16. Lest best

Zaterdagmiddag wil Hanneke op het gerepareerde fietsje naar de Lidl. De montage van het achterwiel, zittend in de kuip van de boot, gaf nogal wat problemen. Hij blijkt dan ook niet echt lekker te fietsen. Hanneke is dus binnen twee minuten weer terug: “En jij wil me wegsturen op een fietsje dat elk moment in mekaar kan storten….?” Dus ga ik naar de Lidl. Hij rijdt inderdaad allesbehalve soepel, het wiebelt van achteren, de trappers willen blijven meedraaien ipv frreewheelen, maar hij doet het wel en stort niet in elkaar. Duidelijk is wel dat ik er wel opnieuw naar zal moeten kijken. Bij de Lidl zie ik zoveel lekkers en vergeet even dat ik alleen een fietstas heb…. Het lukt maar net om alle spullen in de uitpuilende tas te krijgen, maar het lukt.
Bij de boot aangekomen blijkt dat vlak achter onze boot een grote disco opgebouwd wordt. Het sound-checken is veelovend…. Daverende techno-house, een donderende beat…. Dat belooft wat… De langharige, bebaarde disc-jockey (staartje, zonnebril op, een beetje morsig. Je kent die types wel: hun motor geparkeerd voor een café met terras.). Hij verdwijnt met z’n vrachtwagentje en het is weer even rustig. Intussen pakken zich donkere wolken samen en valt er een enkele spat regen. Om een uur of zes komen er een stuk of 20 overwegend jongeren om de tafels in orde te maken: borden, bestek, servetjes, glazen, versierde emmertjes…. Dan begint het te waaien en te spetteren. Er waaien wat glazen en emmertjes om. Alle bestek en servetjes worden onder het nu omgekeerde bord gelegd. Gelukkig voor de feestgangers knapt het toch op. Om acht uur is er verder nog geen mens, maar de ploeg wordt geïnstrueerd. De dj, als overjarige hippie, komt aan, nu op een grote Harley Davidson. Ja, hij moet z’n imago als Harley rijder natuurlijk op peil houden. De disco gaat aan op een onverwacht redelijk volume en een easy listening / lounge soort muziek. Om kwart over acht zijn vrijwel alle 400 stoelen bezet! Wonderbaarlijk, zo stipt als die Fransen (kunnen) zijn! (Maar je, het gaat om het diner!) Hanneke vind het vreselijk leuk! Ze herhaalt dat elke 5 minuten, alsof ik het dan ook leuker ga vinden. Het ziet er wat gezapig uit, met veel oudere dames en heren, maar ook wel wat jongere mensen. Het volume wordt wat opgeschroefd, de eerste flessen wijn gaan open (geserveerd per doos). Een toespraakje, hoera! De stemming zit erin! Tegen tien uur beginnen ze aan het hoofdgerecht. Dat merken wij onmiddellijk, want van de barbecues drijft een dikke rookwolk door, in en over onze boot. A ha, gekruid met Herbes de Provence! En het zijn dus inderdaad moten en mootjes Tonijn. Hanneke vindt het dus ontzettend leuk! (Eigenlijk is het ook wel gezellig.) Tegen elf uur gaat de disco in een hogere versnelling: er wordt wat gedanst, eerst alleen dames, later ook een enkele man. De chaos van van-alles-door-elkaar soorten muziek wordt langzaam omgebouwd naar steeds meer techno-house met bijbehorend volume. De dansers corrigeren dat overigens wel een beetje: als het te dol wordt verdwijnt iedereen naar z’n zitplaats. Dan gaat het geluid wat terug en komt er een zoetsappig setje chansons tot er weer gedanst wordt. Dit herhaalt zich een paar keer. Er zijn ook behoorlijk wat oudere dansers en een jong stel, die in klassieke stijl demonstreren hoe het ook kan. De dj heeft er nu zelf ook zin in en kan na een tijdje zelfs niet meer stoppen: na enen zingt hij ook luidkeels mee, wat nog niet meevalt met de Franse techno-house-zooi…. Om half twee is het eindelijk echt afgelopen. De dj stapt demonstratief op zijn Harley Davidson en rijdt knallend weg. De afruim- en opruimploeg is al in volle gang en iets over tweeën wordt het stil. Nu weten we dus wat een thonerie van de plaisanciers is. Dat is een vis-etentje van lolbroeken.

Ik hoor vrolijke tsjilp-achtige geluidjes van allemaal vogeltjes, mussen, maar ook zwaluwen denk ik. Als ik de kajuit uitkom zie ik dat er zes zwaluwen op een rijtje op de railingdraad zitten, vlak naast het luik van het vooronder. Het is zondag 21 augustus en het is het stralend weer, maar het waait stevig, recht de kuip en de kajuit in. Van de festiviteiten gisteren is nauwelijks meer iets te zien. Blijkbaar kunnen ze wel efficiënt werken, deze Fransen. De windverwachting is nog wat verslechterd. Tot woensdag blijft het hard tot loeihard waaien en een gemiddelde golfhoogte van 2.90 meter wordt voorspeld, tot ruim 5 meter een eindje uit de kust. Nou, dan gaan wij dus maar wat later naar Port Saint Louis…. Vandaag het fietsje nog maar eens goed bekijken. Al snel zie ik dat het tandwiel slingerend op de as draait. Ik haal de boel uit elkaar en zie dat in het binnen-kogellager een paar kogeltjes ontbreken. Die liggen eronder. De ring is iets verbogen, maar ik krijg hem wel weer recht met alle kogeltjes erin. Na montage loopt nu alles soepel. Morgen mag Hanneke een proefrit maken. Misschien moet de versnellingskabel nog iets strakker of minder strak gezet worden. Inmiddels waait er echt stevig en nu blijkt dat de parkeerplaats nog wel wat scherp zand bevatte en dat niet alle rotzooi van gisteravond even goed is afgevoerd: dozen, zakken, servetten, plastic flessen, van alles komt langs en over ons heen gewaaid. Na een uurtje wordt het rondwaaiend vuilnis ontdekt. De ergste zooi wordt uit het voortuintje gevist. De rest wordt aan de schoonmaakster overgelaten. Op de boot, zowel buiten als binnen, ligt allemaal grit / scherp zand. De wind is vooral vlagerig: af en toe rustig, maar dan opeens loeit het en fluit het. Rond middernacht wordt 40 knopen voorspeld.. Nou, dat gaan we dan meemaken. Je wordt er alleen wel een beetje tureluurs van. Het zijn vooral hele zware rukwinden met een hoop gefluit, gegil en geluid van klapperende touwen. Ze doen de boot overhellen en aan de meerlijnen rukken, maar alles blijft heel.

Om zeven uur ’s ochtends fluit het nog steeds. Nu zou het toch wat minder moeten worden, schreven ze gisteren. Maar daarvan is nog niet erg veel te merken. Bovendien is het nu wel een stuk frisser. Nog steeds waait het recht de kuip en de kajuit in. Om een uur of elf gaat de wind echt liggen. Hanneke probeert het fietsje en voilá, het loopt weer helemaal soepel. Ze wil een eindje fietsen en naar de Lidl. Intussen ga ik het dek stofzuigen: door de wind liggen overal bergjes grit en dat wil ik liever niet in de loosgaatjes. Het stofzuigertje doet het prima, maar na een pondje grit raakt de batterij leeg. Het opladen blijkt een probleem. Ik heb nog een stuk of tien kabeltjes met verschillende soorten plugjes (lang leve de standaardisering!), maar als gevolg van de toenemende overname van ruimte voor bootspullen door ruimte voor allerhande prullaria, zijn die kabeltjes nergens meer te vinden…. Ik zoek me scheel in allerhande zakjes, tasjes, doosjes en overal waar die zouden kunnen zijn, maar noppes. Nou dan dus maar wachten op de aanstichtster van verplaatsing van mijn hulpstukken. Hanneke komt helemaal tevred terug: de fiets heeft zich boven verwachting keurig gedragen. Geen rammelende versnelling, geen slingerende achterwielen, alle spaken zijn vandaag heel gebleven en dat, ondanks een enorme hoeveelheid drank. De kapiteinse weet wel nog ergens een zakje te vinden dat ik zelf heb opgeborgen…. maar ook daar zit niet het bewuste snoertje / stekkertje bij (een soort van ‘gelukkig maar’). Inmiddels is het volkomen windstil. En het wordt warm, warm…… 32 graden. Kijk, dat had nou ook weer niet gehoeven. Ook gedurende de avond blijft het lekker om buiten te zitten.

Dinsdag laat ik het buitenboordmotortje stationair draaien in een wasteil zoet water, om de koelleidingen schoon te spoelen van aangekoekt zout en het tankje leeg te maken. Het zit nog maar halfvol, dus ik verwacht dat het met een half uurtje wel bekeken zal zijn. Maar nee hoor! Hij blijft maar draaien, een half uur, drie kwartier, een uur, een uur en een kwartier en nog draait hij door, maar dan, hè, hè, dan stopt ie eindelijk na een uur en 50 minuten. We besluiten om morgen eerst diesel te tanken en dan naar Port Saint Louis te gaan. Omdat we hier vlak bij (leiding)water en stroom liggen krijgt alles buiten een laatste (?) grondige schoonmaakbeurt. ’s Avonds blijkt ons internet opnieuw op te zijn, twee weken nadat Hanneke 5 Gb had bijgekocht. Dit is de derde keer dat het zo onwaarschijnlijk snel op is. In Griekenland deden we met de helft minder een maand! Hier is geen internetwinkel en in Port Saint Louis in elk geval niet van Orange. Langzaamaan krijg ik een behoorlijke hekel aan deze uitnemers. Intussen lopen hier ook horden tieners over de kade voorbij met voortdurend hun mobieltje voor hun neus. Zouden ze hier ook een Pokemon oid verstopt hebben?
Woensdag tanken we eerst en dan gaan we op weg naar Port Saint Louis du Rhone. Het water is vlak, er staat geen zuchtje wind, overal motorbootjes met vissende mensen. We varen om kaap Couronne en zien dan dan tot aan het oog reikend, grote zeeschepen voor anker op zee en een petroleum- en ijzerindustrie op het land. Het lijkt de Maasvlakte wel. We tuffen overal dwars doorheen en bevinden ons vanaf 12.00 uur bij de ingang van het kanaal naar Port Saint enz. De ingang wordt duidelijk gemarkeerd door de twee masten van een flinke boot die daar zijn laatste tochtje heeft geëindigd. Een eindje verderop nog de resten van een kleiner motorbootje op dit grondje. We bevinden ons hier dus feitelijk op binnenwater: voor het eerst in ruim 5 jaar. We passeren de Navy-Service botenstalling. Mmmmm, wil ik daar echt naar toe? Een kwartiertje later zijn we in Port Saint Louis. Om 12.30 uur leggen we aan bij een vingersteiger in de haven, recht tegenover een sluis. Blijkbaar is dat de hoofdverbinding tussen de zee en het binnenwater in Frankrijk. Ze schaften hier van 12 – 14 uur, dus maar afwachten of we hier kunnen blijven liggen. Tegen een uur of drie zie ik een groot zeiljacht onder zeil aankomen met – zo te zien – alleen een man met baard. Hoewel er niet heel veel wind staat heeft hij een aardig gangetje want hij heeft de wind van schuin achter. Hij vaart op de kade af en …. Tot mijn verbijstering vaart hij recht tegen de kade op….!het schip schuift een metertje omhoog en zakt dan, blijkbaar met tegenzin, weer achteruit omlaag. Tsja, Fransen zijn bepaald geen genieën in het aanleggen, maar zo heb ik het nog niet eerder gezien. Het plaatsje ziet er een beetje onooglijk en desolaat uit. De steiger ligt voor een parkeerplaats-achtige vlakte met daarop 5 caravans met rijen plastic tafeltjes en twee feesttenten ervoor. Er zijn zeker 150 van zulke zitplaatsen. Eén van de caravans is in elk geval een pizzeria met een houtoven, een ander een ‘restaurant’ dat volgens een opschrift vanavond om 19.00 uur open gaat. Culinair Frankrijk? Geen idee of achter de loodsachtige gebouwen rondom ook nog een plaatsje te vinden is. Om een uur of half zes komen twee medewerkers voorbereidingen treffen: help! Er komen twee verschillende muziekinstallaties…. Als Hanneke naar het VVV is geweest blijkt ook nog een groot sport-evenement (hard-lopen, Zumba dansen, goûte des enfants=koekhappen) zijn finish hier, recht voor onze boegspriet te hebben. Wat dus een romantisch eind van dit vaarjaar leek, dreigt opeens in een horrorscenario te ontaarden. Help! Gelukkig valt het volume mee en duurt het maar tot half elf.

Donderdag gaan we de boot verder aftuigen. De eerste tegenvaller is de genua. Die krijgen we met geen mogelijkheid verder dan een decimeter naar beneden. Bovendien begint het harder te waaien en is hij bijna niet meer te houden. We rollen hem dus weer een eindje in. Bezaan en diverse andere tuigage-dingetjes geven minder zorgen. Tegen de avond zien we twee bootjes met een soort platte ladder met een plateautje achterop . Het blijkt dat hiermee een soort “riddergevechten” worden gespeeld. Op elke boot staat een jongen / man met een houten stok. Voor zijn borst draagt hij een soort curas en in zijn linkerhand heeft hij een kubus die gebruikt wordt als bescherming. De bootjes varen vlak langs elkaar en de mannen proberen door een stoot op het curas de ander van het bootje te stoten. Het is vermakelijk om ernaar te kijken: een soort ridder- / steekspel, maar traag en eigenlijk heel goedmoedig, hoewel de deelnemers knap fanatiek kunnen zijn. We eten op het culinaire gebeueren voor onze boot: patat met een stukje kip en een miniem blaadje sla, onder het genot van een showtje van dansende meisjes op techno-house… Daarna een duur ijsje toe. Morgen gaan we op een andere manier de genua-val bovenin los zien te krijgen. De muziek is meer techno dan gisteren en beduidend harder, maar opnieuw, om 11 uur gaat ie uit, goddank.

Vrijdagochtend 26augustus verzin ik allerlei oplossingen. Eerst maar de voorstag vrijmaken van de drie vallen die daar lopen ivm de spinaker (die we nooit gebruiken). Hanneke kijkt met een verrekijker of alles vrij loopt. Het lukt linksom niet en rechtsom niet. Uiteindelijk laat ik de onderste zeil-voorhoek via een takeltje aan de steiger teruglopen naar de ankerlier om de boel los te trekken in het verlengde van het railprofiel. Nou, bij het trekken kraakt het, de boot probeert de steiger uit het water te tillen, we gaan een decimeter naar beneden, maar de genua komt echt geen centimeter lager in de rail. En dat met 800 kg trekkracht…. Nou ja, dan maar weer oprollen en, wanneer de masten eraf gaan, de genua-rail bovenin ook losmaken en op de kant proberen te demonteren. En zo verdwijnen één voor één alle slingers langzaamaan uit onze kerstboom en worden de masten steeds kaler. De vallen worden opgeschoten en in een grote teil voorop te weken gelegd. We hopen dat ze daarna hanteerbaarder zijn, want ze waren zo vol met zout dat het net stukken houten leken.
Sinds vanochtend loopt hier opeens voortdurend een bewaker met een grote hond over de kade heen en weer, terwijl we dat de afgelopen dagen niet hebben gezien. Wat een baan! Bij 32 graden in een zwart kloffie in de zon heen en weer paraderen…. Om half negen speelt er een pop-rock bandje met een vrouwelijke drummer. Strak drumwerk! We gaan vanaf het reddingsvlot op het voordek zitten kijken. Wel aardig vind ik, Hanneke vindt ze zelfs heel goed.

Zaterdag ben ik met het ochtendgloren op. Ik blijk niet de enige. Een paar boten verderop zie ik een jongetje van een jaar of tien en z’n zusje van een jaar of zestien ook al buiten. Ik hoor ergens een spreeuwensoort (roze spreeuw?) die in Almerimar overal op daken en balkons zat. Gisteren meende ik die ook al te horen. Ze hebben een heel apart geluidje. Na een tijdje zie ik hem ook: hij zit op de top van een mast, een eindje verderop. Vreemd, de zon is op, maar de lantaarns branden toch nog. Ik lees de mail. Grappig, ik krijg hoogst zelden reacties op mijn stukjes, maar gisteren wel weer een heel aardige van één van die weinigen. Ze schrijft over Joop Visser, wiens suïcidale neigingen haar verdriet deden. Het herinnert me aan de anekdote van een vriend. een muzikant. Ooit speelde hij in Veenendaal. Hij opende met de liedtekst “In Veenendaal, het ergst van allemaal, zijn ze in Veenendaal….” Tot zijn verbazing liep prompt de hele zaal leeg. Er zijn maar weinig mensen geweest, die zo goed begrepen waarover hij het had, zullen we maar denken…
Vandaag is het de laatste dag van de de festiviteiten hier en daarmee, van de Franse vakantieperiode. Ook voorlopig het laatste stukje logboek, want nu we heel even internet hebben ga ik dat onmiddellijk gebruiken.

15. Bye, bye loves!

Zaterdagavond gaan we met z’n vieren uit eten bij een Italiaans restaurant Fluxia. We nemen antipasti en een hoofdgerecht. Vooral de antipasti en de wijn zijn erg lekker. Dan naar huis om nog een paar uur te slapen.

Zondag 14 augustus word ik om 02.50 uur wakker. Jelle en Lieke moeten straks naar station St. Charles lopen en daar de bus naar het vliegveld nemen. Ik zet alvast een potje thee. Een half uurtje later gaat de wekker en staan we allemaal op. De laatste spulletjes ingepakt en om vier uur zwaaien we ze uit bij het hek van de marina. Een half uurtje later krijgen we een app-berichtje dat ze in de bus zitten. Wij gaan nog een paar uurtjes slapen. Om negen uur zijn ze geland en vlot door de douane gekomen op de trein gestapt. Wij vragen bij dé marina of we nog een nachtje kunnen blijven, maar dat gaat niet. We besluiten om kalmpjesaan naar Sausset les Pins te varen. Het is een kleine haven die ons werd aangeraden door Franse buren in Cannes. Onderweg zien we een flink stuk heuvels dat door de bosbrand is geteisterd. Er staan ook wat huizen, maar onduidelijk is of die schade hebben. Bij Sausset komt een man met een bootje ons tegemoet en gebaart en roept dat de haven gesloten is. Hanneke meent verstaan te hebben dat ze vuurwerk gaan afsteken. Ik dacht iets anders te begrijpen. In elk geval gaan we door naar een goede ankerbaai, de Port de Ste Crois, vlakbij kaap Couronne. Om halfvier ankeren we voor een overvol zwemstrandje waar al wat bootjes liggen. Opnieuw glashelder, prachtig blauw water boven een zandbodem. Als de kinderen jaloers zouden zijn, dan helpt het een beetje als ze weten, dat het zwemwater hier 16 graden is. (Raar, waardoor zo koud?) We ontdekken ook dat Lieke toch twee zonnebrillen en een haarspeld is vergeten en sturen haar een mailtje. We overleggen wat we de komende weken gaan doen. We besluiten in elk geval om niet door te gaan naar Barcelona. ’s Avonds eten we een tortilla. Om acht uur komt een visser vragen of we nog weg gaan vannacht. Als ik het goed begrijp wil hij oppervlaktenetten uitleggen voor de ankerbaai. We kunnen dan niet weg tot morgenochtend zeven uur. (Nou, dat waren we ook niet van plan.) Hij gaat netjes alle bootjes af, maar iedereen blijft vannacht liggen. ’s Avonds komt de visser inderdaad een groot net uitleggen, pal voor de baai. Maar ook is er een groot vuurwerk, een paar mijl ten oosten van ons. Blijkbaar waren allebei de ideeën over wat de man zei juist.

Maandagochtend. Ik word wakker tegen zevenen en ik heb het koud! Het blijkt 17 graden te zijn! Ik trek een overhemd en een spijkerbroek aan. Het is wel duidelijk dat we nu in het hoge noorden zijn aangekomen. Ook rolt er een lichte swell naar binnen, waarschijnlijk vooral van de rij tankers op weg naar de raffinaderij in Martigues en van speedbootjes: ik tel er om zeven uur ’s ochtends al 28 rond deze baai…. Ook zie ik verschillende mensen die zich op zgn paddle boards staande voortbewegen. Paddle boards zijn een soort surfplanken waarop je staand je met een lange peddel voort roeit. Hier zijn ze blijkbaar mateloos populair. Soms kom je ze zelfs vrij ver op zee tegen.
We ontbijten, drinken koffie en thee, ik zet het wieltje in de vouwfiets en samen bergen we allebei de fietsjes op in de achterkajuit. Daar lijkt het opeens opmerkelijk ruimer dan toen de kinderen nog niet op de boot waren. We boeken ook een vlucht naar huis, begin september.
Het strandje is ook vandaag bom- en bomvol. Onwaarschijnlijk zoveel mensen als op dat stukje. Zo te zien is het ook zo dat de voorste rij tot hun middel in het water staat, de volgende tot hun knieën, dan tot hun enkels en de achtersten moeten toekijken hoe die anderen genieten! We worden wel temmes van de waterscooters. Waterscooters zijn hier en in Italië populair, veel meer dan in Nederland. Van een uurtje of drie tot de avond worden we behoorlijk geplaagd door de golven, de benzinedampen en de herrie van die dingen. Blijkbaar slaat tegen drieën de verveling toe. Waterscooters zijn net vervelende muggen: ze blijven maar om je heen zoemen met een ergerlijk geluid en een soort luchtaanvallen. Bovendien gedragen de eigenaars zich net als puberjongens met een brommer, maar zonder voldoende hersens om iets anders te verzinnen dan op die ene hoek vroem-vroem-vroem-geluiden te produceren en heel af en toe een minimaal rondje om het huizenblok te racen. (Ik ging tenminste nog wel eens ergens heen, maar sommigen….) Het zijn allemaal mbd-ers: jongens met minimale breinen die dan ook nog eens een beetje beschadigd zijn. (Hanneke zegt dat het maar goed is dat Lieke niet ook op de boot is. Anders waren die lui hier helemaal niet meer weg te slaan…..) Pas tegen een uur of zes raakt de benzine op en bij gebrek aan een pomp verdwijnen ze langzaamaan uit beeld. Dan vertrekken ook hun pappa’s met de speedboot en heel, heeeeel langzaam wordt het hier weer een vredig baaitje met een paar overjarige (k)ankeraars. Ik maak een prutje van restjes paprika, uien, tomaten en gebakken aardappelen met wat Griekse worstjes. Lekker, maar wel hartig. De visser komt weer langs om iedereen te waarschuwen, maar ook nu blijft iedereen liggen. Het wordt klammig en nog koeler dan gisteren. Dat valt echt op: kortere dagen, koeler, natter….. Er wordt vast binnenkort ergens sneeuw verwacht.

Na zo’n nacht met zoveel swell dat we blij zijn dat we op kunnen staan en opgewekt de nieuwe loodgrijze dag tegemoet treden, besluiten we dinsdagochtend dat een nachtje in Sausset les Pins ons wel goed zou doen. Hanneke belt en krijgt te horen dat we welkom zijn. Een paar dagen is ook geen probleem en diesel kunnen we krijgen in de haven. Het is maar een half uurtje varen, maar dan is de blijdschap ook op. Een paar dagen blijven is toch een probleem, we moeten ons dagelijks melden en betalen (schopstoel?), de diesel in de pomp is op en het begint te regenen (jawel! Al zijn het maar 6 druppels.). Uit Port Saint Louis krijgen we ook nog bericht dat we daar in dit weekend niet terecht kunnen. Dat is vervelend want juist dit weekend waait het knap hard (6 – 8 Bf). Nou ja, we hebben in elk geval tenminste minimaal één rustig nachtje voor de boeg.
Hanneke gaat een broodje kopen. Daarna wil ze de boot beter vastgelegd hebben, de boot schoonspuiten, het bijbootje op de kant om schoon te maken en op te bergen en een kleine was doen. Een overbezet programma vind ik, als we ergens nog maar net een uurtje liggen. En dan hebben we het nog niet over een koelkast waar geen bier meer in ligt…. En inmiddels is het toch weer heel zonnig en warm geworden. Tegen drieën is bijna het hele programma afgerond. Alleen het wasje nog ophangen, maar nu dreigt er onweer. Sommige mensen zit het dus altijd tegen…..
Hanneke raakt aan de praat met twee Franse dames, de één een restauranthoudster en de ander ijsverkoper. Allebei vanzelfsprekend de allerbeste “en ville”. Er komt een Duitse zeilboot naast ons liggen met een oudere man en een gezinnetje met twee jongens. De man blijkt 81 jaar te zijn, geboren in Rusland, nu wonend in Koblenz. Het gezin zijn vrienden die een paar dagen meezeilen. Ervaren zeilers zijn de gezinsleden niet, blijkt uit alles. Maar wel aardig. We hebben geen van beide honger, dus maak ik alleen een broodje gesmolten kaas met tomaat en peper. Het wordt opnieuw een erg vochtige avond. Waarschijnlijk blijft dat de komende tijd zo. Op het hoekje bij het havengebouwtje, half onder een overhangende boom verzamelen zich de pubers van hier. Er staan daar, heel romantisch, twee bankjes, waarvan één met uitzicht over zee. Eerst zit er een stel meiden te giechelen, dan komen er twee jongens bij. Dan komt er een stel grote jongens met brommers en een voor de leeftijd kenmerkend bronstig stemgeluid: baard in de keel, overslaande stemmen, veel te hard gelach. De meiden verdwijnen. Om vijf over half elf vertrekken de jongens plotseling als bij donderslag allemaal. Waarschijnlijk moesten ze om half elf thuis zijn.

Woensdag worden we lekker uitgerust wakker. Ik zet koffie en thee, Hanneke haalt een broodje, nog heet uit de oven (rustique is de lekkerste). Dan gaat ze weer aan de slag met een nieuwe was en nog meer schoonmaak. Inmiddels doet ons internet vrijwel niets meer. Kennelijk is het een policy van Franse havens om geen gewone internet-providers te hebben, maar alleen sites die per uur of dag betaald moeten worden. Daar heb ik geen trek in. Gelukkig doet ‘Whatsapp’ het dan nog wel. Tussen de middag lopen we naar het restaurantje waar ze volgens de eigenaresse enorme, lekkere salades serveren. Helaas, om twee uur is de keuken al dicht. Dus een eindje verder. Om vier uur zijn we, nu wel behoorlijk volgevreten met salade en ijs, weer bij de boot. Het weer ziet er een beetje dreigend uit en er blijkt een windvoorspelling voor een uurtje lang 30 knopen uit het noorden, daarna weer afnemend naar 8 knopen. Dat is raar, dat stond er vanochtend nog niet! Geen wonder dat de bootjes van het zeilschooltje allemaal naar binnen worden gesleept. Het valt reuze mee: het waait wel even, maar vooral uit het westen en lang geen 30 knopen. We zien ook weer wat bootjes binnen komen waarvan de schipper er niets, maar dan ook echt niets van kan. In één geval een oude tweemaster sloep met 5 piepjonge kindertjes aan boord, weet niet hoe hij moet aanleggen. Uiteindelijk trekt de havenmeester hem op de hand naar de kant toe…. De kindertjes staan te juichen! Wel schattig hoor, vijf van die ukkies met oranje zwemvestjes die allemaal op het dak staan te juichen en te springen. Nu krijgen ze eindelijk weer te eten, denk ik. Die ouders kunnen beter baren dan varen. Ook een hele grote, heel dure speedboot, met twee grote motoren en een boegschroef, met drie mannen erop, die bij de dieselpomp willen aanleggen. Het lukt ze niet om netjes aan te leggen. Uiteindelijk staat er wel eentje op de kant, maar dan met een heel kort stukje gerafelde landvast in z’n hand. Die moet zeker zo blijven staan tot de boot volgetankt is. Geld, geen hersens… Jammer dus dat de pomp nog steeds buiten bedrijf is. En dat vaart hier allemaal rond op zee….
Na onze overvloedige lunch hebben we helemaal geen honger, zelfs geen trek meer. Dus houden we het vloeibaar. De bemanningswissel op het bootje naast ons houdt onze gemoederen even bezig. Steeds meer tassen, koffers, bijouterie dozen, etc worden op de kant gezet. Vindt hier, onder onze ogen, een uitzetting van mevrouw plaats? Niet dus. Daarna horen we een hele groep tienermeisjes een heel eind verderop gillen, yellen, fluiten en op houten steigers stampen. Ongelooflijk wat die kinderkeeltjes voortbrengen! Als man ook levensgevaarlijk om in de buurt te komen, volgens mij! (Ooit gehoord van de meisjes van Verkade in de trein van Zaandam naar Amsterdam, heren? De dames in een coupé, verveeld van een dag achter de lopende band plachten – als een man het aandurfde hun coupé te betreden – deze man geheel te ontkleden en in station van aankomst het perron op te schoppen. Opa spreekt nu over de jaren vijftig.)
Hoe wij zo’n avond doorkomen? Nou tienermeisjes! (voor opa vroeger al een bron van permanente verbazing). Een stuk of drie, vier hebben ontdekt dat je lekkerder op de trampoline van een catamaran hangt/ligt, dan zitten op of staan bij een romantisch bankje met van die grote jongens om je heen. Als er dan een enkele jongen of man voorbij komt beginnen ze net is luider en een beetje provocerend, geluiden te maken. En het werkt! Al die jongetjes / mannetjes komen even kijken….

Donderdagochtend is het – verrassenderwijs – zonnig en warm. Het is een beetje komkommertijd, dus ik zal onze dagbesteding een beetje toelichten. Inmiddels zijn we hier na twee dagen zo ingeburgerd dat we de routines hier wel kennen: Om 8.55 uur komen de duikers (ca 20 personen) hier over de smalle kade, die hun omvangrijke materieel op een grote motorsloep naast ons deponeren. Om 9.20 uur vertrekken ze. Dan komt het zeilschooltje met 5 tot 7-jarigen langsgesjouwd met mastjes, zeiltjes, zwaardjes en roertjes. Zij krijgen zeilles met Optimistjes en Lasertjes op zee. Dan tegen 10 uur volgt een stoet met kanoërs, ieder met z’n eigen peddel. Om 10.30 uur, tenslotte, komt een groepje met paddle boards langs sjokken. Ook zij krijgen les. (Zo te zien kun je het beste kanoën, want dan hoef je het minst te sjouwen.) Vanaf 12 uur komt alles in omgekeerde volgorde terug. Een rechtgeaarde Fransman kan namelijk niet zonder een goede lunch! En dat begint al op de kleuterschool. Zo tussen 14.00 en 15.00 uur herhaalt zich dit schouwspel en om 17.30 uur nogmaals in omgekeerde volgorde. Het aftuigen van de zeilbootjes is ook grappig om te zien. Echte snuggeraars proberen slimmere manieren te vinden, maar absoluut niet tot tevredenheid van de instructeur! “Uithalen en opnieuw, en dan goed!” is zijn bondige commando. Het is vakantie en inmiddels borreltijd! Het zwaarst heeft dus de oudere instructeur van het zeilschooltje van 5 tot 7-jarigen het, althans te horen aan zijn gebrul “Arrète! Arrète! ….. Arrète, j’ai dit! ….. Mon Dieu!!!” Zelfs zijn borreltijd is beperkt!
’s Ochtends begin ik eigenlijk al uren eerder met een bakkie koffie en ik zet tegen negen uur thee. Hanneke doet nog een wasje, gaat de haven betalen en een rustique broodje kopen. Ontbijt om 10 uur. Je kunt de klok erop gelijk zetten, denk ik. Vandaag is het marktdag en Hanneke geniet van de kleurtjes en geurtjes daar. Helaas heb ik dat minder. Ik strompel en mompel mopperend achter haar aan, of, vaker nog, ik ga gewoon niet mee. Zo ook vandaag. Ik moet de administratie doen: een verjaardagskaart schrijven, het logboek bijwerken, mijn banksaldo checken, een technisch probleempje oplossen en daarna wat rusten. Kortom, ik heb het gewoon veel te druk. Wel hoop ik dat Hanneke wat bier meeneemt, want de voorraad begint angstwekkend af te nemen. En…. Hanneke heeft 6 blikjes meegenomen. Het waren de laatste, zei de verkoopster. Bofkont! roep ik blij, maar mijn zorgen zijn niet minder, want we zijn nog twee weken op de boot….
Er komt een grote boot naast ons liggen met een groot gezin Frans sprekende opvarenden. Groot is onze verbazing dan ook als de buurvrouw ons in het Nederlands aanspreekt. Ze hebben de boot in Marseille gehuurd en zijn nu op de terugreis na een paar weken. Eigenlijk houdt zij meer van de Noordzee. Over een paar jaar willen ze zelf een boot kopen. Hanneke maakt ’s avonds een enorme pan lekkere bahmi. Daarmee zijn helaas ons laatste restje zoete ketjap en zakje kroepoek ter ziele. Het is duidelijk: onze tijd hier zit erop.
Ook vanavond zijn de meiden trouwens weer paraat op hun trampoline. Twee jongetjes, quasi ongeïnteresseerd, hangen vlakbij ook wat rond, soms met een hengel. Als ze een vis vangen is de consternatie groot. Wat nu? Hoe krijg je zoiets eraf? En wat doe je dan? Nou tussen de meiden gooien, natuurlijk! Erg vruchtbare gesprekken worden het niet: de meiden zijn samen en die twee knulletjes zijn geen partij voor ze. Die druipen dus af. Daarna zetten de meiden een gezamenlijke smartlap in met hese stemmetjes. Als ik in bed lig hoor ik ze nog lang. Blijkbaar komt er groter wild langs: de stemmen worden wat luider, uitdagender, gelardeerd met wat gilletjes….. Echte mannen? Meisjes zijn een onbegrijpelijke soort. En tsja, het blijft helemaal een verbazingwekkend schouw- en luisterspel, communicatie tussen de geslachten.

Vrijdagochtend is het water opeens op. Dat hebben we in al die jaren maar één keer eerder meegemaakt. Hier in de haven is dat snel opgelost, gelukkig. Het is heel stil, geen auto’s, scooters of mensen te horen. Om de boot, en vooral onder het boompje op de kade, zit een hele zwem vogels. Het zijn vooral mussen, een paar spreeuwachtige, een paar tortelduifjes en een vogeltje met een heel geel borstje. Grappig! Ook de zwaluwen zijn wakker. Er is hier een heel grote groep en het lijkt of hun aantal toeneemt. Ze zijn wat groter en vliegen wat trager, lijkt het, dan de zwaluwen die we hiervoor veel gezien hebben. Opvallend is ook dat een heleboel zich verzamelen op de zalingen en stagen van twee bepaalde boten, een eindje verderop. Op andere zie je soms een enkeling neerstrijken, maar die twee boten lijken een echte hangplek. Het is opnieuw helder blauw, zonnig en er hangt een lichte geur van pijnbomen. Het heet hier dus niet voor niets Sausset les Pins. Pas om kwart voor negen komt er een ietsie leven in de haven.
Om een uur of tien zien we een “merkwaardig” schouwspel. Gisterenmiddag hoorden we op een gegeven moment een behoorlijke klap, gevolgd door hevig gekraak, gevolgd door een tweede klap. Een grote Zwitserse speedcruiser met drie verdiepingen van zeker een half miljoen euro maakte op ongebruikelijke wijze zijn opwachting. Op het moment dat wij keken lag hij al weer helemaal dwars in de haven, hoewel toch zowel voor- als achtersteven de kade goed hadden geraakt. Een mevrouw stond voorop zenuwachtig met een forse knoop trossen te klunzen. Uiteindelijk werd de boot door twee voorbijgangers naar de kant gesjord. Nu, vanochtend, wilden deze echtelieden diesel tanken. Ze hielden op zich goed afstand tot de kade, maar kwamen zo niet aan de kant…. Opnieuw een bijzonder theater van voorbijgangers die rukken aan forse trossen, hele bergen tros die in het water worden gegooid zonder ergens aan vast te zitten, en zo voort. Op een haar na missen ze onze boegspriet en ons forse anker daar…. Opnieuw ook liggen ze dwars in de haven. Na een half uur klunzen en veel arbeid van inmiddels vijf voorbijgangers, liggen ze dan bij de pomp. Voor deze schipper en z’n dame zal dit zonder twijfel een heel gedenkwaardige vaarvakantie zijn…. Ook het werk aan het winterklaar maken van de boot vordert. Wij halen het grootzeil eraf en vouwen het op tot een handelbaar pakket. Dit laatste gaat eenvoudiger dan de genua: die is vrij nieuw en van erg zwaar en stug doek gemaakt. ’s Avonds gaan we uit eten, onbedoeld nogal chique. Een ruim voorgerecht met allerlei vis en aanverwanten. Daarna een ‘Maigret de canard’ voor pa en ‘Gewokte boeuf maigret’ voor Hanneke. Eigenlijk was haar gewokte bahmi van gisteren beter, maar leg dat maar eens uit aan de kok. Het toetje, daarentegen, was niet te overtreffen en sterkt Hanneke (volgens mij) in het voornemen om ooit eens een heel diner te serveren van uitsluitend toetjes, dit voor vriendinnen. Daarna lopen we terug langs een podiumpje met daarop een bandje dat nogal bedaagde muziek speelt. Als we dichter bij zijn zien we ook dat de gemiddelde leeftijd van de muzikanten dichter bij de 70 dan de 60 ligt. Zelfs menen we, achter een rij geparkeerde motoren staand, ene Jan Verbaan te herkennen als één van deze overjarige hippies. Het lange grijs-witte haar, het baardje/sikje, het brilletje: hij is het echt helemaal. (Als hij deze week het clubhuis niet heeft bezocht, dan is dat wel het ultieme bewijs dat hij er in het geniep een muzikale hobby op nahoudt.) Hanneke maakt wat ter bewijsvoering wat foto’s, maar met al dat tegenlicht komt Jan hier niet helemaal uit de verf.

Zaterdagochtend is er om acht uur al een flinke bedrijvigheid op het parkeerterreintje achter de kade. Een man of 15 laden containers met tafels en stoelen van een vrachtwagen en stellen die in rijen op. Ik tel 400 zitplaatsen. Er hangt daar ergen een groot spandoek dat er de 20e, vandaag dus, een ‘thonerie’ is. Ik vermoed dat het een soort vlaggetjesdag is, maar wij kunnen gewoon in de haven blijven liggen. Misschien eten ze dan alleen tonijn? We zijn benieuwd.
Hanneke gaat een broodje halen. Intussen meet ik de hoogte van de boot tov de waterlijn om uit te kunnen rekenen hoe hoog ik de maststeunen kan maken: het dek is 1.35 meter voor en 1.00 meter achter boven de waterlijn. De minimale hoogte van bruggen is 2.70 meter, als ik het goed begrepen heb. Met de mast erop moeten we vóór dus wel een beetje bukken, maar het is te doen. In de loop van de dag gaan we hier verder met het onttakelen van de boot: de grootschoot losmaken en opbergen, de snelsluiters, touwtjes en elastieken worden in zakjes opgeborgen, tie-ribs worden losgesneden, het bb-motortje draait een half uurtje in zoet water om de benzine op te maken en het inwendige schoon te spoelen. En zo zijn er zat klusjes. De genua en de bezaan blijven er wel nog even op staan, want we moeten nog een stukje van circa 20 mijl over zee naar Port Saint Louis en je weet het maar nooit. En zo modderen we wat aan. We strompelen als het ware in de richting van de eindstreep, nog even een weekendje windkrach 8 in de nacht van zondag op maandag, dan naar de laatste haven voor de winterberging…..

14. Kits weekje

Hanneke en de kinderen komen zaterdagavond terug van het museum: het was bijzonder leuk: Picasso was al een verrassend leuke tentoonstelling. Er was ook een ‘parade’ van scheepsmodellen, heel levendig opgesteld en er was een bijzondere entourage van boomachtige pilaren en in plant-patronen gevlochten stalen overkappingen die een heel apart lichtspel opleverden. We eten spaghetti van pa. Het resultaat is bevredigend maar heeft wel een enorme afwas tot gevolg. (Pa dacht nog: dat zullen jullie weten!) Opeens lijkt er toch verbetering in het weer te zitten: de komende 2 dagen goed weer, dan twee dagen veel teveel wind en dan weer twee dagen redelijk weer.

Zondag 7 augustus is het weer inderdaad veel rustiger en besluiten we naar la Ciotat te gaan, daarna eventueel ook naar Bandol en – als alles goed gaat – pas vrijdag terug naar Marseille. Een jong rood katertje zorgt nog voor enige consternatie. Hij springt op diverse boten, gaat op onderzoek, ook binnen en denkt dat iedere poging om hem te verwijderen een spelletje is. Een vrouw besluit om hem maar terug te brengen naar de boot van baasje en zet hem daar op dek. Ze beent met ferme passen terug. Het katertje vindt zo’n wedstrijd pas echt geinig, springt op de kant en racet haar hipsend-hopsend met een rotgang voorbij en wint aldus deze race. Mevrouw is not amused. Gelukkig gaat onze buurman weg. Een nieuwe uitdaging voor het katertje. Nu heeft ook hij een probleem: als hij al grotendeels los is springt het katje op de boot en sprint naar voren en duikt onder de bijboot op het voordek. Buurvrouw krijgt hem niet te pakken. Buurman eerst ook niet. Uiteindelijk gaat hij toch daaronder vandaan en springt in een grote tas op het achterdek en wil daar niet meer uit. Buurman heeft nu toch een beetje de pest in en gooit hem met een flinke zwaai op de steiger, geeft gas en is dan onbereikbaar. Dus zijn wij nu aan de beurt… Wij weten te ontsnappen, nagekeken door een teleurgesteld katertje.
Met Lieke als meermin op de voorplecht varen we een paar uur later de kaap om en verderop enkele Calanques in. Daar hadden we toch meer van verwacht. Het zijn vrij grote en diepe inhammen met aan weerszijden rotsen en aan het eind een strandje met een strandtentje á la Willy Zuid. Er liggen veel bootjes en de tripperbootjes met toeristen varen af en aan. Wij varen dus maar door. Vlak voor de baai van la Ciotat zien we een hele grote vin boven water. Het is niet duidelijk wat voor vis dit nu weer is, maar het moet wel een hele flinke zijn, afgemeten aan de vin alleen! We varen er dicht langs, maar hij blijft min of meer op dezelfde plek en geeft geen krimp. We besluiten dat dit dus vast een haai is. Een eindje voorbij het haventje van la Ciotat gaan we bij een zandstrook met glashelder water voor anker op 5 meter diepte. Jelle en Lieke willen meteen zwemmen. De temperatuur van het water is 19 graden, veel kouder dan wij voorheen hadden. Stoer! vinden ze ook zelf en daardoor bevalt onze douche “after” supergoed. We borrelen en Hanneke produceert een heuse Kantonese kip- en groentenschotel vanuit het voorraadkastje in de kiel. Dan een heel rustige avond met wat afzwakkende achtergrondgeluiden vanaf het strand, ver weg, gewiebel van wat swell en een heldere sterrenhemel. Lieke oefent toonladders en speelt wat liedjes. Wij zijn met z’n vieren een wereldje in het klein.

Maandag is het uitbundig zonnig. Er loopt een lichte deining die vooral veroorzaakt lijkt te worden door allemaal kleine vis- en speedbootjes. De weersvoorspelling is nog iets verder verbeterd. We hoeven niet langer persé een haven in, hoewel 30 knopen in de dinsdagnacht wel vrij hard is. Iedereen wordt wakker en we ontbijten om halftien. We gaan een eindje verder en kijken of we een leuk klein ankerplekje kunnen vinden. Het water is hier overal uitzonderlijk helder: op meer dan 12 meter zien we duidelijk de bodem, met rotsen, zand of wier. Uiteindelijk vinden we niet iets wat aantrekkelijk genoeg is en ankeren uiteindelijk om half één een klein eindje voorbij Bandol. ’s Middags zien we iets vreemds: een man staat achter een waterscooter op een plateautje bijna 10 meter boven het water! Een wonder! Elevatie? Nou nee. Hij staat op een waterstraal die gevoed wordt door de waterscooter via een lange, dikke slang…. Toch wel heel vreemd. (Hanneke vertelt later dat ze het al eens eerder heeft gezien.) Tegen de avond gaan we naar de haven, want het is wel een gezellig plaatsje en morgen waait het flink veel harder. We krijgen een plekje langs het ponton naar de kade. Dat blijkt lawaaieriger dan verwacht maar ook gezellig, want zowat iedereen passeert hier. (Zo ook hondjes met hoge nood, zien we later…..) Lieke ziet een jongen op de steiger waarvan ze denkt dat hij lijkt op iemand die ze 4 jaar geleden in Nepal heeft ontmoet. Die blijkt bovendien in Avignon te wonen (tamelijk dichtbij) en hield ook van watersport. Ze stuurt hem een berichtje op facebook, maar ja, dan moet hij daar wel op kijken. Helaas, we zien hem die avond verder niet meer…..

Dinsdag begint weer erg zonnig en warm. Er is markt vandaag. We ontbijten met verse baguette, koffie en thee. De Franse jongen heeft teruggemaild: hij is wel in de buurt van Marseille, maar jammer genoeg niet in Bandol. De familie (zonder pa) gaat daarna de markt bekijken. Ik loop er eventjes overheen naar de toiletten, maar dat is geen genoegen. Mensen bewegen traag, stoppen om de haverklap, kinderen rennen vlak voor je voeten langs …. en dat loopt op dit moment erg onprettig. De gemengde toiletten en douches (het blijkt één gewoon toilet en een ander voor rolstoelgebruikers) zijn hier wel keurig schoon. De airco van het VVV-kantoortje blaast bij de ingang van de ruimte naar binnen, dus het is er een graad of veertig. Ik schrik me bovendien een ongeluk als ik onmiddellijk een hele grote wc-rol in de schoot geworpen krijg: het mechaniek is verwijderd en de rol ligt er los op. Er zijn maar drie van dit soort ruimtes voor zo’n 800 boten. Dat vind ik wel erg karig voor zo’n haven!
Het wordt ’s middags ruim over de 30 graden en iedereen hangt een beetje landerig rond. Als het een beetje begint af te koelen gaan Hanneke en de kinderen eten kopen en op zoek naar banden-plakspullen. Dat is toch wel een onverwacht wondertje: na vier keer tevergeefs uren zoeken opeens bandenplakspullen! Deze keer komen ze daar dus ook echt mee terug. Hoera! Nu kan fietsje 2 weer in elkaar gezet worden. Dan gaan we borrelen in de kuip. Een jonge man komt langs met een folder over een gratis app over ankerplekjes. Ik installeer de app meteen. De kaarten downloaden duurt vrij lang. Daarna blijkt dat de kaarten wel informatie geven over de zeebodem, maar er op de kaarten geen namen van plaatsen of kapen voorkomen. Oriëntatie wordt zo wel lastig. Bovendien wil hij helemaal niet meer stoppen. Meteen maar weer gedé-installeerd. Ik wil immers ook nog wel andere dingen kunnen met mijn telefoon. We eten een zelf gewrochte salade met blauwe kaas en walnoten, worteltjessla, kip en brood. Daarna zitten we nog uren gezellig te kletsen terwijl Lieke ons met reeksen toonladders begeleidt. ’s Nachts waait het hard. We liggen flink te rukken aan de landvasten.

Woensdagochtend waait het nog steeds behoorlijk hard, maar het is ook vandaag zonnig en warm. Jelle en Lieke gaan naar het strandje, Hanneke volgt later. Daarna gaan ze een ijsje eten. Ik ga niet mee: de afwas moet nog gedaan worden, ik moet nog een band plakken, ik houd niet van op het strand rondhangen en heb bovendien nog een herinnering aan ‘Een dagje naar het strand’ van Heere Heeresma. Kortom, smoezen genoeg. (Eventueel loop ik ze wel tegemoet naar de ijssalon…) Het plakken is geen probleem, maar het bandje omleggen kost door de geringe omtrek van de buitenband buitengewoon veel tijd en moeite. Uiteindelijk lukt het. De zwemmers komen tegen vieren terug. We borrelen, eten matig gelukte patatten, tot moes geroosterde groeten, appelmoes, wortelsla en een hamburger. We hebben daarna een ernstig gesprek over de stijl van leiding geven door de kapitein. Beweerd wordt dat die stijl nogal eens lijkt op ‘doen lijden’, hetgeen natuurlijk niet de bedoeling is. Daarna gaat het gezelschap opgelucht en welgemoed naar een Frans bandje kijken, de kapitein achterlatend met de afwas en een (aanstaande) kater. Tsja, het valt niet mee om voorman te zijn van zo’n familie van anarchisten….. Zou hier eens orde op zaken gesteld moeten worden? Tuchtigingen? Kielhalen? Water en brood? De zweep erover, wellicht? Of zou de mierzoete aanpak in dezen te verkiezen zijn. Immers vliegen vangt men niet met azijn…….. Dit soort complexe vraagstukken vragen om (en leiden tot) een diepe slaap, in elk geval van de kapitein.

Donderdag zijn we allemaal vrij vroeg wakker. In de omgeving van het vliegveld van Marseille heerst een enorme bosbrand. In Leiden regent het en vroor het vannacht bijna en vandaag gaat het heel misschien in onze streek onweren….. Kortom het Europees weer geeft aanleiding tot breed overleg. In een kort scheepsberaad wordt besloten vandaag naar la Ciotat te varen: hoge zeegang, maar slechts 1,5 uur. Hanneke en Lieke gaan nog gauw wat ‘niemendalletjes’ kopen (zouden dat weer onzichtbare dingetjes zijn?), terwijl Jelle de afwas doet en wij samen de boot vaarklaar maken. Iets over halftwaalf varen we de haven uit. De zeegang is fors, maar schuin van voren en daardoor niet al te vervelend. Om kwart over één varen we de Vieux Port in en ontdekken daar, dat één groot Engels motorjacht langszij aan de bezoekerskade is afgemeerd en zo 24 aanlegplaatsen in beslag neemt. (Wij betalen € 27,31 zou hij echt 24 keer zoveel betalen?) Er is daardoor nog maar één plekje over naast een Hallberg Rassy 42, waar we precies in blijken te passen uit …. Woudsend. We liggen vlakbij een hoek van de haven, recht voor Giovanni’s Gelateria, waarvan dan ook onmiddellijk gebruik gemaakt wordt. Hanneke belt naar de haven in Marseille. “Er is plaats zat” zeggen ze: “we kunnen zonder problemen komen.” Het plaatsje is ook vandaag vrij rustig en gezellig. Over de kade achter de boot loopt een gestage stroom flanerende mensen. ’s Avonds is er natuurlijk ook weer de toeristenmarkt. Buitenlandse boten komen hier zelden. Als er al buitenlanders zijn gaan ze bijna altijd naar de marina, net buiten het dorp, horen we.

Vrijdag 12 augustus willen we terug richting Marseille. We vertrekken wat later dan gedacht maar het gaat allemaal voorspoedig, met weinig wind tegen en een matige golfslag schuin tegen. Vlak voorbij Point Rouge zien we in de verte een paar dolfijnen. We varen die kant op maar ze laten zich nog één keer heel even zien en zijn dan verdwenen. We zijn dan zo ver dat we besluiten om de Iles de Frioul heen te varen. Het zijn kale ruige rotsige eilandjes, bedekt met allerlei bunkers. In de haven van Marseille melden we ons weer bij de verenigingshaven. Er is wat verwarring: een man zegt dat er geen plaats is omdat er een regatta zou komen. Hanneke zegt dat we gebeld hebben en dat we konden komen. Dan is er toch plaats. We liggen aan een ponton en Jelle en Lieke gaan naar de stad. Om half zes wordt er door de haven opgebeld dat we weg moeten, nu omdat de eigenaar van deze plek terugkomt. Dat zou wel heel vervelend en lastig zijn, omdat Jelle en Lieke rond middernacht naar het vliegveld moeten. Hanneke gaat naar het kantoortje. Daar is veel verwarring en uiteindelijk hoeven we pas zondag weg…. Wat een gehannes! Daarna borrelen we uitgebreid, eten een roerei met allerlei groenten en borrelen en kletsen nog verder door tot middernacht.

Zaterdag zijn we om acht uur op. Toch komt het leven maar langzaam op gang. We zitten opnieuw vooral te kletsen en Hanneke gaat om half tien brood en wat boodschappen halen. Zo ontbijten we pas tegen half elf. Dan gaan Hanneke en Lieke uitzoeken hoe laat de kinderen moeten vertrekken naar het vliegveld om op tijd te zijn. Het toestel stijgt voor zeven uur morgenochtend op. Van hier moeten ze eerst naar een bus- en/of treinstation en daar overstappen. Hier vandaan bij dat station komen blijkt het probleem. Verschillende websites geven onduidelijke uitkomsten. Uiteindelijk besluiten ze om maar bij het ‘Bureau Touristique’ (of hoe het ook moge heten) navraag te doen. Ook willen ze toch nog even ‘shoppen’ en een mega-ijs te eten bij een heel lekkere gelateria. Ik ga intussen even het wereldnieuws bekijken en lees dat de woon-boot van Jim, een bekende, weg gesleept is. Dat is wel een K-bericht! Hij was en is overtuigd van zijn recht om daar te (blijven) liggen en procedeert daar al jaren over. De “oplossing” van de gemeente om de boot naar een sloopterrein elders te slepen is op z’n zachtst gezegd een onfrisse: botweg gebruik van macht.
Om twee uur word ik gebeld of ik ook een ijsje kom eten. Nou, ja dus! Het is een heel drukke zaak en we nemen allemaal het op één na grootste en duurste ijsje: 5 soorten (of meer als je wilt). Ze maken er echt een kunstwerkje van, een soort bloem. Ze hebben ook bijzondere smaken, zoals citroen- of limoen-basilicum en kokosnoot ijs. De smaken zijn super! Er komt ook een groepje Braziliaanse drummers / dansers / acrobaten (nou ja…) “spelen”. We hebben collega’s vaak gezien in andere plaatsjes, maar dit zijn wel toppertjes in hun soort. Dan terug naar de boot. Jelle en Lieke hangen in de kuip zich een beetje geestelijk voor te bereiden op een korte nacht en lange dag, morgen. Ik ga het weblogje afmaken en opsturen.

13. Marseille en zo

Op zondag 31 juli komen we aan in la Ciotat. Het haventje is best een gezellig plaatsje. Ook hier hebben ze voor ons een peurbakken-race en een toeristenmarkt georganiseerd. Alles is wel zwaar bewaakt door politie en zwaar bewapende groepjes militairen. We moeten natuurlijk ook deze toeristenmarkt bekijken. We laten ons overhalen tot de aanschaf van diverse kleinigheden: een paar sandaaltjes voor Hanneke in een kleur die ze nog niet had (enig!), een miniventilatortje voor de kinderen in de achterkajuit, een mini-usb-afspeeldoosje, idem, 3 haarbandjes voor de prijs van twee. En, aldus zijn we toch weer € 48 lichter gemaakt. Bij een Marokkaans restaurant eten we wat. Op de terugweg verkopen drie dames Hanneke een haarband. Ze beklagen zich tegenover ons: Al de hele avond lopen alle volwassenen hier voorbij terwijl ze met ‘Pokemon’ op hun mobieltje bezig zijn…… Wat een debielen! (Geen enkele aandacht voor de koopwaar en ook niet voor de kinderen die allerlei kattenkwaad uithalen.) Er zijn ook weer wat rock-bandjes. Daarvan speelt er één (helaas niet een geweldig goeie) zowat op ons achterdek. Het wordt dus een latertje ondanks ons voornemen om op tijd te vertrekken. Zodra ze gestopt zijn – wat al moeite scheen te kosten – neemt een snoeiharde ‘techno’ achtige disco het over. Kennelijk heeft de disco-man gedurende een dilerische avond wat ‘eigen mixjes’ gemaakt. Er is geen touw aan vast te knopen, deze rotzooi van aan- en door elkaar geplakte geluidsfragmenten. Goddank houdt deze er ook mee op, zij het pas om 02 uur.

Zondag wordt ik om kwart voor zeven wakker. In de haven is niemand op, behalve een jong grietje van de buren. Ik haal het rubberbootje naar achteren en hijs het op. Om half acht varen we naar buiten. Er is weinig wind, maar een erg rommelige en vrij hoge zeegang. Als er wat wind komt zetten we de genua bij, eigenlijk vooral voor de stabiliteit. De rotskust is hier heel steil, hoog en ruig. Er zijn geen huisjes of andere tekenen van leven te zien, behalve in een enkele “calanque”, een fjord-achtige kloof / inham. We passeren de ruige rotseilandjes bij Cap de Croiset en krijgen dan wat rustiger water, hoewel hier dan weer heel veel speedbootjes rond-racen. De haven van Marseille heeft een indrukwekkend entree: je vaart een bocht om, dan tussen twee uitgestrekte, hoge forten door, nog een bocht de andere kant op en dan een vrij brede haven in met 10.000 (of zo) boten. Bij de invaart krijg je even een blik op een hele grote kathedraal. De haven zelf is helemaal omringd door hoge, vrij saaie gebouwen.
We vinden de juiste verenigingshaven en om 12 uur liggen we prinsheerlijk. Laat nu het noodweer maar losbarsten! roepen we tegen elkaar. Alleen wind, die staat er niet veel en het is nu 32 graden en schijnt hier woensdag over de 35 graden te worden….. “Tsja, alle voordeel heb zo z’n nadeel” zoals Cruyf al opmerkte. Nou om een uur of zeven gaat het een uur hard waaien. (Dat wordt een uurtje eerder, maar is wel raar: een uur lang loeiharde vlagen en dan is het opeens weer voorbij. Een zeilboot komt binnen met z’n hele voorzeil letterlijk aan repen!) Hanneke gaat de kant op, naar de Tourist Office en een beetje de boel verkennen. Ze is maar gematigd enthousiast over wat ze in de directe omgeving zag. Morgen maar eens verder kijken.

Maandagochtend waait het in perioden echt hard, recht de kuip in. Het zijn hele heftige rukwinden. Volgens de verwachtingen blijft dit de komende dagen zo. Dan komt een havenmeester ons vragen of wij vanochtend willen verkassen. De eigenaar van onze plek is vanochtend teruggekomen met motorpech. Dat gaat probleemloos. We komen nu met de kop tegen de wind in te liggen naast de boot die gisteren met een verwoeste genua binnenkwam. De vrouw daar helpt ons met aanleggen. Ze vertelt dat het hun eerste vakantiedag was. De genua-roller bleef vastzitten bij binnenvaren van de haven, waardoor het zeil niet meer ingerold kon worden. Door de harde wind klapperde het zeil zo hevig dat het aan repen ging. Haar man gaat nu op zoek naar een vervangende genua. Ze kunnen er achteraf wel om lachen en maken foto’s van de flarden restanten. Ik bied onze oude genua te leen aan, maar ze zeggen dat dat niet nodig is. ’s Middags wordt een vervangende genua gebracht, maar die blijkt 15 cm te lang te zijn en moet eerst worden vermaakt.
Hanneke en ik drinken een pint op een druk terrasje en gaan daarna chique en lekker uit eten in de jachtclub. De windstoten zijn intussen flink afgenomen.

Dinsdag begint zonnig en vrijwel windstil. De zonsopgang in Marseille roept bij mij de gedachte op aan een Frans muziekje “Paris, s’ éveille…” van ene Jacques Dutronck. Een vroege ochtend in een grote stad heeft inderdaad iets bijzonders, alsof een enorm groot mechaniek langzaam begint te lopen. Ik bekijk het weer. De windverwachtingen zijn inmiddels behoorlijk veranderd: de komende dagen best prima weer, maar nu worden op vrijdag en zaterdag woeste winden voorspeld, tot 45 knopen! Afwachten maar of de soep zo heet gegeten wordt als ….. en in dat geval maar wat leuke binnenspelletjes verzinnen voor met Jelle en Lieke….. Enkele uren later ziet het weerbericht er al weer iets minder akelig uit, maar ja…. Hanneke doet een handwas en maakt daarna een lekker rijstgerecht met kip en een Aziatische groentenmix. De rest van de avond is het komkommertijd: we ontdekken dat de boot achter ons Noos heet, een belangrijke winkelstraat vlakbij heet Rue de Canebière, en zulke dingen. We kunnen dus met een gerust hart vroeg naar bed.

Woensdag 3 augustus gaan we naar de Lidl die wel klein, maar behoorlijk goed gesorteerd is en bovendien bier tegen zeer schappelijke prijzen verkoopt. Van Lieke krijgen we een foto’tje ge-appt met een vers geboren baby-muisje, een half pinkje groot. Dat lag vanochtend in haar kamer. En waar er één baby is, zijn of komen er vast meer…. Daarna, vanaf half elf, zijn we bezig met het uitruimen en gebruiksklaar maken van de achterkajuit. Dat is nog een flinke klus. Vooral: waar laten we al die zooi! De twee fietsjes kunnen net naast de achterkajuit; de jerrycan water ook. 16 kussens van allerlei formaat worden op diverse plaatsen weggewerkt: voor andere kussens, achter andere kussen, eronder….. Volgens mij heeft Hanneke inmiddels wel héél erg veel extra kussens verzameld (Ja, maar dat is zo gezellig!)…. Tegen halfvier zijn we wel min of meer klaar. Daar nemen we een biertje op en we mailen Jelle en Lieke. Daarna maak ik de papieren en bankoverschrijving in orde voor onze winterstalling. Dat heeft nog veel voeten in de aarde. Eerst kan ik geen bijlagen toevoegen, behalve vanuit de Google Drive. Maar daar staan die documenten niet. Dan die daar eerst maar heen verplaatsen. Vervolgens stopt de I-pad geheel met functioneren als ik probeer de twee documenten als bijlagen mee te sturen. Uiteindelijk lijkt het na een herstart van de I-pad toch te lukken. Ik krijg steeds meer een hekel aan die zogenaamde ‘verbeteringen’ waarom ik niet gevraagd heb, door Microsoft, Google, Apple enz.! ’s Avonds krijgen we nog een berichtje van Lieke: het aantal minimuisjes is opgelopen tot vijf. Het nest is ook terecht: achter een la! Ze verbaast zich over wat ma muis daar verzameld had. Treurig! Na al deze muizenissen beloof ik plechtig dat ze hier geen beschuit met muisjes hoeft en dat wij hier geen huisdieren in het geniep hebben.

Donderdag begin weer zonnig. Om een uur of half elf gaan we aar de metro. Het is wel even uitzoeken hoe dat hier allemaal werkt. We stappen in en zijn binnen 5 minuten twee haltes verder, bij het metro / trein / busstation st-Charles, waar de kid aan zouden moeten komen. Het is een enorm kopstation (treinen rijden tot hier en dan weer terug). We drinken een capucino en eten samen een panini voor een gepeperde prijs. Dan nog even wachten. Een bus stopt, maar we zien hen niet uitstappen. Opeens zijn ze er toch, via een achter uitgang. We gaan met de bus terug naar de boot, waarbij we een tripje maken langs de ferry-haven, het oude fort en de overkant van onze haven. Dan daarna urenlang bijkletsen. Tegen zessen gaan Hanneke en de kinderen nog even de stad in om een beetje een idee te krijgen. Een Franse buurman vertelt dat Marseille niet zo’n veilige stad is. Er is heel veel beveiliging. Tijdens het EK-voetbal waren hier vreselijke rellen met Russen. Het leek wel oorlog. De hooligans probeerden ook om over de hoge hekken van de jachthavens te klimmen. We blijven bijkletsen tot bijna middernacht. Als we net in bed liggen begint het te regenen, eerst miezer, later stevig.

Vrijdagochtend is het weer prachtig weer, maar het waait hard. We ontbijten over tienen. We krijgen een heleboel informatie over Marseille en over leuke tripjes van onze Franse buurman. Die hebben we nodig ook want de weersverwachting is erg slecht. Af en toe een aardige dag maar veel dagen met windkracht 8 en een hoge zeegang. Hanneke en de kinderen besluiten om de stad in te gaan. Ik ga spaakjes vervangen van de vouwfietsen. Dat lijkt eerst snel te lukken, zelfs bij het achterwiel, tot het moment waarop ik de derailleur weer moet monteren. Aangezien de fiets in opgevouwen toestand in de kuip staat zit ik daar aardig mee. Mijn hersens kunnen deze kronkel niet aan. Uiteindelijk na twee uur vermoed ik dat het gelukt is. Nu het bandje nog even oppompen. Maar waar is de pomp? Hanneke heeft hem bij het uitruimen van de achterkajuit opgeruimd…. Nu, dan maar het simpele klusje, het voorwiel van de ander. Het spaakje zit er eerst verkeerd om in, dan goed. Het nieuwe binnenbandje blijkt zo’n 5 cm te groot…. Dan het oude bandje maar plakken. Maar waar is de pomp? Die vind ik uiteindelijk op een onverwachte plek, maar nu nog de plakspullen…. Tsja, en daar zit je dan…. Ik heb Jelle gevraag om bandenlichters mee te nemen omdat ik had gezien dat we de rest wel hadden, maar waar zijn die heen verhuisd? Inmiddels heb ik me wel een hele dag hiermee zoet gehouden (het is bijna 5 uur). Lieke komt terug. Het was leuk, maar zij was op sommige dingen wel wat sneller uitgekeken dan Hanneke en Jelle. Die zijn nu nog even terug naar de noord-Afrikaanse wijk om eten te kopen. Ze komen terug met een zak met een enorme kip en wat aardappeltjes met tomaten, paprika’s, uien en olijven. Ze heeft ook nog verse groeten om te bakken. Het blijkt een erg lekker ratjetoe. Lieke gaat wat eerder naar bed. Onze buurman speelt wat Ierse of Schotse ballads en zestiger-jaren liedjes. Onze Amerikaanse buurvrouw zingt en blijkt een onwaarschijnlijk hoge, zuivere stem te hebben. Tegen middernacht blijkt ons Internet-tegoed opeens op. Het was 5 gigabyte en dat al op na drie weken (in Cannes aangeschaft!) Morgen dus internet en bandenplak-spullen aanschaffen.

Zaterdag ontbijten we om half elf. We maken plannen voor onze dagbesteding. We moeten vandaag wat spulletjes aanschaffen. Misschien kunnen we morgen even varen en de volgende dag vroeg terug naar Marseille, want het weer is de komende week opnieuw erg onbestendig. Vanaf dinsdag staat er een wind toenemend tot 40 knopen. Als we dan in een dorp liggen moeten we daar de rest van de week blijven en vervoer naar het vliegveld zien te organiseren. In een stad als Marseille gaat dat wel wat gemakkelijker. Hanneke en Jelle gaan op zoek naar de Orange shop en naar plakspulletjes. Tegen halfvier zijn ze terug: ze hebben zich suf gezocht naar bandenplakspulletjes, maar tevergeefs. Internet is wel gelukt. Daar vind ik een fietsenwinkel, vlakbij. Ze gaan, nu gedrieën, op pad naar die winkel en daarna naar het Musen, een museum met een Picasso-tentoonstelling, andere museale stukken en een loopbrug naar het noordelijke fort bij de haveningang. Ik ga water tanken en “nuttige dingen doen”. Als we dan morgen zouden willen varen, dat ook kan. Daarbij hoort natuurlijk ook de website updaten.

12. Bij ons in de provincie…

Zondag 24 juli word ik wakker na een heel rustige nacht in le Lavandou. Zelfs de disco hield er vrij vroeg mee op en dronken pubers hielden het snel voor gezien. Alleen het beroerde ‘patatje kebab’ speelde op. Niet lekker, dat spul hier. De dag begint bewolkt, maar om half tien brandt het zonnetje er lustig op los en is het al 28 graden. Gisteravond hoorden we van zusje Els dat Maartje en Ruud met kinderen hier vlakbij in een huisje bivakkeren. Gisteren waren ze ook op dezelfde tijd als Hanneke op de markt in Saint Tropez! Ook Jon en Jet zitten hier niet ver vandaan in Sans les Pins, zo’n 25 kilometer het binnenland in. Grappig! Het weer blijft de komende week een beetje wisselvallig, vooral in de richting van Marseille. Toch gaan we morgen naar het eiland Porquerolles om te ankeren en daarna naar Toulon, la Ciotat en dan Marseille. Hanneke wil vandaag naar de markt en een wasje doen, de boot afspuiten en ik mag het bijbootje schoonmaken. Met water kliederen is trouwens bij ruim 30 graden en windstilte zo erg nog niet. En ik heb eer van mijn werk ook! We blijken een stralend bijna wit bootje te hebben, in plaats van een muisgrijze gevalletje. Ik was dat helemaal vergeten. We eten een pizza van treurige kwaliteit. Fastfood in Frankrijk is niet eetbaar is onze conclusie.

Maandag vertrekken we rond half tien. We varen langs een paar baaien waar je prima zou kunnen ankeren, maar vandaag dus niet. Onderweg naar Porquerolles is het zo’n beetje Kaagdrukte met speedbootjes en -boten. De oostkant van Porquerolles is ruig en er zijn een paar plekjes waar je zou hebben kunnen ankeren als het er niet al helemaal vol lag. De zuidkant heeft een lange rij stranden, allemaal overbezet. Het water hier langs de kust is onwaarschijnlijk helder. Op 10 meter diepte zie je de bodem als door een glazen ruit. Bij Porquerolles is het helder blauw en boven de grote plekken zandbodem turkoois. De haven van het dorpje is uitgebreid ten opzichte van wat ik me herinner (uit 1983). Ze vragen in de haven voor onze lengte zo’n € 40 om aan een ankerboei te mogen liggen, dus ik ga liever zelf ankeren.
Er is een baaitje waar we redelijk beschut liggen bij de verwachte wind (west, later draaiend misschien wel hard uit het noordwest zegt Hanneke). We ankeren op 4.50 m. In zand, maar dat blijkt al snel toch iets te dicht bij andere bootjes, dus we moeten een eindje verderop. Een vriendelijk jonge man op een hele grote catamaran wenkt ons: hij gaat over twee uur weg, dus we kunnen vlak bij hem ankeren. Ik bekijk ook de weersverwachtingen en kom dan tot hele andere conclusies dan Hanneke. Blijkbaar kijkt zij naar de maximale windsterkte in de vlagen, weergegeven in kracht Beaufort. De ‘gewone’ windsterkte is vaak maar de helft van die in de vlagen… Tsja, en dan kom je toch tot andere conclusies: windkracht 5 tot 6 krijgen we voorlopig toch echt niet! (Overigens moet je wel rekening houden met de vlagen als je zeilt.) We liggen hier langs dit eiland met zo’n 20.000 bootjes uit Toulon en omstreken en er zijn minstens vijf keer zoveel mensen per tripperboot aangevoerd naar de stranden. Dus het klinkt net als het strand bij Katwijk op een zonnige dag: gillende meiden, bronstig brullende binken, huilende kinderen, boze moeders…. Mmmmm, Hanneke heeft het nu helemaal naar haar zin. Nu even afwachten hoe die heftige winden zich gaan gedragen. Tegen zeven uur zijn veel dagjesmensen vertrokken. Dat geeft een aardige voorspeling van de rest van de avond: er liggen op een kluitje 59 zeilboten en nog 8 motorboten, die hier allemaal hopen dat de wind vannacht niet te ver naar het noorden zal draaien, opdat ze een beetje beschut liggen gedurende de nacht. (Daar is een Zwitser bij en een Hollander, wij. Een Amerikaan is gevlucht. Hij voelde zich niet thuis tussen al die vreemde kulturen.) Eerlijk gezegd verwacht ik niet teveel heil van dat uitstekende rotspuntje: als het komt, klotst het er gewoon omheen. Het wordt gelukkig een heel stille en mooie nacht, onder een prachtige sterrenhemel.

Dinsdag laten we het bootje zakken en hangen het motortje eraan. Het motortje laten zakken en vastzetten gaat moeizaam, maar lukt. Het heeft een jaar niet gelopen, maar hij doet het meteen. We varen naar het haventje van Porquerolles. Er liggen heel veel boten maar wij vinden een plek om ons bootje op een klein strandje te trekken. Lange drommen toeristen lopen daar voorbij vanaf de aanlegsteiger van de tripperboten. Het eerste straatje blijkt helemaal gewijd aan de fietsenverhuur. Dan een klein kerkje bij een zanderig soort plein. Ik vermoed dat hier de markt is of was. We zien een kruidenierszaak. Ik word binnen de kortste keren op enigszins beschamende wijze verwijderd omdat ik geen hempje aan heb…. Foei, ik vergeet m’n hemdje nooit, maar nu wel en meteen straf! Het dorpje is piepklein, niet erg leuk en overbevolkt door toeristen. Dan maar weer terug met het bootje, zo’n half uurtje tegen de golven in. De wind en golven komen van een andere kant en het ligt wat onrustig. Om het motortje weer van de bijboot af te halen blijkt een hele toer, doordat de achterkant van de boot voortdurend door hoge golven bovenop het bijbootje wordt gekwakt. Bovendien komt een grote, slecht geankerde zeilboot vrijwel tegen ons aan draaien, waardoor ik tussen twee boten in de knel dreig te raken. Als het allemaal toch gelukt is, wil Hanneke gaan zwemmen en daarna douchen. En dan horen we rommelen in de verte. Gelukkig blijft het onweer daar. De rest van de dag blijft het warm en zompig, terwijl de boot een beetje door hekgolven heen en weer wordt gegooid. Overigens is de warmte de afgelopen week wat draaglijker dan daarvoor. Soms zitten we ’s avonds in de kuip en zeggen tegen elkaar “Het wordt frisjes! Ik ga wat aantrekken.” Het is dan nog maar 24 graden…. Evaluatie van Porquerolles: een mooi eiland, heel geschikt voor het vroege voorjaar, late najaar en niet zo voor mij in de zomer.

Woensdagochtend gaan we om kwart voor zeven ankerop. Het is heel rustig. Maar, net voor bij de westpunt van Porquerolles, in het kanaal tussen het eiland en het schiereiland, blijkt al een onverwacht hoge deining. Die neemt verder toe als we richting Toulon varen. Bovendien begint het te waaien. Na verloop van tijd neemt het allemaal wat af en besluiten we toch door te varen naar Bandol, nog zo’n 20 mijl. Als we dichter bij Cap Sicié komen wordt de deining nog flink hoger, soms waterbergen tot 3 meter en ook holler: de golven volgen elkaar erg snel op en zijn daardoor flink steil. Dit is niet zoals voorspeld was, maar we moeten het er maar mee doen. We lezen een berichtje van Tonneke van de Cestlavie (ze is een weekje naar huis) dat ze het varen hier nu al mist. Nou daar geloven we vandaag dus mooi helemaal niks van! Harry heeft nu last van z’n rug en dat, terwijl de klus van het het bevestigen van de masten moet gebeuren. Dat lijkt ons wel knap lastig. Het is hier op het water inmiddels ook verre van plezierig. Tegen 10 uur passeren we de kaap, maar net daar voorbij blijkt ook de deining weer recht van voren te komen. Ook de wind neemt toe: overal schuimkoppen en af en toe een brekende golf. De laatste 3 mijl moeten we een stuk afvallen, zodat de zeegang van opzij komt. We krijgen een paar behoorlijke gooien. Om half twaalf leggen we aan in Bandol. Het blijken erg aardige en behulpzame mensen, hier. We krijgen een plekje aan een steiger tussen allemaal Franse gezinnetjes. We zijn blij dat we liggen. Hanneke gaat even het plaatsje in. Misschien kan ze nog net een vers broodje kopen. Bandol blijkt een leuk plaatsje, ondanks de hoeveelheid toeristen. Aan het eind van de middag blijken onze buren hun huurboot niet meer in te kunnen door een defect slot in het luik. Gelukkig kan ik de man helpen met ‘torque-‘ en ‘inbussleuteltjes’. Aan de haven wordt recht tegenover ons een optreden van een professioneel orkest gerepeteerd. Dat gaat met een knap volume: als de radio zo hard stond zou ik zeggen dat ie lager moest…. Het schijnt om negen uur vanavond te beginnen. Ook is er, voor de andere gewone mensen (jongeren) een stadsdisco georganiseerd op een plein met hoge gebouwen, dat ook op de haven uitkomt, maar dan iets naast het podium.
Hanneke en ik gaan om zeven uur naar de kant. Hanneke loopt over de toeristenmarkt. Daarna eten we een pizza (tsja, wat anders?). En dan begint het orkest. Het blijkt dat allerlei nog niet ontdekte talenten hier hun ‘finest hour’ mogen beleven: optreden op een groot podium met een professioneel orkest en een groot publiek! The voice of Bandol! Helaas ben ik toch wel gauw uitgekeken: weinig aansprekende muziek, talenten die beter niet ontdekt hadden kunnen worden. Hanneke vindt het daarentegen prachtig en wil blijven. Ik ga alleen naar de boot dus, om een stukje te schrijven. Vanaf de boot blijkt dat de stadsdisco er bekaaid afkomt. Bovendien speelt het orkest ook wat disco-zooi, inclusief daverende bas-boomers, die het samen met hun echo via het marktplein fenomenaal doen. Wat een takken-kakefonie! Onvolgbaar gedaver en gedreun. Ritme is totaal zoek! Wel is mij duidelijk: zet nooit een echte drummer achter een bas-boom machine…. In de pauzes tussen twee debutanten door, hoor je trouwens de disco dan wel weer even, ook met eigen echo…… Die is intussen natuurlijk ook een paar tandjes hoger gegaan. Hanneke had al gezegd, “Je kunt beter hier blijven, want op de boot hoor je toch niks anders!” Het is als competitie tussen twee radiozenders, één in ieder oor. Daar word je een beetje temmes van. Klopte overigens waarschijnlijk wel: dit is niet om aan te horen. Beter één slecht programma doorstaan dan het mengsel van twee tegelijk! Als Hanneke terug is vertelt ze dat ze het heel leuk vond: echt voor de gewone bewoners, lekker met z’n allen meezingen en deinen. Haar verslag, een uurtje later, vermeldt nog een debutantje dat haar tekst kwijt raakte en een moppentapper. De beroemdheid die iedereen uitvoerig introduceerde, kreeg overigens het hele publiek daar wel op de been. De rest van de avond wordt gebruikt voor een lokale zanger en voor het draaien van plaatjes, overigens nog steeds op hetzelfde volume. Met daar doorheen de herrie van de stadsdiscjockey, die meer praat dan draait, luidkeels meebrult op YMCA en zulke stukjes cultuur. Een paar Afrikaanse trommelaars hebben dan de moed al lang opgegeven…. (Als Hanneke dit stukje leest vindt ze het veel te negatief: Het was echt leuk! Een soort 3 oktober, gewoon, voor gewone mensen. Als ik twee zenders door elkaar hoor is dat gewoon mijn eigen schuld. Had ik maar bij die ene zender moeten blijven, dan had ik de ander helemaal niet gehoord! Aldus een verbolgen doordenkster.)

Donderdag wil Hanneke eerst naar het Toeristenburo en dan het plaatsje beter bekijken. Ik ga een eindje mee en we drinken wat op een terrasje. Het is inderdaad een heel gezellig sfeertje in dit plaatsje. We raken met verschillende winkeliers aan de praat. Aan de kade ligt een hele rij kleurrijk geschilderde ouderwetse vissersbootjes met een klassiek zeiltuig en een klassieke voorsteven, versierd met een opstaand ding met rode knop. En dat is ….. Ja echt, dat is bedoeld te zijn wat je denkt dat het zou kunnen zijn. De rij kleurrijke bootjes onder een stralende zon en hardblauwe hemel is net van Gogh’s schilderij van de vissersbootjes (ik meen bij Arles).
Hanneke heeft wat folders over Bandol meegenomen die ik met stijgend plezier lees. Het plaatsje is gewoon heeeeel ontzettend gewoon! Ze schrijven bijvoorbeeld “De mogelijk Griekse naamgeving is vermoedelijk – vooral door historici opgepimpte – onzin.” Er is ergens één ‘historisch’ gebouw, de rest is niet erg oud tot vrij recent. Een paar andere fijne voorbeelden: het lokale voetbalstadion hebben ze genoemd naar een onderwijzer omdat het ‘gewoon zo’n aardige man was die van voetbal hield’, rond 1900 werd er een aparte route voor mannelijke zwemmers aangelegd omdat het niet gepast was als ze voorbij de verkleedtentjes van de dames zouden lopen, in 1930 mochten alleen de heren tussen 09 en 12 uur in zwembroek zwemmen, de rest van de dag alleen in volledig zwemkostuum, zwemkleding was in de stad absoluut verboden en de grootste beroemdheden waren mensen zoals Fernandel….. Nou ja, lulliger kan het eigenlijk niet en tegelijk is het ook wel weer heel aandoenlijk. Gewoon een lullig plattelandsstadje met bekrompen, maar erg aardige, gewone mensen.
Uit Marseille Vieux Port krijgen we per E-mail bericht over ons verzoek, dat we begin augustus, als Jelle en Lieke komen, daar in de oude haven een plekje kunnen krijgen. Dat is wel een opluchting want het maakt de logistiek stukken overzichtelijker.
Vanaf een uurtje of acht begint het uitgaansleven zich te roeren. Uit diverse gelegenheden horen we muziek. Tegen negenen wordt het meer van de disco-soort. Dan, om half tien begint in de muziektent van gisteren, op heus volume en met uitstekende geluids-kwaliteit, het optreden van ene Lillian Renaud, een jong talent die de “Voice of France” heeft gewonnen, in Frankrijk al wereldberoemd is en voormalig kaasverkoper (staat in de gids). Het blijkt heel Frans: gevoelig, gedragen, vrij zware, dramatisch verhalende liederen, soms meerstemmig. Mooi, maar zo jong al zo veel en zulke zware depressies, dat is toch wel naar! Veel liederen gaan weliswaar in een heel opgewekt marstempo met vrolijk klinkende fluitende muzikanten, maar kennelijk dan toch de oorlog of het graf tegemoet. Uit wat ik hoor, volgen de flarden tekst “… pleurer….” en “toutes nos existences….” elkaar zo snel op dat mijn hersens zeggen dat ons (of zijn) bestaan één grote huilbui is. De muziek is daarmee in overeenstemming: behoorlijk zwaar en gedragen. Opvallend is dat de muziek vrij vaak in tempo’s gaat die ook in Ierse en Schotse muziek voorkomen. Dat geldt ook voor de instrumentatie: een heel zware monotone basdrum, af en toe een viool of een banjo. In zijn zang heeft hij Arabisch aandoende trillerige “friebeltjes”. (Het doet me opeens denken aan een les in de overeenkomsten tussen Baskische, Bretonse, Ierse en Schotse muziek met ‘Occitaanse muziek” die we ooit konden bijwonen in Sarlat in de ’80-er jaren.) Toch is het mooi en behoorlijk indrukwekkend. In de pauzes tussen nummers door valt dan eens te meer het kontrast op met de “hossen en hijsen herrie”, elders in het plaatsje.
(Als Hanneke terug komt blijkt haar beleving een totaal andere: er waren ontzettend veel mensen bij Lillian Renaud, die allemaal stonden te dansen, te klappen en mee te zingen. Een vrolijke boel! Toen ze langs de ‘andere’ muziek liep waren ook daar veel mensen aan het dansen. Salsa, in stijl dansende oudere echtparen, swingende tieners, kleuters en peuters, alles door elkaar. Heel gezellig!) Volkomen anders dan ik dacht dus….. Ik ben, denk ik, een beetje een ‘alien’ aan het worden! (….. altijd al geweest? roept mijn aanstaande ex.) Het publiek van Lillian Renaud vraagt om toegiften en krijgt die met vier stuks ruimschoots. Het concert is dan dik twee uur zonder onderbreking doorgegaan. Hij kan er wat van!

Vrijdag begint met uitvoerige berichtenwisselingen met Lieke. We hebben besloten om hier nog een dagje te blijven en morgen naar la Ciotat te varen. Het stukje naar Marseille is dan te overzien, hoewel op maandag de hele dag onweer wordt voorspeld. Hanneke besluit om een dagje naar Toulon te gaan. Intussen kan ik dan de exacte maten van spaken voor de vouwfietsjes meten. Bovendien wil ik de achterkajuit een beetje voorbereiden op een ander gebruik dan als rommelhok. Nou, dat valt dan dus ook niet mee! Wat een zooi hebben we daarin verstopt! Om twee uur zit ik in een hoog opgetaste kuip, terwijl de achterkajuit nog maar net toegankelijk is geworden…. En al die spullen moeten ergens heen…. (En Hanneke alsmaar jurkjes, broeken, schoentjes, enz kopen omdat we toch plek zat hebben…..) Van ellende vergeet ik zowat om te roken. Ik ben net weer een beetje op orde en begonnen met nieuwe snaren op de gitaar te zetten, als Hanneke terug komt. Toulon was best leuk, leuker in elk geval dan Saint Tropez, vindt zij. We eten in een klein straatje een lekkere salade en een matig hoofdgerecht. Daarna bekijken we de opties voor de komende dagen. Eerst naar ‘la Ciotat’. Waarschijnlijk is het verstandig om zondag al naar Marseille te varen: maandag is er de hele dag een grote onweersdreiging en de wind neemt al vrij vroeg toe tot 6 Bf tegen, dit bij een gemiddelde golfhoogte van meer dan een meter. Maandag wordt geen feestdag, dus.

Zaterdag gaan we om kwart voor tien richting la Ciotat, een kleine 10 mijl verderop. De kust is vrij ruig, hoog en begroeid met wat inhammen waar je misschien zou kunnen ankeren. Het weer ziet er vrij somber uit, wordt zelfs nog wat grijzer en er vallen een paar druppels. La Ciotat heeft een enorm wervencomplex dat al van heel ver te zien is. Er schijnen behalve mega-jachten ook IOR-racers te worden gebouwd. Om half twaalf leggen we aan. De ‘vieux port’ van la Ciotat is veel groter en ziet er nogal anders uit dan ik me herinner uit 1983. We krijgen wel meteen een prima plek aan de kade, direct voor een groot gebouw waarop staat ‘Bar, restaurant, concert, spectacle!’ (Ik hoop maar dat het spektakel hier letterlijk het uitzicht betekent, want lawaai hebben we genoeg gehad, de laatste dagen.) Ruimte om aan te leggen is er zat. Naast ons ligt een zeilboot met een vriendelijk Frans echtpaar van een opmerkelijke omvang. Die hebben wel wat extra drijfvermogen nodig! We krijgen weer een mailtje van de Cestlavie: ze zijn op weg en varen op de Rhone, richting Arles. Hanneke gaat naar de capitainnerie. De dame aldaar is net een paar dagen in Amsterdam geweest, dus dat schept meteen een band. De prijs is met € 27,50 de laagste die we sinds Griekenland hebben meegemaakt. Een feestje waard dus. Hanneke belt voor alle zekerheid ook nog even naar Marseille of we morgen al kunnen aankomen, dus een dag eerder. Dat kan, dus Hanneke is nu helemaal gerust gesteld en gaat meteen het plaatsje bekijken. Ik schrijf intussen het laatste nieuws op voor de website. (Toevallig zie ik dat we nu niet meer langs de Cote d’Azur varen, maar in de Provence. Het is maar een weetje.)

11. Zo is het leven…

Zaterdagmiddag, 16 juli, gaan de dames betalen en verkennen daarna Cannes, want daar waren ze ook nog nooit geweest. De haven blijkt heel schappelijk geprijsd (naar hedendaagse maatstaven dan). ’s Avonds gaan we eten in een klein tentje om daarmee een feestelijk eindje te geven aan dit gezamenlijke deel van deze trip sinds begin mei. De evaluatie is kort: nooit eerder zijn we zonder grondige voorbereidingen, zo lang met anderen op vakantie geweest. Nu zo’n 2,5 maand met genoegen samen opgetrokken. Bijzonder!
Helaas valt het op budgettaire gronden gekozen touristenmenu voor de heren weinig feestelijk uit: een stukje vlees dat voor 60 procent uit vet bestaat is wellicht voor anderen een traktatie…. Dan, op de steiger, het echte afscheid. Harry en Tonneke gaan morgen met gezwinde spoed naar Port Napoleon en vertrekken om 06 uur. Wij blijven nog een dagje liggen en doen het volgende traject kalmpjes aan. We beloven elkaar eeuwige trouw en dat soort dingen en tsja, zo is het leven….

Zondag zomaar uitgeslapen tot negen uur. Hanneke gaat naar de havenmeester en een broodje scoren. Intussen check ik de olie, het waterscheidingsfilter en de koelvloeistof van de motor. Alles is gelukkig in orde.
Hanneke gaat de pilot te bekijken. Na een tijdje vraagt ze “Waar gaan we morgen naar toe?” “Nou, dat mag jij zeggen.” is mijn reaktie. “Ja, maar ik weet het niet!” “Nou ik ook nog niet!” Hanneke: “Nou je hoeft niet zo vervelend te doen….” “Ja maar jij zit met de pilot voor je neus, ik niet!” En zo begint een gesprekje dat vervolgens over het onstabiele weer gaat, de drukte op het water, de poenerige volgebouwde kust, de weinige ankerbaaien en overvolle havens hier en eindigt met “Ik vind er hier helemaal niks aan. Ik wil naar huis! En als je zó doet helemaal!” (Voor lezers die dit bekend voorkomt: zie Zakhyntos, vorig jaar, zelfde periode….) Tsja …. en daar zit je dan als man. Het wordt gevolgd door “En ik ga nu dat portemonneetje kopen!” Vervolgens – een calamiteit komt nooit alleen – houdt het internet ermee op. We bellen de kinderen, maar na het eerste gesprekje blijkt mijn beltegoed ook op. Hanneke’s telefoon krijgt geen beltoon…. Affijn, het gaat goed met de wereld, maar met ons tijdelijk even wat minder. We hebben een dipje, zogezegd. Er is onverwacht ook een pluspuntje: ik kijk of What’s app het nog steeds doet. Ja, dat werkt! Ik vraag me af of ik via What’s app ook nog kan bellen. Ja, dat blijkt ook te gaan! Interessant om te onthouden!
Als Hanneke terugkomt heeft ze het rode portemonneetje gekocht en een ander dingetje. Ik vertel over mijn vreemde vondst en het stukje logboek. Ze leest het en kan er gelukkig wel weer een beetje om lachen. En zo was de vrede getekend.

Maandagochtend gaat Hanneke om een uur of 10 naar het havenkantoor en aansluitend naar de Orange-shop om een internetkaartje te kopen, de supermarkt en alles wat ze zoal tegen komt. Dat is blijkbaar heel wat. Ik probeer intussen het waterlek bij ons nieuwe waterfilter op te lossen en de plas eronder droog te maken. Van de buurman hoor ik dat hij om 9 uur bij het havenkantoor is geweest. Hij moet opschuiven naar onze plek omdat de eigenaar van ‘zijn’ plek terug komt. Mmmmm….. Om 13.00 uur is Hanneke nog steeds ‘ergens anders’ en wij moeten dus blijkbaar verkassen….. Om 14.00 uur nog steeds. Dat wordt vervelend. Op een berichtje reageert ze ook niet. Ze heeft zeker een dagje vrij genomen…. Om half drie komt ze terug. Het blijkt dat ze opnieuw uren bij Orange heeft doorgebracht. Ook heeft ze een heel leuk wit jurkje gezien…. Ze maakt een praatje met de buren en vraagt of zij de omgeving hier kennen. Jazeker, want ze komen uit Toulon. De buurman klimt meteen bij ons aan boord om alle leuke plekjes te laten zien. Hij blijkt 78 jaar oud. Zijn vrouw is Zwitserse van huis uit en ze zijn 50 jaar getrouwd. Hun boot vaart 28 knopen en minimaal 8,5 kn, dus ze kunnen niet de rivieren of kanalen op (een geruststellend idee!). Ze blijken naar een ander plekje te moeten verhuizen, dus wij kunnen blijven liggen. ’s Avonds gaan we even de stad in, shag kopen (30 gram…..) en we eten rommelig Chinees. Dan terug naar de boot, een paar offertes vragen aan havens en op tijd naar bed.

Dinsdagochtend ontdekt Hanneke onmiddellijk slecht weer, morgenavond en in komend weekend, juist daar waar we heen willen…. Is zij ook besmet? We gaan richting Cap Dramont, naar de baai van Agay, en de dag daarna naar le Lavandou. Gelukkig heeft ze al snel weer een goed humeur na diverse aankopen…. We vertrekken om elf uur en tweeënhalf uur later liggen we prinsheerlijk aan een meerboeitje á € 19 (slechts….). Onderweg nog een kleine calamiteit gehad toen een groot Maltees jacht met een rotgang voorbij kwam: ik dacht nog, ‘die hekgolf kunnen we wel hebben’, maar dus niet. Alles van tafel, het aanrecht en zelfs uit sommige kastjes, belandt in het gangpad….. Gelukkig is dat weer zo opgeruimd zonder enig gemopper (door Hanneke, de kapitein moest sturen, toch?). Le Lavandou, 31 mijl verderop, wil geen plaatsen reserveren. Dan maar zorgen dat we er tijdig zijn. Ook de vieux port van Marseille meldt dat ze voor een bootje van maar 10 meter niet reserveren. We moeten ons tzt maar melden voor 12 uur.
Inmiddels ontdekken we dat dit plekje in de baai wel zo z’n nadelen heeft. Passerende boten met een flinke hekgolf en een swell van een halve meter, haaks op de wind, zorgen dat we voortdurend liggen te rollen. Soms gaat dat heftig tekeer. Koken is bijna onmogelijk. Hanneke wordt er steeds sacherijniger van. Intussen gaat het rollen van de boot alsmaar door. Mijn laatste koude biertje glijdt van de bank af en is onmiddellijk leeg. De rest van de avond samengevat: een diepe depressie is er niets bij, een beroerde avond en nog rottiger nacht, te erg voor woorden. C’est la vie.

Woensdagochtend ben ik om zes uur op. Alles klaar voor vertrek en dan blijkt de meerlijn aan de ankerboei zichzelf op miraculeuze wijze vastgeknoopt te hebben…. Het kost ons samen 20 minuten om de boel te ontwarren. Opeens begrijp ik waarom sommige boten meerlijnen van beide kanten aan de boei vastmaken….. Dan kunnen we met halve wind en een lekker gangetje (6,4 knopen) op weg. Dat duurt twee uur en dan is de wind op. Het valt op dat we hier eindelijk weer groen zien langs de kust, overigens wel tussen de steden en dorpen, maar toch hele stukken natuur. We zijn bij Saint Tropez en we zien in de verte het Ile de Levant. (Ooit, in 1982 met Gerrit en Hedy op weg naar Corsica, hebben we er toen een hele dag over gedaan om dit 5 mijl lange eiland te passeren. Geen wind en weinig brandstof. Tegen de avond hebben we toen een eitje met groenten gebakken. Daar zat ook Aubergine bij….. Niet doen! Ei met Aubergine wordt blauw….) Tegen elf uur gebeurt er iets eigenaardigs: een groepje waterscooters racet voorbij maar ééntje stopt er. Hij kijkt even naar ons en zwaait dan. Nadat Hanneke terug heeft gezwaaid, geeft hij weer gas en verdwijnt. Zou dat een bekende zijn geweest? Om half twaalf naderen we le Lavandou, waar Kas, Jet en Allard en Yolande eind zestiger jaren op vakantie zijn geweest. Om vijf over twaalf leggen we aan na een vriendelijk, maar onbegrijpelijk gesprek in Frans “Engels”. We krijgen een plekje van € 49 via een smalle invaart met steigers aan beide zijden. De wind is toegenomen en staat er haaks op. Opeens komt een grote boot z’n box uit, vlak voor de box waar wij in moeten. Hij gaat wel weer achteruit maar ik stop. Met zo’n lage snelheid waai ik meteen naar lager wal. Net niet helemaal, maar bij het eruit draaien raak ik wel met ons anker nog net de kont, buitenboordmotor en zwemtrap van de boot naast onze box. Zo te zien geen schade, maar ja…. suf! In geen jaren is dat gebeurd. Wat een k… haven voor zo’n prijs! We gaan wat eten (opnieuw te goedkoop en daardoor zeer matig) en dan naar bed.

Donderdag is het licht bewolkt. Le Lavandou is wel een aardig plaatsje, maar toeristisch. Er ligt een onwaarschijnlijk aantal bootjes, in de marina, zowel als in de vissershaven. De motorbootjes hebben soms een krankzinnig motorvermogen: wat denk je van een 9 meter speedcruiser met daarachter twee buitenboordmotoren van 330 pk elk….. Toch blijven we hier eventjes liggen want er passeert hier de komende dagen een groot onweersfront. In die periode kan ik dan een diepe kras repareren. Die heb ik vermoedelijk opgelopen in Cetraro in Zuid-Italië, hoewel ik er destijds niets van gemerkt heb. Ook willen we de achterkajuit een beetje opruimen.
Er komen drie erg oude heertjes aan met kleine stapjes. Ze klimmen op een hele grote speedcruiser. Even later komen er drie oude dametjes, zeg maar ouwe dakkies, aangestrompeld. De jongste stapt op de boot en reikt de oudste de hand om aan boord te gaan. De iets jongere (toch ook zeker 79) weigert de hand en neemt het afstapje van 10 cm resoluut zelf. Ze vertrekken gezessen. Hanneke gaat over negenen weg en komt bijna vijf uur later terug. Ze is naar de markt geweest en heeft het plaatsje beter bekeken. We eten een stuk stokbrood dat niet zo knapperig meer is, maar toch lekker. En dan ons middagdutje… Om half vier komt het bootje met hoogbejaarden terug. Ze zijn nog maar met z’n vieren maar het is merkbaar erg gezellig. Als ze aangelegd hebben zet één van de dames een liedje in. Even later zingen ze met z’n vieren gezamenlijk uit volle borst’. Er wordt veel gelachen. Ze gaan de boot schoonmaken en spuiten. Als één heertje boven is houdt de ander de slang dubbel gevouwen zodat er geen water uit komt, totdat hij in het gaatje kijkt natuurlijk….. Hij – op zijn beurt – spuit iedereen in de omgeving nat. Gilletjes, lachen, gieren! Het lijken wel een stel baldadige tieners! Wellicht hebben zij onderweg een glaasje geleegd? (Ik hoop dat wij ook op die leeftijd nog net zoveel lol kunnen maken, overigens!) Wij nemen er ook maar een biertje op. Bij een heel goed gesorteerde chandler kopen we een nieuwe steun voor de buitenboordmotor. De oude is bezig uit elkaar te vallen. De nieuwe vergt wel allerlei aanpassingen, maar dat zal wel lukken. Hanneke wil graag met de bus naar Saint Tropez en is teleurgesteld dat ik liever aan de boot klus.

Vrijdag gaat Hanneke met de bus toch niet naar Sans Tropez maar naar een klein middeleeuws dorpje in de bergen, Bormes. Ik moet de buitenboordmotorsteun helemaal aanpassen aan onze preekstoel, want de scepter voor het 3e steunpunt zit opzij en is niet haaks op de rail gezet en de railing is licht gebogen. Bovendien zit er een vlaggesteun gelast en het kost een uur om die te verwijderen. Na 3 uur alsmaar meten, passen, vijlen en opnieuw, zit ie als gegoten. Ik heb daarvoor een hele berg gereedschap gebruikt, maar die kan nu opgeruimd worden. Ik ben daar nog niet helemaal klaar mee als Hanneke eraan komt. Het was een ontzettend leuk en lief dorpje, heel groen met veel bloemen. Bovendien heeft Hanneke ergens – voor het eerst in vijf jaar in het buitenland – een stukje jonge komijnekaas gevonden! We eten wat en ik ga even liggen. Ik word wakker omdat het regent: een heel klein beetje maar, maar toch echt regen! Straks onweer? Maar het knapt weer op.
Hanneke heeft gehoord dat er vanavond feest is in het plaatsje. We gaan er tegen achten heen. Het is druk op de boulevard. Het wegverkeer is omgeleid en er staan op verschillende toegangswegen bewapende groepjes van politie en het leger. Aan het begin van de boulevard zijn grote betonnen blokken neergezet om een herhaling van Nice te voorkomen. Er speelt een heel goed bandje bij een terrasje. We drinken er wat en gaan dan verder, want er zijn ergens ‘klassieke houtspelen uit de streek’ heeft Hanneke gehoord. Uiteindelijk vinden we ze: het is een klein stukje waar verschillende houten varianten van sjoelen, mikado en dergelijke zijn. Kinderen vermaken zich er opperbest mee. Terug gaan we weer bij hetzelfde bandje kijken. Het is echt een leuk bandje met een prima zanger, een soort Joe Cocker, met een enorme hoeveelheid energie. Er is ook hier weer vuurwerk. We drinken nog wat en gaan dan naar de boot. Daar worden we tot ver na vier uur geplaagd door een oersaaie disco op vol vermogen en feestende Franse jongeren. Tsja, het is vrijdagavond….

Zaterdagochtend ziet het er in het westen betrokken uit, er deigt onweer en het waait stevig. We besluiten dat dit niet het weer is om bij Porquerolles te ankeren. Gelukkig kunnen we blijven liggen en we blijven nog twee dagen. Hanneke gaat naar Saint Tropez, want daar is ze nog nooit geweest…. Ik wil niet mee, want wat langer lopen is nog steeds erg vervelend. Om half tien begint het weer heel even een heel klein beetje te regenen. Ik maak twee hijsoogjes aan de buitenboordmotor, alsmede twee bandjes en vervang het koordje in het hoesje. Er zijn hier in de haven voortdurend heftige rukwinden met korte tussenpauzes. Dat maakt het erg onrustig. Hanneke komt tegen vier uur terug met de melding dat de bustocht het leukste deel was. De stad zelf viel een beetje tegen. Tenslotte ga ik het logboek bijwerken.

10. In de beschaafde wereld

Op zondag 10 juli zien we een glimp van de lange termijn weersvoorspelling en dat ziet er eigenlijk niet goed uit. Ons internet laat het afweten, maar uit deze glimp blijkt dat bij Marseille midden komende week heel veel wind wordt verwacht, tot 9 Bft. Ook in de omgeving blaast het stevig. Bovendien wordt het de komende dagen heet, echt heet: tot tegen 40 graden. Dan willen we ook niet in een haven zoals Nice liggen. Het idee om dat weer tegemoet te gaan bevalt me helemaal niet. Harry en Tonneke zijn het daar ook wel mee eens. De vraag is alleen waar we dan heen zullen. San Remo ziet er van een afstandje best leuk uit, maar is ons net iets té: we betalen hier € 69 voor een nachtje. Zie je wel, we moeten hier zo snel mogelijk weg! We besluiten om naar Menton, de ‘vieux port’ te gaan, 12 mijl verderop. Onderweg belt Tonneke. Als ze de prijs hoort (€ 30 en € 40) dan stijgt een gejuich op! Dat zijn tenminste prijzen! (Over normvervaging gesproken…… Een maandje geleden vonden we dat nog krankzinnig duur!) de dames gaan het plaatsje in een kopen allebei wat spulletjes, Hanneke een jurkje.
Menton blijkt echt een leuk plaatsje met een grote en een kleine jachthaven. Het ziet er ook wel heel apart uit: volgens mij hangt er ergens een schilderij vanuit de periode rond de vorige eeuwwisseling waarop dit plaatsje is vereeuwigd (Gezicht op Menton?) We liggen met de boten in de haven op het uiterste puntje naast het eind van de buitenpier, tegenover een havenkantoortje. Warm wordt het hier ook zeker! Als we ’s avonds op het havenkantoortje vertellen dat we een paar dagen willen blijven begrijpen ze dat. In dat geval moeten we verkassen naar een ander plekje, dieper in de haven. Als we liggen horen we vanuit de stad allerlei getoeter en feestgedruis. Zou het vandaag de voetbal finale zijn? We gaan kijken en inderdaad, op een pleintje staan beeldschermen bij alle café’s aldaar, met een menigte er omheen. Het blijkt om Frankrijk – Portugal te gaan. We vinden een plekje en bestellen een paar biertjes. Achter mij staat een uitgemergelde man, helemaal beschilderd en in een Franse vlag gedrapeerd. Hij heeft een toetertje met een gasflesje waarmee hij een oorverdovende herrie maakt. Zijn strem is gruizig hees. Blijkbaar is hij al uren bezig en niet meer in staat om te stoppen. Als hij schreeuwt sproeit er van alles over mijn hoofd. Affijn, echt feest, dat voetbal. De wedstrijd is bij vlagen wel aardig. Na een verlenging wint Portugal. Pas dan druipt die dwangtoeteraar af. De meeste Fransen reageren gelaten, niet bijzonder negatief of teleurgesteld. Wel horen we nog ver weg getoeter tot diep in de nacht.

Maandag blijft het vreselijk zonnig en warm: 35 graden, hoewel bewolking was aangekondigd. We rommelen een beetje aan. Hanneke doet 4 wassen. Ik krijg het stoomlicht weer werkend. Hanneke en Tonneke gaan de stad in om een Sim-kaartje te kopen. Dat mislukt. Om half acht bellen ze dat ze op ons zitten te wachten op een pleintje om daar wat te eten. Daarna lopen ze nog een marktje met kunstspullen over. Daar kopen ze opnieuw van alles, Hanneke een tasje. Ik meld wat ik daarvan vind: wat er bij komt aan zooi moet in gelijk volume weggegooid! Hoogstwaarschijnlijk is dat tevergeefs. Een paar dagen geleden gingen Hanneke en Tonneke winkelen, op zoek naar een zaak die adverteerde met ‘onzichtbaar ondergoed’. Op de één of andere manier vind ik dat intrigerend: wat zie je dan? (nou ja….) wat koop je dan? Intrigerend! De nieuwe kleren van de keizer? Intrigerend….
’s Nachts worden we uit onze slaap gehouden door een puber die op z’n knetterende brommer heen en weer racet. Hij houdt maar niet op….

Dinsdagochtend lopen Hanneke en ik om half 10 naar de andere haven. Het is al oorverdovend heet en het lopen gaat me moeizaam af. Bij de andere haven blijkt een chandler te zijn en een zeer goed gesorteerde supermarkt. Bij de chandler vinden we eindelijk een nieuw drinkwaterfilter. De dame helpt ons ook aan een adres voor Sim-kaartjes van SNF / Vodafone. Een andere klant zegt dat Orange-internet ook best is. De dame vindt dat niet. In de supermarkt slaan we allerlei lekkere dingen in. De 2 kilometer terug lopen gaat nog moeizamer. Als ik achter een klein boompje wat beschutting zoek tegen de zon, blijkt juist daar een rooster geplaatst te zijn waar hete lucht uit komt. Dat blijkt voor elk boompje langs deze boulevard…. De bankjes daarentegen staan midden in de zon en zien er geblakerd uit. Niet te harden, daar! Tegen half één zijn we terug en lunchen. Er trekt wat bewolking over en het lijkt wat koeler te worden, maar dat is schijn: een half uur later is het nog heter dan daarvoor. Tijd voor een siësta volgens mij. Hanneke doet opnieuw een was. Daarna gaat ze naar de internetwinkel. Om drie uur belt ze op dat ze bij de Orange-internet winkel zit en nu pas bijna aan de beurt is. Het is daar werkelijk theater, zegt ze. Intussen heb ik de inkopen opgeborgen en het nieuwe waterfilter geïnstalleerd. Hanneke komt terug met een betaalbaar internetkaartje. Hoera, het werkt! Eindelijk weer weer! Nou ja, dat valt dan weer wat tegen, want tot het weekend ziet het weer er vriendelijk gezegd beroerd uit. Wij liggen net in een klein gebiedje dat ontzien lijkt te worden. Maar, hoe dan ook, alles doet het weer.

Woensdag zet Hanneke haar handwasjes onverdroten voort. We worden door een vriendelijke Franse buurman gewaarschuwd dat het vanmiddag hard gaat waaien, maar hier liggen we veilig, zegt hij. Hanneke besluit dat ze met de trein of bus naar Monaco of Nice wil. Tonneke wil ook wel en samen vertrekken ze net voor enen. Ik zal op de was letten. Nou, dat is nodig ook, want om vijf over één begint het me toch te blazen van recht vooruit! Binnen vijf minuten ligt alles hier te fluiten, gillen en klapperen onder een stralend blauwe hemel met een brandende zon er bovenin. Ik kan de was nog net veilig stellen en hang wat stootwillen aan de kant van de grootste wrijving met de buurman. Als ik de berichten zo lees is het wel een beetje aan de vroege kant en gaat het zeker door tot tien uur vanavond. Om vijf uur draait volgens de voorspelling wel de windrichting meer dan 90 graden. Er zijn af en toe heftige windstoten waarin de boot zwaar overhelt, maar we blijven met ons kontje keurig 5 cm van de kant liggen. Ik kijk het maar een beetje aan. Tegen een uur of zes neemt de wind een soort van af: er zijn rustiger tussenpozen, maar de enorme vlagen blijven hoewel ook die iets in kracht lijken af nemen. Ik ben blij dat we dit niet achter ons ankertje hoefden uit te zingen. Dat was zacht gezegd wel enerverend geweest. Tegen zeven uur komen de dames terug. Ze hebben hun ogen uitgekeken: Monaco is een andere wereld met luxe, glitter en klatergoud. De designwinkels zijn bizar, veel couturiers maken ondraagbare, rare dingen, er rijden alleen maar glimmend gepoetste Maserati’s, Laborginies, Ferrari’s, Lotussen (Loti?), enzovoorts, soms met jongetjes achter het stuur die je nog geen brommertest zou laten doen. Poen, poen, poen, daar is het allemaal om te doen…. Om tien voor elf begint er – een eind verderop – een groot vuurwerk. Dat is toch een dag te vroeg? Om elf uur wordt Hanneke gebeld door Gerrit en Hedy. (Wij hebben hen ooit ook een uur voor middernacht gebeld voor een verjaardagsfelicitatie.)

Op Quatorze Juillet worden we wakker onder een stralend blauwe hemel en de zon doet weer z’n uiterste best om rookvlees van ons te maken. Tonneke staat om 8 uur achter de boot met allerhande rekwisieten: ze heeft een slinger met vlaggetjes, ballonnetjes en een kadootje. Daarna houdt het mobieltje niet meer op met aankondigingen dat er weer een felicitatie binnenkomt. Zelfs de bank doet mee! We gaan met Harry en Tonneke lunchen bij ‘Martin et fils’. Martin blijkt een mevrouw met een puberige zoon. Het eten ziet er prachtig uit. De smaak varieert. De nagerechten zijn overdadig groot. Daarna lopen we de winkelstraat een eindje in. Terug raken we beide in een korte ‘after lunch-coma’. Om kwart voor zes worden we gewekt door Tonneke. Ze heeft net op ‘Windfinder'(weersvoorspellingen) gezien dat zaterdagochtend, na veel wind, zich een golfhoogte opbouwt van 11 tot 16 meter bij een paar kapen die we dan zouden passeren (cap Ferrat, cap Martin en bij Antibes). Op andere sites staat dat niet, maar ze maakt zich toch wat zorgen…. (Een paar uur later is het foutje gecorrigeerd en staan er weer ‘normale’ golfhoogten.) Vijf minuten voor tien begint het te waaien, vlak voor het vuurwerk. En dat vuurwerk is enorm. Op de achtergrond spelen twee grote geluidsinstallaties muziek: soms chinees aandoende strijkjes, soms aanzwellende, bombastische reuzen-orkesten en -koren. Er zijn daverende klappen, vuurfonteinen, wolken van sterretjes en enorm grote uitdijende schermen van sterretjes die je van boven lijken te omvatten, op te slokken. De aanzwellende wind blaast schuin over de haven en op de boot vallen kleine en grotere resten karton, waarvan een enkele nog brandend. Het eindigt met een paar enorme klappen. Vive la France. Afgelopen.
Daarna giert de wind. Groepjes jongeren, blijkbaar hevig opgewonden, lopen en rennen, gillend, lachend en schreeuwend over de pier. Nogal irritant is één jongetje dat voortdurend op maximale snelheid knetterend over de pier rijdt tot het eind keren en dan weer terug. Toen hij eergisteren nog wheelie’s oefende was dat minder vervelend. Hij weet niet van ophouden. Het is dus een kakofonie van jewelste. Vannacht wordt windkracht negen voorspeld, pal van achteren. Behalve herrie en wiebelen is dat geen zorg: we liggen hier als een huis, maar het is wel een heel erg onrustig huis. Inslapen gaat moeizaam, om de haverklap is één van ons wakker, je hoort gebons, gerammel, geklapper. Af en toe wordt de één wakker, dan de ander. Om drie uur is het windstil: heerlijk! Maar dat duurt maar even, want om vier uur gaat het weer van jetje!

Het is vandaag vrijdag 15 juli. Om half acht word ik wakker. Er schijnt een stralende zon onder een smetteloos blauwe hemel en er blaast een fris windje. Op internet lees ik dat in Nice bijna 100 feestvierende wandelaars op de Boulevard d’ Anglais doelbewust zijn doodgereden door een krankzinnige met een vrachtwagen. Verschillende Fransen spreken ons erover aan. Sommigen zijn razend en willen alle Islamieten dood, of tenminste het land uit…. Wij gaan vandaag en morgen dus niet naar Nice. Vandaag blijven we liggen en morgen varen we meteen door naar Cannes om daar afscheid te nemen van Harry en Tonneke. Blijkbaar is dit ook het goede moment om over onze winterstop na te denken. We vragen offertes aan voor de winterligplaats en voor transport van de masten. Eerst natuurlijk de masten meten. De winterstop en het transport worden helaas nog een prijzige aangelegenheid, zie ik. Voorts zijn er wat klusjes; en zo komen we ook deze vrijdag best door. ’s Avonds zien we toevallig een berichtje dat Walter Schwager, een vroegere vriend van mijn ouders en oppasadres van mij, in Nice is met zijn familie. Ik stuur hem een berichtje dat wij morgen naar Cannes gaan en nodig de familie uit. Even later zie ik dat hij morgen naar Venetië gaat. En zo slaap ik in. Onzichtbaar ondergoed, vreemd……

Zaterdag 16 juli vertrekken we om klokslag zeven uur. We varen een klein uur later voor Monaco langs: niets voor mij! Om kwart voor negen zien we de Cestlavie opeens omdraaien en we zien Harry en Tonneke beide op het voordek staan. Zou er een hondje overboord zijn? Oproepen via de Vhf lukt niet. We varen er naartoe. Hun afstandsbediening van de stuurautomaat (!) blijkt in een loosgat in de kuip gevallen te zijn (flinke maat gat dus!) Ze hopen hem te zien drijven. Wij dobberen erachteraan. Ik vraag of hij misschien nog in het gat zit. En ja hoor! Na enig hengelen komt ie er toch weer uit! Gejuich! Op dat moment krijgen we een bericht van zus Yolande: of wij soms bij Nice varen, want ze ziet ons op haar app’je (= www.marinetraffic.com). Nou daar zijn we inderdaad vlak bij: we zijn bij Cap Ferrat, twee mijl ten oosten van Nice. (Big sister is watching you…) om tien uur zijn we Nice voorbij en ligt Antibes ons toe te lachen. Allemaal veilige baaien waar je vaak niet mag ankeren…. Het wordt hier steeds drukker: van alle kanten komen ze, speedboten, speedkruisers, de één nog groter dan de ander en allemaal met een enorme hekgolf. Het gevolg is dat er een soort staande golf van meer dan een meter optreedt. Dan klotst het van deze kant, dan weer van die. Boven dit geheel vliegen helicopters, soms 4 of 5 tegelijk. Deels zijn die van de Franse marine / kustwacht, maar er blijken ook rondvluchtjes voor touristen te worden gemaakt en – niet te vergeten – een beetje poen heeft ook zo’n ding in z’n achtertuin of op z’n achterdek staan…..
Het is allesbehalve lekker varen hier. We zien ook maar twee bootjes die proberen te zeilen…. Eén daarvan is een supermoderne dwarsgetuigde driemaster van een meter of veertig, met zeilen in z’n rol-ra’s, 5 hoog! Nou, wij niet: wij willen snel weg uit deze heksenketel. Om half één liggen we in Cannes, hetgeen onmiddellijk door mijn zus wordt opgemerkt….. Het zal wel aan het weekend liggen, zeggen we hoopvol tegen elkaar……

Dit middaguur lijkt me een goed moment om het logboek op de site te zetten. Kortom, groeten uit Cannes.

P.S. Er schijnt hier ergens een Tamihou rond te zwerven (schrijft mijn zus) maar we weten niet hoe die of dat eruit ziet. Suggesties? Dank bij voorbaat.
Ook suggesties over wat je nu ziet en niet ziet bij onzichtbaar ondergoed, worden in dankbaarheid ontvangen. M

9. In het zicht van de beschaving

9. Zondagochtendgebedje
De zaterdagavond verloopt koel en vredig. Er is een discootje, maar niet al te storend, maar er is wel een hinderlijke swell. Af en toe rollen we hevig. We hopen dat het minder wordt gedurende de nacht als de wind naar het noorden draait. En het wordt inderdaad iets minder.

Zondagochtend ben ik vroeg op. De wind is gedraaid. Ik hoor een heleboel vogeltjes luidkeels kwinkeleren. Zoveel hebben we er in geen jaren gehoord! Er liggen drie. Cruise-schepen voor Portoferraio, de één nog groter dan de ander: de stad is niet meer te zien. Ook Hanneke is vroeg op. Om half acht komt ze van het toilet met de mededeling dat het “nu echt verstopt” is. “Ach,” zeg ik nog, “aanstelleritis!” Maar helaas, als ik echt kracht zet hoor ik een plop en dan gaat het opeens veel te licht en komt er alleen maar water bij….. Dat is niet best! Ik vermoed dat er een rubber klep door de ‘zitting’ is gedrukt. Om het op te lossen moet de boel wel helemaal uit elkaar…. “Jouw schuld!” zeg ik geërgerd, “Los het ook maar op……” (Zondagochtendgrapje van de kapitein….) Na een rustgevend bakkie troost en twee peuken (Hanneke heeft inmiddels goedgehumeurd het potje leeg gehoosd met een bakje) begin ik aan dit frisse klusje. Inderdaad…. Klepje eruit gepeuterd, vervangen, weer gemonteerd en…. Nog niet werken!…. Weer uit elkaar, weer in elkaar, tweewegkraan maar eens stevig heen en terug bewogen en nu werkt het. En het is pas negen uur! Toch heb ik nog even geen trek in een zondagochtendontbijtje.
Om half elf varen we in de richting van de haven. Ze laten ons weten dat we pas om twaalf uur terecht kunnen. Dus maar weer even ankeren. Om half één besluiten we de haven in te varen. Van dichtbij blijkt het een knusse havenkom met heel veel lege plekken. We komen naast elkaar te liggen. Hanneke en Tonneke gaan betalen en blijven heel lang weg. Ik ga een tukje doen. De dames hebben een huurauto’tje gevonden, een Fiat 600, een jurkje en een design ketting van prachtig siliconen rubber die ze zoooo ontzettend leuk vinden voor een euro’tje of 100! Helaas, alle Tabachi waren dicht, dat dan wel. ’s Avonds gaan Hanneke en ik een eindje lopen om een postzegel te kopen en shag. Bij de sigarenzaak vraagt een Engelsman ook om een postzegel om een kaart te versturen. “Waarheen, binnen of buiten Europa?” vraagt de winkelier. “Naar Engeland.” zegt de man. “Oh,” zegt de winkelier. “Engeland, dat is dan 2 Euro.” De Engelsman is stomverbaasd: “2 Euro, maar het is toch een postzegel van één Euro…..?” “Tsja…” zegt de winkelier met een uitgestreken gezicht “….maar Engeland is toch uit Europa?” Nou, deze Engelsman kon absoluut niet lachen om dat grapje….. Opeens is dat beroemde Britse gevoel voor humor helemaal verdwenen! Wij eten een pizza (jawel, weer een), deze keer van treurige kwaliteit.

Maandagochtend gaan Harry en Hanneke het autootje halen. Inderdaad piepklein, maar het gaat. Tegen alle adviezen in willen de dames persé naar het huis van Napoleon. We komen daar aan en het is verbazingwekkend stil. We lopen een lange rechte oprijlaan omhoog tot de villa. Het hoge stalen hek is dicht: alle musea zijn op maandag gesloten….. Nou ja, dan dus maar onze trip voortzetten. Het is onwaarschijnlijk druk met autoverkeer op deze tweebaanswegen. Het eiland is heel groen met mooie vergezichten. We zien prachtige baaien, drinken ergens koffie, nog meer baaien en vergezichten. Ergens vrij hoog in de bergen stoppen we in een klein dorp. We lopen wat rond. Het zijn allemaal schilderachtige steegjes, pleintjes en straatjes met traptreden, omhoog en omlaag. Hier kan geen enkele rolstoeler uit de voeten! We vinden een heel kleine trattoria. Als we willen bestellen voor een lunch horen we een doffe plof: onderaan een zijsteeg / trap ligt een man stil op z’n gezicht. Al snel zien we dat er een stroom bloed van de treden afloopt. Dat ziet er niet goed uit…. Er komen wat mensen bij. Harry aarzelt, maar gaat toch kijken. Een kelner brengt na een tijdje een parasol, een ander brengt wat water, weer één belt de Italiaanse 112. Harry komt terug. De man had wel een gat in z’n hoofd, maar leek er uiteindelijk niet heel erg aan toe. Wonder boven wonder komt er – ondanks de steile weggetjes en haarspeldbochten – een ambulance binnen een kwartier! De man is inmiddels overeind geholpen en met ondersteuning naar een bankje in de schaduw gebracht. Nu wordt hij afgevoerd. Wij eten drie verschillende gerechtjes: een soort groentenquiche, een broodsalade en een salade met gegrilde sardientjes. Erg lekker! De dames lusten ook nog een lokale taart toe. Dan, ruim een uur later, gaan we weer op weg, de bergpas over en dan langs ijzingwekkend steile en hoge steenplaten langs de westkant van de bergen. In de verte zien we het eiland Capraia en Corsica. Daarna zien we kleine eilandjes, vermoedelijk Monte Christo en. . We rijden langs de zuidelijke baaien, de één groter en beschutter dan de ander. In een dorp gaan we op zoek naar een ‘gelateria’ (ijswinkel). Overal zie je die hier, maar net daar waar wij stoppen dus niet. Daarna zijn wij de route kwijt. De dames kakelen in achterbak alsmaar door dat we helemaal fout zijn gereden, maar moeten omkeren, aan de verkeerde kant van de zee rijden, enzovoorts… Logisch redeneren doet vermoeden dat we eventjes rechts moeten aanhouden en dan vanzelf ergens de goede route weer moeten vinden. En, via landelijke weggetjes (één heeft een bord dat aangeeft dat de weg ergen maar 2 meter breed is), komen we bij een voorrangskruising met veel verkeer. Dat blijkt inderdaad weer het goede spoor. We rijden door naar Porto Azuro. Eindelijk een ‘gelateria’ waar we vier enorme ijstoeters bestellen. Dan even rondneuzen. We ontdekken een tweede winkeltje waar ze de siliconen rubberen design dingen verkopen.Tenslotte terug naar de auto en naar de boten. Iedereen is aardig uitgeteld van de dag en de warmte en er moeten nog boodschappen gedaan worden. Harry en Hanneke offeren zich op. Hanneke heeft de pech dat zij bij de supermarkt in een rij staat waar de cassiėre vindt dat ze eerst de kas moet opmaken. Dat kost een stief kwartiertje…. Ze komen terug met 2 flessen campinggas. Hoera, een zorg minder.
We bespreken de komende stukken. Harry en Tonneke willen zo nel mogelijk Italië uit en naar Marseille, desnoods door lange dagtochten. Wij hebben minder haast en willen ook nog wel wat bekijken. Misschien dat onze wegen zich in de komende week ergens zullen scheiden. De komende dagen zullen het leren.

Dinsdag vertrekken we om 07 uur. De weinige wind is pal achter en varen we dood. Bovendien hebben we wat stroom tegen. Langzaamaan krijgen we een tijdje wind, dan weer wel, dan weer niet. De stroom gaat meelopen. We komen een oranje object tegen met twee lampjes erop. Misschien een Epirb (reddingsboeitje met signaal)? Er komt dwarsscheepse deining. Het is heiig en het licht is verblindend. Om 11 uur ontdek ik dat de koelkast verschrikkelijk stinkt naar bederf. Ik haal alles er uit. Op de bodem vind ik restjes bloed van een pakje gehakt van vorige week. Ik maak alles schoon met water en chloor voordat ik de boel weer inlaad. Om 12 uur zijn we nog maar 14 mijl van Livorno. Misschien kunnen we die haven passeren en doorvaren naar Pisa? Dat doen we niet. De haven blijkt behoorlijk groot en onoverzichtelijk. We varen vlak langs de ‘Americo Vespucci’, een enorme dwarsgetuigde driemaster die ook bij Sail Amsterdam was. We vinden een ‘zijkanaal’ met daarin op drie plekken steigers,melk met lege plekken. Op onze marifoonoproepen wordt helemaal niet gereageerd. Na een half uur wordt Harry het zat en besluit langszij aan te leggen langs een hoge kade bij een jachthaven van een vereniging. Een man komt aanhollen en even later ook een vrouw. Ze helpen met aanleggen maar zeggen dat dit absoluut geen goede plek is vanwege de hoge golven van de ferry’s die hier draaien.. “Over twee minuten komt er iemand.” Dat wordt ruim een uurtje, maar dan komen twee mannen in een rubber bootje die ons naar een andere plek aan de kade dirigeren. Hanneke kreunt, Hanneke steunt…. “Ik wil hier weg! Die kade is veel te hoog daar kom ik nooit op! Dat durf ik niet!” Dat is wel waar. Ik stel voor om de loopplank om te keren en als laddertje te gebruiken, maar dat durft Hanneke ook niet. En ze zal en ze moet op de kant…. Uiteindelijk fabriek ik een ladder met een leuning, bestaand uit de spinakerboom en demonstreer dat ik in een wip op de kant sta. Maar zelfs dan kost het nog veel overredingskracht en hulp voordat ook zij op de kant staat. Nu kan ze naar de havenmeester en een kijkje nemen in de stad. Die blijkt bijna uitgestorven doordat heel veel mensen naar de Americo Vespucci zijn gaan kijken. De verenigings-kade is typisch zo’n plekje dat je in elke grote haven kunt vinden. Gammele steigertjes, een hoop rotzooi, containers waarvan een kantine’tje is gemaakt….. Wel gezellig.
We willen morgen door naar La Spezia, 35 mijl verder. De weersvooruitzichten zijn redelijk: zonnig, wel een beetje tegenwind en er lijkt wat meer in het binnenland onweer te kunnen komen. Tegen middernacht is het nog steeds warm en klam. Over de haven drijft heel lage bewolking en het lijkt te gaan misten.

Woensdagochtend word ik om zeven uur wakker. Het zonnetje schijnt en er is wat bewolking. Harry en Tonneke zitten al klaar om te vertrekken, dus haast maken. Zo zonder koffie gaat het allemaal nog niet zo lekker: ik laat de touwtjes van de bijboot in het water vallen, ze blijven ergens achter haken, en zo voort. Om kwart voor acht willen we weg, maar dan komt er net de enorme race-pont naar Corsica en Sardinië achteruit varen, om hier te keren en af te varen. Wij wachten tot hij weg is naast de Americo Vespucci en maken foto’s, oa van de twee enorme ankers op het voordek. Dan, om acht uur, kunnen we echt het havengat uit. We nemen de middelste doorvaart waar een heleboel ondieptes staan aangegeven, maar we houden nooit minder dan 4 meter onder de kiel. Opmerkelijk is dat hier (en eigenlijk ook op Elba) getijdenwerking optreedt van circa een meter! Dat hebben we verder op de Middellandse zee nog nauwelijks gemerkt! Er komt wat wind, maar dat is voor ons net niet te bezeilen. Voor de Cestlavie wel: die zeilen uren lang net zo hard als wij motoren. Tegen 14 uur zijn we bij de rede van La Spezia. We tanken 135 liiter en varen dan door naarr de baai van Le Grazie. Die valt ons nogal tegen: op de plaats van ‘talloze moorings’ liggen nu onbetaalbare steigers en de omgeving wordt gedomineerd door talloze nieuwbouwwoningen. We ankeren in het midden aan het eindje van de baai. Hanneke maakt Bahmi. Via de marifoon spreken we af om morgen om half acht naar Santa Margherita te gaan om te ankeren en om van daar over te steken naar Finale Ligure, voorbij Genua. ’s Avonds waait het harder dan verwacht. Hanneke strijkt figuurlijk de zeilen als het begint te schemeren. Een Fransman met een kits, die erg lijkt op onze boot maar van Deense herkomst is, ankert vlak voor ons op 5 meter afstand. Ook hij ziet dat dit wel erg dichtbij is en hij probeert het opnieuw. Met een afstand van 10 meter vindt hij dat het genoeg is. Hij hijst z’n bezaan om recht in de wind te blijven liggen. Ik besluit om er bij ons dan toch maar 10 meter ketting extra aan te wijden. Om half elf hebben zich zo’n 40 á 50 mensen verzameld op het puntje van de kade, blijkbaar om de laatste nieuwtjes uit te wisselen en moppen te tappen. Daar omheen spelen zo’n 15 kinderen van een jaar of 8 tot 10. En een opwinding! Ze krijsen en gillen van de pret! Met zoveel mensen zijn er ook altijd wel een paar met een hond. Dat díe elkaar nou net niet mogen laten ze luid en duidelijk horen. Kortom, dat wordt een nogal luidruchtige avondsluiting…. Iets over elven taaien de meeste deelnemers af en kruip ik ook m’n bed in.

Donderdagochtend wordt ik wakker onder een stralend zonnetje. Het is windstil. We liggen andersom en er is niets gebeurd. Om kwart over zeven halen we het anker op en varen de baai uit. We gaan door een nauwe doorgang tussen een eiland en het vasteland waar we gisteren getankt hebben. Op dat punt staat een fort met een zwart-wit gestreept kerkje. Net voorbij de doorgang kijken we tegen een lange wand van imponerend steile en hoge rotsen aan. Dat blijft eigenlijk het beeld gedurende de hele tocht. Af en toe wordt de steile wand onderbroken door een nauw dal. Daar ligt dan ook steevast een dorp of stadje. Om half drie ankeren we in Santa Margherita, tussen Porto Fino en Rapallo in. De haven is rommelig, maar de stad ziet er heel aardig uit, met een lange promenade met statige panden, bomen en palmen rond de haven. Er zijn een paar strandjes met parasolletjes en vlak bij onze ankerplek blijkt de aanlegplaats van tripperboten die met een rotgang vlak bij ons voorbij varen. ’s Avonds is er veel activiteit en alles wijst erop dat er een bandje gaat spelen. Vanaf 9 uur horen we allerlei muziek, geleidelijk harder. Om half tien begint een man via een geluidsinstallatie iets onduidelijks aan te kondigen. Het blijft onduidelijk, want die man blijft maar lullen. Om half elf, kwart voor elf, elf uur en om kwart over elf staat hij nog steeds te leuteren en aan te kondigen. Het blijft een raadsel wat hij dan aankondigt. Zouden er soms verkiezingen zijn? (Het schijnt dat sommige dictators redevoeringen van vele uren hielden….) Ik slaap er in elk geval prima bij in.

Vrijdag gaan we om kwart voor acht op weg naar Finale Ligure, ruim 40 mijl verder en eigenlijk vrij dicht bij de Franse grens. De verwachting is windkracht 1 á 2….. We passeren Porto Fino, een kleine, prachtige ankerbocht tussen beboste steile oevers. Het is een plaatje en dus onbetaalbaar. Er liggen een paar hele grote motorjachten voor en in het haventje dat daardoor een beetje verpest wordt. Het is half bewolkt: een band bewolking geeft de grens aan van een gebied waar ook nogal wat wind in zit. Als het gaat zoals gisteren werd voorspeld varen wij er keurig langs. Helaas doet onze internetverbinding het ook hier niet. We kunnen een eventuele verandering dus niet zien. Weg met Wind! Opgeklopte lucht! De deining komt schuin van voren maar is niet erg hinderlijk. Om 9 uur hebben we 7 mijl afgelegd. Het is heiig maar we kunnen in de verte heel vaag Genua zien liggen. Om 11 uur is het helemaal betrokken, grijs. De zee is een golvend, spiegelend vlak. Af en toe zien we een klein stukje ‘kippevel’ als er een zuchtje wind overheen trekt. Rond de Golf van Genua zien we vaag de contouren van de bergen en – veel duidelijker – de zware bewolking die daarboven hangt. Het is op de boot eigenlijk wel lekker koel, hoewel de thermometer binnen zegt dat het 28 graden is. Om 12 uur zijn we nog 13 mijl van de haven, nog 2 uur varen. Er komt een heel klein beetje wind. Opeens valt er een buitje met hele grote druppels. Dat is schrikken! Zo van die hele grote koude natte druppels op je blote buik! We duiken eensgezind onder ons dakje. Het duurt maar één minuut, maar toch! (De laatste keer regen was begin juni op de overtocht tussen Santa de Leuca en Crotone.)
Om tee uur varen we de haven van Finale Ligure binnen. En warm dat het daar is! Het is een kleine, compacte haven die helemaal bom- en bomvol ligt. We krijgen een plekje vlak bij een barretje op de kade. Als we vast liggen, racen we daar naartoe e bestellen 2 grote glazen bier. “Medio” zegt de dame, “Grande!” Zeggen wij in koor. “Si, medio.” zegt ze. En ze komt inderdaad met 2 pints. Met een reuze tosti erbij zijn we klaar voor €17. Een koopje dus. Daarna ben ik meteen rijp voor een siësta. Als ik wakker wordt, nogal moeizaam, komt Hanneke vertellen dat we met z’n allen leuk naar het stadje gaan, 4 km verderop. Tonneke en zij gaan lopen en Harry en ik mogen op de fietsjes. Nou, dat is helemaal niet waar ik zin in heb! Helemaal niet! Ik heb toch zeker ook vakantie! Enzovoorts. Toch is het eind van het liedje dat ik mee MOET. Anders hou ik blijkbaar niet meer van haar, zij vindt het alleen leuk als ik mee ga, en meer van die flauwekul…. We spreken af op het eerste terrasje op het eerste pleintje na het eind van het fietspad. (De weg loopt langs steile hellingen. Ernaast hebben ze op stalen beugels een planken wandel- en fietspad gemaakt. Het plaatsje is dichter bij dan verwacht. Harry en ik bestellen een pint. We hebben nog maar net een slok op als de dammes er al aan komen. Zij lusten wel een wit wijntje. Daarna gaan we het stadje bekijken: eerst over een kilometer lange boulevard. Het is heel druk en er staan stalletjes. Dan zien we opeens dat vanaf de boulevard smalle, deels overdekte steegjes/straatjes naar een oudere binnenstad lopen. De steegjes zijn echt smal en de woningen aan weerszijden heel hoog: 5 á 6 verdiepingen, met steunberen/bogen tussen beide kanten van de steeg. De binnenstad ziet er echt oud en wel leuk uit en ook heel druk. We eten een ijsje. Dan zijn de dames onderweg ergens verdwenen. We wachten een kwartier maar ze zijn nergens te bekennen. Dus fietsen we terug naar de boot. Een half uurtje later zijn zij er ook weer.

Zaterdagochtend, 9 juli, is Tonneke jarig. We pakken een symbolisch kadootje in (dropjes van thuis met twee ballonnen) en vertrekken om half negen. De havenauthoriteiten hadden onze papieren nog en moesten betaald worden…. Buiten valt meteen de hoge deining op, tenminste een meter. We hebben de wind achter en de deining schuin van voren. Boven de kust hangt dreigende bewolking, maar wij varen in de zon. Langzaamaan draait de wind pal achter en de deining schuin van achteren. Het geeft een erg onprettige zeegang waar de stuurautomaat geen raad mee weet. Om half drie varen we de enorme haven van San Remo binnen. Als we aankomen hangen dreigende grauwe wolken boven de stad en de haven, maar ook hier begint de zon uitbundig te schijnen. Van hier is het nog 10 mijl naar de beschaafde wereld, zeggen we tegen elkaar. Overigens is het maar de vraag of dat ook effekt heeft op de havengelden….. Onze internet verbinding is al dagen helemaal waardeloos en zo ook hier. Het dus nog maar de vraag of ik dit stukje kan uploaden. In Frankrijk moeten we eerst een Frans internetkaartje zien aan te schaffen…..

8. Alle wegen leiden naar…

Zaterdagmiddag, 25 juni, naderden wij Gaeta door een drab van versnipperde plastic tasjes, netjes, vuilniszakken, bouwplastic en niet nader te benoemen rubberwaren. Het was ons al eerder opgevallen: Italië is zonder enige twijfel het vieste land dat wij tot dusverre hebben meegemaakt! Van de Straat van Messina konden we ons dat nog voorstellen, maar hier?…. Voor de haveningang racen tientallen grote en kleine speedboten dwars door elkaar. Een eind verderop zien we een paar grote klassieke zeiljachten met flinke bemanningen, ieder in eigen scheepstenue. Aangekomen in de haven blijkt de voorseizoensprijs hier de hoogste tot dusverre en onbespreekbaar: € 61,12 voor ons en € 93 voor de Cestlavie! Gaeta is een flinke stad, ook wel leuk zo te zien. Bovendien is er nu een wedstrijd tussen klassieke zeilschepen. En dan schijnen ze ook nog ‘weekendprijzen’ te kennen…. Spoedberaad, zeg maar crisisoverleg leidt tot een voorspoedige besluitvorming: “hier zo snel mogelijk weg!” En dat is voor morgen wel met matige vooruitzichten: NW wind tegen, eerst 3 later 4 tot 5 en deining uit het NW, tegen, eerst een meter, daarna bijna twee, met een korte periode. Dus hoge, steile golven tegen. En dan een tochtje van bijna 50 mijl naar Nettuno….. Maar eerst een goed bandje die Pink Floyd geweldig speelt! En we hebben gezellige Italiaanse buren die we kunnen helpen aan Spaanse pepertjes voor hun spaghetti met Vongole (kleine schelpjes).

Zondag, na een klamme nacht, om halfzes losgegooid. Voor de haven maar nog achter de pier kunnen we het bijbootje ophijsen. Dan om zes uur varen! Tonneke kijkt bedenkelijk naar de donkere lucht die boven de bergen hangt, maar dat is niet meer dan ochtendnevel. Buiten staat wel een onverwacht hoge golfslag uit het zuiden. Er is ook wat wind en we hebben stroom mee, zodat we met 6,5 knopen naar de kaap bij Circeo motorzeilen. Een uur voor de kaap wordt de zeedeining goed merkbaar: een meter hoge golven lopen pal tegen de windgolven in. Bij kaap Circeo is het om 11 uur behoorlijk hevig, temeer doordat de wind naar ZZO is gedraaid, pal mee, terwijl de hoge deining uit het NW komt. We houden ook wat stroom mee. De combinatie zorgt voor een steile golfslag. Raar hoor: de zoveelste keer dat de wind uit een tegenovergestelde richting komt dan wat was voorspeld! Om 12 uur hoeven we nog maar 10 mijl naar Nettuno. Dat gaat dus uiterst voorspoedig! Om één uur zien we Nettuno liggen: een langgerekte badplaats met in het midden een soort ‘empire state building’. Er varen veel zeilboten en -bootjes voor. Als we de haven binnenlopen lijkt dat wel een soort doolhof met een kanaal met veel bochten en afslagen. De Cestlavie meert aan. Wij worden verwezen naar een andere plek, een weesplek. Maar dat willen we niet. Dus we roepen dat we wel langszij gaan. Ook best, blijkbaar. En zo liggen we dan in een toeleidingskanaal, waar alsmaar motorbootjes met een rotgang doorheen varen. Het lijkt de Schelpenkade wel! Na een uurtje heb ik nog nooit zó veel, zúlke volledig bruine billen gezien! Dat kan biologisch toch niet goed gaan? In het donker mis je dan een target, zeg maar….. Ik moet maar een uurtje gaan liggen.
Als ik wakker word hoor ik bij de buren alsmaar gegiechel. Als ze daar ontdekken dat ik er weer ben komen ze gierend van de lach met een – duidelijk gedurfd – voorstel. Het wordt ingeleid met uitbundige blijheid, gejuich en dan mag ik raden…. Ze hebben de prijsklapper van de eeuw gemaakt en daarbij nog korting gekregen ook! Dus willen ze morgen hier blijven liggen en morgen een dagje naar Rome! “Hoe duur was het dan?” vraag ik onnozel? Nou ja, na de korting € 40 voor de één en € 55 voor de ander…. “Maar….. Dat is hetzelfde als bijna alle havens!” “Ja, maar véél minder dan de vorige!” “Aha! En is kapitein buurman het daar ook mee eens?” “Nou die is na 2 glaasjes wijn onder zeil gegaan…..” Ja, ja! Totale normvervaging, verstandsverbijstering zeg maar, van de dames is ons ten deel gevallen….. De wijn is op en “….. of ik nog een flesje koud kan leggen?” Ik weet het nu zeker: we moeten hier zo snel mogelijk weg! Asap! Als Harry het hier al heeft laten afweten….
Tonneke vraagt of Hanneke nog een was wil doen (kijk aan zo’n buurvrouw heb je nog eens wat!) na het eten gaat het drietal even het oude stadje bekijken. Het oude hart van het plaatsje ligt aan de haven en blijkt heel gezellig. Eigenlijk is alles heel dichtbij, het havenkantoor, de supermarkt, zelfs het station naar Rome.

Dinsdag vertrekken de dames na enige omhaal om half negen. Maar niet zonder uitvoerige instructie: het toiletje smeren (na een chloorbad is het nauwelijks meer te gebruiken), de was eraf halen als ie droog is, brood en eventueel bier en eten halen, ’s avonds maar wat gaan eten, want het zou kunnen zijn dat… (zie Napels….) Wíj hebben – zoals Harry opmerkt – een echt mannendagje. Na een welverdiend kopje koffie en twee shaggies begin ik nogmaals aan het gasbrandertje. Gisteren bleek de vlam namelijk echt te klein en plofte de vlam ook weer naar binnen. Ik vijl het naaldje rondom iets af en ben bijna een uur bezig om de schroefje waarmee de brander vast zit nu wel goed te positioneren. Dat lukte eerder niet helemaal goed. Mogelijk dat hier een ‘luchtlekje’ zat waardoor de vlam ook onder de brander zuurstof kreeg. Ook de ontsteking werkt nu weer goed. Hoera! Hij lijkt het te doen. Toch eerst nog maar afwachten wat de kitchen queen (sjieker toch?) ervan vindt. Een pauze met koffie en shag. Er waait een lekker briesje en de was wappert gezellig aan de lijntjes rondom. Hé, is het nu minder was dan er eerst hing? Oeps! Snel binnenhalen, want als ze dat merkt…. Op de kade komt een lange zwarte man in camouflagepak aanslenteren. Hij loopt druk in zichzelf te praten en te gesticuleren en gaat op een grote kei zitten. Soms versta ik een flard van wat hij allemaal zegt: “…. Look! All rich people! (zwaait breed met z’n armen) Lots of them!….. It is not fair!….” Nou, rijk zijn we niet (wij hebben waarschijnlijk het kleinste bootje hier), maar hij heeft wel een punt: als je zo om je heen kijkt, ligt hier heel wat kapitaal….. Hij staat op van de kei waarop hij was gaan zitten en loopt weg, redevoeringen afstekend tegenover een breed publiek en zwaaiend met z’n armen. Ik ga de was opvouwen, nog een koffie innemen en zo. En dan op naar het volgende project: het toiletje smeren. Daarna volgt nog de vraag, waarom doen het onlangs vervangen stoomlicht en het deklicht het niet? Meten is weten….. Eerst maar boodschapjes doen. Ik pak het bejaarden-boodschappenkarretje (Hanneke vertikt het om ermee te lopen) en ga op weg. Na 200 meter heb ik al zo’n last van mijn heup dat ik besluit om even te gaan zitten. Dit herhaalt zich drie keer, maar dan sta ik voor het station. Intussen wel 3 Tabacci’s gezien, maar geen Banco…. Ik ben te ver gelopen en een straat verkeerd! Al snel vind ik de Elite-supermarkt, vlak bij. Jammer! Die is van 13.00 – 16.00 uur gesloten en het is 13.05. Nou, inderdaad knap elitair als het personeel drie uur lunchtijd krijgt! Terug loop ik om door het heel erg authentieke oude stadsdeel: bijna geen winkeltjes, geen auto’s en trouwens ook geen mensen…. Bij de haven eet ik een ijsco, want zo kun je die wel noemen. Terug ga ik maar een siësta’tje doen. Om half vijf doe ik nog een poging. Wonder boven wonder heb ik nu veel minder last van m’n linker heup. Ik vind onmiddellijk een bank. De supermarkt daarnaast is inderdaad elitair goed voorzien van lekkere dingen. Ik koop brood, vlees, kaas, gemengde sla, wat sausjes, nog meer kaas, fris en 12 biertjes van een onbekende brouwer. Terug gekomen heeft Harry net de dames aan de lijn. Deze keer denken ze dat ze de trein van 19.00 uur kunnen halen. Ze denken dat we morgen wel kunnen varen…. Als wij dan nu de haven even betalen en om 20 uur op een terrasje bij de oude stad op ze gaan zitten wachten, kunnen we samen een pizza’tje (!) eten….Nou, wat betreft onze planning moet dat haast wel lukken. Nou en dat lukt. De dames komen een half uur later aan (de trein had vertraging) en hebben erg genoten van Rome: imponerende gebouwen, op veel plekken plotseling een antiquiteit, heel veel toeristen, de enorme Sint Pieter! (Het Colosseum hebben ze niet gezien, daar hadden ze niet genoeg tijd voor….) Napels was anders, meer ‘van de gewone mensen’, levendig en een heel eigen karakter.

Dinsdag blijven we liggen vanwege hoge deining met korte periode en stevige wind pal tegen, terwijl de volgende haven niet bijzonder is, maar wel duurder dan deze. Een rustdagje dus. Woensdag zal het allemaal gekalmeerd zijn en dan doen we een grote slag naar Civitavecchia (ca 60 mijl), of het kleine haventje ervoor Santa Marinella. Dat is bijna de hele weg met (weinige) wind en zeegang achter. Daarna liggen de eilandjes Giglio en Elba binnen het bereik van één resp. twee dagtochtjes.
We doen boodschappen: het aanvullen van bier en eten. Shag lukt niet: de Drum is overal uitverkocht. Hanneke is urenlang zoek: winkels kijken….. We maken geld over van de ene naar de andere bank, zodat ik de belastingen op tijd kan afwikkelen. Eventjes lijkt het alsof Hanneke dat geld naar mij kan overmaken 😄 maar ze heeft een zodanige limiet ingesteld dat ze zeker twee weken lang iedere dag geld zou moeten overmaken…. 😳 Dan maar mijn eigen spaarpotje plunderen…. 😁 ’s Avonds maakt Hanneke nasi op z’n romeins. Een beetje raar, maar calorieën zat. En het smaakt nog ook!

Woensdag weer eens vroeg op. Er staat nog wel een aardige deining, de eerste paar uur, maar nauwelijks wind. En zo hobbelen we met 6 knopen lang de romeinse kust. Een beetje saai: het lijkt de Belgische kust wel, laag met een langgerekte bebouwing er langs. Alleen zijn het niet allemaal eenheidsflats. Na 15 km stopt de bebouwing een tijdje en begint dan opnieuw, eerst klein, dan groter. Ver weg zien we nog het vage silhouet van een ‘plukje’ bergen. Dit beeld houden we nog uren. Om 7.45 kan de genua uitgerold, om 8.15 weer ingerold, om 8.45 weer uit aan de andere kant, om 8.55 uur weer gedeeltelijk ingerold. En dat gaat zo maar door…. Om 10 uur passeren we ruim buitengaats Fiumicino, een enorme haven (eigenlijk een stuk of 4) en de toegang tot Rome via de Tiber en het vliegveld van Rome. Dat laatste horen en we ook! De één na de ander stijgt over ons hoofd op. Ik ontdek een los hangend kabeltje van de AIS. Dat hoort niet. Geen wonder dat ik zo weinig schepen in beeld krijg…. Na enig rammelen doet de AIS het weer. Om twaalf uur kan de bezaan erbij en een kwartier later het grootzeil. De Cestlavie vraagt of we naar Santa Marinella zullen gaan. Wij willen wel ankeren, maar Tonneke vindt dat eng. In de haven blijkt geen plek te zijn, dus ze moeten wel, of ze gaan naar de haven van Civita Vecchia. We lopen tussen de 4.5 en 5.3 knopen, tot half twee. Dan zakt de wind in en halen de 3 nog maar net. Tegen twee uur is het nog 5 mijl en lopen we nog maar 2 knopen. Dus besluiten we de motor maar weer te gebruiken. Om drie uur laten we het anker zakken in de kleine baai. Er liggen een heleboel kleine bootjes die waarschijnlijk vanavond vertrekken. De baai blijkt – vrij ver van de kant al – erg ondiep: ternauwernood weet ik een vastloper / stranding te voorkomen! Tonneke ziet het hier merkbaar helemaal niet zitten, ziet geen veilige plek, kan de boot niet onder controle houden, en zo voort, maar Harry wil wel en zo geschiedt. Er blijkt wel wat swell (deining) binnen te lopen.
Tegen zeven uur ’s avonds zijn alle bootjes die hier lagen de haven 50 meter verderop ingevaren. Wij besluiten een eindje op te schuiven in de hoop zo minder last van de swell te krijgen. Bij het anker ophalen blijkt er een enorme lap / baal stevig plastic rond het anker te zitten. Hanneke krijgt het er niet af. Zij gaat sturen, terwijl ik probeer de boel aan repen te trekken. Opeens zie ik dat we regelrecht naar de ondiepte varen! Ik roep “draai voluit naar stuurboord!” Hanneke roept in paniek dat de boot niet reageert op het roer. Ik race naar achteren, geef een dot gas en draai terug naar dieper water. Volgens de dieptemeter varen we op dat moment op een stuk met 1.20 meter en onze diepgang is 1.30. (De dieptemeter zit 50 cm onder de waterlijn.) Het loopt gelukkig met een sisser af: we raken geen grond. Als ik terug ben bij het anker en dat kantel, valt de hele berg plastic er in z’n geheel af! Harry en Tonneke staan te roepen dat ze wel met hun bijbootje komen om te helpen, maar dat is gelukkig niet meer nodig. ’s Avonds praten we eerst op afstand roepend, later over de marifoon over de diverse opties voor onze tocht morgen. We besluiten om naar het eilandje Giannutri te varen, een natuurreservaat met ankerbaaien, zo’n 40 mijl verder.

Donderdag is Harry al druk bezig als wij opstaan. Als Tonneke ons ziet belt ze meteen met de marifoon: het natuurreservaat blijkt verboden te zijn voor honden! Om zes uur vertrekken we over een spiegelgladde zee. Opnieuw passeren per VHF de diverse mogelijkheden: het eilandje Giglio, ankeren bij Santo Stephano, de baai Cala di Calera bij Porto Ercole. Er gaan tien of meer gesprekjes overheen, elke keer weer met een andere optie. Tegen tien uur blijkt dat alle havens hier gruwelijk duur zijn: voor hen tot € 150 per nacht. En het wordt nog erger in het eerste stuk hierna, tot La Spezia! Tonneke roept dat we nu zo snel mogelijk weg moeten uit Italië…. Nou vinden wij dat ook wel, maar niet door als een blind paard alles voorbij te varen. (Hanneke denkt dat een beetje borduren op dit moment wel rustgevend voor de buurvrouw zou kunnen zijn….) We besluiten toch maar eerst naar de ankermogelijkheden bij Cala Galera te gaan kijken. Desnoods varen we dan door naar een volgende plek als het ons toch niet bevalt. De zee blijft een soort lachspiegel maar er hangt een grauwsluier over. Om 10 uur rol ik de genua uit, om 10.05 rol ik hem weer weg….. Om 11 uur kan hij weer uit en de bezaan ook. Om 12.30 gaat het anker uit, een kilometer van Porto Ercole, waar hare majesteit vroeger heur vakanties placht te vieren. Het is prachtig helder water, lange stranden met heeeel veel kindertjes, zo te horen en daarachter donkere bossen. Porto Ercole ligt, vanuit zee bezien, tussen twee rotsen aan een havenkom aan de voet van een vrij flauw oplopende hoge berg. Die heet heel toepasselijk de ‘geldberg’. Alles is heel groen, het plaatsje in pastel rose, oranje en oker. Bovendien gaat het zonnetje weer schijnen. Pfffff! Het is hier een plekje waar je best je vakantie kunt doorbrengen.
Vanaf een uur of vijf komen talloze grote, heel grote en kleinere motorboten naar de haven, onveranderlijk op topsnelheid met een enorme boeggolf en nog grotere hekgolf. Vaak pas in de havenmonding gaat het gas van die oversized motoren af. Het gevolg is dat wij al die tijd in een onplezierig soort deining liggen. In tegenstelling tot al dit nitwits die denken dat deining van wind op zee komt, nee hoor! Deining is het gevolg van rondracende krankzinnigen, vaak, zo niet altijd van zuid-Europese komaf. Dan om acht uur, als de zon achter het bergje hier verdwijnt, wordt het stil. Echt stil! De swell is weg. Een klotsje af en toe, een merel of lijster die, 400 meter verderop, zich prachtig (!) de longetjes uit het lijf fluit… en ….. ik hoor een stofzuiger (zo één die ook klopt)! Uiteindelijk zie ik waar het vandaan komt: een eenzame man loopt het hele, enorme strand in z’n eentje te stofzuigen…… (Later hoor ik dat dit vaker gebeurt!) Merels en lijsters die blijven bestaan, maar dit soort mannetjes zullen vast snel vergaan. We doen Harry en Tonneke via de marifoon nog snel een duidelijk voorstel: morgen om 8 uur naar Santo Stephano en overmorgen naar Elba, zuidelijke baai. Geen mitsen en maaren meer. Daarna kijken we verder.

Vrijdag 1 juli blijkt, als we om 8 uur willen vertrekken, het gas op te zijn. De aansluiting met de nieuwe fles blijkt opeens niet goed te passen, enzovoorts. Dat gebeurt natuurlijk net als de Cestlavie het anker licht. Wij volgen dus pas een half uurtje later. De geldberg heeft een indrukwekkende kaap, met steenplooien in de rotsen alsof het gekreukeld papier was. Om 10 uur zijn we bij Santo Stefano. Een leuk plaatsje zo te zien vanaf het water. Maar aan de kant komen gaat hier nauwelijks lukken omdat het overal 15 meter of dieper is en de prijzen hier zijn niet te harden. We ankeren in een klein hoekje, op 10 meter diepte, vlak bij (6 á 7 meter) angstaanjagende rotspunten. Hier blijven we beslist niet! Onderweg had mijn toerenteller opeens kuren. Raar genoeg die van Harry ook! Bij hem blijkt teveel speling van de V-snaar de oorzaak. Voor alle zekerheid kijk ik mijn V-snaar ook maar even na en, inderdaad, ook nogal wat speling. Als de motor is afgekoeld stel ik dat bij, neem ik me voor. De dames zijn door Harry naar de kant geroeid om snel boodschappen te doen en dan gaan we daarna door naar Talamone. We kunnen daar zeilend naartoe om te ankeren achter een pier in ondiep water. Het haventje blijkt eigenlijk veel leuker dan we verwacht hadden. Hier is ooit de bevrijder van de mediterrane staten, Garibaldi, geboren in een bovenstadje van niks! Tonneke (altijd bezig) belt met de haven in Porto Azzuro om te kijken of we daar voor een redelijke prijs terecht kunnen (die was € 185 per nacht ….). Nou we zijn bofkonten: zij mogen voor €105 en wij voor € 85…. Dat doen we dan twee nachten om een auto’tje te kunnen huren en de verwachte harde wind te laten passeren. Morgen gaan we eerst nog een nachtje ankeren bij Elba. Tonneke roept ons nog een paar keer op en dan is het iedereen allemaal duidelijk. Hanneke is blij dat Tonneke dit soort dingen zo voortvarend aanpakt. Die verdient een compliment! Nu heeft Hanneke echt het idee dat ze op vakantie is….. Nou dat is het compliment waard.
We eten – je gelooft het of niet – spaghetti. Lekker hoor. ’s Avonds hoor ik het hele stadje met elkaar kletsen, zo stil is het. Jammer dus van die disco, een kilometer of twee verderop, maar die stopt een beetje om een uur of tien en dan gaan wij ook.

Zaterdag worden we wakker in een potdichte mist. Dat hebben we hier nog niet eerder meegemaakt. Ik hoor Harry met de hondjes voorbij pruttelen maar zie ze niet. De V-snaar strakker zetten is zo geklaard en als ik dan opkijk zijn de huisjes al weer een beetje te zien. We gaan ankerop en net buiten de haven lijkt het alsof er een gordijn open gaat: heel redelijk zicht. We sturen naar de uitgezette koerslijn en vanaf dan is het 7 uur alsmaar hetzelfde. Om 9 uur komt er wat wind. De Cestlavie heeft het grootzeil al op. Wij dus ook alles uit de kast: grootzeil, genua en bezaan. Ik zit om kwart over negen net als de horizon verdwijnt, de bergen verdwijnen en ook het zonnetje wordt afgedekt door de inmiddels bekende grauwsluier. Ook de wind draait naar tegen en af en toe iets verder. Om half tien rol ik de genua maar weer in omdat die alleen maar woest hangt te klapperen. De rest laten we nog maar even staan: je weet maar nooit. Iets over elven zien we, onder de wolken die het eiland markeren, voor het eerst heel vaag de contouren. Een hele vloot bootjes, het zijn er zeker 20, kruist onze koers. Volgens berekening ronden we kaap Vita om iets over enen. Daarna kunnen we de koers wijzigen en eindelijk weer zeilen. Nou ja, dat valt dan toch weer tegen want de wind valt weg zodra we de baai indraaien. Optimistisch zet ik de motor uit en dan liggen we dus stil. En warm!….. Dan maar weer gestart, we varen langs indrukwekkend steile en hoge rotswanden, een paar kleine baaien langs. Uiteindelijk vinden we een baaitje “Porto Magazinni” geheten. Het ligt eigenlijk pal tegenover Portoferraio, de hoofdstad, waar we morgen naartoe gaan. Het water is glashelder, er snorkelen een paar mensen en we liggen hier beter dan Napoleon!

7. Meisjes net 16…..

Maandag, 20 juni, gooien we om 5.50 los. We verlaten Cetraro zonder spijt, want het was wel een vriendelijk plekje, maar niets om voor te blijven (behalve de Lidl misschien). Na mijn weblog roept de kapiteinse mij tot de orde: ik ben erg onaardig over de buurvrouw geweest. Ze nam, geheel terecht natuurlijk, aan dat dit het gevolg was van de dichterlijke vrijheid, zeg maar noodzaak, tot overdrijving en karikaturaliseren…. “Helemaal!” Sprak ik dus, want de kapiteinse is niet mals: de genotsvoorziening komt in gevaar (drank en drum voor de goede verstaander). Gelukkig vat ook buuf het sportief op.
Het zeegat uit gaat probleemloos. Wel wat zeegang, maar niet onhoudbaar. Na een half uurtje zetten we de genua en bezaan erbij, na weer een half uurtje de genua weg (geen wind), na nog een half uurtje genua weer uitgerold, weer een half uurtje de genua weer weg (tegenwind). Deze werkzaamheden vullen onze hele dag tot tegen tweeën. Met Camerota in zicht neemt de deining toe. Eerst een beetje, dan wel stevig. Dijken van water, soms 2,5 meter hoog rollen ons schuin van voren tegemoet. Achter de dijk een diep dal, met direct daarop volgend de volgende joekel van een dijk. Uiteindelijk komen we het rommelige, maar gezellig ogende haventje keurig binnen. De geul blijkt flink verzand: een vissersschip voor ons loopt kort vast. Wij hebben net 1.40 meter water in de geul. Twee breed smilende “ormeggiatori” helpen ons aanleggen. Ze nemen de papieren mee: die kunnen we om 17.00 uur ophalen. Pas later snappen we waarom ze zo blij keken: bij het afrekenen vragen ze €88 resp €108 voor één nachtje aan een steigertje van niks! Uiteindelijk werpt de bemanning al hun charmes in de strijd en weten aldus de prijs te matigen (€50 en €85). Dit belooft nog wat: een wanverhouding tussen prijs en prestatie en het is nog geen hoogseizoen….. We moeten volgens mij zo snel mogelijk weg wezen uit Italië! We eten gezamenlijk een fusion-curry. Best lekker voor een keertje. Buurvrouw merkt terloops op dat, nu mijn onderlijf beter loopt, er bovenin blijkbaar ook geen houden meer aan is….

Dinsdag, de langste dag van het jaar (hoewel de nacht met rugpijn ook knap lang duurt! Ik vermaak me al enkele dagen met rijmmeligheid: ik heb een pukkel op mijn bil en die doet niet wat ik wil, enzovoort). We zijn voor zessen op en vertrekken om kwart voor zeven. Een man waarschuwt ons nog dat we bij de afvaart goed de bakboordzijde aan moeten houden. Buiten staat er nog steeds een hele hoge deining, eerst pal tegen, later schuin van opzij zodat we deze dag doorrollen. Als we de kaap Palinuro zijn gepasseerd wordt de frequentie van hoge golven wel iets minder, maar het blijft de hele tocht bij momenten wel merkbaar. Om kwart voor acht gaan de zeilen op, om kwart over acht kan de genua weer ingerold, enzovoorts (zie gisteren). Het is wel een mooie kust en schijnt zelfs de mooiste van Italië te zijn. Dat laatste is dan zorgelijk, want we moeten het grootste deel van de Italiaanse kust nog doen….. Tegen twaalven bereiken we de volgende kaap, opnieuw met een bovenproportionele deining. Hier de bocht om en naar Agropoli: het laatste veilige haventje voor Napels lees ik in de pilot. Daar zal de prijs dan ook naar zijn, vrees ik. En inderdaad! De ormeggiatorre begint met prijzen van 80 en 60 euro. Na veel gesoebat gaat daar een tientje vanaf…. Ik krijg daar langzaamaan echt de pest van in! Dit zijn fantasieprijzen, niet gebaseerd op iets anders dan het feit dat we niet onbeperkt door willen varen! Ankeren hier kan niet en waar het kan mag het niet om uiteenlopende redenen. Ik besluit dat ik nu wel klaar ben met deze Italiaanse oplichterszooi! Tonneke strooit nog wat extra brandstof op dit vuurtje: het wordt alleen maar erger…. (wat waarschijnlijk nog waar is ook!) Lastig is dat het animo om te ankeren, als die mogelijkheid er al is, heel klein is onder andere omdat het weer zo instabiel is. De haven is ook niet bovenmatig gezellig: een flink lange pier, schuin langs de kust, schermt een stukje kust af met wat steigertjes langs een vrij saai dorp. Aan de pier ligt een reeks vingersteigers, elk met circa 20 boten en een eigen ‘havenmeester’. Het enige bijzondere is de hoge steile rots tegenover de pier waarop een schilderachtig dorpje ligt.
We houden scheepsberaad. Morgen, woensdag is nog net een beetje bezeilbaar volgens het weerbericht. Wij zijn eind volgende week al in of bijna in Frankrijk. Wat ons betreft kunnen we vanaf dat ogenblik vrij gemakkelijk aangeven wanneer we waar kunnen zijn (van oost naar west, dat wel). Volgens de voorspelling hebben we de hele dag de wind tegen, 3 toenemend 4 en het is 52 mijl, maar dat kan nog wel. Daarna volgen drie dagen slecht weer, reden waarom we wel liever in een haven liggen. We besluiten vaart te maken om Italië zo snel mogelijk te verlaten. Dan maar geen sight-seeing naar Paestum, Napels, Capri, Pompeï en Herculanum! Hoppakee! Weg met Italieee! We vluchten hier zo snel mogelijk vandaan. Na dit kloeke besluit bestellen we een paar pizza’s en besluiten om 6 uur ’s morgens te vertrekken naar een eilandje naast Ischia. (Inmiddels sta ik op 14 pizza’s in 21 dagen. Voedzaam spul hoor!)

Woensdag gebeurt dat ook: de wekker om 5 uur, klaar om halfzes, de haven uit om kwart voor zes. Na anderhalf uur komt er wat wind, net aan bezeilbaar, later zelfs bijna halve wind. Met de motor bij lopen we 6 knopen. De hemel is nogal grijs, maar later komt daar toch wat zon door. Om 7 uur zie ik een hele grote vis vlak voor onze boot onderduiken: de zijkant is al ruim een meter! Er zit een belachelijk klein sikkeltje op als rugvin: het zal dus geen haai zijn geweest…. Tegen 12 uur wappert het lekker en jakkeren we tussen het jet-set eilandje Capri en de vaste wal door. Ook hier schijnt het de mooiste kust van Italië te zijn! Niettemin knap saai als je daar twee dagen, zes uur per dag langs vaart op een afstand van 5 tot 10 mijl met wat heiig weer….. Net voorbij de doorgang tussen Capri en de vaste wal draait de wind tot bijna tegen. Het weer wordt een ietsje dreigend en ook horen we van Tonneke dat zij een stukje weerbericht heeft gehoord, waarin sprake was van onweer en storm. Helaas weet ook zij niet waar. We houden dus de vaart erin naar de volgende haven, Chiaiolella, vlak tegenover het eiland Ischia. Als we in dit tempo voort gaan zijn we in Chiaiolella op het eiland Procida om een uurtje of twee, half drie. En inderdaad, om 14.35 uur liggen we aan een fragiel steigertje, met mooringlijnen van een duim dik, voor en achter, ook deze keer voor € 50, uiteraard na stevige onderhandelingen. Het is een heel leuk, klein haventje in een kom. Er liggen heel veel sloepjes en een paargrotere boten. Als de dames terugkomen van het ‘winkelen’ blijken ze een perfect plan te hebben gesmeed. Nu we toch ivm het dreigende onweer hier blijven liggen, kunnen ze best wel een dagje naar Napels. De mannen hoeven niet persé mee. Aldus verpakt winnen ze hun pleitje snel. We eten een hapje en gaan vroeg naar bed, terwijl het nu al rommelt in de verte.

Donderdag staan de dames om half acht al te popelen om te vertrekken! Er dreigt een stevig onweer, maar het blijft lang op afstand. Ze nemen de bus van ongeveer kwart over acht en dan met de pont….. Na het passeren van het onweer en een buitje klaart het weer hier steeds meer op. Maar hopen dat dit ook voor Napels geldt! Op de weerradar zie ik dat zich een groot onweerscomplex bevindt boven het vasteland van midden Italië. Langs de kust valt het mee. Hier blijft het de hele dag zonnig en warm (ruim 30 graden). Ik bekijk alle informatie die we hebben over ankerplekken en havens. We kunnen in een paar flinke sprongen Italië uit zijn, eigenlijk binnen een week. Het weer voor de komende dagen ziet er helaas wat minder gunstig uit: vanaf noordwestelijke wind en zeer hoge zeegang uit het NW, vanzelfsprekend de kant die we op moeten. Langs de hele kust alle dagen onweer, veel onweer. We zijn nogal beducht voor onweer hier. Ankeren aan de lage wal met zulke deining is al helemaal geen optie. Dan worden het dus de prijzige havens.
Na de vroege onweersbui klaart het op en het wordt uiteindelijk een heel zonnige en warme dag. Tegen achten ’s avonds belt Tonneke dat ze niet met de pont mee kunnen omdat die vol is…. Ze gaan nu naar een andere pont en komen dan rond elf uur aan in een andere haven en zoeken daar dan een taxi…. Mmmmm, de kapiteins zijn niet echt verrast en not amused…. Uiteindelijk arriveren de dames rond half twaalf, waarna ze natuurlijk eerst een drankje willen en hun verhaal kwijt moeten. Napels vonden ze geweldig leuk! Allemaal kleine winkeltjes, werkplaatsjes, nerinkjes en bruisend van het leven. Trouwens er zijn ook wel een paar grote winkels en ze hebben wel wat dingetjes gekocht, schoenen en zo. En ja: “…..toen zaten we in de funicolare (een soort tramverbinding, steil omhoog) en toen zaten we dus zo te kletsen dat we niet in de gaten hadden dat we het eindpunt gepasseerd waren en weer naar boven helemaal naar het beginpunt gingen.” …..”Tja ….. en dat duurde zo lang dat we te laat waren voor de pont…….” Wat een mutsen….! (Die smoes gebruikten ze ook al toen ze nog zestien waren en te laat thuis kwamen!) Uiteindelijk gaan we ruim na middernacht te kooi met de voorlopige vaststelling dat het morgen, overmorgen en zondag niet veel zaaks wordt.

Vrijdag (24 juni) word ik om acht uur wakker. De UK blijkt uit de EU te stappen, de wind is ZO, pal tegen alle verwachtingen in en het is nu al niet te harden van de zonneschijn…. Dat belooft een lekker dagje te worden. Tonneke zit met een grote zonnebril op: al dat licht is iets teveel. Harry zit een beetje somber te kijken, dus ik steek onze nationale scheeps-stippenzetter een hart onder de riem met de opmerking “Lekker schilderweertje vandaag!” Nadat iedereen dus weer in een goeie bui is wordt besloten om de bus te nemen, het eiland over. Ik blijf op de boot om mijn rug rust te gunnen. Als ze weg zijn probeer ik opnieuw de ontregelde grote gaspit een beetje te dimmen. Het lukt om een sproeier eruit te draaien: omdat er veel roet ontstaat vermoed ik dat die te groot is. Ik probeer de opening te verkleinen met een speld. Helaas is het vlammetje dan wel erg klein. Pogingen om de speld dunner te maken lopen op niets uit: het materiaal is te hard en bros: het wordt dun en versplintert dan. Bovendien kreeg ik het kleine vlammetje alleen met de eerste speld die nu kapot is: daarvan was het bolletje een beetje kapot, zodat het gas er langs kon. De rest van de spelden zijn heel…. die doen het dus niet. Uiteindelijk sloop ik een kleine dunne veiligheidsspeld: dat levert een onverwacht en perfect resultaat op! Degenen die zeggen dat hier het één en ander met veiligheidsspelden aan elkaar hangt hebben dus gelijk. Zo maak ik mezelf nuttig, terwijl de rest zich vermaakt….. Inmiddels blijkt het al tegen tweeën te lopen en ik rammel van de honger. Als dat dus nog lang duurt zoek ik een terrasje op! En daar komen ze dus aan, met een vers broodje.
Na een welverdiende siësta ben ik nog maar net voor café-openingstijd weer bij de pinken. Het is nu alleen nog maar warm, bloedverziekend warm! De zon is verscholen achter een soort vochtige donzen deken. Wie weet? Misschien toch nog onweer? Harry werkt nog wat stipjes bij. Een beroemd filosoof (ik denk Socrates) zei ooit “Als het maar genoeg witte stippen zijn, is het schip ook wit!” We eten in een tentje dat ons was aanbevolen. Helaas een tegenvaller: eigenlijk alles is net te zout. We besluiten om morgenochtend op tijd naar Gaeto over te steken, zo’n 35 mijl. We hebben de hele weg tegenwind, misschien iets te bezeilen. Als het mee zit zijn we daar net voor het voorspelde onweer.

Zaterdagochtend, na een beroerde nacht (klam, warm, pijn in m’n rug) vertrekken we mooi om kwart voor zeven. Het eerste stuk is min of meer blak maar met deining van achteren, maar daarna kunnen we net aan motorzeilen. Bij de Cestlavie is een uitgeputte duif aangeland. Hij zit op de giek en trekt zich nergens wat van aan, zelfs niet van de hondjes. Het is flink heiig, maar donderwolken blijven uit. Om 10 uur douchen we in de kuip. Om 11 uur zien de de kaap bij Gaeta liggen. Eigenlijk een oersaai tochtje…. Om 12 uur zien we de haven en bebouwing liggen. Het blijkt een hele grote haven die beschut wordt door een landtong en een pier. De oude stad ligt op een heuvel en ziet eruit als een enorm kasteel met bijgebouwen. Er staat ook een hele grote kathedraal. Om kwart over één liggen we aan een steiger. De nieuwe stad oogt wat minder interessant.
En zo zijn we Napels ruim gepasseerd en naderen wij de Romeinse haven Nettuno.