer terug, waar we een pontonnetje zagen met nog één open plekje. Daarna gaan we toch even in het stadje kijken. Het is wel klein (drie straten breed), maar toch echt wel een stadje. Er staat een kerk met een ui-vormige toren. Die kerk blijkt bij binnenkomst verrassend ruim, licht en plezierig. Er hangen oeroude, maar ook wat modernere geloofbetuigingen en het zuidelijke glas-in-loodraam is indrukwekkend. We besluiten niet de kabelbaan naar de citadel boven de stad te nemen. Wel bekijken we nog even allerlei saxofoons in monsterformaat die, ter nagedachtenis aan Adolphe Sax die hier geboren is, op allerlei plaatsen staan. In een tabakswinkel worden we verrast doordat we in het Nederlands worden aangesproken. Dat is wel even wennen! Dan lopen we terug naar de boot. We praten even met een Scheveningse achterbuurman, wiens boot in Leiderdorp de thuishaven heeft. We spreken af om morgenochtend samen op te varen naar Namen met een hele vloot motorbootjes, omdat dat bij sluizen veel sneller werkt. Tegenover onze plek aan het ponton loopt een spoorlijn. Af en toe zien we een pssagierstreintje, maar veel vaker hele lange goederentreinen. Daar gaat flink wat spul heen en weer! ’s Avonds laat tuft daar een trein langs met misschien wel 80 wagons met nieuwe auto’s, allemaal precies hetzelfde, alleen het kleurtje verschilt.

Om zeven uur gaat de wekker. Meestal ben ik die ruim voor, maar vandaag niet. Hanneke gaat een broodje halen. Het is stokbrood, maar niet Frans en dat is het dus nét níet. Om kwart over acht gooien we los. Met drie, later vier bootjes, gaan de sluizen inderdaad vlotter dan gisteren, zelfs als we in vier van de zes sluizen een tegenligger hebben. Bovendien zit Theo de Scheveninger er aardig de kuierlatten in: voor het eerst sinds Lyon draait de motor af en toe 1800 toeren (de rest meestal 1400 of 1500 toeren, dwz zo’n 8 km per uur.) De Maas wordt hier een soort Vecht, met luxe kasteeltjes, links en rechts. Vlak bij Namen wordt de oostelijk oever ook een stuk platter. In de stad Namen liggen we aan de Maasboulevard, die eigenlijk Boulevard de baron de Moreau heet. Lekker centraal denken we nog, maar ook een beetje lawaaierig, want de autoweg loopt hier langs. We blijken recht voor het casino te liggen, maar daar merken we niets van. Wat later blijkt dat juist de overkant veel winkeltjes etc. te bieden heeft. We verwachten hier twee dagen te liggen, want er is slecht tot bar slecht weer voorspeld. Dan kunnen we beter een goed warenhuis, een kerk of desnoods een gezellig warm café opzoeken…. Als ik op een bankje bij de boot zit, scharrelt een donkerbruin-zwarte eekhoorn onder mijn benen door. Ik ben meer verrast dan hij: hij trekt zich niets van me aan. ’s Avonds gaan we bij een Chinees restaurant eten. Dat is een beetje een afknapper: de zwarte pepersaus is ‘rauwe ketjap’ en Hanneke’s Cantonese saus is mierzoet van de suiker. Behalve wat uien is er geen groente te bekennen. Daarna lopen we even de brug over naar de capitainerie. Daar is – in een voormalig stuurhuis van een groot scip – een barretje gemaakt. Omdat ze geen terras hebben, zijn er een hard soort met lucht gevulde puzzelsten aan elkaar gelegd. Het geheel is nogal beweeglijk. Als je erover loopt lijkt het wel een heel groot luchtbed. We drinken een biertje, maar om 22.00 uur sluiten ze. We gaan terug naar de boot. Daar overleggen we: morgen wordt het slecht weer en dan wil Hanneke een dagje de oude stad bekijken, daarna wil ze nog graag een dagje Luik bekijken en Maastricht en de grindgaten in Limburg en….

Woensdag klatert er een stevige bui op het dak om zeven uur. In de verte hoor ik gerommel. Dat is zoals was voorspeld. Om acht uur is het helemaal droog en om negen uur wordt het zelfs wel aangenaam. De weersvoorspellingen zijn onverwacht sterk verbeterd. Hanneke zegt “Zullen we gaan? Ik zie aan je gezicht dat je veel liever weg wilt!”(ik heb geen woord gezegd, niet chagerijnig gekeken….?) “Nou, eigenlijk een prima idee!” antwoord ik dus. En zo gooien we om 9.15 los. Helaas zien we op dat moment een enorme kolos van een duwbak uit de splitsing met de Sambre komen…. En, zoals dat altijd wordt voorspeld: die blijft de hele dag voor ons hangen met een snelheid van 7 km/u…. Hanneke wordt heel paniekerig van die enorme boten waarnaast we liggen in de sluis. Na de 2e sluis krijg ik daar toch wel een ietsie het zuur van! (Het is wel geconcentreerd sturen om met die schuiten en hun motorgeweld en de achterop komende golven netjes aan te leggen, dus dan dragen keukenmeidengeluiden niet echt bij aan de gemoedsrust. Er vallen enkele minder vertogen woorden (“Bij het volgende station ga je maar verder met de trein, oid….”) Om kwart over twee bereiken we Wanze (bakboord) en Huy (stuurboord). We sukkelen nog steeds achter die duwbak, maar achter ons is net een snel varend Hollands vrachtschip opgedoken. Wij houden in, omdat er een haventje ligt aan de overkant en dan ga je niet vlak voor een vrachtschip langs. Het vrachtschip houdt in omdat hij ons wél, maar de duwbak niet wil passeren, vlak voor een bocht. Wij langzamer, hij ook… Een impasse kun je wel zeggen. Pas als ik de motor in z’n achteruit zet, vaart deze schipper ons langzaam voorbij. Het haventje blijkt een hele nauwe ingang te hebben, met daarachter een klein, diep, heel charmant jachthaventje met vingersteigers en een kom voor de ‘Visiteurs!”. Deze haven is met recht gunstig gelegen: direct onder een café-restaurant met volledige vergunning….! Dat blijkt tevens de capitainerie! Om vier uur regent het heel even, en later nog wat meer, noem het gerust hozen. De kok, tevens echtgenote van la Capitane, blijkt een gezellige man. Hij maant Hanneke erop toe te zien dat ik nog hoogstens één biertje neem, voordat we daar komen eten! We gaan op het terrasje zitten. Achter, voor of naast ons (?) zit een vreemd gezelschap: een stuk of zes volkomen verschillend geklede dames (één in een jurkje met gouddraad en glitters, een ander in een soort Oostenrijks jurkje met heel erg veel kant, dan één meteen overgooier in helle tinten met hier en daar fluorescerende strepen, dan een dame met een strakke spijkerbroek, een mannenoverhemd en plompe rubber boerenlaarzen met twee flinke honden en tenslotte een ‘mevrouwtje’, misschien de moeder of oudste zuster? Dan zijn er twee mannen: een soort ambtenaar die niet erg op z’n gemak is en een verlopen, langharige en baardige kunstenaar of een mislukt genie, nog veel minder op zijn gemak. Tot slot zijn er nog wat kinderen. Deze ‘club’ heeft direct naast de deur van de bar naar het terras een hele rij tafeltjes tegen elkaar geschoven, zodat ze gezellig bij elkaar…. Om vanuit de bar bij de rest van het terras te komen moet je dus om die rij heen, van het terras af en daar voorbij er weer op…. Echt gezellig is het nog niet, geloof ik, maar dat komt vast…. Wij zitten dus ook op het terras en bestellen wat. Als we net zitten te eten begint het natuurlijk te regenen. Eerst een beetje, zodat ik wat zuinigjes omhoog kijk. Maar dan wordt het al snel menens! Jammer, maar dan gaan we maar snel binnen zitten. Tsja, dat gezelschap is ook op dat idee gekomen. Er wordt druk met tafels geschoven, maar zo’n rij vinden ze eigenlijk toch niks! Dus gaan ze een eindje verder opnieuw schuiven met tafels en stoelen…. (Het is een behoorlijk grote ruimte, maar toch is daarvan al snel de helft ongeveer in gebruik voor een experimentele herschikking.). Uiteindelijk komen ze tot de geniale oplossing: een vierkant, bestaande uit vier tafels. Daar horen ook stoelen bij, liefst van die comfortabele”…. Maar dan moet de tafelschikking nog plaatsvinden. In dit geval wordt daarover niet gesproken, maar vindt die plaats langs een natuurlijke weg: mensen schuifelen ogenschijnlijk doelloos rond en ploffen dan plotseling op een begeerde plek…. (Tsja, dit soort afwijking, het zíen hiervan, ontstaat na jaren groepsprocessen te hebben mogen aanschouwen.) Het geschuifel en de minieme reorganisaties zijn nog niet afgelopen, en dan komen toch de bestelde gerechten…. Het rare is ook dat ze nauwelijks met elkaar praten. (Ik kan wel zeggen “hoogst interessant!” Volgens mij is dit een gezelschap waar echt, echt, helemaal niemand ook maar iets met één van de anderen te maken zou willen hebben! En hoe krijg je in vredesnaam dan zo’n selecte club bij elkaar?) Het moment dat het dan toch gezellig werd heb ik niet meer gezien…… Toen waren wij al weg.
Gelukkig houdt het dus ook weer een keer op met regenen en dan gaan wij naar de boot. Na water tanken (voor mij een natte douche door een losgeschoten leiding) drinken we nog wat en gaat Hanneke vroeg naar bed. Ik vind dat deze belevenissen – bij gebrek aan iets substantiëlers – maar het verslagje van vandaag moeten vormen. Morgen gaan we op weg naar Luik.

Donderdgochtend regent het als ik wakker word. Dat gaat dan tegen acht uur over in miezerige druil, maar erg best zijn de voortekenen niet. Het is 12 graden, dus verrotte koud. Toch, tegen negen uur houdt het regenen een kwartiertje op. De eigenaar van de Ouzo 2 (“de vorige eigenaar kon de “h” niet uitspreken….”) wil graag met ons opvaren en komt vragen hoe laat we willen vertrekken. Uiteindelijk wordt dat 9.45 uur. We passeren Huy, wat groter is dan ik had gedacht. Het heeft een lelijk kubusvormig blok als ‘citadel’ en daaronder een bijna net zo lelijke kerk met een heel erg plompe toren. Af en toe valt er een buitje of miezert het, maar erg is het niet; wel somber. Dan komen we bij de eerste sluis: die gaat ontzettend voorspoedig. Daarna komen we langzaamaan in een gebied waar midden in ‘voormalige natuur’ nogal viezige chemie-achtige fabrieken langs het water staan. Tegen twaalf uur komen we bij de tweede sluis. Er ligt een heel groot binnenvaartschip uit Raamsdonk in. De Ouzo gaat er vlak achter liggen, maar het schip heeft z’n motor nog aan en ze worden door het schroefwater tegen de kade gegooid. Ik wacht tot de motor uit z’n werk is om aan te leggen, maar er staat zoveel stroming dat het niet anders lukt om aan te leggen, dan vlak achter en iets naast het achterschip. Meteen gaat de sluis dicht. Dit is toch wel een erg onprettige siruatie, want als die grote bak van de kant af draait raakt onze boegspriet zeker in de knel, en daarmee ook onze mast… Dit is onprettig spannend! We zakken meer dan 5 meter. Als de sluis open is, gaat het enorme schip vrijwel zonder een rimpeltje te veroorzaken naar voren en pas 10 meter verderop in z’n werk. Hulde voor deze schipper! Daarna volgt een reeks bochten tussen hoge en oersaaie stenen kademuren. Die bochten zijn onoverzichtelijk omdat er verschillende baggerschepen midden in de vaargeul liggen, maar alle verkeer er aan de oostzijde langs moet. Nog geen twee uur later varen we door een vrij modern of stevig opgeknapt stuk Luik en zien we de ‘jachthaven’. Dat is – ook hier – een stukje door een stenen kade – schuin afgescheiden Maas. Als we om klokslag twee uur hebben aangelegd blijkt dat we pas om drie uur naar de capitainerie en de stad in kunnen, doordat de toegangscodes niet goed werken. Gelukkig is het zonnetje vanaf een uur of één doorgekomen en wordt het wat minder onbehaaglijk. Voor de haveningang staat een fascineren beeldhouwwerk: een gebogen voetstuk in een kwart cirkel met daarom een figuur als een deel van een accolade. Pas na een tijdje zie ik dat het een accrobaat of een schoonspringer is die op het puntje van een springplank balanceert. (Later hoor ik dat het heet de ‘Plongeur’ = duiker of schoonspringer.) De dame van de capitainerie blijkt ook hier erg aardig en hulpvaardig, hoewel haar Nederlands nergens op lijkt, af en toe vooral op frans “Duits” lijkt. Dus liever in het Frans. Hanneke gaat de stad in. Als ik weer op de boot zit hoor ik een scheepsmotor gestart worden en met een heel hoog toerental blijven draaien. Het is een oud opgelast stalen motorbootje waarop een vrij jonge vrouw in haar eentje heel driftig bezig is met touwen en zeildoek. Ik heb de associatie van een vrouw die er met het bootje van haar (ex)vriend vandoor gaat omdat hij het heeft uitgemaakt. Achteraf vermoed ik dat dit is omdat ze een jurkje draagt, geen spijkerbroek of zo. Even later hoor ik de motor weer brullen en zie dat dat bootje een eindje naar voren gaat en dan naar achteren vaart, met de motor nog steeds heel hard draaiend. Raar! Met zo’n vaart door een smal haventje, en dat achteruit! …. En ze komt nu toch echt wel met een rotgang naar achteren. Ik zie haar het roer eerst helemaal de ene kant opdraaien, dan de andere kant en – met rollende ogen – weer terug. Onze buurvrouw van de Ouzo 2 roept nog “Pas trop vite!” Maar het bootje loopt inmiddels zo’n 10 km per uur en luistert zichtbaar niet meer naar z’n roer! De dame vloekt hartgrondig en duikt opeens naar binnen. Intussen begint het bootje een flauwe bocht te beschrijven, gelukkig wel in de richting van de aan vingersteigers geparkeerde bootjes aan de overkant. En dan: ja hoor! Met 10 km per uur ramt ze een wat uitstekende, houten ‘boegplateau’ van een scharminkelig polyester motorbootje. (Dat bootje is zo te zien met plastic schrootjes door een magere man met baard tot woonverblijf verklaard…..) Ik hoor een gil van binnen, de dame verschijnt weer en gelukkig gaat de motor uit. Door de klap iets afgebogen, vaart dit scheepje nog tegen een andere boot, maar de vaart was er al uit…. In afgrijzen staat ze te staren naar wat ze heeft aangericht…. Er komen nu allerlei andere mannen hulpvaardig (?) aanhollen. (Waar die zo opeens vandaan komen?) Het bootje drijft nu hulpeloos los in de haven. De dame zoekt en vindt touw: in de vorm zoals wel vaker voorkomt, namelijk een grote knopenboel. Gelukkig hebben hulpvaardige Noorse overburen lange, vervaarlijke pikhaken, maar ze halen haar toch wel naar onze kant. Ze komt even later vanaf de walkant de schade aan de overkant bekijken en – in het voorbij gaan – verzekert ze mij snel dat ze niet meer gaat varen…! “Er was een motorprobleem….” (“Oui, je comprend….” Nu kan ik gerust gaan slapen…) Het motorbootje aan de overkant heeft zo te zien niet eens echt grote schade: het hout van het ‘boegplateau’ met een kantelbare ankerrol (en een flink anker) was al volkomen verrot, zie ik hier vandaan. Maar ja, nu is het plateau echt kapot en dat was het daarvoor nog niet…. Dat gaat vast centen kosten. Ik hoorde haar nog zeggen dat ze ook niet verzekerd is…. (De schipper van deze gekwetste neus mag trouwens van geluk spreken dat hij daarmee niet meer kan ankeren! Levensgevaarlijk!) En, opnieuw blijkt, dat elke nieuwe haven z’n bekoring heeft!

Vrijdag is het 1 september. We zijn nu 2,5 maanden van huis weg en technisch gesproken bijna “thuis”. Nog één grote sluis naar Nederland en dan nog een stuk of zes gewone ín Nederland. Na zo’n 300 sluizen stelt dat niets meer voor.
Vannacht heb ik bedacht dat ik al die tijd al had willen schrijven over de fietspaden en-routes lang de rivieren. Die fietsroutes zijn net zo mooi als onze vaarroute! Langs elke rivier ligt een (vrijwel altijd goed onderhouden) fietspad dat in Frankrijk alleen door fietsers en de auto’tjes van de VNF mag worden gebruikt. Vanaf Lyon heten die fietspaden de ‘Via Rhona’. Daarna weet ik de namen niet, maar in Noord Frankrijk en België worden ze aangeduid met de ‘Voie Verte’. Ze lopen steeds in de buurt van de rivier of het kanaal en bevatten dus geen klim-partijen of bergetappes. Bij steden zijn ze over het algemeen goed aangegeven. Langs deze routes staan af en toe picnic-tafels of bankjes. We zagen onderweg ook veel mensen die ‘ergens in de bush-bush’ hun tentje hadden opgezet.
Hanneke gaat om half tien naar de vlooienmark op de andere oever. Dat is nog wel een eindje lopen, dus dat ga ik niet doen. Bovendien heb ik ook wat minder lol in zo’n rommelmarkt. Terwijl Hanneke zich daaraan onbeperkt kan vergapen, ben ik al heel snel uitgekeken op wat andermans zolder jarenlang heeft mogen verbergen. Tegen het middaguur begin ik me wat te vervelen en besluit vandaag ons logboekje maar eens vroeg te posten. Na alle belevenissen van afgelopen week kan er eigelijk niets meer gebeuren dat mij vandaag opwindt.

net nadat ik dit heb opgeschreven hoor ik allaal sirenes loeien, door de echo’s in de haven verveelvoudigd. En tot mijn verbazing komen er één, twee, drie, vier brandweerauto’s, waaronder een ladderwagen de havenpier oprijden met zwaailichten en toeters en bellen! Onder begeleiding van een heleboel hollende mannen, sommige met een zemplankje, rijden en rennen ze helemaal naar het eind van de pier, de haveningang. Daar blijven de auto’s staan. Wat er gebeurt is mij onduidelijk, het is minstens  200 meter verderop. Het duurt maar even en dn zijn ze weer vertrokken… Nou ja, opwindend?……

 

 

 

 

25 aug. – Voortmodderen

Nadat ik vorige week vrijdag 18 augustus mijn schrijven over het logboekje op de post heb gedaan ben ik zwaar gekapitteld door de bemanning. Tot twee maal toe had ik iets met dt geschreven waar alleen een t mocht, ofzo…. Dat was ten tweede male die week, nadat dochter-kroost ook al had opgemerkt dat ik met dikke vingers begon te typen. Ik hep dur beroert van geslaape!

Zaterdag 19 augustus gooien we om 8.35 los. We hebben vandaag zo’n 14 sluizen voor ons liggen en daarna, optioneel, nog heel wat. De eerste sluis is ca 300 meter verder en daar blijken we te moeten wachten tot 9.00 uur…. Nou, ja, om 9.15 zijn we door de sluis en op weg naar Reims. Het eerste stuk is weer een soort idyllisch riviertje. Allengs zien we door de bomen bedrijfsgebouwen schemeren. Naarmate we dichter bij Reims zijn neemt het aantal trimmers (eigenlijk vooral -sters) toe, evenals in Reims: honderden, zo niet duizenden, passeren ons. Sommige alleen, enkele als paar of drietal, maar ook hele groepen. Het valt Hanneke op dat ze allemaal zo leuk-sportief gekleed zijn, niemand zoals ik in spijkerbroek of zo. De meeste groeten, zwaaien of lachen ons toe. (Het zonnetje schijnt zo gezellig.) Door Reims varen is niets anders dan door de buitenwijk van een grote stad varen: veel zooi, bedrijven, schepen en scheepswrakken, autowegen, knetterende brommers, nieuwe en afgedankte bedrijfsbouwen… Ook nog drie kleine sluisjes in de stad zelf. Niet bijzonder leuk. Eén momentje zegt Hanneke tegen mij “Kijk, de kathedraal!” Maar als ik kijk is hij alweer aan het zicht onttrokken door een viaduct. Daarna een stuk met industrie, daarna zelfs zware staalindustrie en dan nog maar een smal slootje van aanzienlijke lengte langs een vuilstortplaats. De dunne rij bomen vermag niet dat aan onze blikken te onttrekken. Dan wordt het weer een breder kanaal, zo breed zelfs dat we na de eerstvolgende sluis een tankschip zien dat voor ons uit vaart. We besluiten een uurtje te stoppen voor een boterhammetje. Dan opnieuw op weg. Al na een stuk of vijf sluizen zien we hem weer bij de volgende sluis. Intussen dreigt er een zware bui. En het blijft niet bij dreigen. Net als we besloten hebben om te kijken of we langs de kant kunnen aanleggen begint het te hozen. Wij kunnen niet bij de kant komen. Twee keer liggen we een meter van de kant op keien te bonken en dan besluiten we dat ik terug ga naar het laatste sluisje, nummer 4, Alger. Daar is een aanlegplek, overigens is die, meen ik, niet op de kaart aangegeven. We zijn het zat, drijfnat en hebben dorst! We gaan heel vroeg slapen want ik krijg heel erg melige rijmgedachten (Een krekel knispert door mijn geest, zo’n waardeloos knerpend teringbeest. Krak! Nu is het gewoon wat platte prak.)

Zondag vertrekken we net over half negen. Het is echt verrotte koud! Het blijkt 12 graden te zijn. We naderen de poolcirkel sneller dan ik dacht… Ik had de afgelopen dagen al gemerkt dat de keerkoppeling toch niet goed pakt, ook nu weer, nadat ik hem had bijgesteld. Dat probleem is kennelijk niet opgelost. Pas wanneer hij een tijdje in z’n werk staat gaat de schroef meedraaien, eerst slippend en dan beter. Dat is heel zorgelijk aangezien we nog 102 sluizen te gaan hebben… Ik zoek opnieuw op internet naar ervaringen, maar wat ik tegen kom is niet bemoedigend. We varen met Henk en Corrie tot de eerste sluis op het ‘Canal lateral de l’Aisne’, het begin van het ‘Canal des Ardennes’. Die sluis blijkt in storing te zijn. We moeten een uur wachten voor we er door kunnen. Henk en Corrie gaan eerst. Daarna varen we tot een dorpje ‘Asfeld’. Henk en Corrie zijn na hun eerdere schut verder doorgevaren. We sturen ze een Sms-je. Een Engelsman helpt ons aanleggen. Hij vertelt dat boven Givet, in België, van 15 sept. tot 15 okt. geen doorvaart mogelijk is. Bij de VNF weten ze dat niet, want het probleem daar is in België…. Dat is voor ons nieuw, maar we kunnen nergens een bevestiging vinden. (Goddank!) Wat een leven is dat hier, als binnenvaartschipper? Zo kun je toch je brood niet verdienen?
Ik ga toch nog maar een poging doen om de keerkoppeling beter werkend te krijgen. In elk geval schijnt nu de zon (vanochtend was het 12 graden, nu om 15.00 al 17!). Als de motor is afgekoeld ga ik opnieuw de keerkoppeling bekijken. In z’n achteruit geen speling, vooruit ca 3 mm. Ik verstel de kabel circa 1.5 mm en start de motor om te kijken of hij vooruit en achteruit pakt. Dat lijkt zo te zijn, dus ik hoop er het beste van. Morgen gaan we naar Rethel, zo’n 20 km verderop, dan gaan we de boel voorzichtig uittesten. We liggen aan een kade’tje net voorbij een brug naar dit dorp. Vier knullen komen een aantal keren met 70 km voorbij over een grindpaadje met motoren zonder knaldempers. Vervelende lui! Aardig zijn dan weer twee oude dame’tjes die ons vis te eten aanbieden. Ik denk dat ze een restaurantje hebben, maar Hanneke zegt dat ze proberen de dagopbrengst van hun echtgenoten te verpatsen….. Wij eten een kop Chinese noedelsoep. Er vliegt opeens een ijsvogeltje vlak over. “Kijk!” roep ik “een ijsvogeltje!” Hanneke kijkt, net te laat. (Ik mis hele kathedralen, maar zie de ijsvogeltjes gelukkig wel!) Ook zien we eerst één, daarna twee en nog later, drie beverratten zwemmen aan de overkant. Het is te ver om ze goed te zien of te fotograferen. Daarom gaan we maar op tijd naar bed. Als ik naar de weersverwachting voor hier en daar kijk wil ik meteen helemaal diep onder de dekens…. Alleen is er nog een klein narigheidje: de uitlaat van het pomptoiletje is opnieuw verstopt geraakt. Dit bleek het geval nadat de schipper, na een ruime periode van hardlijvigheid, een stevige bolus had doorgedraaid. Sinds hedenmiddag blijkt het nodig om ieder kwartier een blik op het potje te werpen en het terstond leeg te pompen. Pas als het peil van het retourgebeuren uit zichzelf onder het randje blijft mag de kapitein stoppen, heeft de eersteklas matroos verordonneerd….. En we spreken nu over bijna middernacht en de week moet nog beginnen…..

Maandag word ik wakker door een zwaar gekreun uit het toiletje. Hanneke! Het toilet is overgelopen doordat ik gewoon ben in- en doorgeslapen. Kort samengevat: geen best begin voor maandagochtend, vijf uur…. Mou ja, eindelijk het zal ook daar weer eens schoon en fris worden tot in de kleinste en verste hoekjes! Alleen voor het zover is… We starten de motor en gooien de middellijn los en dan komt er een vrachtschip voorbij kachelen…. Nou, dan maar kalmaan, weer vastleggen, eerst ontbijten. Tegen negen uur vertrekken we. De motor gaat wel in z’n werk, maar ondanks de verstelling merk ik geen verbetering. Dat ziet er dus niet zo best uit. Opnieuw krijgen we een stuk alsof we door een bos varen, met hier en daar heel smalle stukjes. In een bocht ziet Hanneke een ijsvogeltje en, even later, varen we op 2 meter van een tak waarop een ijsvogeltje zit. Hij blijft onverstoorbaar zitten! We komen een Franse spits tegen die ons helemaal de kant in drukt. Daarna heb ik allemaal zooi in m’n schroef. Als we een sluis naderen sla ik hard achteruit in de hoop de zooi (riet, wier, prut, wat het ook mag wezen) uit de schroef te slaan. En dat lukt! Tegen half twee komen we aan in Rethel. Eerst zien we een paar enorme silo’s, dan een modernistisch betonnen kerkje en dan tenslotte een lang aanlegkade, waar we ook Henk en Corrie weer zien. Henk vraagt hoe het met de keerkoppeling gaat. Niet zo best dus. Hij besluit zijn zoon eens te bellen, die heeft misschien een hulpmiddeltje. Zoon’s diagnose is nogal pijnlijk: kapot, niets aan te doen: binnenkort doet ie het niet meer. Daarna moet ie gereviseerd worden of vervangen (€2000). Maar Henk heeft nog wel een tip voor een ‘thuisbrengertje’ uit de tijd van de oude binnenvaart. Het is nogal rigoreus: verpulver een eierkoolbriket en doe het poeder in de keerkoppeling. Door het steenkoolgruis ontstaat veel wrijving en daardoor is slippen opgelost….. De keerkoppeling is daarna wel helemaal kapot (de tandwielen gaan aan gort) maar je kunt er eerst nog wel een stuk mee komen….. Hanneke gaat intussen het plaatsje Rethel in. Ze vindt diverse supermarkten, een paar bakkers en een Tabac. Het bijzondere kerkje blijkt gesloten omdat ze geen vrijwilligers meer kunnen vinden om de kerk ‘open’ te houden en zonder enig toezicht vindt men niet vertrouwd. Als zij terug komt is het onderwater-toilet weer betrekkelijk schoon. Intussen hebben we ook bericht gekregen dat Tony en Chih Ling in aantocht zijn (ze hebben ons na al die weken dan toch ingehaald! Leuk!) Ik zit een tijdje op de uitkijk (ik wil namelijk flink op de toeter blazen zodra ik ze zie), maar zie ze nog niet. Als ik tegen vijven de kajuit uit kom zie ik Chih Ling aan komen lopen! Ze zijn er! Nou, dat wordt een feestelijk weerzien! Ze leggen de boot een stukje voor ons. We drinken een paar biertjes, wijntjes en Tony maakt saté met saus. Met stokbrood hapt dat lekker weg. Chih Ling en Tony kunnen met de huidige waterstand niet de sluizentrap over, want de huidige waterstand is 1.40, terwijl hun diepgang 1.50 is. (Ook voor ons is dat op het randje, maar het zou moeten kunnen.) Henk en Corrie bieden aan om samen de rij van 26 sluizen door te gaan. Mocht onze keerkoppeling dan opeens niets meer doen, dan kunnen ze ons een stukje slepen. Nou, dat aanbod accepteren we graag, want als we ergens blijven hangen zonder voortstuwing is dat een drama! Iets voorbij dit stuk, in Pont a Bar, is bovendien een Yanmar-dealer die misschien een nieuwe keerkoppeling kan inbouwen. We spreken met Tony en Chih Ling af dat wij in het sluizenstuk de waterdiepte goed in de gaten houden. Het zou kunnen zijn dat die iets ruimer is dan opgegeven. Als dat niet zo is moeten Tony en Chih Ling in Rethel blijven wachten tot het water daarboven weer op niveau is. En dat kan wel even duren. In Rethel hebben ze tenminste water en elektriciteit en de benodigde winkels, dus kunnen ze het wel even uitzingen.

Dinsdag gooien we om kwart voor negen los. Hanneke heeft van Chih Ling drie eierkolen gekregen voor een ‘noodreparatie’ of ook wel genoemd een ‘thuisbrengertje’ van de keerkoppeling. Bovendien krijgen we een extra gasfles te leen omdat we onze lege gasflessen hier nergens kunnen vervangen. We zwaaien naar de ‘achterblijvers’ en varen weg. Opnieuw komen we door stukjes mooi bosachtig gebied, stukken ‘woeste grond en langs stukken met enorme, grazige weiden en uitgestrekte akkers tegen flauwe heuvels. Het begint hier op de een of andere manier ook een beetje op België te lijken. Om half twaalf leggen we aan in Attigny. Dit is ‘de laatste aanlegplek voor de laatste gewone sluis’, en voor de reeks van 26 die we morgen in één dag door moeten. Tot nu toe gaat het nog steeds. De kade hier is schaduwrijk, onder bomen. Voor de zon is dat trouwens niet echt nodig, want het is de hele dag half-bewolkt. Die schijnt zo nu en dan, maar niet van harte. Hanneke en Corrie gaan het dorp in. Als ze terug zijn gaan ze samen met Henk op het bankje onder de dennenbomen zitten naast de boot. Zo drinken we samen een biertje en eten chips en zo, terwijl Corrie vertelt waar al hun leuke plekjes zijn langs de Maas in België en Nederland. Duidelijk is dat – als het aan Hanneke ligt – onze verdere trip naar huis nog heel lang gaat duren en nog veel beziens-waardigheden en ontdekkingen gaat opleveren…..

Woensdag zijn we om zeven uur op. Om half negen vertrekken we en om kwart over negen zijn we de eerste sluis door. Dan op naar de ‘bezoeking’ van vandaag: 28 sluizen op, ‘de trap’ waarna we nog een stuk moeten varen naar de eerste aanlegplaats, waartussen ook nog 2 sluizen. We beginnen om half tien. Met Corrie op de fiets, wij vooraan in de sluis en Henk achter gaat het heel snel. Wel moeten we nog even ‘indraaien, maar toch. (Dit afgezien van de landvast die aan het verkeerde einde werd vastgehouden, degene die drie keer loodrecht omhoog werd gegooid en dus weer op de boot kwam en die ene die helemaal niet vastgemaakt bleek…. Tegen twee uur zijn we bij sluis 2, bijna bij de laatste dus, maar daar ligt een tegenligger in en dat blijkt een tegenvaller. De sluis is defect. Na ruim 20 minuten komt het mannetje van de VNF en kunnen we erin. Het mannetje rijdt weer weg, maar al snel blijkt, nu kunnen we er niet uit! Weer ruim 20 minuten later komt hetzelfde mannetje ons door laten… Tot zo ver hebben we eigenlijk niet veel last gehad van te weinig water, hoewel het duidelijk zo’n 40 cm lager staat dan normaal. Na de laatste sluis daarentegen komen we op een heel smal slootje met brede ‘stranden’. De waterdiepte is eerst 1.40, maar neemt steeds verder af. We voelen de boot door de blubber met grind baggeren en de dieptemeter geeft af en toe 70 cm aan, soms helemaal niets meer. En deze lol terwijl wij 1.35 diepgang hebben…. Toch maken we een soort voortgang van circa 5 km per uur. Ergens na zo’n 10 km komen we twee Duitse motorboten tegen op een smal stuk. We gaan zover mogelijk opzij, maar blijven op 2 meter van de kant steken in de modder. De tweede motorboot is groot en nogal van het patserige type. De schipper staat wild te zwaaien dat we uit de weg moeten en te schreeuwen dat hij wel 1.10 diep steekt! Tsja, er is altijd baas boven baas. Dus ik roep terug “Wir einvierzig!” Maar ik geloof dat hij zo met zichzelf bezig was dat hij dát niet eens gehoord heeft…. Ook na de volgende sluisjes blijft het aanmodderen. Uiteindelijk zijn we dan toch bij de eerste aanlegplek, vlak na het sluisje bij een gehuchtje la Casine. Helaas, op de drie beschikbare plekken liggen al vier boten. We proberen bij de kant te komen, maar blijven vier meter van de kant in de bagger steken. Een motorboot, de ‘Wending” met Emiel en Mienke, biedt aan dat we langszij bij hun komen liggen. Zelfs dat lukt niet: als we vastmaken ligt er nog een meter blubber tussen ons in. Henk en Corrie liggen voor de “Wending”. Zij willen hier een dagje blijven, dus nemen we voorlopig even afscheid, want zo willen we geen twee dagen liggen. Ook nog gezellig gekletst met Emiel en Mienke: ze hebben hun huis verkocht en wonen nu al een paar jaar op de boot. In de winter liggen ze in (Sas van) Gent, in de zomer varen ze rond, meest deze kant op. Wij zijn intussen behoorlijk doorgedraaid na deze dag en liggen er rond tien uur in.

Donderdag word ik wakker met het geluid van loeiende koeien een eindje verderop en een lichte geur van stalmest. De dag begint mistig, grauw en koud: 13 graden! We naderen Nederland! We vertrekken om half negen. Henk en Corrie zijn nog buiten beeld, dus dan maar niet uitzwaaien. We komen los van onze ligplaats en modderen het hele volgende stuk van zo’n 17 km met 5 sluizen door. Er vaart geen enkele boot. Vanaf de sluizentrap is de afstand ongeveer 35 kilometer. Bij de derde sluis ligt een kleine zeilboot met gestreken mast. Er staat een knul met lang haar te roepen hoe ver het is naar het volgende plaatsje, of je daar gratis kunt liggen, of daar een bank is en of je daar sigaretten kunt kopen. Vervolgens wil hij graag een sjaggie draaien. Als ik hem het pakje geef denkt hij eerst dat hij dat krijgt, daarna vraagt hij of hij dan een plukje mag. Nou, en dan neemt hij ook een pluk ook! Na deze sluis varen we een hele tijd langs de voet van de heuvel. Dan komt er plotseling een haakse bocht met daar rode verkeerslichten naast de paal waarop het activeringsapparaatje zit. (We hebben een soort afstandsbediening.) Net om de haakse bocht blijkt een tunnel te liggen van 250 meter, met aansluitend een sluisje. Ik kan het sluisje door de tunnel zien liggen. Het licht voor de tunnel en de sluis staat op rood. Ik moet inmiddels ontzettend plassen en ga even naar binnen. Als ik boven kom zijn we het licht voorbij gedobberd en we weten dus niet of het groen geworden is…. Het is een onoverzichtelijke bocht, en we besluiten niet eerst achteruit te varen om de kleur van het licht te bekijken. We dachten eigenlijk dat we nog wel een volgend licht zouden zien, maar er is niets in of achter de tunnel, dus ik besluit door te varen. (De kans dat er net nu een boot in de sluis ligt is immers minimaal. Geen boot vanochtend gezien, nauwelijks een mens.) we varen de tunnel in. De tunnel is niet verlicht en minder dan een meter breder dan onze boot. Halverwege zien we dan dat er toch een bootje in het sluisje ligt…. Ai! Een kans van één op de weetikveel….. Dat wordt moeilijk! Gelukkig blijkt in de 25 meter tussen de tunnel en het sluisje een kleine verbreding, net groot genoeg voor ons om te kunnen liggen om het bootje te laten passeren. Dat lukt dan net aan. En dan liggen we in de sluis, maar nu we het sluisje niet hebben kunnen activeren, reageert de sluis niet meer: de deuren willen niet dicht…. Gelukkig komt er net een autootje van de VNF met een juffrouw die de pompinstallatie moet leegharken. Zij bedient de sluisdeuren handmatig en daar gaan we weer! (Bij dit incidentje voelen Hanneke en ik ons vreselijk betrapt op stiekem door rood varen…..) We varen nog een uur door en komen bij een rommelige rij bootjes en boten en een werfje. Dit is dus Pont á Bar. We gaan de sluis door, volgen een kort stukje met ook hier een haakse bocht en een volgend sluisje. En dan, als we die uitvaren, zijn we opeens op de Maas, nou ja het Canal de la Meuse. Een verhoudingsgewijs onwaarschijnlijk breed en diep vaarwater! In geen maanden hebben we zoiets gezien! Nou dat duurt dan ook niet heel erg lang, want al snel komen we een paar hele smalle en ondiepe stukjes tegen. Toch hebben we voor het eerst sinds de Saone weer ruimer water. Om twee uur leggen we aan in Charleville de Meuzière bij een pontonnetje met water. Hoera! We hebben de beschaafde wereld weer bereikt! Charleville Meusière blijkt een echt stadje. Het hoofd-stratenplan was ooit, lang, heel lang geleden, hypermodern: rechte hoofdstraten, vierkante blokken, een heel groot vierkant plein met grote middeleeuwse ‘huizen’ of gebouwen, allemaal identiek (hoewel onderhoud, herstel en kleine aanpassingen hun sporen hebben achtergelaten!) Hier is ooit Rimbauld opgegroeid, als obstinate, vroegrijpe puber. Het plaatsje is beroemd van marionetten-theater. Ook zien we een merkwaardig pand met een Japans ogend hoofd, daaronder luiken waarachter handen en beneden een garagedeur waar de benen staan. Het beeld blijkt ieder uur een stukje te vertellen uit een legende van drie of vier broers. Dat stukje duurt 1 minuut. Dat hebben we dus vrij snel gelaten voor wat het is. We gaan ’s avonds uit eten bij een tentje Efes. Van mensen hier horen we dat er een heel groot festival is in de stad. Daar horen we eigenlijk niets van, maar wel staan rond middernacht een stel pubers vanaf de brug achter ons een half uurtje bronstig te brullen. Hoewel ze wat house-herrie bij zich hebben, zijn het volgens mij geen jonge, aanstormende poëzie-talenten. Ik stuur nog even een berichtje naar zusje dat er een ernstig ongepaste verjaarskaart onderweg is, opdat ze zich die niet aantrekt en donder dan mijn bed in. Hanneke is volledig onder narcose of zo.

Vrijdag 25 augustus ziet het er om acht uur best aardig uit. Hanneke haalt een broodje en we gooien om negen uur los. We passeren drie of vier sluizen. De Maas is hier prachtig, breed, tussen hoge beboste en soms rotsige, steile heuvels. Verwarrend is dat we eigenlijk steeds de bakboord wal aan moeten houden ivm de diepgang. We komen drie bootjes tegen en ook zij raken in verwarring hoe we elkaars koersen moeten kruisen. De één doet het zoals normaal, de ander aarzelen en varen dan aan de verkeerde kant voorbij. Om elf uur varen we een kleine aanlegkade voorbij omdat het weer er nog prima uitziet. Een kwartier later zien we donkere, dreigende wolken over de heuvelrug aankomen. Om twaalf uur zien we een lange kade waar we kunnen aanleggen bij Monthermé. We zijn net op tijd, want vijf minuten later regent het. En dat duurt maar vijf minuten, maar nu liggen we toch, dus we blijven liggen want vanavond zou het kunnen gaan hozen! Het plaatsje heeft in elk geval alle voorzieningen die wij vandaag zouden wensen, althans volgens Hanneke’s reisgids. Als ze op nader onderzoek gaat blijkt er geen kruidenier, een gesloten bakker enzovoorts. Ook hier dus kwijnt de middenstand weg. We besluiten dan maar gewoon hollandse maccaroni te eten, met een soort Hema-achtige rookworst. En zo komen we toch steeds dichter bij huis….

 

18 aug – Cursus pech onderweg

Zaterdag 11 augustus begint verrotte koud en mistig en dat blijft de hele dag. We varen het laatste stuk slootje uit en na 3 uur zijn we in Vitry le Francois. We leveren onze afstandsbediening in en zijn benieuwd hoe het nu verder gaat in die volgende sluizen. (Maar dat blijkt simpel: aan een staaldraad hangt een dik stuk slang. Die een kwart slag draaien en het procedé wordt in gang gezet.) Na de laatste sluis passeren we een lang brug waaronder zich een donkerblauwe tegenligger heeft verstopt. Ik zie hem niet, maar Hanneke gelukkig wel. Dan een eindje verder een hele scherpe bocht naar rechts en dan zitten we meteen al weer buiten de stad. Wat verderop gaan we linksaf een ander, breed ‘kanaal’ op. Er zitten wat jongens te vissen en die roepen en gebaren…. Henk begrijpt niet wat ze willen, maar wijkt ver uit. Zij beginnen met stenen te gooien. Ik begrijp ook niet wat ze willen, maar passeer ze met de motor in de vrij-stand. Dat was het dus! Ze steken hun duim op bij onze passage. Het kanaal is hier weer een breed, bochtig soort rivier, met links en recht rotsachtige heuvels en wat oude cementfabrieken. Dan, twee uur later stoppen we bij Soulanges. Daar is geen enkele winkel. Een vrouw komt naar ons toe en vraagt of wij hun katertje gezien hebben. Die is gedrost toen ze in de sluis lagen… We krijgen hun telefoonnummer voor als we wat zien, want zij liggen aan de andere kant van de sluis. Ze gaat terug. En even later zien we hem dus… We bellen en zij zeggen dat ze terug komen door de sluis. Ze komen terug, vinden het katje en varen weer weg. Tsjonge, hele belevenissen dus vandaag! Het gaat een ietsje miezeren en we liggen vroeg in bed.

Zondag ziet het er iets beter uit en is het iets warmer. We varen een eindje terug om aan de slang te draaien en dat werkt. De ‘rivier’ wordt weer een vrij recht kanaal met aan beide zijden bomen. Om half één leggen we aan in Chalons en Champgne. Dat schijnt een leuke stad te zijn en dus ligt het haventje helemaal vol met ‘varende woonboten’. Ook wij willen een dagje blijven en rondkijken. Henk en Corrie kunnen ergens tussen en ze wijzen ons het laatste plekje met uitzicht op een groot park. Het stadje is een vergaarbak: hele oude vakwerk huizen en gebouwen staan zij aan zij met grauwe betonmonsters en glas-en-rvs gebouwen. Er is een enorme kathedraal, maar verderop zijn nog twee hele grote, oude kerken met deels romaanse raambogen. In de stad zien we verschillende zwervers die ergens midden op een stoep zitten of liggen te pitten. Een winkelstraatje in het centrum loopt zichtbaar leeg: één op de vier winkels is gesloten. Het ziet er vaak tamelijk slecht onderhouden uit. Het park waaraan wij liggen is groot en heeft een groot, modern speelterrein voor kinderen met ‘verantwoorde’ attracties en een waterpark. Daar varen waterfietsen en kano’s en drijven twee grote doorzichtige rollen waar kinderen in kunnen rennen, zoals zo’n ton op de kermis. Dol vermaak, zo te horen! Er zijn kleine meisjes bij die heel hoog gillen, tegen de pijngrens aan! En dat ook heel lang volhouden…. De havenmeester, een jonge knul die grote moeite heeft met Engels, komt langs. Als we geen gebruik maken van elektriciteit en water kost het ons €3 per dag, anders €10. Er zit achter de boot een man te vissen. Eerst vangt hij een kleintje, dan een middenmotertje en dan in tien minuten vijf kanjers van zo’n 60, 70 cm. Daarna is het over. Hij schudt een uur later zijn leefnet leeg nadat hij een foto heeft gemaakt van de kluwen vis in z’n leefnet. Tegen zonsondergang verzamelen zich plotseling een uur lang kraaien of kouwen in de bomen op een eilandje achter ons. Ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien! Van spreeuwen wist ik dit wel: in het najaar heb ik een paar keer een hele (kale) boom helemaal vol kletsende spreeuwen gezien. Maar van kouwen of kraaien nooit! Een uur lang komen grote groepen uit alle richtingen. Ze maken een ongelooflijke herrie ook, voordat ze een eigen plekje hebben gevonden en met de buren uitgeruzied zijn. Als iedereen zit wordt het langzaamaan stil. En even later zou je haast niet weten dat ze er zijn.

Maandag stel ik de keerkoppeling bij. De laatste dagen wilde de motor niet steeds in z’n werk als we uit een sluis weg wilden. Ik kan er heel slecht bij, maar het lukt, deels ook onder het oog van Henk, onze vaargenoot. In z’n werk pakt de koppeling meteen. Gisteren was het zondag, dus begrijpelijk dat het zo druk was in het kinder-speelpark. Maar vandaag, maandag, is dat hoogstens een ietsje minder. Het is dan ook vakantie. Het valt ons op dat sommige kanoërs geen benul hebben van wat ze doen: ze varen alsmaar rondjes…. Of die vandaag nog thuis komen?… In het park, vlak voor onze aanlegplaats zijn wat sporttoestellen geplaatst, maar van opmerkelijk zwaar stalen constructie. Ze worden de hele dag gebruikt door allerlei mensen: hele jonkies, pubers, die vaak als groepje proberen zo’n ding te slopen en volwassenen die ermee doen waarvoor het bestemd is. Meestal zijn dat mannen die wat imponeerwerk laten zien aan de dames met wie ze een wandelingetje maken. Het pad langs het water is dan ook een soort flaneerpad. Voorts zwemt hier een mopperige zwaan rond. Hij is gekortwiekt en danig uit z’n humeur. Iedereen wordt weggejaagd uit zijn territorium. Opvallend zijn ook drie vissers, twee mannen en een vrouw. Daar waar gisteren een man een hele rij joekels uit het water hengelde, halen zij een stuk of twintig guppy’s uit het water. De langste was zo’n 5 cm….. Tegen acht uur stoppen ze er maar mee.

Dinsdag is onweer voorspeld. Om zeven uur ligt er een heel groot onweersgebied ten westen en noorden van Reims, net op de plek waar wij heen gaan. We besluiten dat we maar een dagje blijven liggen, want het zou een vrij lange vaardag zijn van 40 km en met 14 sluizen en een tunnel. Voor de dekknecht zou dat een natte bedoening worden. Henk en Corrie blijven ook nog een dagje want we hebben geen haast. Ze gaan gedrieën de stad in. Ik heb niet zo’n zin en zeg dat ik het waterscheidingsfilter wil nakijken. Nou ja, om kort te zijn: OLH straft onmiddellijk en ongenadig! De motor doet het daarna niet meer…. Geen water, maar ook geen leven! Nou om eea kort samen te vatten zijn Henk en ik samen tot ’s avonds in de weer om de motor weer te laten starten en te laten lopen. De oorzaak blijkt uiteindelijk in een defect branstof-opvoer-pompje te liggen. Ik stuur een mailtje aan Chih Ling, die drie dagen achter ons vaart en ons langzaam inhaalt. In Saint Dizier hebben we een Yanmar-fabriek gezien! Hij vaart daar morgen langs. Zou hij misschien….? Hij reageert direct dat hij dat graag voor ons doet! (De volgende ochtend blijkt dat de fabriek wegens vakantie gesloten is…)
Om één en ander te completeren: in de tussentijd bleek het pomptoilet ernstig verstopt en over te lopen en ook begint het nog te hozen! Alle goede dingen komen in drieën….. Maar tegen tien uur ’s avonds is alles weer onder controle.
Vanwege haar bijzondere verdiensten bij deze niet erg frisse werkzaamheden is de matroos met onmiddellijke ingang bevorderd tot eersteklas matroos. Ondanks deze on-dag slapen we lekker in met het voornemen morgenochtend om half acht te vertrekken.

Woensdag start de motor onmiddellijk en, eenmaal lopend, doen we hem voorlopig niet meer uit! We hebben een tocht van 40 kilometer met 14 sluizen voor de boeg. Die gaan wonderwel voortvarend. Tegen drie uur leggen we aan op één van de laatste plekjes in het marina’tje van Sillery, vlak bij Reims. Een aantal voor ons belangrijke voorzieningen zijn hier op loopafstand te verkrijgen en Henk en Corrie willen hier drie dagen blijven liggen. Er dient zich nog even een gênant momentje aan: Henk komt even een praatje make. “Goh, hebben jullie gisteren rijst gegeten?” Vraagt hij. Nou dat klopt. “Er ligt nog een maaltje op de stootrand…” zegt hij. (Toen het zo regende heb ik de pan blijkbaar niet ver genoeg van de boot omgekeerd…) Nu we hier zijn willen we proberen meer duidelijkheid te krijgen over de stremmingen. Sommige lijken opgelost, maar volgens Belgische buren hier, dienen zich nieuwe problemen aan. We beginnen te overwegen om via België te gaan, maar dat vergt nog wel wat uitzoekerij.

Donderdag gaat Hanneke met de bus naar Reims, zo’n 10 km verderop. Het ziet er bewolkt uit en de voorspellingen geven aan dat het vanochtend even en vanmiddag nogmaals gaat regenen. Ik wil diesel halen en hoop wat van de jerrycans van Henk te kunnen gebruiken. Hij gaat eerst zelf diesel halen: drie keer 80 liter…. Wij komen toe met 100 liter, schat ik. Om 12 uur begint het te regenen. Bovendien is het tankstation van 12 tot 13.30 uur gesloten, heb ik begrepen. Tegen tweeën komt Hanneke terug uit Reims. Van de regen heeft ze niets gemerkt omdat ze in de kathedraal was. Die was indrukwekkend gerestaureerd. Door de film van de restauratie is ze nog meer onder de indruk. Ik haal 70 liter diesel. Met de 30 die ik er al bij had gegooid blijkt dat veel teveel: ik heb nog 18 liter over als de brandstof al over het dek spoelt…. Nou, ja, dan hebben we dus wat reserve…. Het stinkt nog uren, ondanks de schoonmaak. Van Chih Ling krijgen we een berichtje dat zij morgen blijven liggen ivm het weer. Dan begint het inderdaad opnieuw te regenen en in de loop van de avond te hozen. Wij zitten gezellig buiten onder ons wintertentje en halen herinneringen op uit de tijd dat we in vakanties datzelfde geluid hoorden op ons tentje. Meestal werd dat dan op een gegeven moment gevolgd door een onplezierig koud straaltje water in onze slaapzak. Hier is alles behoorlijk waterdicht.

Vrijdag 18 augustus regent het nog steeds, maar nu zachtjes. Naarmate de ochtend vordert wordt dat wel heviger. Ik zet koffie en thee en we besluiten om vandaag de mogelijke routes richting huis nauwkeuriger na te gaan. De ene is veel korter maar heeft weinig water. De ander is langer, maar is gegarandeerd open. Na veel heen en terug praten besluiten we het Canal des Ardennes te nemen.  Probleem:  de waterstand is verlaagd, diepgand nu max 1.40 ipv 1.80 m. Wij steken officieel 1.35,  maar zijn nu zwaar beladen met diesel, water, bier en andere voedselvoorraden, want er zijn ook daar geen winkels… En er zit nog één echte hobbel in: een trap (rij) van 26 sluizen, vlak achter elkaar. We worden geacht die in één dag te nemen, allemaal op dezelfde dag dus…. Tussen de middag is het na deze zware beslissing een tijdje droog, maar tijdens en vlak na het eten hoost het weer flink. Als dat niet voldoende is om het vaarwater op diepte te krijgen…. En zo gaan we welgemoed het weekend in. Over dat laatste nog even het volgende.

Ik heb begrepen dat er lezers zijn die uit mijn stukjes onzeker zijn of we dit allemaal eigenlijk wel leuk vinden. Het antwoord is volmondig ja! Denk ik bijvoorbeeld aan een dagje op kantoor, of achter geraniums, desnoods in het café, dan krijg ik spontaan de koude rillingen. Het valt alleen niet meeo om een onderhoudend stukje te schrijven over een paar honderd kilometer kanaal waar de vogeltjes fluiten, prachtige bomen, struiken en andere gewassen staan, het (meestal) lekker ruikt en (vrijwel) altijd de zon schijnt! Dan wordt een haarspelbocht, een vies luchtje of regenbui opeens een issue om over te schrijven! Kortom, we genieten er met volle teugen van, zelfs als het uitzicht even wat minder is, het verschrikkelijk dampt of even pijpestelen regent.

Toegift: Uitleg over het startprobleem
Omdat de motor niet wil starten probeer ik van alles, maar noppes. Als Hanneke, Henk en Corrie terug komen stroopt ook Henk z’n mouwen op. Hij heeft veel meer verstand van dieselmotoren dan ik. We pakken het systematisch aan en maken achtereenvolgens één voor één alle leidingen los om te testen en proberen van alles, maar starten ho maar… Er komt voortdurend lucht in de diesel-aanzuigleiding. Uiteindelijk krijgen we hem tegen vier uur ’s middags met heel veel moeite toch aan de praat door de brandstof-aanzuigslang direct in een met diesel gevuld colaflesje te prikken. Een soort van opluchting, want de motor kan dus nog wel gestart worden. We overleggen over een jerrycan, naast de motor, gevuld met diesel, waarin we dan het slangetje en de retourleiding kunnen stoppen, maar dat wordt wel vreselijk omslachtig. Intussen hebben we ook uitgevonden dat het brandstof-opvoerpompje een los draadje heeft. Dat hoort niet en verklaart wel waarom hij slechter startte, maar een diesel hoort het toch ook zonder te doen? Dan begint het te dagen: de tank is half leeg, dus een lege slang van anderhalve meter, met een luchtbel na de aftapping van het waterscheidings-filter… Als het pompje weer werkt…. Henk neemt het pompje mee. Het is een volledig dichtgemaakt, stalen dingetje waaruit twee dunne draadjes komen, nou ja, kwamen. Allebei afgebroken door een nogal onbenullige constructie. Henk gaat proberen de aansluitdraadjes te voorschijn te halen door het ding een beetje open te zagen. Dat lukt! Ik soldeer daar twee nieuwe draadjes aan, isoleer ze zo goed mogelijk en sluit de boel aan en ….. werken! Dan zijn alle omleidingen en fratsen dus ook overbodig. Ik herstel de zaak zoveel mogelijk. En, nog steeds starten en lopen! (Het is inmiddels acht uur ’s avonds!) Wij blij, iedereen blij! Maar het pompje blijft een uiterst kwetsbaar onderdeel! Intussen hebben we bedacht dat het brandstof-opvoerpompje helemaal niet persé van Yanmar hoeft te zijn, maar ook van een willekeurig automerk kan zijn. Kijk, en dat verruimt de mogelijkheden aanzienlijk!

Technische uitleg: Achteraf bezien zijn we een beetje op het verkeerde spoor bezig geweest. De meeste dieselmotoren werken met een brandstofsysteem dat gebaseerd is op brandstofaanzuiging door onderdruk tot aan de inspuitpomp. In zo’n geval is elk luchtlekje een probleem. Dus probeerden we het luchtlek te elimineren. Bij onze motor echter zorgt het opvoerpompje voor een ‘overdruk’ tot aan de inspuitpomp. Een lekje zorgt dan hoogstens voor een beetje brandstoflekkage, maar niet voor een niet werkende motor. Als het opvoerpompje niet werkt kan de inspuitpomp een kleine luchtbel nog wel wegwerken, maar niet één die anderhalve meter hoog is (de afstand tussen het brandstofpeil in de kiel en de motor). Zoveel onderdruk ontstaat niet door aanzuiging van de inspuitpomp. Zolang de leiding geheel of grotendeels gevuld was, ging het starten nog net. Maar nadat er een grote luchtbel in de leiding was ontstaan door het checken van het waterscheidings-filter was de luchtbel te groot om nog opgezogen te worden door de inspuitpomp.

11 Aug. – over gindse heuvelen

Het is zaterdag 5 augustus en ik word wakker om 8.15 uur. Hanneke is al op en bezig koffie en thee te zetten. Het is bewolkt en tamelijk fris voor deze streken, 19 graden. Een klein buitje completeert het beeld. We gaan weer een stukje verder, een stukje met handbediende sluizen. Dat hebben we nooit gedaan, dus we zijn benieuwd.. Onze achterburen, Henk en Corrie uit Noord Scharwoude met de ‘Flamingo’, vragen of we samen zullen gaan. Nou dat lijkt ons best. Ze gooien meteen los en varen voorbij. Nou, Hannekes broodje komt dan later dus wel. 400 meter verderop is de eerste sluis. Het blijkt dat we een leuk grietje als ‘éclusière personnel’ mee krijgen: de stagiaire van gisteren en eergisteren. Ze heet Camille en gaat speciaal staan voor onze foto. Het gaat boven verwachting vlot zo bergafwaarts. Op een stukje varen we een klein stukje vlak langs een spoorbaan. We schrikken ons een ongeluk als er een trein langskomt en toetert. De machinist zwaait vrolijk naar ons…. Tsja, hier in de binnenlanden doen ze dat nog! Het gaat vlot en, ondanks een paar buien, leggen we aan om kwart voor twaalf. De laatste sluis, van Rolampont blijkt de eerste handmatig bediende te zijn. (In de officiële folder zou dat al de vierde zijn, dus de pvooruitgang is ook hier merkbaar. Nou, handmatig sluizen bedienen is zichtbaar zwaar werk voor onze Camille! We hebben besloten hier te stoppen en morgen verder te gaan naar Chaumont, zo’n 25 km en 14 handbediende sluizen verder. Bovendien is hier kermis…. (3 stalletjes en 1 draaimolen!). Het blijft droog en morgen wordt het volgens ‘Meteo France’ wel weer zonnig maar koud, ’s nachts zelfs maar 8 graden. We naderen Nederland blijkbaar….
We worden door Henk en Corrie uitgenodigd om bij hen wat te komen drinken. Ze blijken beide 79 jaar en binnenkort jarig. Henk had vroeger een staalverwerkend bedrijf, eerst schepen en technische constructies, later vooral bijzondere hekwerken. De liefde voor bijzondere technische oplossingen zit diep. “Hij klust nog steeds wel eens wat bij.” Hun boot heeft wat bijzondere snufjes ook. De meest bijzondere is een handunit met wat knoppen waarmee hij zo ongeveer alles kan bedienen: sturen, boegschroef, motor, mastje laten zakken, enzovoorts. Henk doet heel erg denken aan ‘opa Thijs’, een soort uitvinder. Als we terug gaan naar de Marlijn spreken we af morgen op tijd verder te varen. De vooruitzichten zijn goed.

Zondag is het om zeven uur, koud maar zonnig en een beetje heiïg. Om kwart voor negen gooien we los en even later kunnen we meteen de sluis in. De volgende reeks sluizen zijn allemaal handmatig bediend. Corrie gaat op de fiets om de ‘éclusier’, een aardige jongen van een jaar of 22, te helpen. Hij is vreselijk onwennig en verlegen en bloost als Hanneke of Corrie hem complimenteren voor zijn zware arbeid. (want dat is het wel omdat hij vaak te vroeg probeert de sluis te openen tegen een paar ton waterdruk in.) Hij vertelt dat van de 134 sluiswachterswoningen er nog maar één door een sluiswachter wordt bewoond. De andere zijn verkocht of staan leeg. (Geen wonder dat de bewoners zich niet met de sluis bemoeien.) Elke keer als Corrie komt langsfietsen op weg naar de volgende sluis, toetert Henk luidruchtig. Met deze hulp gaat het heel snel. Ook Henk zet er de kuierlatten in: we lopen constant tegen de 10 km per uur (officieel max 8 km/u). We kruisen een paar keer de Marne: wij over een brug, de bovenloop van de rivier de Marne er onderdoor. Raar is dat, met een boot een brug over. Na vijf sluizen neemt Hanneke het fietsen en helpen in de sluis over. Om half drie hebben we de laatste handbediende sluizen gehad en leggen we na twee geautomatiseerde sluizen aan bij Chaumont. Dat valt tegen: het is een lange kade, maar er liggen een paar hele lange toeristenboten aan, met daartussen nog wat andere boten die – zo te zien – niet echt in gebruik zijn. Wij vinden nog een stukje kapotte kade waar we net allebei in passen. Meteen besluiten we dat dit eigenlijk niet leuk genoeg is om te blijven liggen. Vandaag hebben we de gemiddelde snelheid verdubbeld: 28 km in 5.5 uur = 5 km/u en 15 sluizen! Hier moeten we €8 betalen. Raar, één van de knulligste plekken en dan opeens hier wel betalen!

Maandag word ik wakker na een behoorlijk akelige droom. Ik bleek een huistiran en joeg Hanneke een gesticht in terwijl de kinderen terugvielen naar uiterst infantiel, zielig gedrag. Getver, zo erg is het toch niet, hoop ik? Ik word beroerd van mezelf! Het is zeven uur, en opnieuw koud maar zonnig en een beetje heiïg. Er passeert een tot rondvaartboot met fietsen omgebouwde spits. Dat is een tegenvaller want die spitsen gaan hier vreselijk langzaam en je kunt er niet voorbij want ze krijgen hier in Frankrijk altijd voorrang. We zetten thee en koffie en maken een ontbijtje. Om kwart voor negen gooien we los en even later kunnen we meteen de sluis in. Het eerste stuk gaat vlot. We passeren weer een tunnel, nu ‘maar’ 300 meter lang en wel 11 meter breed. We passeren een sluisje bij het eerste dorp dat echt aan het kanaal ligt. Leuk is dat de bewoners de sluisdeuren en het hekje van het bruggetje erover hebben versierd met bakken geraniums! Vlak daarna komt ook nog een goede aanlegplaats. Uit verslagen van andere bootjes weten we dat er geen enkele winkel meer in dit dorp is. Tegen twaalf uur zien we voor ons de spits van vanochtend een sluis ingaan. We besluiten bij Viéville bij een aanlegplaats te pauzeren en een hapje te eten. Er liggen twee Nederlandse oude vrachtbootjes, omgebouwd tot vakantieverblijf. Ze liggen hier al 20 jaar (ze blijken ook al tegen de 80). Ons doel is Froncles, een dorpje maar wel één met winkels. We willen dinsdag blijven liggen want er is een hele dag met regen en onweer voorspeld. “Kan de interieurverzorgster aan de slag” riep de huistiran in mij vrolijk…. We lunchen een uurtje, zien een autootje van VNF aankomen en gooien dan weer los. De bediende brug gaat open en dan hebben we nog 3 sluizen over 6 km te doen. Dat gaat redelijk vlot (bij elke sluis wel 10 min wachten tot hij vol gelopen is) en om 15.20 uur zijn we bij de aanlegplek in Froncles. Het is een prachtig plekje met een vrij lange kade omzoomd door een bosrand en, daar tegenover een hoge, steile, beboste helling. Er liggen al zeven boten: 5 Nederlanders, een Fransman en een Brit. We sluiten helemaal achteraan aan en zitten in de modder, dus pas na tien minuten liggen we echt vast. Het blijkt een heel genoeglijk groepje van bootjesmensen en een paar campers. Nu, om vier uur, is het onbarmhartig heet in de zon. In het dorp is een kleine Carrefour en een bakker. Hanneke doet inkopen, ook shag! Daarna een ijskoud biertje en wat werkvoorbereiding en nog eventjes, en dan zijn we helemaal klaar voor alle rotweer dat er zou kunnen komen. ’s Avonds is het onwaarschijnlijk stil. Heel in de verte, zo ver dat het nauwelijks waarneembaar is, hoor je het water dat over de rand van de sluis klatert. Een stelletje loopt aan de overkant over het pad daar. Ze stoppen en de jongen gooit wat stokbrood naar twee eenden. Het meisje staat er wat wezenloos naar te kijken. Opeens komen uit beide richtingen allemaal eenden! Vliegend, zwemmend, waggelend… Bij elkaar misschien wel dertig! Het zijn duidelijk verschillende groepjes en wat enkelingen, niet altijd erg aardig tegen elkaar. Als het brood bijna op is komt er vanuit de verte nog één eendje aanzwemmen. Die race’t als een speedboot, met het nekkie zover mogelijk naar voren om dichter bij het brood je komen, een race-eend! (Te jong om te kunnen vliegen denk ik.) Gelukkig ziet de jongen dat nog net op tijd. Hij gooit een paar stukken in die richting, maar de groep van grote gulzigaards vreten het onmiddellijk weg. Uiteindelijk weet onze race-eend toch één of twee stukjes mee te pikken voordat hij wordt weggejaagd door de bullebakken. Dan is het op. Als het bijna donker is horen we een verongelijkte kraai. Na een tijdje krijgt hij antwoord, vliegt naar de berghelling hier tegenover. Dan vliegen ze samen weg en is het weer stil.

Dinsdag hoor ik de regen tikken, maar niet hard. Het is grijs. Drie bootjes vertrekken van de kade hier, gevolgd door een roestige oude verbouwde vrachtboot. Dan komt er even een forse regenbui voorbij, die eindigt in wat na-druilen. Om half twaalf is het droog en komt er wat leven in de brouwerij. Hanneke gaat de was doen, heel veel! Wij willen water tanken, maar het dek waar de vuldop zit is erg smerig. Dus begin ik de boot af te spuiten. Een Brabantse man komt naar me toe en begint onmiddellijk dat dit een onvergeeflijk verspilling van drinkwater is. “Hierdoor zijn bijna alle drinkwaterkranen in Frankrijk afgesloten, door dit a-sociale gedrag, het schoonspuiten van bootjes!” Hij zelf wast zijn onderbroeken met het water hier uit het kanaal, zegt hij….Ik ben nogal verbluft en zeg dat ik helemaal niet van plan ben de boot een intensieve wasbeurt te geven, maar wel even zo schoon dat ik veilig water kan tanken. Maar hij draait zich boos om en zegt dat hij met mij niet in discussie gaat en beent weg. (’s Middags ontdek ik dat het boot wassen hier een hot issue is. Een Fransman gaat vreselijk te keer tegen een Deen die z’n dek schoon staat te spuiten en gaat daar zeker een half uur mee door tot de Deen er, net zo verbaasd als ik, maar stopt met schoon spuiten.) Ons toilet pompt de laatste weken steeds moeizamer. Ik heb besloten om de boel maar uit elkaar te halen en te proberen te repareren. Onze buurman Henk komt een praatje maken en helpt mee door een simmeringetje goed schoon te maken. Ik heb geen vervangend onderdeel, dus hoop maar dat dit helpt. Ik smeer de boel goed in met vaseline en monteer de boel weer. En het werkt super! Daarna gaan Henk en ik een potje ‘Jeu de boulen’. We eindigen met de noodzaak van een revanche want het is onduidelijk wie gewonnen heeft. Na het eten van Franse spruitjes uit blik (volkomen sufgemaakt fluffie hap, eenmalig, nooit meer!) volgt weer een flinke bui, vooraf gegaan door een paar onverwachte zware windstoten. Daarna volgt toch weer een heel stille avond, behalve de kraai die op herhaling hoopt, maar geen antwoord krijgt op zijn krassende smeekbeden. Hij probeert het talloze keren en ik hoor de vertwijfeling toeslaan: “Toe nou! Ik ben bang in het donker!”

Woensdag is een herhaling van dinsdag. Het is wat bewolkt en fris maar regent niet. Als we losgegooid hebben en langs de andere bootjes naar de volgende sluis varen zwaaien wat mensen en vragen waar we heen gaan. “Joinville” blijkt voor meer bootjes de volgende bestemming. Ook vandaag gaat het vlot: om 9.05 uur zijn we door de eerste sluis. Het water hier is af en toe wat minder modderig en we zien ook stukken met minder wier. In de loop van de dag zet zich dat voort: steeds helderder water en minder wier. Bovendien zien we nu andere soorten wier. Raar genoeg gaat dat blijkbaar per sluistraject. Vanaf de ene sluis tot de volgende zien we opeens een soort biezen, onderwaterriet, daarna een stuk met dennetak-achtige wieren, dan één met een soort onderwater-sla en nog wat verderop waterlelies! Ook de insecten zijn in de loop van het kanaal veranderd. In het begin zagen we heel veel enorme libellen, als kleine legerhelikopters, daarna veel fragielere metallic blauw-zwarte, vaak met een tweede, gelige erop. Hier daarentegen zien we nauwelijks libellen, maar veel meer vlinders. Zulke waarnemingen, maar vooral de omgeving, leiden tot goeie gesprekken over de schoonheid van dit gebied. Daar kom ik later op terug van hen die het naadje van de kous willen kennen. Allereerst toch een lofzang op dit ‘kanaal’.

Aanvankelijk zag ik erg op tegen het traject over dit kanaal: kilometers langs een recht stuk water met beschoeiing zag ik voor me. Het blijkt een soort riviertje door prachtige gebieden en fenomenale landschappen. Dat komt doordat bij de aanleg zoveel mogelijk gebruik is gemaakt van topografische kenmerken van het gebied. Zo zijn trajecten om een heuvel heen gelegd, steeds met een iets aflopende hoogte, zodanig dat aangesloten kon worden op eenzelfde hoogte van een volgende heuvel. Soms moest daarvoor een dijk of een brug worden aangelegd om een te laag stuk land te overbruggen, of over een andere rivier. Ook zijn er tunnels gegraven dwars door een heuvel of berg, waarbij één van 5 kilometer lengte! Het geheel is ergens rond 1870 aangelegd, dus grotendeels met handen en voeten. Over die 224 kilometer zijn 124 sluizen gebouwd met sluiswachterswoninkjes. Langs hel hele traject loopt een fietspad dat ook mag worden gebruikt door de VNF met hun kleine autootjes. (De sluizen hebben een minimum-afmeting van 38.50 meter lengte en 5.07 meter breedte, een minimum diepte van 1.80 en hebben meestal een verval van 3.50 meter, maar soms ook 5 meter. (Dat was de afmeting van de Franse vrachtboten van die tijd, met het roer dwars gezet ivm de lengte……) De sluisdeuren komen tot aan het waterniveau van het hoogste deel water. Als het water hoger staat loopt het over de rand.) Elk stuk tussen twee sluizen wordt gedeeltelijk van water voorzien door hoger gelegen waterbekkens met een stuwdam en een toeleidingskanaaltje. Bij tekort aan water wordt er gerantsoeneerd, of in het ergste geval is scheepvaart onmogelijk. Om dit geheel te laten werken zijn tientallen mensen van de VNF in de weer. Vroeger woonden ze bij de sluizen en deden ze hun werk op de fiets, tegenwoordig hebben ze een klein autootje. Ze begeleiden iedere boot langs het hele traject. Helaas, door de beperkte grootte van de sluizen en de diepgang is de beroeps goederenvervoer steeds minder rendabel. Het gevolg is dat het kanaal bijna alleen nog gebruikt wordt door kleinere (plezier) bootjes. De enorme kosten leidden ertoe dat het onderhoud achter blijft. Ook het omliggende gebied is onderhevig aan achteruitgang. In de dorpjes zie je geen of heel weinig winkeltjes, veel dichtgetimmerde panden en weinig mensen. Jonge mensen en kinderen komen we nauwelijks tegen. Toch zien we ook florerende boerenbedrijven met onafzienbare akkers. Die zijn zo groot dat je een beetje buikpijn krijgt als je eraan denkt dar ze moeten worden geploegd. Eén voor is kilometers lang! En het terrein is enorm! Hoe lang doe je in vredesnaam over het ploegen van zo’n akker? De weinige beroepsschippers die we spreken (bijna alleen Hollanders!) zeggen dat het kanaal door ‘de politiek’ is afgeschreven. Daarmee zal het waarschijnlijk op korte termijn ook voor de pleziervaart afgelopen zijn. De huidige begroeiing is zodanig dat varen steeds moeilijker wordt en binnenkort onmogelijk zal zijn. Omdat het kanaal ook een functie vervult voor de waterhuishouding in een enorm gebied zal het dan toch nog geruime tijd voortbestaan, maar alleen als monument. Heel spijtig.

Hoe smerig of volgegroeid allerlei stukken kanaal tijdens onze tocht ook zijn, vanaf sluis 37 is het water een paar stukken werkelijk kristalhelder! Langs de kanten kun je in de waterkant allerlei steenlagen onderscheiden. In dit sedimentatiegesteente zit misschien veel kalk die het water zuivert? Helaas is dat wel al vrij snel weer minder….
Nou ja, nog een dag of twee, drie, dan komen we op een andere rivier. Waarschijnlijk is het daar drukker, dichter bevolkt en veel minder mooi. Dat wel. Om kwart over één leggen we in Joinville aan, maken we een praatje hier en daar, is Hanneke naar de Lidl gelopen, 200 meter verderop, en dat soort dingen. Joinville schijnt een mooi oud plaatsje te zijn, maar door alle drukke bezigheden zijn we daar niet aan toe gekomen.

Donderdag is het zwaar bewolkt, maar blijft het droog tot we hebben aangelegd in een dorpje ‘Chamouilly en Hanneke en Corrie de buurt hebben verkend. We borrelen op de Flamingo en gaan tegen half acht terug. Na het eten even de dagelijkse check van het buitenwaterfilter. Vandaag zit er de hoeveelheid van een klein conservenblik aan spinazie-achtige prut in het filter. Dat verwondert me niet, want aan het gebrek aan de werking van de schroef af en toe viel af te lezen dat we door enorme hoeveelheden wier zijn gebaggerd. Gelukkig werkt de oplossing nog steeds om hem eventjes voluit in z’n achteruit te zetten. Morgen varen we Saint Diziers voorbij en gaan waarschijnlijk liggen bij een piepklein dorp zonder iets. We blijken vlak bij de landingsroute voor een millitair vliegtuig te liggen en de Franse luchtmacht davert tot na twaalven voorbij. Ook blijken dit soort parkjes een geschikte hangplek voor daklozen, alcoholisten en hangjongeren te zijn. Gelukkig houden ze zich redelijk gedeisd.

Vrijdag 11 augustus mist het en het is verrotte koud. Bij het opstaan was het 12 graden en om twaalf uur nog steeds. Wel is de mist opgetrokken. Wat ik gisteravond schreef over die vreselijke rechte kanalen, is vandaag meteen werkelijkheid geworden. Vanaf Saint Dizier is het één recht kanaal met elke 2 tot 2.5 km een sluis. Als je de sluis uit vaart kun je het rode lichtje van de volgende al zien. Heel erg saai….. We leggen om kwart over twee aan in Orconte aan een grasveldje, vlak voor de sluis. Op de aanlegkade hebben twee flinke jachten namelijk alle drie de plekken voor vast in beslag genomen… We jakkeren morgen de volgende 15 kilometer dus ook maar door en dan zijn we in Vitry le Francois.  Officeel is dat het eind van dit kanaal (en het begin van een nieuw). We gaan richting Reims. Dat staat wel vast, verder nog niets, want de berichten voor de scheepvaart zijn ongewijzigd. Hetzelfde geldt voor de foto’s: nauwelijks bruikbaar internet, verspilde Gb-tjes, dus geen foto’s. We zitten te broeden op een bruikbare oplossing, maar het ei is nog niet uit.

Dan de ‘nagift’
Zoals al aangekondigd geeft deze omgeving aanleiding tot bespiegelingen en goede gesprekken. Maar, je bent een gewaarschuwd mens! Zelfs als je het naadje van de kous wil weten….
“Mooi is het hier, hè.” “Ja, prachtig!” “Ik vind die vergezichten hier erg mooi.” “Ja, maar ook die bossen met al die kleuren groen!” “Ja, heel erg mooi.” “Toch jammer dat het water hier zo vies is, met al die waterplanten.” “Ja het water is hier wel heel smerig!” “Maar verder is het hier wel erg mooi.” “Ja, ik vind het hier ook prachtig!” …… “Trouwens, Corrie vindt het hier ook heel mooi, want Henk heeft z’n motor wat langzamer gezet.” “O ja? Doe ie dat? Nou, maar het is hier ook wel heel mooi!”….. En zo voort…. (Kijk, op zee ben je snel uitgepraat: “Blauw hè, dat water!” “Ja, erg blauw!”…. Maar daarmee heb je het wel gehad.) Hier kun je de schoonheid van de omgeving dagen bezingen, en dat doen we dan ook, nu al ruim tien dagen…. En ik moet zeggen: dat wordt toch een beetje saai….. (Maar vandaag was er een nieuwe variant. “Kijk eens hoe helder het water hier is! Je kunt de waterplanten helemaal zien wortelen in de bodem!” En dat is tussen de 1.30 en 2 meter.) “Ja, hier is het mooi helder zeg!”…. En zo voort….

4 aug – Onder de bergen

4 augustus – Gisteravond, 29 juli, hoorden we al dat de vaart op het verlengde van het Canal de Vosges (de Meuse / Maas) bij Verdun problematisch is. Vanochtend horen we dat de doorgang bij Givet geblokkeerd is. Op z’n vroegst eind augustus weer bevaarbaar…. Dat is helemaal vervelend, want zelfs de aanvankelijk besloten omweg is dan niet mogelijk. De Sambre, terug naar de Maas maar voorbij knelpunt Verdun, blijkt onbevaarbaar. Feitelijk wordt het dan vrijwel onmogelijk om Maastricht te bereiken, anders dan via een hele rare omweg: eerst ongeveer naar west-België, en daar vandaan terug naar Oost-België om weer op de Maas te komen. Het alternatief volgens onze buren Jan en Willie van de Sandetti uit Papendrecht is om de Moezel te nemen naar de Rijn en “dan ben je in vier dagen thuis”. En laat dat nou net zijn wat Hanneke niet wil! (Ook kunnen we via Gent naar de Schelde en zo naar Nederland.) We varen dus nu eerst in 2 a 3 weken (= gemiddelde duur…) via het kanaal ‘entre Bougogne et Champagne’ de 220 km en 123 sluizen naar een plaatsje ‘Vitrole…’ En daar nemen we dan opnieuw een beslissing. Tony en Chih Ling van de Pescador komen ons achterop en laten weten dat zij ook die route zullen nemen. Gezellig om ze weer te zien en op regenachtige avonden een beetje gitaar te spelen! Het is zaterdag wel warm, maar niet zo erg als de afgelopen weken. Ik heb nog een conflict met een fietsbandje. Het begint ermee dat ik naar een supermarché fiets. Vlak daarvoor meen ik te merken dat het bandje wat zacht is, dus pomp ik het op. Met een enorme hoeveelheid boodschappen fiets ik terug, zo’n 100 meter, want dan is het bandje leeg… Shit! Alweer! Terug lopen dus, in de zon langs een niet bijzonder stuk buitenwijk (langs de opleidingskazerne van Napoleon). Dan 3 keer plakken: de solutie of de plakkertjes zijn oud of zo, want zodra ik het bandje oppomp zie je het plakkertje opbobbelen en dan gaan lekken…. Dan, uiteindelijk lijkt het te werken. Inmiddels is de buitenband zover opgerekt dat een stukje daarvan niet meer binnen de rand van het wiel valt… “Op die fiets ga ik niet!” besluit Hanneke gezellig… (De andere fiets zit nog ergens onder in de achterkajuit ingepakt. Affijn, dit komt de algehele stemming zeer ten goede….

Zondagnacht en -ochtend was regen en onweer voorspeld, maar de dag begint uiterst zonnig. Toch vallen rond 9 uur opeens twee kleine buitjes onder een stralende zon. Het is meteen een stuk koeler! We hebben besloten – vanwege onweersdreiging – om hier nog een dagje te blijven. Veel zin heeft dat niet, denk ik, want de hele komende week geldt er elke dag een flinke kans op onweer. En om hier een week te blijven liggen is me toch wat te gortig. Er volgt dus een goed voortgangsgesprek. Om een uur of elf onweert het inderdaad een tijdje, maar afgemeten aan onze ervaringen zuidelijker, het stelt niet zo bar veel voor. Ook vallen er twee buitjes van 10 minuten met hele dikke druppels. Dan is het weer droog en een beetje zonnig. We wachten de hele dag, maar er valt zelfs geen buitje, tot half acht. Dan wordt het wachten beloond: niet zozeer het onweer (dat is maar matig actief) maar het hoost! Enorme druppels, de overkant van het water is nauwelijks nog te zien! Een dicht grijs, massief watergordijn! Het duurt een half uur. Daarna ziet het er nog uren dreigend uit, maar dat was het dan toch wel. Voor later vannacht en morgenochtend vroeg wordt iets dergelijks verwacht, dus de boel blijft dicht.

Maandag 31 juli word ik tegen achten wakker. We horen dat Hanneke’s zusje en zwager Ludy en John op weg naar huis gaan en wel langs willen komen. Dat lijkt ons ook gezellig, maar planning is lastig. Wanneer we wat verder zijn kunnen we ook afspreken. Het weer is bewolkt maar droog. We zetten koffie en thee en om kwart over negen vertrekken we. Opnieuw een prachtige rivier, met scherpe bochten en grote bogen door het land, waarvan je af en toe tussen de bomen een flard ziet. Soms zien we grote akkers, soms stukken grasland met hier en daar een bosje bomen met wat koeien erbij, ook af en toe vergezichten op lange, hoge, glooiende heuvels. We passeren een sluis, samen met een motorboot. Dan een tweede sluis. Daar liggen twee bootjes te wachten. Zij mogen eerst en dan is de sluis dus vol. Het gaat snel: binnen 20 minuten kunnen wij door. Ik heb midden op het water liggen wachten en ben door de wind iets naar de kant gedreven, een meter voorbij een groene ton. Hanneke zegt nog…. Affijn, groen licht, gas geven en… Er gebeurt niets… Meer gas, nog meer gas, vol gas: geen centimeter vooruit. Dan maar achteruit? Evenmin enige beweging…. Dan draaien en opnieuw vol gas. Inmiddels zie ik dat de dieptemeter op nul staat, maar er komt nu wel bodemzooi naar boven. Na erg lang durende vijf minuten draaien we langzaam en komt er wat beweging in! Uiteindelijk bereiken we de sluis…. Heel raar: niets gemerkt en toch, 1 meter naast het tonnetje zo vast als een huis! Ook deze sluis gaat heel snel en direct eruit moeten we een smal zijkanaaltje in. Er staat een bord dat dit het Canal entre Bourgogne et Champagne is. Al na 300 meter de eerste sluis! Heel smalletjes en zo kort dat we er met twee bootjes net in passen. De Fransen zijn – heel sociaal – doorgeschoven naar voren. Maar daar zijn geen bolders. Na een hoop gehannes kunnen we schutten. Bij deze sluis krijgen we uit een soort snoepautomaat een afstandsbediening, althans, dat is de bedoeling. Uiteindelijk telefoneert de Fransman en komt er één uit rollen. Hij belt opnieuw, voor ons. Na veel discussie komt er een tweede uitrollen. De onze heeft nummer 183. Dan kunnen we door. De Fransman en z’n vrouw besluiten dat het nu lunchtijd is na al deze stress…. Wij besluiten door te varen. De sluizen tellen af van 43 aan deze kant naar 1 bij het begin van de tunnel. De volgende sluis is overigens maar 200 meter verder. En daarna volgt er één na een kilometer, en dan één na twee en dan weer één en zo voort. Het vaarwater is smaller dan de Schelpenkade en onbeschrijflijk troebel, groen, vies, vol wier en dode planten. Eigenlijk net een goed gevulde snert, maar dan wel heel veel. Maar de omgeving is wel heel mooi en idyllisch, met af en toe drie huisjes, of een dorpje en met die sluiswachterswoninkjes. We passeren een indrukwekkend viaduct dat eruit ziet als een Romeins aquaduct. Ook varen we twee keer over een soort brug over een ander klein riviertje. Toch, om half vijf zijn we het eigenlijk wel zat, een sluisje in, sluisje uit, volgend sluisje. Er zijn langs het hele kanaal nauwelijks plekken om aan te leggen en, als er dan eens één is, dan is die voor hoogstens één bootje. Bij één van de sluisjes staat een mannetje wier uit de sloot te halen met een hark…. Volgens mij onbegonnen werk als je deze hoeveelheid ziet! Ik zwaai naar hem en roep dat het wel héél veel werk is. Hij steekt z’n handen in de lucht en steunt luid “oui, oui, oui!” Nu zien we om half vijf zo’n plekje na sluis 26, een oude laad- / losplaats voor graan. En daar gaan we liggen aan twee pennen die ik de grond in moet beuken met de bijl die we voor houtjes hakken (….) aan boord hebben. Het is hier doodstil, geen geluid, geen zuchtje wind, geen vogels of kikkers, krekels of ander gespuis, zelfs geen auto’s, of vliegtuigen, zelfs niet ver weg…. Het is onwaarschijnlijk stil. Dat blijft het ook, stil zoals je het nog nooit hebt gehoord! Tot het stikdonkere nacht is en er een mug de boot in komt! PATS! Verder blijft het stil en oer, oerdonker.

Dinsdagochtend worden we wakker onder een redelijk heldere hemel. Aangezien de sluizen pas draaien vanaf 9 uur kunnen we niet erg vroeg weg, dus tijd genoeg voor koffie en thee. We passeren twee sluizen en dan liggen we in een sluis die niet meer reageert. We bellen de ‘hulppost’ en vertellen wat er gebeurd is. Ze beloven dat er iemand aan komt. Die komt binnen 20 minuten. Nu is het een tamelijk stroeve vrouw. Onze afstandsbediening wordt geruild voor een andere met nummer 36. Dan krijgen we een berichtje van John en Ludy: ze zijn vlakbij en komen even langswippen. Waar kunnen we afspreken ongeveer? We noemen een aanlegplek bij een plaatsje ‘Cusey’, naar schatting tegen half vier. Inderdaad zijn we daar om die tijd. Er liggen al twee flinke boten die zich hadden geïnstalleerd,maar ze zijn zo vriendelijk om iets meer ruimte te creëren, zodat wij ertussen kunnen. Als we liggen zitten we een app-je te schrijven, “hoe daar te komen” en dan zie ik een Nederlands autootje aan komen rijden! Daar zijn ze al! Dat wordt inderdaad heel gezellig! John en Hanneke gaan nog even met de auto kijken of er ergens iets ‘te beleven’ valt. Niets, helemaal niets! Onderweg zagen ze nog één winkel, maar die was de komende weken gesloten vanwege vakantie! En dan rijdt er zomaar, in de middle of nowhere dus, een pizza-bakker het terrein op. En dus eten we vandaag pizza. Het begint te onweren. Vooral flitsen doet het heel hevig, donderen valt wel mee. Met het tentje erover houden we het best droog. We ruimen de achterkajuit zover uit dat John en Luud daar vannacht kunnen slapen. En dan wordt het nog gezelliger! Met koffie en namaak Amaretto en koekjes en daarna wijn en bier, en zo voort. John en Luud hevelen ook nog hun hele voorraad leeftocht over naar onze boot. Alle boten om ons heen zijn al diep in slaap, als wij tegen twaalven ook te rusten gaan. En even later begint het me toch te hozen! Iedereen wakker, behalve de kapitein, want die heeft een gezonde nachtrust….

Om zeven uur zet ik een potje koffie en om acht uur komt iedereen uit bed. Tegen negen uur komt een Nederlands vrachtschip voorbij. Daar willen we niet achter hangen, dus een uurtje uitstel. Hanneke, Ludy en John gaan nog even kijken of ze een geo-cache kunnen vinden. Dat lukt en om 10 uur gooien we los. De eerste sluis is 400 meter verder, de tweede 500 meter, de derde 400 meter, enzovoorts! John en Luud willen wel een paar sluisjes meevaren en dan teruglopen naar de auto. Al bij de tweede sluis nummer 21, weigert deze om de sluisdeur te sluiten en te schutten. We bellen, maar onze telefoons doen het hier niet: geen bereik. Uiteindelijk gaat John de ladder op en tilt de blauwe stang omhoog. En dat werkt. Bij de volgende hetzelfde. Daar doet de telefoon het wel. Opnieuw komt er een mannetje. Hij vertelt dat we de blauwe stang zelf omhoog moeten doen, bij deze en de volgende drie sluizen….. Dan blijkt dat we bij deze sluizen zelf de blauwe stang moeten liften. Vervelend, want die is aan de andere kant van de sluis, waar geen aanlegbolder of trapje is. Dan dus maar omhoog klimmen over een glibberig laddertje, omlopen en de stang omhoog. En ja hoor: dat was het dus. Even later zien we tot onze schaamte in de ‘reisgids’ voor het kanaal, dat dit allemaal wel was aangegeven in het gidsje dat we hebben meegenomen, maar we hadden het nog niet gesnapt…. (Wij, domme buitenlanders! Niets snappen van instructieboek!) Extra bemanning is zeker in deze situatie wel handig. John gaat dan even de ladder op en lift de blauwe stang aan de overkant. Dat doet hij twee keer, maar dan stappen ze af. Jammer! Afscheid: “tot kijk, erg gezellig, misschien later, een eind verderop…!” En dan, bij de volgende sluis, zien we ze over de brug rijden! We doen twee sluizen zelf, waarbij Hanneke naar boven klimt en ik de boot op z’n plek houd. Dat gaat eigenlijk ook wel goed. Dan krijgen we een telefoontje tijdens het invaren van een volgende sluis, dat John en Luud een open winkel zijn tegen gekomen en twee pakjes shag voor de kapitein hebben aangeschaft! “Waar ons volgende stopplekje zal zijn?” We vertellen waar we zijn en dat circa 3 km verder is zo’n plekje. Daarna leggen we de boot in de sluis, de deuren gaan dicht en dan gebeurt er niets meer…. Dan maar weer eens bellen. Er komt opnieuw een ‘mannetje’ met een stagiaire. Deze sluis is echt een beetje kapot… Deuren gaan open en dicht, aanvankelijk zonder succes…. We sturen John en Luud dus maar een berichtje. Een half uur later staan ze boven ons aan de sluis om de rookwaar af te leveren! En dan, zowaar, doet de sluis het weer! Opnieuw afscheid en dan gaan wij weer op weg. We komen bij één van de weinige stopplaatsen ‘Piépape’ gedoopt en besluiten dat het voor vandaag wel genoeg is.
Dit lange kanaal is helemaal door landelijk gebied aangelegd, over vrijwel de hele lengte omzoomd door bomen. Naarmate we verder komen, zien we steeds duidelijker dat wij hoger komen, steeds dichter naar de toppen van de uitgestrekte heuvels. Enorme mais-, graan- en soms zonnebloemakkers tot aan de horizon, met hier en daar wat bos of een piepklein dorpje op een afstandje, vooral herkenbaar door een kerktoren. Steeds vaker liggen die torens dan lager dan dit kanaal.
Tegen drie uur hebben we vijf uur gevaren en zijn dan pas 12,5 km opgeschoten… Een gemiddelde van 2,5 km/u… Zo gaat dit kanaal nog heel, heel lang duren. Maar we liggen wel mooi, heel rustig en rustiek. John en Ludy kamperen niet heel ver weg en sturen een berichtje dat het tentje staat met een prachtig uitzicht. Er komen nog twee Nederlandse vrachtscheepjes voorbij, een uurtje na elkaar, en dan is alles gesloten. Vreemd! Tot dusverre zien wij hier alleen Nederlandse vrachtscheepjes die maar net in deze sluisjes passen: ze komen uit Noordwijk, Hazerswoude, Haarlem, Coevorden en Weert. Het is onwaarschijnlijk hoe die scheepjes hier kunnen varen: ze passen maar net in een sluis, met 10 cm aan weerszijden en moeten het roer dwars zetten om de sluisdeuren te kunnen sluiten. Met hun diepgang woelen ze zichtbaar de bodem van 1.90 m. om. Af en toe wisselen we een groet en dan blijken het ook allemaal Hollandse bemanningen. Blijkbaar is hier varen voor Fransen niet rendabel en voor Hollanders wel….
’s Avonds eten we de resterende pizza-punten van gisteren en zijn toch tevreden. Morgen gaan we op naar de tunnel bij Langres. Heel opwekkend vind ik het bordje aan deze aanlegplaats overigens niet: tot de volgende plek 2 km, 5 sluizen…. Naar de tunnel zijn er nog 11 of 12 sluizen…. Na de tunnel, tot aan de Marne in dit kanaal zijn het er nog 71!

Donderdag worden we wakker terwijl het zonnetje weer schijnt. Volgens Hanneke heeft het gehoosd, maar de kapitein sliep als een onschuldig lammetje. Om klokslag 9 uur beginnen we aan het volgende stuk. Tot onze verrassing gaat dat heel snel: nog voor tienen zijn we de eerst drie sluizen voorbij en dan krijgen we vijf ‘grote jongens’ van ruim 5 meter. Ook die ‘bedwingen’ we in record-tempo door een nieuwe taktiek. We leggen met voor- en achterlijn aan bij een bolder, hijsen de activeringsstang omhoog, verleggen samen de lijnen naar een hogere bolder of op de kant, zodra dat kan en klaar! Het valt ons op dat hier het water weer heel erg vol met wier en plantenresten is, terwijl dat de laatste kilometers daarvoor wel meeviel. Bij sluis 2, bijna bovenaan, Is een mannetje bezig het gras te maaien. (Raar! Bij alle sluis-wachtershuisjes, bewoond of niet, is het gras keurig gemaaid!) Hij komt van de maaimachine af en nodigt ons uit om ‘Mirabelles’ te komen plukken in zijn tuin. Wij bedanken hem hartelijk voor dit vriendelijke aanbod, maar zeggen dat we een beetje haast (???) hebben omdat we de tunnel door willen. En dan, nog voor 12 uur, zijn we bovenaan bij sluis 1! Als je achterom kijkt kun je het vorige stukje nog net zien, heel diep lijkt dat! Bovenaan is de controlepost voor het hele kanaal. Een mannetje dat we onderweg al een paar keer hebben gezien legt uit dat we moeten wachten op groen licht, ook in de tunnel. Daarna gaat hij, samen met een collega het wier vlak voor de sluis wegscheppen, want het belemmert de opening van de sluisdeur…. Dan kunnen we door tot het stoplicht. Tegen 12.45 uur kunnen we door groen licht, een smal kanaaltje in. Bij de ingang van de eigenlijke tunnel moeten we weer wachten. Een man komt langs lopen en vertelt dat we een voorganger hebben, een vrachtscheepje, dat heel langzaam gaat. Tussen twee schepen moet minimaal 800 meter ruimte bewaard blijven. Om 13.00 uur mogen we 500 meter door. Weer een kwartier wachten voor het licht op groen gaat, en dan weer een stukje. De tunnel is 5 km lang en kaarsrecht, redelijk verlicht, maar smal, met aan één kant een voetpad. Hier en daar druppelt, soms stroomt er water uit het plafond. Tegen drieën zijn we bijna aan het eind. Daar staat een man in een noodtelefoon te praten. We vragen of hij problemen heeft. Het blijkt een medewerker van de VNF te zijn. Hij vertelt dat het signaleringssysteem defect is, waardoor de lichten op rood blijven staan. Dan zijn we weer buiten. Het heeft buiten geregend, maar nu schijnt de zon weer. Opnieuw is het een smal kanaaltje van 3 km voor we op wat breder water komen bij een sluisje. Een vrachtscheepje gaat ons voor. Dan zijn wij aan de beurt. Een oud, tandeloos vrouwtje blijkt de sluismedewerker te zijn en vertelt dat er drie trage vrachtschepen voor ons zijn. Dus haast heeft geen zin. Naar beneden schutten blijkt voor ons een fluitje van een cent! Wel is het een beetje griezelig, vlak achter zo’n sluisdeur te liggen, waar het water als een heuse waterval over het randje loopt, terwijl wij steeds verder naar beneden zakken! Inderdaad, voor Langres moeten we nog een keer bijna een uur wachten en dan kunnen we door naar een aanlegplek, niet al te ver van Langres. Om vijf uur liggen we, wel lichtelijk gevloerd en met droge kelen waar zo snel mogelijk sap in moet, maar we liggen! Als ik uitreken wat we vandaag hebben afgelegd was dat een kleine 20 km in 8 uur. Opnieuw een daggemiddelde van 2.5 km/uur….

Vrijdag 4 augustus begint grijs. Om een uur of 9 vallen er zelfs wat druppeltjes. Hanneke wil graag naar Langres, een oud ommuurd stadje (één van Frankrijks mooiste 50 steden). Ik heb besloten dat niet te doen. Frankrijkst op 49 na mooiste stad, tsja. Ik ga het logboek proberen bij te werken, liefst met foto’s. Na 1.5 uur en virtuele verplaatsing van 1 Gb aan foto’s kan ik er nog steeds niet bij met om ze in dit bericht te zetten. De I-pad laat de foto’s zien als ik ze in de mail of een foto-promma bekijk, maar niet als ik ze vanuit WordPress wil selecteren en in dit tekstje zetten. Om 11 uur stop ik ermee. Ik ga klusjes doen: het waterfilter reinigen, olie controleren, touwen maken aan twee dikke trossen die lang hele lage kades tussen wal en schip hangen, en zo voort. Ik maak ook een lijstje van onze tocht tot dusverre. Dan valt het me op dat we sinds ons vertrek op 4 juli, tot nu toe 15 dagen gevaren hebben en 17 dagen ‘pauze’ hebben gehouden…. Dat vind ik wel een beetje een scheve verhouding. Nou, maar hopen dat Hanneke een leuke dag heeft, want wat mij betreft komen er eventjes geen pauzes meer….

 

 

28 juli – in Auxonne

Zaterdag 22 juli wrijf ik mijn ogen uit: voor mij ontrolt zich een alleraardigst tafreeltje. De kapitein van de Vaporetto (die ligt een eindje voor ons) is bezig het scheepje gereed te maken. Voor hem, op de wal, aan de buitenkant, staat een slank dame in een zomerjurkje (geen wind…) met een schier onpeilbaar decolleté, gekapt volgens de laatste mode, met lange oorbellen en op hoge hakken, het exterieur van het scheepje bij te werken. Ze lapt de ramen…. Hij staat binnen. Wat een vak, kapitein op een dampertje, met zulke vergezichten…. Het moet haast wel de exterieurverzorgster van de kapitein zijn. Het is opnieuw duidelijk: Cultuur verloochent zich niet! Waar anders dan in Frankrijk, heb je zulke exterieurverzorgsters? Niet in de polder in elk geval…. En, vandaag gaat Hanneke dus natuurlijk met de Vaporetto opnieuw naar de stad. Ze hoopt dat er markt is (en volgens onze buren is die er). Ik ga de motor checken en de boot schoon maken. Na elke regenbui is de boot verschrikkelijk smerig, van het rode stof. Ik raak ook even aan de praat met een Finse man. Hij is met vrouw en kind via Gibraltar, de Balearen en Sardinië en Corsica hierheen gevaren. Op de rivieren vinden ze (zijn vrouw vooral) het veel plezieriger varen. Ze zijn net als wij onderweg naar huis.
Hanneke komt tussendoor even aanwippen en gaat dan door naar het museum. Ze heeft de markt inderdaad gevonden. Daar raakte ze ook aan de praat met twee mensen die lang in de zorg hadden gewerkt. Zeven jaar geleden waren de kinderen volwassen en de deur uit en besloten ze om een vrachtscheepje te kopen (een Franse spits, de ‘Boekanier’ oid) en daarmee beroepsmatig te gaan varen. Dat gaat met voor- en tegenspoed. Soms is het spannend en, in elk geval, iets heel anders dan de zorg. Intussen haal ik tegen drieën nog meer ‘bootschappen’ (drank en zo) en dan begint het natuurlijk net te onweren. Ik wacht een tijdje op de ‘experimentele taxi’: er zijn hier twee experimentele, geheel onbemande auto’s die dus zonder bestuurder zelfstandig rijden. Dat laatste is een groot woord, want het gaat tergend langzaam, nog geen wandelsnelheid. Helaas, ik wacht tevergeefs. Ze schijnen af en toe een rondje te rijden, maar net niet als ik hem zou kunnen gebruiken. Het onweer stelt het hier overigens (vandaag) niet veel voor. Pas ’s avonds lijkt het er een beetje op.
Tegenover ons in de haven ligt een motorkruiser uit Steenbergen. De man rijdt in een rolstoel. De boot is daarop aangepast: in de kajuit-ingang vanaf de besturing boven is een compleet liftplateau ingebouwd naar de kajuit. Op het achterdek is een elektrisch hijskraantje gemaakt waarmee de man met rolstoel aan boord kan worden getakeld. Je vraagt je toch af: “Zou dit ook al een WVG-aanpassing zijn?” (Al dat geld moet toch ergens heen gegaan zijn, de afgelopen jaren?) Hanneke komt terug als het onweer en een wat steviger bui net voorbij zijn. Geen toeval: ze heeft die narigheid doorstaan door te schuilen in de Confluense (het idioot grote winkelcentrum) en zag toevallig super wandelsandalen en in de supermarkt nog een voorraadje bier. Het museum was heel bijzonder, prachtig vormgegeven en ruim, het gebouw tenminste. De verzameling bestond uit allerlei thema’s waar van alles bij gehaald was, een beetje zoals thematisch onderwijs. Wel heel gevarieerd en grappig, maar eigenlijk te weinig diepgang….

Zondag gaan we om kwart over zeven op weg. Het is bewolkt en niet warm. Ook andere bootjes zijn bezig met voorbereidingen, trouwens, maar we zien er later maar één van terug. Het eerste stukje zijn indrukwekkende oevers met hoge gebouwen, maar na een tijdje wordt alles wat vervelozer, slechter onderhouden en kaler. We naderen de randen van de stad. We zijn na een uurtje Lyon uit. De bebouwing wordt nog schaarser, de begroeiing dichter. Prettig dat er hier nog maar zo weinig stroom tegen staat. Hoogstens een halve knoop, terwijl dat op de Rhône voor Lyon vaak 2 tot 2,5 knopen tegen was. Het is vandaag bewolkt en koel, maar wel droog, de hele dag. De Saone is vaak breed, traag stromend, bochtig, langs de oevers begroeid met struiken, soms stukken bos en hier en daar wat bebouwing of een – soms prachtig – dorpje. Ook de bergen raken steeds verder van ons verwijderd. We zien vrijwel geen andere boten of vrachtverkeer. Het is mooi, rustig, maar na een dag begint het ook een beetje saai te worden. Hanneke kan daarentegen geen genoeg krijgen van de enorme velden waterlelies en de talloze knobbelzwanen met jongen. We passeren twee kleine sluizen (afgemeten aan die op de Rhône!) die zo’n meter of vier omhoog gaan. Het is het grootste deel van de dag tamelijk grijs, maar het blijft droog. Als de zon toch door komt brandt die als de hel door de kleren heen. We stoppen bij een mogelijke ligplaats, Montmerle. Het is wel een leuk stadje, zo te zien, maar alles is dicht en het is vrijwel uitgestorven. We besluiten dus om nog even door te varen. Om vier uur bereiken we Macon, een wat groter stadje met een fraaie brug met 12 bogen. Tot de avond is het vrij onrustig door allerlei speedbootjes en waterscooters die volgas voorbij komen, daarna heerlijk rustig. We liggen aan een nieuwe steiger, met vlak er voorbij, een soort podium-steiger. Daar wordt net één of andere festiviteit met flinke bas-boxen opgebouwd. Het blijkt een Afrikaanse band die van zeven tot acht optreedt. Ik ben er niet echt van onder de indruk, maar Hanneke vindt het leuk. We raken nog even aan de praat met een Haarlems stel zeilers die hier nu met de auto zijn. Het stadje is wel aardig, maar niet heel bijzonder. Bovendien is het zondag en bijna alles is dicht.

Maandag 24 juli begint bewolkt, regenachtig en fris: het is maar 17 graden! Om negen uur wordt het toch droog en besluiten we vandaag een stukje verder te gaan, naar Tournus. (Dinsdag wordt er echt heel veel regen voorspeld en misschien is er daar wat meer te beleven.) Het blijft de hele ochtend wisselend tot zwaar bewolkt en er dreigt regen. Onze route vandaag is over een bochtig stuk smaller water. Al snel zien we de oorzaak van alle speedboten en bootjes gisteren: er ligt een grote pleziervaart haven, vlak ten noorden van Macon. Daar voorbij varen we weer een mooi stuk natuur in. Ik zie een blauwe reiger, broederlijk, naast een kleine witte reiger en wijs ernaar. Hanneke kijkt en ziet twee bewoonde ooievaarsnesten en nog een paar beesten daar omheen! Nog wat verder onderweg zien we in een boom twintig tot dertig kleine witte reigers in één boom zitten. Het lukt niet om ze goed te fotograferen, maar een raar gezicht is het! We passeren smalle stukken met op veel plaatsen ondergelopen dijken en dammetjes. Op zo’n smal stuk passeert een Franse eikel met een flinke boot met overmatig motorvermogen met 15 knopen op twee meter afstand. We kunnen niet uitwijken of de golf opvangen en krijgen een paar enorme gooien door z’n hekgolf. De hele stellage met de masten erop staat te wankelen! Het gaat gelukkig goed. Dan, om kwart voor één, leggen we aan bij een slecht onderhouden lange steiger (hij schijnt 2 jaar geleden vernieuwd te zijn!) tussen twee bruggen in, in het plaatsje Tournus. De lucht is dreigend en er vallen een paar druppels. “Kom”, zeg ik, “laten we snel de wintertent er overheen trekken, want morgen hoost het de hele dag”. We haasten ons nogal, want ook nu is het dreigend. In zeven minuten zit de wintertent erover heen. Op het moment dat de tent erover zit, barst er een gigantische hoosbui los! En wij zitten droog! Hoera, net op tijd! We vieren het met een high-five. De brug waar wij vlak voor liggen is in de plensbui niet eens meer zichtbaar! Op dat moment komen er nog wat andere bootjes binnen, maar de opvarenden staan op het dek in de hoosbui. Een half uurtje later is het al weer voorbij en komt het zonnetje door. Van andere Hollanders die we al in Lyon hebben gesproken, horen we dat zij dit een leuk stadje vinden. Hanneke gaat dus op pad, terwijl ik een tukkie doe en dit verslagje schrijf. Om vier uur zie ik een Finse zeilboot die door een andere boot langszij ‘gesleept’ wordt. Het zijn mensen die ook in Lyon lagen en met wie ik even heb gesproken. Hij vertelt even later dat een kilometer terug de motor begon in te houden, zwart rookte en er bijna geen koelwater meer uit kwam. Hij gooide zijn anker uit, midden in de vaargeul, want er kwamen twee vrachtschepen aan. Gelukkig kreeg hij dit sleepje van een Deense motorboot. Later komt hij vertellen dat hij van alles heeft onderzocht, maar niets gevonden, maar de motor doet het wel weer… Wij lopen het stadje in en rond en komen uiteindelijk weer uit bij een pizzeria, recht tegenover de boot. Het duurt een eeuwigheid, maar het is lekker. Vooral Hannekes “assiëtte di antipasti” van Italiaanse voorgerechtjes is een feest om te zien en te eten. Erg grappig vind ik de bereiding van twee ‘crème brulées’: met een camping-gas soldeerbrander wordt in een achterafhoekje het suikerlaagje gesmolten… Wij besluiten vandaag geen nagerecht te nemen…

Dinsdag is het zwaar bewolkt en het heeft geregend, maar het is droog en dat blijft het eigenlijk het grootste deel van de dag. Heel af en toe valt een miniem ‘buitje’ van 12 druppeltjes of zo, maar dat is het dan op één plensbui van 5 minuten na. Het is wel fris vandaag, zeg maar koel…. Enigszins tot mijn verrassing lees ik in een lokale brochure dat de Saone hier vroeger de grens was met Duitsland. Nou ja, een land was dat toen nauwelijks… Na WO I is dat stuk aan de overkant aan de Fransen gegeven als ‘Wiedergutmachung’. We bekijken het volgende traject: morgen naar Chalon sür Saone, dan naar Corre. En dan gaan we een traject in met een sluis per kilometer…. Bij Epinal ligt blijkbaar de waterscheiding: vanaf daar krijgen we alsmaar “stroom mee”. .het laagste punt van Epinal ligt op 315 meter. Zover zijn we dus de laatste weken omhoog gevaren. We zien in deze omgeving steeds vaker bootjes met enorme hoeveelheden stootwillen aan alle kanten. Het ziet er raar uit. Dat zijn bootjes die ‘sans permis’ worden verhuurd. Je hoeft dus geen vaarbewijs te hebben / niet te kunnen varen. (Overigens is een vaarbewijs nog geen bewijs dat je kunt varen….) Die worden in deze omgeving blijkbaar veel verhuurd. We zijn al herhaaldelijk gewaarschuwd dat veel van deze schippers het ook echt niet kunnen. Aan het eind van de middag valt er nog een bui en dan is het afgelopen. We eten een flinke pan spaghetti, maar er is nog een flinke helft over. We zien dat het weer in Nederland veel te wensen over laat. Wat een kwakkelland: geen behoorlijke winters meer en ook miezerige zomers! Het is ook maar net waar je wiegje gestaan heeft en daar moet je het dan maar mee doen…. Tenzij je natuurlijk besluit om een tijdje weg te gaan….

Woensdag ben ik om zes uur op. Hanneke moppert dat het nog veel te vroeg is. Tegen zeven uur komt ook zij en maken we de boot klaar. De tent blijft er voorlopig even op: vandaag zijn buien voorspeld en de tent is drijfnat na de regen vannacht. We varen nu dus echt als motorboot…. Het is overigens overwegend zonnig en er hangt zo vroeg een lichte ochtendnevel vlak boven het water. Om half acht vertrekken we. Het plaatsje ziet er prachtig uit. Vlak buiten het plaatsje wordt de ochtendnevel even een stuk dikker, maar bij het eerste sluisje is hij al weer verdwenen. Deze sluiswachter is een man van weinig woorden: als ik onze aankomst aankondig roept hij alleen iets van “okee”. De aller-allerkortste conversatie met een Franse sluiswachter ooit. We passeren een paar prachtige stukken en een voormalig klein sluisje bij Gigny, waar je nu kunt overnachten en eten. Om twaalf uur leggen we aan in Chalon sur Saone bij een haven in een lus van de rivier om een eilandje. We liggen vlak achter de Finse vaargenoten van gisteren. ’s Middags lopen we het stadje in. Heel oude pandjes met vakwerkgevels en een grote kerk die er wel wat verweesd uit ziet. Dan ontdekt Hanneke dat ze haar rugzak ergens heeft laten staan…. Ze hobbelt het stuk terug, maar hij staat er gelukkig nog en met alles erin! We drinken een pilsje op een terrasje en lopen terug. De Finse man van de Stella Polaris komt langs en vertelt dat zijn motorprobleem mogelijk een kapotte koppakking betreft. Hij heeft ook nog wat gereedschap nodig dat ik ‘toevallig’ heb. Hanneke en ik bespreken de tocht van morgen: we gaan naar Verdun sur le Doubs en – als het vlot gaat – door naar Seurre, zo’n 45 kilometer verder. De weersvoorspelling is vrij matig: vannacht en morgen een paar buitjes en bewolkt. Nou ja, een dag om opnieuw van achter de plastic ruitjes van de wintertent varend het landschap te bewonderen.

En inderdaad zijn we om 7 uur op en een half uurtje later onderweg. Vannacht heeft het geregend maar nu is het droog en af en toe, even, zelfs zonnig. Al snel laten we de grote industrie en hoge kades van Chalon achter ons en komen op een rivier zoals de Vecht, maar dan breder en minder dicht bewoond. Steeds meer natuur, en nog meer, en nog meer! en bijna geen mensen, behalve Franse vissers, want die zitten zowat achter iedere boom…. We passeren een kleine sluis, passeren om 10 uur ook Verdun les Doubs, wat een leuk plaatsje schijnt te zijn en komen uiteindelijk om 12 uur in Seurre aan. Vlak voordat we het haventje bereiken varen we langs een eilandje met steile kleiwanden. “Hé,” zegt Hanneke, “dat lijken net holletjes van ijsvogels!” En op het moment dat ze het zegt komt er een ijsvogeltje aan en schiet als een knalblauwe flits meteen het holletje in! De kade iets verderop, waar je aan kon leggen volgens de pilot, is op de schop: grote draglines en ander zwaar gemotoriseerd gereedschap staat uit te rusten vanwege de lunchpauze. Wij leggen aan bij een pontonnetje, vlak voor de jachthaven. We liggen en de pauze is over….. Voor het eerst vandaag begint het een ietsje te motregenen. Ik bereken het aantal motoruren sinds de laatste tankstop en de resterende tank-inhoud. Even later zien we de Finse Stella Polaris voorbij varen. Zij gaan blijkbaar het haventje in. Wij kijken de berichten over stremmingen van de kanalen na, maar dat ziet er niet goed uit! De route via het Canal des Vosges is tot nader order gestremd door een gebrek aan water…. Vrijdagmiddag schijnt er een update te komen over de situatie. Wij gaan tegen zessen even het plaatsje bekijken. Seurre is oud en piepklein (2000 inwoners) en er zit niet veel leven in. We zien toevallig dat er een klein marktje wordt opgebouwd en stoppen bij een terrasje. Geinig wel, om al dat gestuntel te zien. Veel Franse bombarie en larie! Om zeven uur barst er een hoosbui los. Weg markt! Het bandje dat nog in de opbouwfase was hangt met zeven man aan de overkappende tent, de stroom valt uit, oude dametjes beschermen hun permanentje met hun damestasje en de kramen zijn flitsend snel verdwenen. En eigenlijk duurde de bui nog geen kwartier! Vreemd! Dan werkt het in Frankrijk opeens wel efficiënt! Wij scoren op de valreep op de markt toch nog twee ‘burrito’s’ bij een verfranste Engelse madam. Samen wegen ze een kilo en we kunnen samen maar één op. Maar wel lekker. Morgen dus weer! Op de boot aangekomen blijkt dat we de boel niet goed genoeg hadden afgesloten, dus ook daar veel natte zooi. Al met al een avond om met gemengde gevoelens aan terug te denken. Wel zien we de Nederlandse spits Compaan met een flinke vaart voorbij jakkeren. Het tegenstrijdige om een overvloedige maaltijd te genieten met een natte kont, wordt onderstreept door een buitengewoon bijzondere zonsondergang met wolkenstraten. Een gericht.

Vrijdag vertrekken we tegen half acht. De sluiswachter maakt de sluis vlak voorbij het haventje meteen klaar en nog voor acht uur zijn we op niveau. Het eerste stuk is een gekanaliseerd deel: recht, met profielplaten en saai. Al ruim voor tien uur zijn we bij St Jean de Losne. Dat ziet er erg gezellig uit en er liggen heel veel bootjes langs allerlei kades. Ook is er een tankstation aan het water waar we de puntjes nog even op de i kunnen zetten. Hij wordt bediend door een uiterst vriendelijke Chinese man. Op dat moment zien we ook de Stella Polaris voorbij varen. Een uurtje later halen we ze in. Hun motor rookt niet en loopt weer goed, dus alle onrust is waarschijnlijk onnodig geweest. Zij gaan na Auxonne richting Duitsland. Wij wachten in Auxonne het advies van de Franse waterbeheerders af of we doorgaan naar Corre en de Vogezen of dat we het kanaal nemen van Bourgogne naar Champagne (of andersom). We varen weer over een breed water, met aan beide zijden vaak bos, bomen, struiken en Franse vissers. Tegen half twaalf komen we bij het eerste zelf te bedienen sluisje. Dat blijkt echt piepklein! Er komt eerst een motorbootje uit, maar dan mogen wij! Gelukkig is er een meisje dat onze lijnen aanpakt en om een bolder gooit. Daarna een smal kanaal waarna we opeens in Auxonne zijn. De kade is mij te laag om veilig aan te leggen.bovendien is dit ook nog waterski-zone. Er zijn verderop twee grote pontons, maar collega watersporters met een hang naar privacy, hebben zo geparkeerd dat wij er net niet meer tussen kunnen… Dus de marina dan maar. Dat blijkt een prima marina met een vrolijke Engelsman als capitaine. Intussen veranderen de berichten over het kanaal een beetje: het vaarverbod voor het stukje bij Verdun in opgeschort naar 30 juli. Maar wij zullen er voor die tijd niet zijn. Anderzijds, het kan dus zo maar worden opgeschort en de komende dagen gaat het hier (maar ook daar ???) regenen, onweren en stormen…. Een soort van hoera’tje bij het woord regen… Hanneke gaat naar de erg aardige en behulpzame havenmeester. Het is hier heel betaalbaar en we blijven nog een dagje liggen want we moeten groots inslaan: we gaan de barre binnenwateren van Bourgondië en Champagne op. De komende weken vermoedelijk voor ons geen Carrefouren meer, maar uitgemergelde Franse plattelandsdorpen met louter ouden der dagen. Geen Canal de Vosges voor ons. De stremming bij Verdun duurt al twee weken en kan nog heeeel lang aanhouden…. Ook deze week nog even geen foto’s want de internetcentjes om ze te uploaden zijn op. Zelfs dit bericht nadert de pijngrens van pappa provider. Na maandag kunnen we – heel voorzichtig – weer eens kijken.

 

21 juli – Hanneke’s verjaardag klaar

Het vorige verslag van 14 juli is nog bezig om van de persen te rollen en op te drogen, als Hanneke een mailtje krijgt van mijn liefste zusje. Daarin staat onder andere dat de meeste foto’s in het vorige bericht nu wel met hun voetjes op de grond staan, maar die in het nieuwe verslag niet! (Het mag toch geen wonder gevonden worden dat onder computer-gebruikers de krankzinnigheid hand over hand toeneemt….) Dit gelazer heeft al ander halve Gigabyte dataverkeer opgeleverd, dus dat zal dus geen toeval zijn… Ook een fijn euveltje is verzenden aan een verzendlijstje mensen: steevast een melding dat ik naar een correct e-mail adres moet sturen…. Maar ja, dit is het lijstje van vorige keer… En als je dan een fout ziet, blijkt dat je die niet kunt corrigeren. Het pakket springt meteen in de verzend- of onverzendmodus…. Windows wordt steeds mooier, niet gemakkelijker en Google weet nu ook hoe dat moet…. Doe mij maar gewoon DOS en Wp4.2: dat was tenminste overzichtelijk!
We eten Indiaas, lekker gekruide kip met saus en een heleboel bonen en champignons erdoor. Dan een hele rustige avond.

Zaterdagochtend gaan we op de fietsjes naar Valence, dat ligt op 2,5 km van Eperviere. We gaan over een prima fietspad, de Via Rhona. Hanneke hoopt dat er in Valence markt is. Die is er, maar wel heel bescheiden! Toch vindt ze een leuk linnen bloesje, een iets driekwart lange broek en een ruim zittende langere broek. Daarna koffie op een terrasje en terugfietsen met wind mee. Er staat vandaag een flinke bries en die neemt in de loop van de dag nog verder toe. Er komt een boot binnen, de Frya, uit Schiermonnikoog. De schipper mist één arm en z’n vrouw doet dus het meeste touwwerk. Ze is dan ook echt gespierd (zeker niet dik). Ze hebben alles verkocht en wonen nu op de Frya. De vrouw heeft ooit bij Eric Augustijn (!!!) scheikunde gehad. Ik maak een ‘wrijfhout’, een lange plank die we over twee of drie fenders opzij kunnen ophangen. Dat is in sommige sluizen met een ongelijkmatige muur wel handig. Bij zo’n muur ‘verdwijnt’ de fender anders in een holte in de muur en ligt de boot zelf tegen de uitstekende stukken muur te schuren.) Ik hang hem half hoog, maar wel verstelbaar, aan stuurboord. ’s Avonds zien we een Beverrat voorbij zwemmen. Ook in Viviers gebeurde dat iedere avond om een uur of acht. Er zit bij mij verder vandaag niet veel vaart in, het blijft bij een beetje rondkeutelen.

Zondag 16 juli is de wind beduidend rustiger. Toch besluiten we om nog maar een dagje te blijven omdat vanmiddag opnieuw vrij veel wind wordt voorspeld, met name bij ons doel, het plaatsje ‘les Roches de Condrieux’, 75 km verderop. We vervangen het drinkwater, want met deze warmte kan de kwaliteit snel achteruit gaan. Ook maak ik aantekeningen van al het motoronderhoud in afgelopen periode. Ik probeer ook foto’s te maken van de onderkant van de motor, maar veel duidelijkheid levert dat niet op. Hanneke heeft de haven afgerekend: ze waren heel schappelijk, ongeveer €11 per nacht. We zijn er te laat achter gekomen dat alle supermarkten hier op zondag gesloten zijn. Vreemd! En dat in Frankrijk! ’s Avonds komt een Zwitsers stel naast ons aanleggen met een wat wonderlijk ogend bootje, een soort sloep maar met een ronde spiegel. Ze hebben enorm dikke landvasten en leggen het bootje daarmee ook nog eens dubbel vast…. Ze komen uit Basel. De boot was ooit, 1970, een afstudeer werkstuk van de vorige eigenaar. Het is eigenlijk een motorzeiler van staal (60% motor, 40% zeil…) Zij zijn nog bezig om te leren zeilen.

Maandag vertrekken wij om kwart voor zeven. Het gaat allemaal vlotjes en we varen een tijd lang door prachtige landschappen met links en rechts berghellingen met veel wijngaarden. Sommige zijn heel steil en op verschillende plekken zijn de wijnranken geplant op terrassen die vlak boven elkaar liggen. We zien verschillende bekende wijnnamen, na Chateauneuf du Pape nu ook Rousillon, Chavenay, Champagne, enzovoort. We passeren de oude hangbrug in Tournon. Hij blijkt nog helemaal van hout te zijn (wegdek) en was de eerste hangbrug over de Rhone, uit 1825! Latere hangbruggen (er zijn er heel veel!) zijn op dezelfde manier gebouwd, maar meestal van geklonken staal. Bij de derde sluis, om 13.00 uur hebben we pech: vlak voor de sluis worden we ingehaald door een grote gastanker. Pas een uur later kunnen wij de sluis door. Bij het schutten raken onze fenders helemaal platgedrukt, zodat het berghout (een lange houten rand met een messing beschermlijst erop, om de romp te beschermen) langs de sluiswand schraapt. Het geknars gaat door merg en been! Wonder boven wonder is de enige ‘schade’ die we zien, dat de koperen lijst op het hout is opgeschuurd! Tegen vier uur komen we aan in ‘les Roches de Condrieux’. Het plaatsje wordt lovend beschreven door veel varende passanten. Er is een erg aardige havenmeester met een schappelijke prijs (3 dagen voor de prijs van 2). Dan willen we ’s avonds wel weer eens uit eten. Helaas, we kunnen alleen een pizzeria vinden. Er zijn nauwelijks winkels, geen eet- of drankgelegenheden… Wat is dit treurig! Als we na een half uurtje rondkijken terug zijn bij de pizzeria meldt die dat de wachttijd 1,5 uur is. Nou, dat weiger ik! Dan maar morgen! “Dinsdag en woensdag zijn we gesloten!” meldt de uitbater. Dan niet, dus! Wij doen vanavond wel een vloeibaar diner…. Op de boot is het inmiddels om halfnegen nog steeds 36 graden, dus zin om te koken? Het wordt een gekoeld vloeibaar diner! Morgen waait het flink hard en blijven we liggen, dus dan maar eens op de fiets, dan kunnen we verder zien of er ergens iets te krijgen is. Het is ’s avonds hier onwaarschijnlijk stil: niets, helemaal niets, heel af en toe even onderbroken door een verre auto. Pas later, als er een beetje wind opsteekt, hoor ik in de verte in golven het geruis van de grote raffinaderij, ver weg. Verder niets.

Dinsdag 18 juli ben ik om 8 uur op. Het is nu al warm en bladstil. Volgens het weerbericht wordt het weer 34 graden, maar wel met veel wind. Hanneke gaat een bakker zoeken en vindt er een bij de markt. Die markt is klein, maar heel knus: iedereen maakt een praatje met elkaar en zo ook met haar. Ze koopt groenten en een flinke geroosterde kip met aardappelen (voor de prijs van één pizza!). Na het uitbenen is er anderhalf pond kip over! Ze gaat ook nog op zoek naar een supermarkt en ik ga douchen. (Een gewoon toilet is een verademing, heel schoon, alles hier!) Als ik weer op de boot ben, wordt er opgebeld. Hanneke: ze heeft net boodschappen gedaan en heeft, op het verste punt van hier, een lekke band. Ze probeert de tas achterop te laden en komt dan lopend. Ik hoef niet te komen… Nou, ik haal het tweede fietsje toch maar uit de achterkajuit, fiets erheen en kom haar al bijna direct over de brug tegen. Ik neem de tassen met spullen over en rijd naar de boot. Zij is er een paar minuten later ook. Daarna gaat zij op het andere fietsje nog een eindje rondrijden en -kijken.

Woensdag 19 juli is het half bewolkt en dus wat minder warm. Hanneke gaat met de trein naar Vienne, toerist spelen. Ik leg een nieuw bandje om haar Brompton en plak het lekje in de oude band. Daarna berg ik het fietsje in een tas op het achterdek, want morgen gaat het de hele dag regenen. Een beetje afhankelijk van de hevigheid daarvan gaan we wel of niet door naar Lyon. De dagen erna wordt er nog veel meer regen voorspeld en onweer. Hanneke wil dan echt niet varen. Ik ga met het andere fietsje naar de Carrefour om voorraden aan te vullen. Ook hier blijk ik te fietsen over de Via Rhona. Dat blijkt een fietspad te zijn dat bij het meer van Genève begint en helemaal langs de Rhone naar de Middellandse zee loopt! (Voordeel voor watjes: bijna geen hellingen, want het is allemaal Rhonedal!) Omdat Hanneke steeds het bier aanvult besluit ik deze keer eens haar wijn aan te vullen. Overbeladen kom ik bij de boot aan en daar zit ze dan al weer te wachten. Vienne was heel leuk, maar eigenlijk een klein plaatsje. Het romeinse theater was recent gebruikt voor een jazz-concert en was daardoor tijdelijk niet toegankelijk. Daarna had ze een onverwacht vroege trein en dus is ze vroeg terug. We praten over het Saone-traject, maar hebben nog niet zo’n duidelijk idee hoe dat daar gaat. Na de gisteren vers gegrilde kip en piepertjes gaan we redelijk op tijd naar bed. ’s Avonds en ’s nachts vallen een paar buitjes, maar het blijft warm en klam.

Donderdag gaat de wekker om halfzes. Het regent niet, hoewel alles nat is. Om zes uur varen we het haventje uit. We zijn al snel bij de eerste sluis, samen met een enorm zandschip. We passen er maar net achter. Dan door Vienne heen, over een stuk met veel bochten tot we niet ver van Lyon bij een lang recht kanaal komen. Nog steeds is het droog en nu weer erg warm. We worden super snel geschut…. En dan varen we Lyon binnen, langs de samenloop van de Rhône en de Saone. Op de splitsing staat een modern metalen, futuristisch gebouw. Ook de gebouwen daarachter zijn van een nieuwe tijd: een knalgroene kubus met grote gaten, een roze-rode kubus met een bekleding van gesprongen bellen, enzovoorts. Het is een wijk waar architecten deels oude gebouwen een nieuwe bestemming hebben gegeven, deels nieuwe dingen hebben gebouwd. De meningen daarover zijn zeer verdeeld. (Binnen de gebouwen blijkt vooral een ‘consumentenparadijs’ te huizen….) De westelijke oever van de Saone, waar wij tegenaan kijken, loopt vanaf de waterkant steil zo’n 100 meter omhoog. De helling is grotendeels begroeid, maar hier en daar steken imposante oude villa’s door het gebladerte heen. We vinden het haventje de ‘Confluence’ in de wijk op het ‘eiland’ tussen de Saone en de Rhone zonder probleem, zien een plek en parkeren meteen in. Het is half twaalf. De havenmeester moppert een beetje, dat we hadden moeten reserveren…. Maar we kunnen wel blijven liggen, tegenover een gigantisch winkelcentrum. Vlak achter ons is de eindhalte van een ‘bus-bootje’, de ‘Vaporette’ (= stomertje) waarmee je voor €2 naar één van de 3 andere haltes in Lyon gebracht kunt worden. Hanneke gaat meteen de super-supermarkt bekijken maar is om drie uur al weer terug: allemaal veel te verleidelijk! en, allemaal met ‘uitverkoop’!
Het blijft veel te warm, hoewel op alle weersites met veel bombarie onweer in de middag is aangekondigd, met zware buien. Nou, om vijf voor halfnegen gebeurt het dan toch eindelijk: een donkere tot zwarte lucht trekt zich samen en in de verte hoor ik het heel even rommelen. Dan valt er zo’n verschrikkelijk miezerig buitje, dat mag de naam niet eens hebben! En daar blijft het dan bij… Ik ben hevig teleurgesteld! Dan zijn we er eens helemaal klaar voor en dan wordt het Lou Loenen met de pet. Intussen krijgen we van twee kanten berichten dat het Canal des Vosges misschien onbevaarbaar is door te lage waterstanden… Dat zou jammer zijn, want het ligt op onze geplande route omdat het een prachtige tocht schijnt te zijn. We moeten ons de komende tijd maar eens nader informeren.

Vrijdag staan we op tijd op want we gaan Lyon bezichtigen. Eerst nemen we de Vaporetto naar het tweede stoppunt. Het is wel grappig om met dit taxi-/busbootje door het centrum te varen. Dan lopen we naar een oude kathedraal, door een heel oud wijkje. In een winkelstraatje hangen ouderwetse schildjes aan de gevel met het bouwjaar van het pand erop. Ik zie er een van rond 1350. In elk pand is een winkeltje, galerie, werkplaatsje, restaurantje of artistiek gebeuren gevestigd, zoals een ‘conservatorium van het chanson’ en, elders, een kindertheater. De panden zijn behoorlijk hoog: 6 á 7 verdiepingen. (Op oude films hadden ze dan geen lift, maar een donker vochtig trappenhuis….) Op sommige hoeken duidt een beeltenis boven een hoek de bezigheid van destijds aan: een koe voor de lokale koeienslachters. De kathedraal waar we terecht komen dateert van voor 1100. Een behoorlijk imposant gebouw, van binnen vrij sober met een bijzonder astronomisch uurwerk. Daarna lopen we het wijkje verder door naar de funiculaire: een soort trammetje, steil tegen de westhelling boven de Saone op. We drinken boven een luxe cappucino (€6 pp) en ontdekken dan dat we eigenlijk te laat zijn uitgestapt: de beoogde romeinse theaters liggen vlak bij het tussenstation. We lopen terug, de helling af. De theaters zijn in gebruik voor een muziekfestival. Een beetje treurig is dat het theater aan het oog onttrokken wordt door een enorme bier en worst-tent met knalrode reclames. Wel speelt Norah Jones hier binnenkort…. Dan maar naar de andere kathedraal, bovenop een andere top. Die is eigenlijk nog vrij nieuw: gebouwd van 1870 tot ergens na 1890. De entree is helwitte steen, helemaal gebeeldhouwd, overdonderend. Via een paar enorme trappen kom je dan binnen in een flinke kathedraal, maar zo uitzinnig versierd…. Alles is bladgoud, marmer, kleurige mozaïeken, schilderingen, beelden, plafondschilderingen, wanddecoraties in helle keuren en erg gedetailleerd. Het is een kakofonische orgie van paaps jatwerk! En het blijkt zowaar nog erger! Onder de kathedraal ligt een complete tweede kathedraal, wel wat minder protserig, maar zeker niet sober…. Ik kan dat niet lang aanzien en ga liever naar buiten. We lopen nog even naar een uitkijkpunt. Jammer genoeg begint het te betrekken en is het heiïg. Dan met de mini-boemel naar beneden, waar we wat eten op een terrasje. Het begint te regenen en we blijven zitten tot ons stomertje er weer aan komt. Als we terug zijn op de boot is het even droog, maar het begint al snel weer te druppelen, met tussenpozen. Daarbij is het wel lekker afgekoeld: we zoeken een paar truien op, want dat wordt nog erger. Ook besluiten we het logboek deze keer zonder foto’s te publiceren: geen walvissen, stormachtige zeebeelden of rotskusten deze keer. De laatste foto’s betreffen trouwens toch voornamelijk slootkanten, bruggen en oude gebouwen en dat kent iedereen eigenlijk al, nietwaar! Eén plaatje dan: 😜

 

 

14 juli- Viviers – Valence

Zaterdag 8 juli heb ik na veel gehannes toch besloten om het logboekverslag met een schamele twee foto’s te publiceren (zo heet dat in dit jargon). Het is ook veel te warm (40 graden) om iets uit te voeren. Daarna gaan we tegen acht uur uit eten bij het openlucht restaurant waar gisteren de jongerensociëteit was. De steigertjes hier zijn blijkbaar van een lokale ontwerper met weinig kennis van materialen en mechanica: ze zijn in de lengte heel erg getordeerd en ‘staan’ op een scharnierende drijver, die af en toe omklapt. Heel gammel, zo erg, dat Hanneke in het begin alleen op handen en voeten naar de kant durft… Het restaurant is helemaal afgeladen, het menu’tje blijkt best prima en de bediening is erg aardig. Tegen elven lopen we terug. In de boot is het nog altijd heel warm.

Zondag word ik om zeven uur wakker. Het is bewolkt en er vallen wat regendruppels, maar regen kun je het nauwelijks noemen. Vandaag dus roestdag… De buurman vraagt of dat rode zand op het dek en kajuitdak ‘Saharazand’ is. Het was mij nog niet opgevallen, maar met het zuchtje warme zuidenwind is inderdaad de hele boot bedekt met een roodachtig laagje. En we hadden hem voor vertrek zo mooi schoon gespoten! Het is wel aangenaam koel. Ik zie een ‘Putter’, een fel gekleurd, grappig vogeltje dat ik alleen kende in een kooitje. We zien hier overigens vaker vogelsoorten die in Nederland niet voorkomen: vorige week zagen we een ‘Langpootkluut’, een heel elegant zwart-wit vogeltje op extreem lange, oranje stelten. We halen het 2e fietsje tevoorschijn en ik vervang de voorband en monteer een tassendrager. Dan begint het te onweren. Eerst ver weg, maar snel hardere klappen en vaker, maar zonder regen en nauwelijks weerlichten. Dan houdt het onweren op, waarna het alsnog gaat regenen. Hanneke doet een nieuwe poging om foto’s te uploaden, maar weinig succes. Ik zet nog een paar foto’s in het verslag. Daarna blijkt dat al die toegevoegde foto’s op de website nu op z’n kop staan…. In het bewerkings-programma staan ze gewoon goed! Wat is dit nu weer voor onzin? Daarvoor heb ik ooit een ‘tooltje’ geïnstalleerd! Ik heb inmiddels helemaal geen zin meer in het geklooi met de website! Daarna in het motorruim met veel moeite gezocht naar het gat van de gevonden M10 bout, maar eigenlijk is er niets waarvan ik denk “dat is ‘m”, dus ook daar stop ik mee. Ik maak aan het eind van de middag een pan macaroni met prut. Daarna volgt een heel rustige avond, tot het moment dat Hanneke plotseling héél nodig naar de jeugdsociëteit moet. Na enige, op zich weinig overtuigende, argumenten gaan we dan toch even gezellig na de disco. Hanneke wil het liefst ook dansen, maar mij lijkt dat geen tof idee. Dus blijft het bij kijken naar…. Er zijn meiden die geheel gesynchroniseerd stapjes doen en beweginkjes doen, iets wat Hanneke facineert. Er is een groepje propperige meiden van wie er één in roze tule haar vrijgezellenavond beleeft en ook een opmerkelijk dunne, lange juffrouw die als een soort klimplant in de wind oogt…. Als zij naar de hemel rijkt, raakt ze de boomtoppen, lijkt het. En toch ziet ze er niet anorectisch uit, in tegendeel: ze heeft plezier in haar eigen lijf en is een soort wandelende Picasso met plezier. Ruim over twaalven lopen we terug. We blijven ook morgen nog even wachten tot het over is (het potentieel onweer, ergens….).

Maandagochtend vertrekken onze aardige Duitse buren Günter en Anja uit Hamburg om kwart voor zeven. Ik kan ze nog net uitzwaaien. Ze varen al drie jaar in kleine stapjes met als einddoel de Middellandse zee. Ze stoppen in elk plaatsje dat ze leuk vinden en maken van daaruit fietstochten in de omgeving: overwintering in Straatsburg, ergens in Midden Frankrijk en nu hebben ze hier in Viviers twee weken doorgebracht. Ik besluit om – voor alle zekerheid – nu ook de V-snaar maar even te checken. Immers, dat is het enige dat ik nog niet had gedaan en je weet dus maar nooit! Die ziet er nog prima uit en heeft voldoende spanning.
Tegen tienen gaan we op de fietsjes naar Viviers. Alleen blijkt al na de eerste paar meters dat het voorwiel met het nieuwe bandje een zodanige slag in het wiel heeft dat er niet mee te rijden valt. Ik ben een half uurtje zoet met het spannen en lossen van spaken, voordat het wiel weer gericht is en er te fietsen valt. Dan op weg. Vanaf de rivier loopt een mooie laan, helemaal overschaduwd door dichte platanen. Het dorpje is vlakbij. Bij binnenkomst moeten we een steile klim maken. De bakker blijkt uitverkocht. Dan maar een koffie. We fietsen / klimmen naar de kathedraal door hele smalle straatjes met een gemetseld keien-oppervlak. Het laatste stukje lopen en klimmen we door stegen en over trappen.

 

De kathedraal is de kleinste van Frankrijk, maar mag er best wezen. Binnen vallen vooral het grote, helemaal met marmer ingelegde altaar op en een paar enorme wandkleden, een uit 1722.

Als we weer buiten komen zien we een klein poortje. Daar bevindt zich een heel klein binnenplaatsje met een pomp en de ingang van een oud woonhuis, deurhoogte 1.50 meter.   
Weer buiten klimmen we iets verder en dan kunnen we naast de kerk over het land, diep onder ons kijken en, aan de andere kant over het hele plaatsje.

Hoezo, ‘de compacte stad’als vernieuwend concept! Dit is nog eens compact bouwen geweest! Iedereen woont op, boven, onder of in elkaars huis: van boven is geen straatje te zien! Ook opmerkelijk is dat we in dit oer- en oer-middeleeuwse plaatsje geen toeristen-winkeltjes, terrasjes, hotels of andere -voorziening zien. Trouwens ook geen buitenlandse toeristen. Er zijn een paar Franse bezoekers, maar dat is het dan wel! Zo’n authentiek plaatsje heb ik niet eerder gezien, zelfs niet in andere, tamelijk ongerepte streken! Heel bijzonder! We besluiten dat we niemand vertellen waar dit plaatsje ligt!
We fietsen weer terug en over eenen zijn we op de boot, waar het veel warmer is dan aangenaam. Tegen vieren betrekt de lucht (het dreigde al een beetje) en om vijf uur komt er een daverend onweer voorbij met veel wind en een overtuigende hoeveelheid hemelwater. Toch beter dat we dit in een haventje meemaken dan op de Rhone! Zo snel als het gekomen is, zo snel is het verdwenen! Wel is het heerlijk afgekoeld. Het is bladstil en er fluiten wat vogeltjes en de huiskikker kwaakt af en toe. Zelfs geen disco vanavond! Morgen vroeg weg en dan weer even kalm aan want er dreigt mistral….

Om halfzes ben ik wakker. Hanneke klaagt dat dit toch te vroeg is. De motor wil niet uit zichzelf starten, maar met by-pass gaat het prima. Om kwart over zes naar de sluit. We moeten even wachten op een grote tanker die eruit moet. Dan wij: in een kwartier zijn we boven. Op naar de volgende, zo’n 12 km verder. Als we daar aankomen hangt er een bui en de sluiswachter zegt “over 25 minuten”. Dan barst de bui los, onweer, bliksem, wind en regen. Na 10 minuten is het al weer gedaan met de buiïgheid. De sluiswachter heeft op ons gewacht en opnieuw zijn we in een kwartier 18 meter gestegen. Naar de laatste sluis is wat saai, hoewel er ook een heel mooi stukje bij zit waar een dorpje aan de voet van een steile, hoge rots ligt naast heel breed vaarwater.
Dan de laatste sluis, een kleintje deze keer: 15 meter. Daarna zijn we om kwart voor drie bij het haventje, vlak voor Valance. We tanken eerst 55 liter en gaan ons daarna melden want we willen hier een paar dagen blijven. Dat blijkt nogal een aardig eindje lopen: de haven is 750 meter lang en de capitainerie is aan het uiterste andere eind. Om zes uur is het weer niet te harden van de warmte. De buien die ze voor de komende dagen hadden beloofd schijnen ook besloten te hebben dat ze hier niets te zoeken hebben…. Afzien, dat is, kort samengevat, wat wij hier zitten te doen. Intussen heeft nog niemand gemeld dat de foto’s ondersteboven staan. Veel nut hebben mijn pogingen dus niet gehad.
Er zwemt hier een zwanenfamilie rond: pa, ma en vier jongen, waarvan er eentje veel grauwer is dan de rest (dat wordt vast een extra mooie, misschien wel een flamingo!) ze zijn volledig gemariseerd: ze trekken zich niets aan van wat zich hier in de marina afspeelt, zoals in- en uitvarende bootjes. Ze zijn eigenlijk vooral geïnteresseerd in eventueel brood. Pa zwaan is wel nogal beschermend. Grappig was dat hier een paar knullen aan het klieren waren met een waterscooter. Pa ergert zich daaraan. Hij zet zijn veren op, vleugels in de dreig-stand en komt blazend op ze af. De jongens aarzelen, keren om en varen langzaam weg. Pa zwaan neemt daar geen genoegen mee: “het moet nu maar eens afgelopen zijn!” Hij begint aan een ‘aanloop’, eerst door het water, daarna een echte start! De jongens geven gas, maar dan blijkt dat een boze zwaan op stoom echt veel sneller is dan zo’n waterscooter! Ze racen vol gas weg, maar pa zwaan is als een Boeing 747! Hij nadert snel, haalt ze in en begint een duikvlucht! De jongens besluiten vol gas, bochten te gaan maken, maar dat kunstje beheerst een zwaan ook! Hij zit ze echt op hun huid! Pas een heel eind verder vindt pa dat ie ze wel bang genoeg gemaakt heeft! (Toch is pa zwaan niet onredelijk: een man was hier aan het zwemmen. De zwanenfamilie kwam om hem heen zwemmen. Pa ging op onderzoek en deed niet echt vriendelijk. De man schrok en begon hard te schreeuwen. Pa reageerde een beetje verbaasd: vanuit zijn gezichtspunt lag er gewoon een soort voetbal in het water, maar nu één die herrie maakt. Hij haalde z’n schouders op en liet de man voor wat ie was. De zwanenjongen zwommen nog wat om hem heen en vertrokken toen: er zat geen brood aan….)
We eten ’s avonds bij het restaurant van de haven. Ze hebben bijna alleen visgerechten en de prijzen zijn fors. Het is best lekker, maar ook niet uitzonderlijk. Uiteindelijk zijn we €78 armer als we de tent verlaten. Bij de boot aangekomen zien we dat er buren zijn. Het blijkt een Russisch jong stel dat onderweg is naar de Middellandse zee. Zij zijn blij met het warme weer want ze hebben de afgelopen tijd langs de route door de Champagnestreek veel slecht weer gehad: koud en nat.

Woensdag gaan we eerst kijken naar een nieuwe start-accu en eten kopen. Al op de steiger raken we aan de praat met een Engelsman. Hij heeft zijn auto hier en wil een accu best ohalen. We gaan op de fietsjes en vinden niet ver weg een grote en een gigantische supermarché. Bij de laatste is ook een garagebedrijf waar ze inderdaad accu’s verkopen. Het is inmiddels halftwaalf en erg warm en Hanneke wil de stad nog wel bekijken. Ik vind het daarvoor te warm en fiets met de boodschappen naar de haven. De zon brandt maar er staat een heerlijk fris windje, recht in de kuip. Zo houd ik het wel uit! Ik trek eerst het zonnetentje erover, vul wat olie bij, voeg vergif toe aan de brandstof, check het wierfilter, schrijf een sms-je aan Hans, die de bedrading rond de accu heeft aangelegd over de combinatie van AGM- en gewone accu’s op één regelaar, rol de waterslang uit…. Kortom, ik ben lekker aan het rommelen. Hanneke komt tegen drie uur terug. Valence is gewoon een grote stad. Wel wat mooie gebouwen en fonteinen, maar niet zo bijzonder als Viviers. De Engelsman komt langs en we spreken af om morgen na negenen samen de accu te gaan halen.
’s Avonds valt me opnieuw op hoe ontzettend veel kikkers hier zitten. Toch is de verscheidenheid in gekwaak hier veel minder dan in Viviers. Daar zaten misschien wel vijftien heel uiteenlopende kwakers, hoog, laag, kwekkerig, temerig, geil…. Heel apart. Maar hier is het meer een clubje van gelijkgestemde gelovigen die de laatste roddels uitwisselen. Een kikkerbillenparadijs, want als ze hier een beetje flink gegeten zouden worden, hadden ze vast niet zoveel praatjes!

Donderdag waait het al stevig. Vannacht hoorde ik een paar rukwinden voorbij gieren, maar nu is het niet meer dan een stevige windkracht 5. Er wordt de komende paar dagen mistral voorspeld, dus wij blijven hier nog even liggen. Jammer, want we waren op 14 juli graag in Lyon geweest.
Om 9 uur komt de Engelsman, Andrew. We halen een nieuwe startaccu voor €160 en die is dan in 10 minuten geplaatst. De motor start inderdaad. Hanneke gaat een was doen en ik bezoek het toilet. Dat is er één (erg weinig voor de grootste binnenwater marina van Frankrijk, volgens eigen zeggen) en bovendien van origineel Frans ontwerp. Dat is niet handig met rugklachten en een zeer matig evenwichtgevoel…, maar ik slaag glansrijk, ook voor dit examen. Daarna ga ik, nu op de gewone laptop, nog eens proberen om de foto’s in het verslag te zetten en de ondersteboven foto’s te corrigeren. Echter, dan moet ik eerst verbinding maken tussen m’n laptop en het nieuwe wifi-ding op de telefoon. Nou, dat kost dan weer een uurtje zoeken, maar het lukt. Het gaat traag, maar het gaat. Hanneke gaat van ellende en verveling maar een eindje fietsen….

Net achter het dammetje dat de ingang van de haven markeert ligt een oude, verroeste stoomboot, model 1900. Hij ligt schuin, half onder water, met een lange schoorsteen die schuin omhoog steekt, maar is goed als stoomschip te herkennen. In de folder uit 2008 van deze marina wordt vol trots aangekondigd dat dit de laatste is van de stoomschepen die in de vorige eeuw het vervoer op de Rhone verzorgden. Aangekondigd wordt “Hij zal binnenkort worden gerestaureerd.” Nou, hij heeft of de restauratie net niet gehaald of die niet overleefd….
Tegen negenen komt er een hele grote, Franse, plastic speedkruiser binnen met 3 mensen erop. Hij legt een stuk verderop aan. Het is bijna windstil. De dame aan boord stapt op de kant met een voorlijn. Er staat een dikke vent voorop. Hij schreeuwt tegen de stuurman en de vrouw commando’s, hij vloekt en hij tiert… Hij vindt het blijkbaar niet goed wat de stuurman en de vrouw op de wal doen, maar steekt zelf geen poot uit! Even later begint hij de Belgische buurman in het Engels uit te foeteren: dat die niet was komen helpen… Mijn haren beginnen overeind te staan. Wat een ongelooflijke hork! Wat een dropl..! Alsof hulp door anderen bij het aanleggen een recht is! Ik heb ernstige neigingen om deze eikel eens te gaan vertellen wat ik van dat gedrag vind. Maar dat mag ik dan weer niet van Hanneke… Met nog steeds een overmaat aan adrenaline ga ik een uurtje later naar binnen… Even dit van me afschrijven! In ruim 50 jaar op het water ben ik dit nog niet tegen gekomen! Wat een …!

Quatorze Juilliet! Een feestje dus, speciaal voor Hanneke! Ik heb geen cadeautje voor haar kunnen kopen (een accu had ze niet op haar verlanglijstje) en dat vind ik toch wel kaal. Hanneke besluit dat ze haar verjaardag even uitstelt (uitspreidt is een beter woord denk ik, want ze heeft wilde plannen voor de komende dagen, tot en met Lyon….) Voor ons ligt een klein Frans motorbootje met een ouder echtpaar en een hond. Ze zijn kennelijk niet zo ervaren want ze hebben hun hele bootje volgehangen met stootwillen: 15 per kant voor 6 meter en nog een paar reserve op het voordekje… (Het kan natuurlijk ook zo zijn dat ze heel veel ervaring hebben met Noord Frankrijk: er schijnen daar gebieden te zijn waar men zonder vaarbewijs een boot kan huren. Daar schijnen zich dan ook bijzondere uitspattingen voor te doen, zoals botsboten en boten vol naakte, dronken kerels. Gemeenschappelijk hebben ze dat ze dus niet kunnen varen. Alleen in dit gebied zijn autobanden, elders verboden, hier een aanrader!)

Opnieuw blijkt het terugvinden van foto’s – nu we geen eigen WiFi hebben- een regelrecht drama. Daarom dus geen foto’s van zwanen, stoomboten of een gepavoiseerde boot (ik kon de vlaggetjes niet vinden), die komen later misschien ooit. In elk geval ook voor jullie: “Vive la France!”